Page 129 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 5
!
ZC050A1-AX SLEUTELSTANDEN
WAARSCHUWING:
Als de wagen nog rijdt mag de
motor niet worden afgezet en mag de contactsleutel niet worden verwijderd, omdat het stuurslot dan wordt ingeschakeld. C040A01E
LOCK
ACC
ON
START "START" In deze stand wordt de motor gestart.
De startmotor blijft draaien totdat de sleutel wordt losgelaten.
N.B.: Bedien de startmotor niet langer
dan 15 seconden achtereen.
"ON" In deze stand is de ontsteking
ingeschakeld en kunnen alle elektrische accessoires in werkingworden gesteld. Als de motor niet draait mag de contactsleutel niet in de "ON" stand blijven staan. Hierdoorwordt de accu ontladen en kan schade aan het ontstekingssysteem ontstaan.
N.B.: Zie voor meer informatie de rubriek
"Starten van de motor". "ACC" Met de contactsleutel in de stand "ACC" kunnen de radio en andere elektrische verbruikers worden ingeschakeld. "LOCK" In deze stand kan de contactsleutel worden verwijderd of aangebracht. Als beveiliging tegen diefstal treedt het stuurslot in werking als de contactsleutel wordt verwijderd. N.B.: Om het stuurwiel te ontgrendelen moet de contactsleutel worden aangebracht en moeten het stuurwiel en de sleutel gelijktijdigworden gedraaid.
Page 130 of 244
2- 6 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
!
C050A01E
C050A01A-AXT HET STARTEN VAN DE MOTOR
Met benzine-injectie
WAARSCHUWING:
Laat de motor nooit in een gesloten of slecht geventileerde ruimte draaien. Koolmonoxide is reukloosen kan fataal zijn. C051A01O-GXT HET STARTEN VAN DE DIESELMOTOR MOTOR KOUDE
o Zet het contact aan en wacht tot de controlelamp van het voorgloeisysteem dooft.
o Bedien de startmotor tot de motor
aanslaat.
MOTOR WARM
o Bedien de startmotor. Als de motor niet bij de eerste poging aanslaat,wacht dan enkele seconden en laat het contact aan zodat het voorgloeisysteem werkt.
Geef geen gas. Bedien de startmotor
tot de motor aanslaat.C070C01E
LOCK
ACC
ON
START
ZC090D2-FX Het verwijderen van de contactsleutel
1. Plaats de contactsleutel in de stand
"ACC".
2. Druk de contactsleutel in en draai deze tegelijkertijd tegen de klok in van stand "ACC" naar stand "LOCK".
3. De sleutel kan in de stand "LOCK"
verwijderd worden.
Page 131 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 7
C050B01S-GXT NORMALE STARTPROCEDURE
1. Breng de contactsleutel aan en gesp de veiligheidsgordel om.
2. Zet de versnellingshandel in neutraal
(handgeschakelde versnellingsbak) of de keuzehandel in stand P (automatische transmissie).
3. Controleer of de controlelampen en de instrumenten goed werken nadatde contactsleutel in de stand "ON"is gedraaid.
4. Draai, bij voertuigen met een controlelamp voor het voorgloeien, de contactsleutel in de stand "ON". Eerst zal de controlelamp oplichtenen daarna doven, hetgeen betekent dat het voorgloeien heeft plaatsgevonden en de motor kanworden gestart.
Gele lamp "OFF"
Gele lamp "ON"
C050B01HP
N.B.: De groene verlichting zal na een
bepaalde tijd vanzelf doven. Het voorgloeien wordt dan beëindigdom de accu niet onnodig te belasten.
Om de motor te kunnen starten
wanneer de groene verlichting reeds is gedoofd, moet de sleuteleerst weer in de stand "LOCK" worden gedraaid en daarna opnieuw in de stand "ON" zodat degloeibougies op temperatuur worden gebracht. WAARSCHUWING:
Verzeker u ervan dat de koppeling volledig is ingetrapt als de motor bij een handgeschakelde auto gestart wordt.Anders bestaat de mogelijkheid dater in of buiten de auto iemandschade oploopt ten gevolge van de voor-of achteruitbeweging van de auto als de koppeling niet geheelis ingetrapt tijdens het starten.
5. Draai de contactsleutel in de stand "START" en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.
!
Page 132 of 244

2- 8 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
C070A02A-AXT HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK Uw Hyundai is voorzien van een versnellingsbak met conventioneel schakelpatroon. Dit schakelpatroon isop de knop van de versnellingshandel aangebracht. De versnellingsbak is geheel gesynchroniseerd voor allevooruitversnellingen hetgeen het schakelen naar een hogere of lagere versnelling vergemakkelijkt. N.B:
o Voor het inschakelen van de achteruitversnelling moet deversnellingshandel tenminste 3seconden in de neutraalstand staan nadat de wagen tot stilstand is gebracht. Schakel hierna deachteruitversnelling in.
o Bij lage temperaturen kan het schakelen wat zwaarder gaan tot de versnellingsbakolie is opgewarmd. Dit is normaal enniet schadelijk voor de versnellingsbak.
o Als de eerste of de achteruitversnelling moeilijk kanworden ingeschakeld, zet de versnellingshendel dan inneutraal en laat het koppelingspedaal opkomen. Druk het pedaal vervolgens opnieuwin en schakel de eerste/ achteruitversnelling in.
o Laat uw hand tijdens het rijden niet op de versnellingshendel rusten, omdat dit voortijdigeslijtage van de schakelvorken tot gevolg kan hebben.
C070A01O
!
C055B01B-GXT STARTEN EN AFZETTEN VAN EEN MOTOR METTURBOCOMPRESSOR ENINTERCOOLER (Dieselmotor)
(1)Laat de motor direct na de start niet snel draaien en geef niet plotseling gas. Als de motor koud is moet hij enkele secondenstationair draaien voordat wordt weggereden, zodat een voldoende smering van de turbocompressorgewaarborgd is.
(2)Na gereden te hebben met een zware motorbelasting (hoge snelheid, met aanhanger rijden, in bergen rijden c.q.klimmen e.d.),moet de motor alvorens deze afgezet wordt, ca 1 minuut stationair draaien om de turbo af telaten koelen.
WAARSCHUWING:
Zet de motor niet direct af nadat hij
zwaar belast is. Hierdoor kanernstige schade aan de motor of de turbocompressor ontstaan.
Page 133 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 9
!WAARSCHUWING:
Wanneer men terugschakelt van de vijfde naar de vierde versnelling,dient men er goed op te letten dat men niet abusievelijk de versnellingshendel zover opzij duwtdat men naar de tweede versnelling schakelt. Zo'n drastische terugschakeling kan ervoor zorgendat het motortoerental oploopt tot het punt dat de toerenteller de rode zone ingaat. Zo'n hoog toerentalkan beschadiging aan de motor veroorzaken. ZC090B1-AXHet gebruik van de koppeling Bij het schakelen moet het
koppelingpedaal geheel worden ingedrukt. Laat uw voet tijdens het rijden niet op het koppelingspedaalrusten. Dit heeft onnodige slijtage tot gevolg. Laat de koppeling niet slippen. Houd het koppelingspedaal nietgedeeltelijk ingedrukt om de wagen op een helling stil te houden. Dit heeft onnodige slijtage tot gevolg. Gebruikde handrem om de wagen op een helling te blokkeren. C070E02A-GXTAANBEVOLEN SCHAKELSNELHEDEN
Versnelling1-2 2-3 3-4 4-5
Aanbevolen
snelheid km/u 20 40 55 75
De hierboven aangegeven schakelpunten worden aanbevolen voor een optimaal brandstofverbruik en voor optimale prestaties.
Page 134 of 244

2- 10 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
!
o Als bij hogere snelheden de
macht over het stuur verloren gaat, neemt de kans op omkantelen sterk toe.
o De macht over het stuur gaat vaak verloren als twee of meerwielen naast de weg komen ende bestuurder het stuur te ver verdraait om weer op de weg terug te komen.
o Als de auto naast de weg raakt,
moet niet scherp wordenteruggestuurd, maar moet de snelheid worden verminderd voordat wordt geprobeerd om deauto weer op de weg terug te krijgen.
o Nooit de geldende snelheidslimiet overschrijden.
Druk voor het inschakelen van deachteruitversnelling het koppelingspedaal geheel in, zet deversnellingshandel in neutraal en schakel vervolgens de achteruit in.
o Wees bijzonder voorzichtig bij het rijden op een glad wegdek. Dit geldt vooral bij het remmen,optrekken of het schakelen. Op een glad wegdek en bij het abrupt wijzigen van het motortoerentalkunnen de aangedreven wielen de grip verliezen waardoor de wagen in een slip raakt.
WAARSCHUWING:
o Voorkom hoge bochtsnelheden.
o Maak geen snelle stuurwielbewegingen, zoals plotseling van rijbaan veranderen of snelle scherpe bochten.
o Draag altijd veiligheidsgordels.
Bij een ongeval heeft eeninzittende die geen veiligheidsgordel gebruikt duidelijk meer kans op ernstigletsel dan iemand die wel een veiligheidsgordel gebruikt.
C070D02O-AXTDe juiste rijstijl
o Plaats de versnellingshandel nooit
in neutraal bij het bergafwaarts rijden. Dit is bijzonder gevaarlijk. Laat altijd een versnellingingeschakeld.
o Laat uw voet niet op het rempedaal
rusten. Hierdoor kunnen de remmen te heet worden waardoor zij niet meer optimaal functioneren. Neembij het bergafwaarts rijden uw voet van het gaspedaal en schakel tijdig een lagere versnelling in. Hierdoorremt de wagen op de motor af en vermindert de rijsnelheid.
o Neem gas terug alvorens een lagere versnelling wordt ingeschakeld.Hierdoor wordt voorkomen dat de motor met een te hoogmotortoerental draait hetgeen schade tot gevolg kan hebben.
o Neem gas terug bij zijwind. Hierdoor heeft u meer controle over de wagen.
o Let er op dat de wagen geheel stil staat voordat de achteruitversnellingwordt ingeschakeld, anders kan deversnellingsbak worden beschadigd.
Page 135 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 11
HSM3022
De hoogwaardige Hyundai
automatische transmissie heeft vier versnellingen vooruit, en 1 achteruit. De afzonderlijke versnellingen worden automatisch geselecteerd, afhankelijkvan de stand van het keuzehandel. Het keuzehandel heeft 2 schakelvlakken, het automatischevlak en het handmatige vlak.
N.B.: Raadpleeg "Sportstand" voor
informatie over de werking van de handmatige bediening. C090A01O-GXT AUTOMATISCHE TRANSMISSIE
Het keuzehandel heeft in het hoofdvlak
4 standen en is voorzien van een vergrendelingsknop om ongewensteselecties te voorkomen.
N.B.: Druk bij het inschakelen het rempedaal en de vergrende- lingsknop in.Druk bij het schakelen devergrendelingsknop in. De keuzehandel kan vrij worden verplaatst.
De eerste schakelingen bij een nieuwe
auto of nadat de accu is losgenomen en aangesloten, kunnen enigszins abrupt zijn. Dit is normaal en de schakelprocedure wordt normaal zodraenkele schakelingen door de TCM (Transmission Control Module = com- puter transmissieregeling) zijnuitgevoerd.LET OP:
Schakel nooit de standen "R" of "P" in terwijl de wagen nog rijdt.!
De controlelampen in het instrumentenpaneel geven bij aangezetcontact de standen van de keuzehandel aan. In de stand "D" geeft een groene lamp deingeschakelde versnelling aan. HSM3022-1
Page 136 of 244

2- 12 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
C090F01O-GXT Sportstand Zowel bij stilstaande als rijdende auto
kan de sportstand worden geselecteerd door de keuzehandel van de stand "D" in de handmatige vlak te drukken. Om terug te keren tot destand "D", moet de keuzehandel in het hoofdvlak worden teruggedrukt.
Door de keuzehandel in de sportstand
achteruit of vooruit te bewegen, wordtsnel en eenvoudig geschakeld. In tegenstelling tot een handgeschakeldeversnellingsbak, kan in de sportstand worden geschakeld terwijl het gaspedaal ingedrukt wordt gehouden. C090F01O
ZC110E1-AX
o D (Rijstand) Dit is de normale rijstand. De
transmissie schakelt automatisch op de meest gunstige en economische momenten de juiste versnelling in. ZC110C1-AX
o R (Achteruit) Deze stand mag uitsluitend bij geheel
stilstaande wagen worden gekozen.
ZC110D1-AX
o N (Neutraalstand) In deze stand vindt geen aandrijving
plaats. De motor kan worden gestart bij deze stand van de keuzehandel. Dit is echter niet raadzaam tenzij demotor afslaat en de wagen nog rijdt.
ZC110B1-AX Standen van de keuzehandel:
o P (Parkeerstand): Plaats de keuzehandel in stand "P"
voor het parkeren of het starten van de motor. Bij het parkeren moet bovendien de handrem wordenaangetrokken.
! LET OP:
Plaats de keuzehandel nooit in
stand "P" als de wagen nog rijdt. Dit kan ernstige schade tot gevolg hebben.