Page 145 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 21
C360A01O-GAT 4WD INSCHAKELEN (met elektronisch geregelde
vierwielaandrijving)
(Indien gemonteerd) De vierwielaandrijving verdeelt onder
normale rijomstandigheden de aandrijfkrachten automatisch.
Om tijdens het rijden in het terrein of
andere situaties met weinig grip de aandrijfkrachten 50:50 te verdelentussen de achterwielen en de voorwielen, kunt u de "4WD lock"- toets bedienen. Het "4WD lock"-controlelampje in het instrumentenpaneel gaat branden. C360A01ODe instelling wordt geleidelijkopgeheven wanneer de rijsnelheid boven de 30 km/h komt, en is volledigopgeheven vanaf een snelheid van 40 km/h. Omgekeerd wordt de instelling weer geactiveerd wanneer de snelheidweer daalt onder 40 km/h, en is deze weer volledig werkzaam wanneer de snelheid onder 30 km/h daalt.Om de 4WD-lock functie weer uit teschakelen nogmaals de "4WD-lock"toets indrukken.Het "4WD-lock" controlelampje in hetinstrumentenpaneel dooft.
2) 4WD-lock blijft actief onder een
snelheid van 40 km/h. Schakel de "4WD lock"-functie uit onder normale rijomstandigheden.
C360A02O
1)
2)
1) Door de 4WD-lock toets te bedienen in zwaar terrein, worden de aandrijfkrachten gelijkmatigverdeeld tussen de voor- en achterwielen. D190A01HP-GXT SPERDIFFERENTIEEL (Indien gemonteerd) Een sperdifferentieel, indien gemonteerd, bevindt zich alleen in deachteras. Het kenmerk van een sperdifferentieel wordt hierna beschreven:Evenals bij een conventioneeldifferentieel kan in een bocht het wielaan de ene zijde sneller draaien dan aan de andere zijde. Het voordeel van een sperdifferentieel t.o.v. eenconventioneel differentieel is: als bij een sperdifferentieel het wiel aan de ene zijde grip verliest, wordt op hetwiel met grip aan de andere zijde een groter gedeelte van het aandrijfkoppel overgebracht om de aandrijving teverbeteren.
Page 146 of 244

2- 22 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
!
ZC140A1-AX OPMERKINGEN MET BETREKKING TOT DE REMMEN
WAARSCHUWING:
Plaats geen voorwerpen op de hoedenplank achter de achterbank.Bij een aanrijding of plotseling afremmen kunnen dergelijke voorwerpen naar voren schuivenwaardoor de wagen wordt beschadigd of inzittenden verwondingen kunnen oplopen.
o Controleer voor het wegrijden of de handrem is vrij gezet en de controlelamp voor de handrem niet brandt.
o Bij het rijden in de regen of door
water en nadat de wagen isgewassen, kunnen de remmen nat worden. Natte remmen zijn gevaarlijk! Natte remmen hebbeneen langere remweg tot gevolg en de wagen kan naar één kant trekken. Rij voorzichtig als uvermoedt dat de remmen nat zijn. Wanneer de wagen niet normaal remt, zijn de remmen waarschijnlijk nat en zal er meer druk op het rempedaal moeten worden uitgeoefend of trekt de wagen bijhet remmen naar één kant. Druk, om de remmen te drogen, licht op het rempedaal totdat de wagen weernormaal remt. Heeft dit geen resultaat, zet de wagen dan zo snel mogelijk stil en bel uw Hyundaidealer voor assistentie.
o Plaats de versnellingshandel niet in neutraal als u bergafwaarts rijdt. Dit kan gevaarlijk zijn. Houd altijd een versnelling ingeschakeld, remde wagen af en schakel vervolgens naar een lagere versnelling zodat op de motor kan worden afgeremd.
o Laat uw voet niet op het rempedaal rusten. Dit kan gevaarlijk zijndoordat de remmen hierdoor te heetkunnen worden en niet meer optimaal functioneren.
o Als u een lekke band krijgt, druk dan licht op het rempedaal. Zodra u voldoende snelheid heeftverminderd en het zonder gevaar mogelijk is, rijd de wagen dan van de weg af en breng hem totstilstand. Als uw wagen is uitgerust met een automatische transmissie
LET OP:
o Start de motor nooit met de keuzehendel in de vooruit- ofachteruitstand terwijl één van de achterwielen is opgekrikt en hetandere wiel op de grond staat; hierdoor kan de auto van de krik schieten.
o Gebruik alleen de aanbevolen olie voor LSD in de achteras. Ziepagina 9-4 voor de aanbevolen oliespecificaties.
!
Page 147 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 23
laat hem dan niet "kruipen". Vermijd dit door uw voet op het rempedaal te houden wanneer de wagen totstilstand is gekomen.
o Wees voorzichtig bij het parkeren
op een helling. Trek de handrem aan en plaats de keuzehandel in stand "P" (automatischetransmissie) of in de eerste of achteruit versnelling (handgeschakelde versnellingsbak).Als u de wagen op een helling parkeert, draai dan de voorwielen in een zodanige stand dat de wagenniet kan wegrollen. Leg zonodig blokken voor of achter de wielen.
o Een aangetrokken handrem kan vastvriezen. Deze kans isaanwezig wanneer zich sneeuw of ijs om of bij de achterremmen heeftopgehoopt of als de remmen nat zijn. Als u denkt dat deze kans aanwezig is, zet de wagen dantijdelijk op de handrem en zet de versnellingshandel in neutraal resp. bij automatische transmissie instand "P". Blokkeer de achterwielen zodat de wagen niet kan wegrollen. Zet daarna de handrem vrij. en neemt de slijtage aan deze componenten ook toe. Bovendien kan het remvoeringmateriaal te heetworden waardoor de remmen niet meer optimaal functioneren.
o Houd de bandenspanning op de voorgeschreven waarde. Een te hoge of een te lage bandenspanningheeft onnodige bandenslijtage tot gevolg. Controleer de bandenspanning tenminste éénmaalper maand.
o De wielen moeten goed zijn uitgelijnd. Het raken vanstoepranden of het te snel rijden over een ongelijkmatig wegdek kan tot gevolg hebben dat de wielenniet meer correct zijn uitgelijnd. Dit kan o.a. een snellere bandenslijtage tot gevolg hebben evenals eenhoger brandstofverbruik.
o Houd uw wagen in een goede conditie. Onderhoud uw wagen voor een gunstig brandstofverbruik en lagere onderhoudskosten; zie hetonderhoudsoverzicht in hoofdstuk 5. Als uw wagen in zware omstandigheden wordt gebruikt, danis frequenter onderhoud vereist (zie hoofdstuk 5 voor bijzonderheden).
ZC150A1-AXECONOMISCH RIJDEN Als u onderstaande richtlijnen opvolgt
maakt u het meest economische gebruik van uw wagen mogelijk:
o Rijd gelijkmatig. Vermijd snel
accelereren. Geef gelijkmatig gas tot de gewenste snelheid is bereikt en houd deze snelheid zoveel mogelijk constant. Vermijd snelaccelereren tussen verkeerslichten. Pas uw snelheid aan de rest van het verkeer aan zodat u niet onnodighoeft te schakelen. Vermijd zoveel mogelijk druk verkeer. Houd een veilige afstand tot andere voertuigenzodat u niet onnodig hoeft te remmen. Hierdoor vermindert u tevens slijtage aan het remsysteem.
o Vermijd hoge snelheden. Hoe
sneller u rijdt, hoe meer brandstofwordt verbruikt. Het rijden met gelijkmatige snelheden, vooral op autosnelwegen, is één van demeest effectieve manieren om het brandstofverbruik te verlagen.
o Laat uw voet niet op het rem-of koppelingpedaal rusten. Hierdoorkan het brandstofverbruik toenemen
Page 148 of 244

2- 24 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
o Gebruik de airconditioning niet
onnodig. De airconditioning wordt bediend door de motor waardoor bijgebruik van de airconditioning het brandstofverbruik toeneemt.
ZC160A1-AX BOCHTEN Vermijd remmen of schakelen in
bochten, vooral op natte wegen. Dit voorkomt overmatige bandenslijtage.
ZC170A1-AX RIJDEN ONDER WINTERSE
OMSTANDIGHEDEN
Strenge, winterse omstandigheden
hebben een grotere slijtage en andere problemen tot gevolg. Volg deonderstaande richtlijnen op om de winter probleemloos door te komen. ZC170B1-AXRijden in sneeuw of op ijs Voor het rijden in diepe sneeuw kan
het nodig zijn sneeuwbanden of sneeuwkettingen te gebruiken. Als sneeuwbanden nodig zijn moet wordengekozen voor dezelfde maat en type als de originele fabrieksbanden. Als dit advies niet wordt opgevolgd kandat een nadelige invloed op de veiligheid en het rijgedrag tot gevolg hebben. Hoge snelheden, snelaccelereren, krachtig afremmen en scherpe bochten moeten worden vermeden. Maak tijdens het afremmenzoveel mogelijk gebruik van het remvermogen van de motor. Remmen op sneeuw of ijs heeft tot gevolg datuw wagen in een slip raakt. Houd voldoende afstand ten opzichte van uw voorliggers. Druk het rempedaalgelijkmatig in.
N.B.: Sneeuwkettingen zijn niet altijd
wettelijk toegestaan. Raadpleeg de geldende wettelijke bepalingen voorhet monteren van sneeuwkettingen.
o Houd uw wagen schoon. Voor een
maximale levensduur moet uwHyundai schoon worden gehoudenen vrij van corrosieve elementen. Laat geen modder, vuil, ijs etc. aankoeken op de onderzijde vande wagen. Dit extra gewicht kan een verhoogd brandstofverbruik en tevens corrosie tot gevolg hebben.
o Vervoer geen onnodige bagage.
Extra gewicht heeft een hogerbrandstofverbruik tot gevolg.
o Laat de motor niet langer stationair
draaien dan nodig is. Zet de motorbij langere wachtperiodes af.
o Het is niet nodig de motor langdurig warm te laten draaien. Zodra de motor gelijkmatig draait kunt u wegrijden. Bij zeer koud weer ishet aan te bevelen de motor een iets langere periode te laten warm draaien.
o Rijd niet met een te laag of een te hoog motortoerental. Rijdt u telangzaam in een hoge versnelling,dan heeft dit tot gevolg dat de motor te zwaar wordt belast. Schakel tijdig een lagere versnellingin. Vermijd een te hoog toerental door de aanbevolen schakelsnelheden aan te houden.
Page 149 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 25
ZC170D1-AX Accu en accukabels controleren Controleer visueel de accu en de
accukabels zoals beschreven in hoofdstuk 6. De staat van de accu kan worden gecontroleerd door uw Hyundai dealer. ZC170C1-AX Koelvloeistof Het koelsysteem van uw Hyundai is
gevuld met ethyleenglycol. Gebruik geen andere koelvloeistof aangezien ethyleenglycol corrosie van hetkoelsysteem tegengaat, uw waterpomp smeert en bevriezing voorkomt. Het systeem moet wordenbijgevuld overeenkomstig het onderhoudsoverzicht in hoofdstuk 5. Laat voor de winter de koelvloeistofcontroleren m.b.t. het vriespunt. ZC170E1-AX Gebruik zonodig "winterolie" Voor sommige klimaten is het aan te
bevelen bij koud weer een "winterolie" met lagere viscositeit te gebruiken. Zie hoofdstuk 9 voor de aanbevolenoliesoorten. Raadpleeg in geval van twijfel uw Hyundai dealer.
ZC170F1-AX Bougies en ontstekingssysteem controleren Controleer de bougies zoals beschreven in hoofdstuk 6 en vervang ze zonodig. Controleer tevens de bedrading en de componenten van het ontstekingssysteem. Vervangbeschadigde onderdelen. ZC170G1-AX Sloten tegen bevriezing beschermen Om het bevriezen van de sloten te voorkomen zijn speciale producten bij uw dealer verkrijgbaar. Ook als een slot bevroren is, kan dit metdoeltreffende middelen worden ontdooid. Soms is het mogelijk een bevroren slot te ontdooien door desleutel te verwarmen. N.B.: Het temperatuurgebied waarin de sleutel voor de startblokkering kan worden gebruikt, bedraagt -40°C tot80°C. Als de sleutel van de startblokkering tot boven 80 °C wordt verwarmd om een bevrorenslot te openen, kan de transponder in de sleutelkop worden beschadigd.
Page 150 of 244

2- 26 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
ZC170J2-AX Voorkom opeenhoping van sneeuw en ijs aan de onderzijdevan de wagen. Onder sommige weersomstandigheden kunnen sneeuw-en ijsklompen onderde spatschermen de besturing bemoeilijken. Controleer bij strenge winterse omstandigheden regelmatigde onderzijde van uw wagen of de voorwielen vrij kunnen bewegen en de componenten van de stuurinrichtingniet worden geblokkeerd. ZC170K1-AX Nooduitrusting Zorg, afhankelijk van de weersomstandigheden, voor eengeschikte nooduitrusting. Dit zijn o.a. sneeuwkettingen, een sleepkabel zaklantaarn, zand, een schep,hulpstartkabels, een ijskrabber, handschoenen, een deken etc. ZC180A1-AXHET RIJDEN MET HOGE SNELHEDEN Controles voor het begin van de rit
1. Banden: Houd de bandenspanning voor het rijden met hoge snelheden aan. Een te lage bandenspanning heeft oververhitting en mogelijke defectentot gevolg. N.B.: De voorgeschreven bandenspann- ing mag niet worden overschreden.
2. Brandstof, koelvloeistof en motorolie.:
Bij het rijden met hoge snelheden wordt 1,5 maal zoveel brandstofverbruikt. Vergeet niet het koelvloeistof-en het motoroliepeil te controleren.
3. V-riem: Een niet goed afgestelde of een beschadigde V-riem kan oververhitting van de motor tot gevolg hebben.
ZC170H1-AX Gebruik antivries in het ruitensproeierreservoir Om te voorkomen dat het water in het sproeierreservoir bevriest, moet een daarvoor bestaande toevoeging worden gebruikt. Volg hierbij degebruiksaanwijzing strikt op. Antivries voor het ruitensproeierreservoir is bij alle Hyundai dealers verkrijgbaar.Gebruik geen antivries voor het koelsysteem of een ander soort antivries aangezien dit de lak kanaantasten. ZC170I1-AX Voorkom bevriezing van de handrem Onder sommige omstandigheden kan een aangetrokken handrem bevriezen. Bijvoorbeeld bij een opeenhoping vansneeuw of ijs rond of bij de achterremmen of als de remmen nat zijn. Als de kans op bevriezingbestaat, trek de handrem dan tijdelijk aan, zet de versnellingshandel in de eerste of achteruit versnelling of dekeuzehandel in stand "P". Blokkeer de achterwielen zodat de wagen niet weg kan rollen. Zet hierna de handremvrij.
Page 151 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 27
YC200A1-FX RIJDEN MET EEN AANHANGER
OF SLEPEN
Raadpleeg de wettelijke voorschriften
indien u van plan bent te gaan rijden met een aanhanger. Aangezien dewettelijke voorschriften voor wat betreft het rijden met een aanhanger verschillen van land tot land is hetraadzaam om uw Hyundai dealer te vragen naar de mogelijkheden. ZC190A1-AXHET GEBRUIK VAN DE VERLICHTING Controleer de verlichting regelmatig
en houd de lampglazen schoon. Bij slecht zicht overdag is het aan te bevelen het dimlicht in te schakelen.Hierdoor ziet u niet alleen beter, maar wordt u ook beter gezien. YC200C3-AXRemsysteem aanhangwagen Als uw aanhanger voorzien is van
een remsysteem, dan moet deze voldoen aan de wettelijke voorschriften. Zorg ervoor dat het opde juiste manier is gemonteerd en dat het goed werkt.
N.B.: Als met een aanhanger wordt
gereden moeten tengevolge van de extra belasting de onderhoudswerkzaamheden met kortere tussenpozen wordenuitgevoerd. Zie hoofdstuk "Onderhoudsvoorschriften" bij "Onderhoud onder zwarebedrijfsomstandigheden" op bladzijde 5-7.
LET OP:
o Sluit nooit het remsysteem van de aanhanger rechtstreeks aanop het remsysteem van de wagen.
!
LET OP:
Rijd gedurende de eerste 2000 km
niet met een aanhanger zodat de motor goed kan inlopen. Als dezeraadgeving niet ter harte wordt genomen kan ernstige schade ontstaan aan de motor oftransmissie.
!
YC200B2-AX Trekhaken Kies een trekhaak die geschikt is
voor de aanhanger die getrokken moet worden. De gemonteerde trekhaak moet de kogeldruk gelijkmatigoverbrengen op het chassis van de wagen.
De trekhaak moet stevig worden
aangebracht door een hiervoor bevoegd bedrijf. GEBRUIK GEENTREKHAAK VOOR TIJDELIJKE MONTAGE EN GEBRUIK NOOIT EEN TREKHAAK DIE ALLEEN AANDE BUMPER IS GEMONTEERD.
Page 152 of 244

2- 28 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
Kogeldruk Totaal
aanhangergewicht
C190E01L
C190E05O-AXT Maximum aanhangergewicht
De kogeldruk kan gewijzigd worden door het gewicht in de aanhanger teverdelen. Controleer de verdeling van het gewicht door het totale gewicht en de kogeldruk te meten. N.B.:
1. Zorg ervoor dat zich nooit meer gewicht in het achterste deel van de aanhanger bevindt dan in het voorste deel. Ca. 60% van hetgewicht moet zich in het voorste deel van de aanhanger bevinden, de overige 40% in het achterstedeel. 2. Het totale voertuiggewicht met
aangekoppelde aanhanger maghet toegestane totaalgewicht(GVWR) niet overschrijden. Dit totaalgewicht is te vinden op het identificatieplaatje (zie blz. 8-2).Het totaalgewicht bestaat uit de gewichten van de wagen, bestuurder, passagiers enbagage, lading, trekhaak, kogeldruk en eventuele accessoires. C190E02L
Totaal asgewicht
Totaal
autogewicht
YC200D2-AX Veiligheidskabel Wanneer de verbinding tussen de trekhaak en de aanhanger verbroken mocht worden, kunnen gevaarlijkesituaties ontstaan voor het verkeer. De aanhanger kan zelfs van de rijbaan geraken. Om deze gevaarlijke situatieste voorkomen is een veiligheidskabel tussen de wagen en de aanhanger verplicht.
o Bij bet rijden met een aanhanger
op een steile helling (meer dan12%) moet worden gelet op de koelvloeistoftemperatuurmeter. Mocht de naald van de meterzich voorbij "H" (HOT) bewegen, dan moet zo snel mogelijk worden gestopt. Laat de motorvervolgens stationair draaien tot hij is afgekoeld.