Page 225 of 244

EENVOUDIG ONDERHOUD 6- 43
G200E01O-AAT Binnenpaneel
G200E01O-A GEZEKERD CIRCUIT
Sigarettenaansteker & stroomaansluiting Audio, elektrische buitenspiegelDigitale klok, stroomaansluitng achterinCruise control Koplamprelais StoelverwarmingRegeling achterruitenwisserAchterruitverwarming, elektrische buitenspiegelA/C regeling, zonnedak regeleenheid, elektrisch dimmende spiegelMistachterlicht Interieurlamp, portierwaarschuwingsschakelaar, portierlamp, handmatige aircoregeling, Homelink bedieningseenheidDigitale klok, ETACM, Audio, SireneAMP luidsprekersRemlicht, datalink-stekker, multifunctionele controlestekkerWaarschuwingsknipperlichten Elektrisch verstelbare stoel, regeling achterwisser Bedieningseenheid zonnedakRelais ruitverwarmingInstrumentenpaneel, bekrachtigingsweerstand, ETACM, lichtsensor,DRL regelmoduul, dynamoSRS regelmoduul ECM (V6 2.7L), PCM (I4 met a.t.), ECM (I4 met h.v.) Instrumentenpaneel (airbag controlelampje)ABS regeleenheid, G-sensor, ontluchtaansluiting, 4WD regeleenheidrichtingaanwijzercontrolelampAchteruitrijlampen, TCM, voertuigsnelheidssensor, ETS regeleenheid, OverslagsensorRelais portier vergrendeling/ontgrendeling, relais contactslot vergrendeling/ontgrendeling Achterlicht en parkeerlicht (links) richtingaanwijzer, kentekenplaatlamp Achterlicht en parkeerlicht (rechts) mistlamprelais, schakelaarverlichtingETS regelmoduul (V6 3.5L), backuprelaisRelais koelventilateur, relais condensorventilateurRuitenwissermotor voor, wisserrelais, sproeiermotorAMPERAGES 20A 10A 15A 10A10A25A10A10A 10A 10A 10A 15A 20A 10A10A25A20A30A 10A 15A10A10A10A 10A10A 20A10A10A 15A 10A20A
OMSCH-
RIJVING
F1F2F3F4 F5 F6F7F8F9
F10 F11F12 F13F14 F15 F16F17F18F19 F20 F21F22F23 F24F25 F26F27F28F29 F30 F31
Page 226 of 244
7. EMISSIE REGELSYSTEEM
Uitstoot beheerssysteem ................................................................. 7-2 EGR-systeem.................................................................................. 7-3
Katalysator ....................................................................................... 7-3
7
Page 227 of 244

7- 2 EMISSIE REGELSYSTEEM
ZH010A1-FX UITSTOOT BEHEERSSYSTEEM Uw Hyundai is uitgerust met een uitstoot beheerssysteem om te voorzien in alle eisen van de voor uw land van toepassing zijndeoverheidseisen. Er zijn drie uitstoot beheerssystemen, nl.:
1. Carterdamp beheerssysteem
2. Brandstofdamp beheerssysteem
3. Uitlaatgas beheerssysteem Om er zeker van te zijn dat dit regelsysteem optimaal blijftfunctioneren moet uw wagen overeenkomstig het onderhoudsschema in dezehandleiding door een Hyundai dealer worden onderhouden. ZH010B1-AX
1. CARTERVENTILATIE-
SYSTEEM
Het gesloten carterventilatiesysteem is ontworpen teneinde te voorkomen dat carterdampen in de atmosfeer terecht komen. Dit systeem zorgt er voor dat het carter via het luchtfilter wordt geventileerd. Deze verse lucht vermengt zich met de carterdampenwaarna deze lucht via de positieve carterventilatieklep naar het inlaatsysteem van de motor wordtteruggevoerd. ZH010C1-AX
2. BEHEERSINGSSYSTEEM
DAMPUITSTOOT
Het beheersingssysteem van de
dampuitstoot is ontworpen om tevoorkomen dat brandstofdampen ontsnappen naar de buitenlucht.
Actief koolfilter Als de motor niet "Draait", ontstaat
brandstofdamp in de tank, die in het actief koolfilter geabsorbeerd en opgeslagen wordt. Als de motor "Draait", wordt de brandstofdampopgeslagen in het actief koolfilter, afgezogen via de elektrisch bediende klep.
Elektrisch bediende klep De elektrisch bediende klep wordt
"Gestuurd" door de Elektronische Bedieningseenheid; als demotorkoelvloeistoftemperatuur laag is, en tijdens stationair draaien van de motor is de klep gesloten, waardoorgéén brandstofdamp in de inlaatbuis van het luchtinlaatsysteem komt.
Page 228 of 244

EMISSIE REGELSYSTEEM 7- 3
H020A01O
ZH010D1-HX
3. REGELING VAN DE UITLAAT-
GASEMISSIE
Dit systeem beperkt de uitstoot van schadelijke bestanddelen in deuitlaatgassen terwijl goede motorprestaties worden gehandhaafd. YH020A2-FXKATALYSATOR ;Voor een benzinemotor
Katalysator
De katalysator is een onderdeel van het uitlaatsysteem. Hij heeft tot taak bepaalde stoffen te verwijderen uit deuitlaatgassen van de motor. Hij lijkt op een uitlaatdemper en is aangebracht in de uitlaat onder dewagen. YH020A3-FX De katalysator De hete uitlaatgassen die de katalysator passeren zorgen voor zeerhoge temperaturen in de katalysator. Als gevolg daarvan kan de aanwezigheid van grote hoeveelhedenonverbrande gassen leiden tot oververhitting waardoor brandgevaar ontstaat. Dit kan worden voorkomen door te letten op het volgende:
Nadat de motortemperatuur opbedrijfsniveau is gekomen, en gedurende normaal rijden, wordtbrandstofdamp door de geopende klep naar de luchtinlaatbuis afgevoerd. DH030A2-AX EGR systeem Het uitlaatgasrecirculatiesysteem zorgt voor een vermindering van de uitstoot stikstofoxide doordat een gedeelte vanhet uitlaatgas in het inlaatspruitstuk wordt teruggevoerd. Hierdoor worden de verbrandingstemperaturen in demotor verlaagd. H020D01S-GXT Katalysator ;Voor een dieselmotor Alle Hyundai automobielen met dieselmotor zijn voorzien van een oxidatiekatalysator. Deze vermindert de hoeveelheid koolmonoxide,koolwaterstoffen en roetdeeltjes in het uitlaatgas.
Page 229 of 244

7- 4 EMISSIE REGELSYSTEEM
o Gebruik uitsluitend ongelode ben-
zine.
o Houd uw motor in goede staat. Extreem hoge temperaturen in de katalysator kunnen wordenveroorzaakt door een verkeerde werking van het ontstekings-of injectiesysteem.
o Als uw motor afslaat, pingelt of moeilijk aanslaat, moet u zo spoedigmogelijk de oorzaak hiervan latenopheffen door een Hyundai dealer.
o Rijd niet door tot de laatste brandstof uit de tank is gebruikt. Als u doorrijdt tot de benzine op is, kan de motor onregelmatig gaandraaien en de katalysator te zwaar worden belast.
o Laat de motor niet langer dan 10 minuten stationair draaien.
o Uw Hyundai mag niet worden gesleept of geduwd om de motorte starten. Dit kan een te zware belasting zijn voor de katalysator.
o Let op bij het parkeren dat de wagen niet boven brandbare stoffenzoals gras, papier, bladeren oftextiel, staat. o Raak de katalysator of enig ander
deel van het uitlaatsysteem nietaan als de motor draait.
o Vergeet niet dat uw Hyundai dealer
uw wagen het best kanonderhouden.
Page 230 of 244
8. INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR
Voertuigidentificatienummer (VIN) .................................................... 8-2 Motornummer................................................................................... 8-2
Aanbevolen bandenspanning ........................................................... 8-3Winterbanden ................................................................................... 8-4
Sneeuwkettingen .............................................................................. 8-4
Onderling verwisselen van de wielen ............................................... 8-4
Wielen balanceren ............................................................................ 8-5
Grip op het wegdek .......................................................................... 8-5
Banden vervangen ........................................................................... 8-5
Reservewiel en gereedschap .......................................................... 8-6
8
Page 231 of 244
8- 2 INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR
SI010C1-FX BANDEN De banden waarmee uw Hyundai is uitgerust zorgen voor optimale rij- eigenschappen onder normaleomstandigheden.
I010B01S-GXT MOTORNUMMER
SI010A1-FXVOERTUIGIDENTIFICATIENUMMER
(VIN) Het voertuigidentificatienummer (VIN) is het nummer waarmee officieel aangegeven wordt hoe de auto geregistreerd is. De plaat waarop hetnummer is aangegeven is bevestigd in de motorruimte tegen het schutbord. Het motornummer is in het motorblokgeslagen; zie de afbeelding.
HSM6001
I010B01O HJM5014
Dieselmotor
I010B01B
Benzinemotor (2,0L/2,4L) Benzinemotor (2,7L)
Page 232 of 244

INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR 8- 3
SI020A1-FX AANBEVOLEN BANDENSPANNING Op het plaatje op de middenstijl aan
bestuurderszijde zijn de aanbevolen bandenspanningen vermeld. 6,0Jx15 6,5Jx156,5Jx16
Bandenmaat
Velgmaat Bandenspanning, KPA (PSI)
215/70R15215/70R15 225/70R16 achter
207(30) 207(30)207(30) voor
221(32)221(32) 221(32)
Tot max.
2 personen Tot de max.
belading
achter
221(32) 221(32) 221(32)
voor
207(30) 207(30)207(30)
Deze bandenspanningen zijn gekozen
voor de meest optimale combinatie tussen rijcomfort, bandenslijtage enkoersstabiliteit onder normale omstandigheden. De bandenspanning moet tenminste éénmaal per maandworden gecontroleerd. Het aanhouden van de voorgeschreven bandenspanning is om de volgende redenen van belang:
o een te lage spanning heeft een
ongelijkmatige bandenslijtage en een vermindering van het rijgedrag tot gevolg.
o een te hoge spanning verhoogt de kans op beschadigingen onderinvloed van schokken en heeft een ongelijkmatige bandenslijtage totgevolg.
! LET OP:
Let op het volgende:
o Controleer de bandenspanning als de banden koud zijn. Dit betekent dat tenminste gedurende drie uur niet met de wagen is gereden en niet verderis gereden dan circa 1,5 km vanaf het begin van de rit.
o Controleer ook de spanning van het reservewiel.
o Overschrijd het laadvermogen niet. Let hierbij vooral op alstijdens de vakantiereis met een imperiaal wordt gereden.
I030A01O