Page 57 of 244
1- 46 BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
B260B01O-GAT Dieselmotor
B260B01O
Page 58 of 244

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 47
1. Waarschuwingslamp 4-Wielaandrijving
(Indien gemonteerd)
2. Comtrolelamp limited slip differentieel
(Indien gemonteerd)
3. Controlelamp ABS systeem
4. Toerenteller
5. Controlelamp richtingaanwijzers
6. Koelvloeistoftemperatuurmeter
7. Verlichting schakelkwadrant van automatische
transmissie (Indien gemonteerd)
8. Controlelamp benzinereserve
9. Benzinemeter
10. Snelheidsmeter
11. Controlelamp elektronische motorregeling (MIL)
12. Controlelamp geopende achterklep
13. Controlelamp andrijfregelsysteem (TCS) (Indien gemonteerd) 14. Controlelamp startblokkering
15. Controlelamp laadstroom
16. Controlelamp niet goed gesloten portieren
17. Controlelamp remsysteem/aangetrokken handrem
18. Controlelamp oliedruk
19. Controlelamp voorgloeien
20. Kilometertotaalteller/Dagteller/
Boordcomputer (Indien gemonteerd)
21. Controlelamp grootlicht
22. Airbag systeem
23. Waarschuwingslamp water in brandstoffilter
24. Controlelamp automatische snelheidsregeling (Indien gemonteerd)
25. Waarschuwingslamp Oliepeil
Page 59 of 244

!
ZB110G1-AXControlelamp richtingaanwijzers
Als de richtingaanwijzers worden ingeschakeld gaat deze groene controlelamp knipperen. Als de lamp wel brandt, maar niet knippert, snellerknippert dan normaal of niet brandt, geeft dit een storing in de richtingaanwijzerinstallatie aan.
B260P02Y-GXT Controlelamp ABS
Als de contactsleutel in de stand "ON" wordt gedraaid, zal de controlelamp voor het ABS gaanbranden en na enkele seconden doven. Als de controlelamp blijft branden, gaat branden tijdens het rijdenof niet gaat branden als de contactsleutel in de stand "ON" wordt gedraaid, betekent dit dat er een stor-ing in het ABS systeem is opgetreden. Laat uw auto in dit geval zo snel mogelijk door een HYUNDAI dealercontroleren. Het normale remsysteem blijft echter werken, maar zonder deassistentie van het ABS systeem.
WAARSCHUWING:
Als de waarschuwingslampen voor
ABS SRI en handrem/ remvloeistofpeil beide blijven branden met het contactslot in destand "ON", of tijdens het rijden gaan branden, betekent dit dat er mogelijk een storing is in het EBDSysteem (elektronische remkrachtverdeling).
Indien dit het geval is moet sterk
afremmen worden voorkomen en moet de auto zo snel mogelijk dooruw HYUNDAI dealer worden gecontroleerd. B260C01O-AXT
Traction control controlelampen (Indien gemonteerd)
De Traction Control controlelamp brand
3 seconden als de sleutel in het contact op "ON" gedraaid wordt. Als de Traction Control controlelamp blijftbranden nadat de motor draait moet het Traction Control systeem gecontroleerd worden door een erkendeHYUNDAI dealer.
SB210J1-FX Controlelamp grootlicht
Deze controlelamp gaat branden zodra
het grootlicht wordt ingeschakeld of als een lichtsignaal wordt gegeven.
1- 48
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
Page 60 of 244

!
ZB110K1-AXControlelamp
oliedruk
LET OP:
Als deze lamp bij draaiende motor gaat branden moet de motor direct worden afgezet teneinde ernstigemotorschade te voorkomen. Deze controlelamp gaat branden als de oliedruk te laag is. De lamp gaatbranden zodra het contact wordt aangezet, maar moet doven als de motor is gestart. Blijft deze lamp bij draaiende motor branden, dan bevindt zich een ernstige storingin het smeersysteem van de motor. Is dit het geval, dan moet de motor direct worden afgezet en moet het oliepeil worden gecontroleerd. Als hetoliepeil te laag is, moet de voorgeschreven olie worden bijgevuld en moet de motor opnieuw wordengestart. Als de controlelamp blijft branden moet de motor direct worden afgezet. Raadpleeg in dat geval eenofficiële HYUNDAI dealer.
! B260H02O-GXT
Controlelamp handrem/ remvloeistofpeil WAARSCHUWING:
Bij storingen aan het remsysteem
moet de oorzaak direct door een HYUNDAI dealer wordenopgespoord. Het rijden met een defect remsysteem (in het elektrische of hydraulischegedeelte) is uiterst gevaarlijk.
Werking van de controlelamp Deze lamp moet gaan branden als
het contact wordt aangezet, de motor wordt gestart en als de handrem wordtaangetrokken. Na het starten van de motor moet de lamp doven zodra de handrem wordt vrijgezet. Als dehandrem niet is aangetrokken moet de lamp flauw gaan branden bij het aanzetten van het contact of bij hetstarten van de motor. Als deze lamp tijdens het rijden gaat branden mag niet meer met de wagen worden gereden. Het remvloeistofpeilin het reservoir is dan beneden het minimum niveau gedaald. Vul remvloeistof bij die voldoet aan deDOT 3 of DOT 4 specificatie. Na het bijvullen kan voorzichtig naar een dealer worden gereden voor naderecontrole. Bij een ernstig defect moet de wagen door een sleepbedrijf naar een dealer worden gesleept.Uw HYUNDAI is voorzien van eendiagonaal gescheiden remsysteem.Als één van beide circuits defect is, wordt de wagen nog op de andere wielen afgeremd. Is dit het geval danis meer kracht voor het remmen vereist en is de remweg langer dan normaal. Bij een defect aan hetremsysteem moet worden teruggeschakeld zodat gebruik wordt gemaakt van het remvermogen vande motor.
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
1- 49
Page 61 of 244

1- 50 BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
! SB210M1-FX
Controlelamp laadstroom
Deze controlelamp moet gaan branden
als het contact wordt aangezet en doven als de motor draait. Als deze lamp bij draaiende motor gaat brandenis er een defect in het elektrische systeem. Als deze lamp onder het rijden gaat branden moet u stoppen,de motor afzetten en de aandrijfriem van de dynamo controleren. Controleer of de aandrijfriem op zijn plaats zit.Als dit het geval is, controleer dan de spanning van de riem.
Laat het systeem vervolgens door uw
HYUNDAI dealer controleren.
ZB110O1-AX Controlelamp voor niet goedgesloten portieren
Als een portier niet geheel gesloten is gaat deze controlelamp branden.
ZB110P1-AX Controlelamp benzinereserve
Deze lamp gaat branden zodra de reserve-inhoud van de tank wordt bereikt. Tank in dit geval zo spoedig mogelijk. Als de naald van debenzinemeter op "E" of lager staat, kan dit het overslaan van de motor en daarmee een storing aan dekatalysator tot gevolg hebben. B260B01B-GXT Controlelamp geopendeachterklep
Deze controlelamp brandt tot de achterklep volledig gesloten is.
LET OP:
Als met de wagen wordt gereden
terwijl de aandrijfriem van de dy- namo slap staat, gebroken is of ontbreekt, kan de motor oververhitraken omdat deze riem eveneens de koelvloeistofpomp aandrijft.!
LET OP: (Dieselmotor)
De waarschuwingslamp voor de handrem/laag remvloeistofniveau gaat eveneens branden als het vacuüm in de rembekrachtiger daalttot 275 mmHg of lager.Het remsysteem is ontwikkeld omde auto te stoppen met een reserve systeem als het rempedaal is ingedrukt met een geringe pedaaldruk en een maximale bekrachtiging. Zonder het vacuumsysteem kan de auto ookstoppen door harder op het pedaal te trappen. De remafstand kan langer worden. Mocht het lampjegaan branden, zet de auto stil aan de kant van de weg. Wacht met wegrijden totdat het lampje uit is.Neem contact op met de HYUNDAI dealer als het lampje niet uitgaat.
Page 62 of 244

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 51
B260N02FC-GXT
Storingscontrolelamp
Deze lamp brandt als er een storing is geregistreerd die invloed heeft op de uitlaatgassen; hiermee wordt aangegeven dat de storing in hetsysteem een negatieve invloed heeft op de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen. Hij gaat brandenwanneer het contact wordt aangezet en hij gaat vervolgens uit na het starten van de motor. Als hij gaatbranden tijdens het rijden of wanneer hij niet gaat branden als het contact wordt aangezet, moet u het systeemdoor de dichtstbijzijnde HYUNDAI dealer laten controleren.
B260Q01O-DXT Waarschuwingslamp
snelheidsregeling (Indien gemonteerd)
Deze waarschuwingslamp in het
instrumentenpaneel gaat branden als de ON/OFF-toets wordt ingedrukt.
De waarschuwingslamp gaat niet B260T01O-GXT
Waarschuwingslamp 4-wielaandrijving(Indien gemonteerd)
Als het contact in de stand "ON" wordt gezet, gaat dewaarschuwingslamp 4-wielaandrijving branden en dooft na enkele seconden.
!WAARSCHUWING:
Als de waarschuwingslamp 4- wielaandrijving onder het rijden gaat branden, geeft dit aan dat er een storing in het systeem is.In dit geval moet u uw auto zo snelmogelijk bij een HYUNDAI dealerlaten controleren.
branden als de ON/OFF-toets nogmaals wordt ingedrukt. De beschrijving van de automatischesnelheidsregeling begint op bladzijde 1-89.
B260B01HP-GXT
Onderhoudsindicatie (SRI) van airbagsysteem
De SRS onderhoudsindicatie (SRI) in het instrumentenpaneel knippert ca. 6 seconden nadat de contactsleutel in de stand "ON" is gedraaid of nadat demotor is gestart en dooft vervolgens.Dit lampje gaat ook branden wanneerhet SRS niet naar behoren werkt. Alshet lampje niet knippert, of continu blijft branden na de zes seconden knipperen na inschakelen van het con-tact, dan wel de motor wordt gestart, of gaat branden tijdens het rijden, laat SRS dan direct door een HYUNDAIdealer inspecteren.
Page 63 of 244

1- 52 BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
B260S01B-GXT
Controlelamp voorgloeien(Dieselmotor)
De controlelamp gaat oranje branden
als het contactslot in de "ON" stand wordt gedraaid. De motor kan worden gestart nadat de controlelamp voorhet voorgloeien is gedoofd. De duur van het branden varieert met de koelvloeistoftemperatuur, luchttempe-ratuur en conditie van de accu. N.B.:
Als de motor niet na 10 seconden
start, draai dan de contactsleutel eerst in de stand "LOCK", zet hemvervolgens weer in de "START" stand om het opnieuw te proberen.B260U01TB-GXT Controlelamp immobilizer(Diefstalbeveiliging)
Deze controlelamp gaat enkele seconden branden nadat de contactsleutel in stand "ON" is gedraaid. U kunt nu de motor starten.De controlelamp dooft zodra de motor loopt. Als de controlelamp dooft voordat de motor wordt gestart, moetu de contactsleutel in stand "LOCK" draaien en de motor opnieuw starten. Als de controlelamp gedurende 5seconden gaat knipperen wanneer de sleutel in stand "ON" wordt gedraaid, betekent dit dat het imobilizersysteemniet werkt. Raadpleeg de uitleg van de "Limp home"-procedure (noodloopprocedure, zie pag. 1-8) ofwend u tot uw HYUNDAI-dealer.
B260V01JM-GXT
Controlelamp limited slip differentieel(Indien gemonteerd)
De controlelamp voor het limited slip
differentieel gaat branden als de schakelaar wordt ingedrukt. Het doel van het limited slip differentieel
is om het het aandrijfkoppel beter teverdelen op natte, besneeuwde wegen en onverhard terrein.
Het limited slip differentieel wordt
uitgeschakeld door de schakelaar nogmaals in te drukken.
Informatie over het gebruik van de
4WD lock-schakelaar begint op pag.2-21.
!WAARSCHUWING:
Gebruik het limited slip differentieel niet op droge wegen, omdat hierdoor bijgeluiden, trillingen of schade kan ontstaan aan onderdelenvan het differentieel.
Page 64 of 244

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 53
B265A01B-GXT
Waarschuwingslamp water in brandstoffilter(Dieselmotor)
Deze lamp gaat branden zodra het contact in de stand "ON" wordt gezet en gaat weer uit zodra de motor draait. Indien deze lamp oplicht terwijl demotor draait, betekent dit dat zich water in het brandstoffilter heeft verzameld; tap dit water uit het filteraf. (Zie het hoofdstuk "EENVOUDIG ONDERHOUD"). B260K01O-GXT
Waarschuwingslamp oliepeil(Dieselmotor)
Deze lamp gaat branden als het oliepeil gecontroleerd moet worden.Als de lamp gaat branden terwijl demotor draait, de auto op een horizontale ondergrond zetten en de motor enkele minuten laten draaien. Als de lamp nog blijft branden, het oliepeil controleren. (zie pag. 6-7) Als het oliepeil beneden de L- markering staat, olie bijvullen. (zie pag. 6-7)
!WAARSCHUWING:
Als de waarschuwingslamp weer
gaat branden nadat olie is bijgevuld, met uw auto naar de dichtstbijzijnde HYUNDAI dealer gaan om het systeem te laten controleren.
De waarschuwingslamp kan als
gevolg van weg- enrijomstandigheden gaan brandenen geeft misschien onjuist een te laag oliepeil aan.
B270A01A-AXT REMBLOKSLIJTAGE-INDICA- TOR (Akoestisch) De remblokken van de voorwielen zijn voorzien van een slijtage-indicator die een hoog of schrapend geluidveroorzaakt zodra de remblokken moeten worden vernieuwd. Dit geluid is hoorbaar als met de auto wordtgereden. Bovendien kan het geluid waarneembaar zijn als het rempedaal krachtig wordt ingedrukt. Als deremblokken niet worden vervangen heeft dit een kostbare vernieuwing van de remschijven tot gevolg.
Ook als de lamp niet gaat brandenmoet het oliepeil op de voorgeschreven intervallen worden gecontroleerd, zie hetonderhoudsschema in hoofdstuk 5.