Page 49 of 244

1- 38 BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
B240B02L
Het airbagmoduul controleert bij aangezet contact continu alle omstandigheden om te bepalen ofeen frontale aanrijding of een aanrijding onder een hoek ernstig genoeg is om de airbag in werking te laten treden. De SRS onderhoudsindicatie (SRI) in het instrumentenpaneel knippert ca. 6 seconden nadat de contactsleutel in de stand "ON" is gedraaid of nadat demotor is gestart en dooft vervolgens.
De airbageenheden bevinden zich in
het midden van het stuurwiel en achterde afdekking boven hetdashboardkastje aan passagierszijde. Als het airbagmoduul een frontale aanrijding van een bepaalde krachtregistreert, worden de airbags automatisch geactiveerd.
B240B03L
Bij het in werking treden doorbreekt
de airbag de breukpunten in het stootvlak van het stuurwiel, hierna wordt het stootvlak geheel geopenden wordt de airbag volledig opgeblazen. Een volledig opgeblazen airbag in
combinatie met een correct gedragen veiligheidsgordel zal de voorwaartsebeweging van de bestuurder of de voorpassagier dempen, waardoor de kans op verwondingen aan het hoofdof het bovenlichaam wordt verminderd.
Nadat de airbag is opgeblazen, zal hij
onmiddellijk weer beginnen metleeglopen, zodat de bestuurder weernaar voren kan kijken en de wagen kan besturen.
Page 50 of 244

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 39
B240B01O
Airbag voor passagierszijde
!!
B240B05L
Airbag voor passagierszijde
LET OP:
Een flacon luchtverfrisser mag in de auto niet dichtbij het instrumentenpaneel of op het dash- board worden geplaatst. Dooreventuele lekkage van de luchtverfrisser op deze delen (instrumentenpaneel, dashboard ofaanjager) kunnen ze worden beschadigd. Als de vloeistof van de luchtverfrisser op deze delenkomt moeten ze direct met water worden gereinigd. WAARSCHUWING:
o Het in werking treden van de airbag gaat gepaard met een luideknal, terwijl eveneens enige rook vrijkomt. Dit is normaal en isniet gevaarlijk. De rook die bij het in werking treden van de airbag vrijkomt kan echterhuidirritatie veroorzaken. Na een aanrijding waarbij de airbag in werking is getreden, moeten dehanden en het gezicht grondig met lauwwarm water en een milde zeep worden gewassen. o SRS functioneert alleen als het
contact in de "ON" stand staat.Als het SRS-lampje niet knippert,of na zes seconden knipperen, dan wel bij het starten van de motor en/of tijdens het rijdenblijft branden, werkt SRS niet naar behoren. Laat uw auto in zo'n geval direct door uwHyundai dealer inspecteren.
o Alvorens een zekering te vervangen of een accukabel los te maken, moet de contactsleutel in de stand "LOCK" wordengedraaid of worden verwijderd. Vervang nooit zekering nummer 12 als de contactsleutel in destand "ON" staat. Als deze waarschuwing niet wordt opgevolgd, gaat deonderhoudsindicatie branden.
Page 51 of 244

1- 40 BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
o Voor de beste bescherming van
het zij-airbagsysteem en om verwondingen bij het in werking treden van de zij-airbag te voorkomen, moeten de beideinzittenden van de voorstoelen rechtop zitten met de veiligheidsgordel correctvastgegespt. De handen van de bestuurder moeten in de standen 9:00 en 3:00 uur op het stuurwielworden gehouden. De armen en handen van de voorpassagiers moeten in de schoot wordengehouden.
o Breng geen extra stoelhoezen
aan.
o Door het gebruik van stoelhoezen wordt het effect van het systeembeperkt.
o Monteer geen accessoires aan de zijkant of bij de zij-airbag.
o Gebruik geen grote krachten aan de zijkant van de stoel.
o Breng geen objecten aan over de airbag of tussen de airbag enuzelf.
!
Zij-airbag sensor
WAARSCHUWING:
o De zij-airbags vormen een aanvulling op de driepunts veiligheidsgordels van debestuurder en de voorpassagier, maar vervangt deze niet. Daarom moet de veiligheidsgordel altijdworden gedragen als u in de auto zit. De zij-airbags worden alleen geactiveerd bij bepaaldebotsingen aan de zijkant die ernstig genoeg zijn om letsel te veroorzaken. B990B01O
Uw Hyundai heeft in elke voorstoel een zij-airbag. Deze airbag heeft tot taak om de bestuurder en/of voorpassagiers extra bescherming tegeven naast de werking van alleen de veiligheidsgordel. De zij-airbags zijn ontworpen om in werking te treden bijeen aanrijding van opzij, afhankelijk van de ernst van de aanrijding, de hoek, de snelheid en hetaanrijdingspunt. De airbags zijn niet ontworpen om bij alle aanrijdingen van opzij in werking te treden.
B990B04Y-AXT Zij-airbag (Indien gemonteerd)
B990B02Y
Page 52 of 244

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 41
!
B240C01HP
WAARSCHUWING:
o Als wijzigingen worden uitgevoerd aan de diverse componenten en de bedradingvan het airbagsysteem, inclusief het aanbrengen van voorwerpen op het stootvlak van het stuurwielof wijzigingen worden uitgevoerd aan het stuurwiel, kan de werking van het airbagsysteem wordenbeïnvloed en persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
o Plaats geen objecten (paraplu,tas enz.) tussen het voorportier en de voorstoel. Dergelijkeobjecten kunnen gevaarlijke projectielen worden of extra verwondingen veroorzaken als dezij-airbag in werking treedt.
o Om ongewild in werking treden van de zij-airbag en daardoor verwondingen te voorkomen, moeten schokken tegen debotsingssensor voor de zij-airbag bij aangezet contact worden voorkomen. B240C01HP-GXT Onderhoud van het airbagsysteem Het airbagsysteem is praktisch
onderhoudsvrij; het is niet toegestaan zelf werkzaamheden eraan uit te voeren. Het gehele airbagsysteemmoet 10 jaar na de productiedatum van de auto door een officiële Hyundai dealer worden gecontroleerd.
Alle werkzaamheden aan het
airbagsysteem, zoals het verwijderen, aanbrengen, repareren of werkzaamheden aan het stuurwielmoeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde Hyundai monteur. Onvakkundig uitgevoerdewerkzaamheden aan het airbagsysteem kunnen ernstig persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
Page 53 of 244

1- 42 BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
o Als componenten van het
airbagsysteem tot schroot worden verwerkt, of als de wagen tot schroot wordt verwerkt,moeten bepaalde veiligheidsvoorschriften worden opgevolgd. Uw Hyundai dealeris met deze veiligheidsvoorschriften bekend en kan u de noodzakelijkeinformatie verstrekken. Als deze voorschriften en procedures niet worden opgevolgd, kan ditpersoonlijk letsel tot gevolg hebben.
o Bij verkoop van de wagen moet de nieuwe eigenaar van deze belangrijke informatie op de hoogte worden gebracht en moet deze handleiding in de wagenachterblijven als deze aan de nieuwe eigenaar wordt overhandigd.o Aan de diverse componenten enaan de bedrading van het airbagsysteem mogen geen werkzaamheden wordenuitgevoerd, terwijl deze ook niet mogen worden losgemaakt. Als dit wel gebeurt, kan ditpersoonlijk letsel tot gevolg hebben omdat de airbag abusievelijk in werking kantreden of niet in werking kan treden.
o Op de rechter voorstoel mag geen veiligheidssysteem voorkinderen worden gemonteerd. Op de voorstoel mag nooit een kinderstoeltje worden geplaatst. Het kind kan letsel oplopen als de airbag bij een aanrijding wordt geactiveerd.o Het stootvlak kan worden gereinigd met een zachte, droge doek of een doek die vochtig is gemaakt met water zonder enigetoevoeging. Oplosmiddelen of reinigingsmiddelen kunnen een negatief effect hebben op hetstootvlak van het stuurwiel alsmede op de goede werking van systeem.
o Er mogen geen voorwerpen over of bij de airbageenheden op hetstuurwiel, het instrumentenpaneelof de afdekking boven het dashboardkastje aan passagierszijde worden geplaatst, omdat een dergelijk voorwerp letsel kan veroorzakenbij een aanrijding die ernstig genoeg is om de airbags in werking te laten treden.
o Als de airbag in werking is getreden, moet deze wordenvervangen door een officiëleHyundai dealer.
Page 54 of 244
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 43
o De bumper of delen van de
bumper alleen vervangen door originele Hyundai-onderdelen. Anders kan dit de werking vanhet SRS-systeem negatief beïnvloeden en tot letsel leiden.
Page 55 of 244
1- 44 BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
B260A01O-GAT INSTRUMENTENPANEEL EN CONTROLELAMPEN Benzinemotor
B260A01O-1
Page 56 of 244
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 45
1. Waarschuwingslamp 4-Wielaandrijving
(Indien gemonteerd)
2. Controlelamp ABS systeem
3. Toerenteller
4. Controlelamp richtingaanwijzers
5. Koelvloeistoftemperatuurmeter
6. Verlichting schakelkwadrant van automatische transmissie (Indien gemonteerd)
7. Controlelamp benzinereserve
8. Benzinemeter
9. Snelheidsmeter
10. Controlelamp elektronische motorregeling (MIL) 11. Controlelamp geopende achterklep
12. Controlelamp andrijfregelsysteem (TCS)
(Indien gemonteerd)
13. Controlelamp laadstroom
14. Controlelamp niet goed gesloten portieren
15. Controlelamp remsysteem/aangetrokken handrem
16. Controlelamp oliedruk
17. Kilometertotaalteller/Dagteller/
Boordcomputer (Indien gemonteerd)
18. Controlelamp grootlicht
19. Airbag systeem
20. Controlelamp automatische snelheidsregeling
(Indien gemonteerd)