
Bedienen
Ze zijn niet ontw orpen
v oor het afspelen van
bestanden. ATTENTIE
De aansluiting functioneert alleen bij inge-
sc h
akeld contact. Onjuist gebruik kan leiden
tot ongevallen en zelfs brand. Daarom mag u
nooit kinderen alleen achterlaten in de wagen
terwijl de sleutel nog op het contact steekt.
Gevaar voor verwondingen! VOORZICHTIG
Alleen passende stekers gebruiken om be-
sc h
adiging aan de stopcontacten te voorko-
men. Let op
● Bij sti l
staande motor en ingeschakelde
elektrische apparaten ontlaadt de accu zich.
● Als het aangesloten apparaat te warm
wordt, s
chakel het dan onmiddellijk uit en
ontkoppel het van het boordnet.
● Trek de apparaten uit de USB-poorten voor-
dat u het
contact in- en uitschakelt, om ze te
beschermen tegen eventuele schade veroor-
zaakt door de schommeling in elektrische
spanning. Bagage opbergen
B ag
ag
eruimte beladen Bagage en losliggende voorwerpen moeten
vei
lig in de b
agageruimte zijn bevestigd.
Niet-bevestigde voorwerpen die in de baga-
geruimte heen- en weer bewegen, kunnen de
rij-eigenschappen van de wagen en daarmee
de rijveiligheid beïnvloeden door de verplaat-
sing van het zwaartepunt.
– De lading gelijkmatig verdelen in de baga-
geruimt e.
– Z
ware bagage zo ver mogelijk naar voren in
de bagag
eruimte leggen.
– Leg eerst de zware bagage onderin.
– Zware voorwerpen bevestigen aan de aan-
wezig
e bevestigingsogen ›››
pag. 175. ATTENTIE
● Lo s
liggende lading of andere losliggende
voorwerpen in de bagageruimte kunnen ern-
stig lichamelijk letsel veroorzaken.
● Voorwerpen altijd opbergen in de bagage-
ruimte en deze bev
estigen aan de aanwezige
bevestigingsogen.
● Spanbanden gebruiken die geschikt zijn
voor het bev
estigen van zware voorwerpen.
● Losliggende voorwerpen kunnen bij plotse-
linge m
anoeuvres of ongevallen naar voren
worden geslingerd en de inzittenden van de wagen of andere verkeersdeelnemers ver-
wonden. Dit
verhoogde risico op letsel wordt
nog eens extra vergroot als de losse voorwer-
pen worden geraakt door een airbag die
wordt geactiveerd. In een dergelijk geval kun-
nen de voorwerpen veranderen in projectielen
– levensgevaar!
● Let erop dat bij het vervoer van zware voor-
werpen de rij-eigen
schappen door verplaat-
sing van het zwaartepunt wijzigen - gevaar
voor ongelukken! Pas daarom uw rijstijl en de
snelheid aan de omstandigheden aan.
● Overschrijd nooit de toelaatbare asbelas-
tingen en het
toelaatbare totaalgewicht van
de wagen. Wanneer deze gewichten worden
overschreden, kunnen de rij-eigenschappen
van de wagen veranderen en tot ongevallen,
lichamelijk letsel en wagenschade leiden.
● Laat uw wagen nooit onbeheerd achter,
voora
l niet als de achterklep is geopend. Kin-
deren zouden in de kofferruimte kunnen ko-
men en de klep van binnenuit dichtmaken; ze
zijn dan ingesloten en kunnen zonder hulp
niet uit de wagen komen – levensgevaar!
● Laat nooit kinderen in en bij de wagen spe-
len. Sluit
en vergrendel zowel de achterklep
als ook alle portieren wanneer u de wagen
verlaat. Controleer vóór het vergrendelen van
de wagen of er geen personen meer in de wa-
gen zitten. 172

Bedienen
Motor afzetten 3 Geldig voor wagens: met Keyless AccessStapMotor uitzetten met de startknop
››› pag. 193.
1.De wagen volledig stilzetten ››› .
2.Rempedaal intrappen en ingetrapt houden
tot de wagen tot stilstand is gekomen 4.
3.Indien uw wagen beschikt over automati-
sche versnellingsbak, plaatst u de keuze-
hendel in stand P.
4.Schakel de elektronisch parkeerrem in
››› pag. 197.
5.
Druk de startknop kort in ››› afb. 178. De
knop START ENGINE STOP knippert opnieuw.
Als de motor niet stopt, voer dan een nood-
uitschakeling uit ››› pag. 194.
6.Schakel in geval van een handgeschakelde
versnellingsbak de 1e versnelling of de ach-
teruitversnelling in. ATTENTIE
Zet de motor nooit uit terwijl de wagen in be-
we gin
g is. Dit kan leiden tot verlies van con-
trole over de wagen, ongeval en ernstige let-
sels.
● De airbags en gordelspanners zijn buiten
werkin
g als het contact is uitgeschakeld.
● De rembekrachtiger werkt niet bij uitge-
sch
akelde motor. Daarom moet u bij uitge-
schakelde motor het rempedaal krachtiger in- trappen om de wagen tot stilstand te bren-
gen.
● De s
tuurbekrachtiging werkt niet bij uitge-
sch
akelde motor. Wanneer de motor is afge-
zet, heeft u meer kracht nodig om te sturen.
● Als het contact wordt uitgeschakeld, kan de
stuurk
olomvergrendeling geactiveerd worden
waardoor u geen controle meer hebt over de
wagen. VOORZICHTIG
Als de motor veel belast wordt gedurende
l an g
ere tijd, kan hij na het uitschakelen over-
verhit raken. Om motorschade te vermijden,
laat u hem na het uitzetten stationair draaien
gedurende ca. 2 minuten in neutrale stand. Let op
Na het uitzetten van de motor kan de koel-
lucht v
entilator nog enkele minuten blijven
werken in de motorruimte, zelfs met uitge-
schakeld contact. De koelluchtventilator gaat
automatisch uit. Functie "My Beat"
Voor wagens met comfortsleutel is er de func-
tie "M
y
B
eat". Deze functie biedt een bijko-
mende indicatie van het startsysteem van de
wagen. Bij toegang tot de wagen, bijv. door het ope-
nen van de por
tieren met de afstandsbedie-
ning, knippert de knop START ENGINE STOP om
t e w
ijz
en op de overeenkomstige toets van
het startsysteem.
Bij het in-/uitschakelen van het contact gaat
het licht van de knop START ENGINE STOP knip-
per en. Bij uit
g
eschakeld contact stopt de
knop START ENGINE STOP na enkele seconden
met knip
per
en en gaat hij uit.
Wanneer de motor is gestart, blijft het licht
van de knop START ENGINE STOP vast branden
om aan t e g
ev
en dat de motor draait. De tijd
tussen het starten van de motor met de druk-
knop START ENGINE STOP en de overgang van
knip per
en n
aar vast branden van de lichten
hangt af van de kenmerken van de motorise- ring. Wordt de motor stopgezet met de knop START ENGINE STOP , dan gaat die opnieuw
knip per
en.
In w
agens met start-stopsysteem biedt de
functie "My Beat" ook bijkomende informa-
tie:
● Wanneer de motor wordt afgezet tijdens de
Stop-fa
se, blijft het licht van de toets
START ENGINE STOP vast branden, want hoewel
de mot or uit
i
s blijft het start-stopsysteem ac-
tief.
● Kan de motor niet opnieuw worden gestart
met het s
tart-stopsysteem, ››› pag. 219, en
moet hij handmatig worden gestart, dan zal
196

Rijden
Rijstabilisatie van de wagen met aanhang-
w ag
en*
A
ls u een wagen bestuurt met aanhanger,
geldt het volgende: het samenstel wa-
gen/aanhanger heeft de neiging om te slin-
geren. Zodra de aanhanger de slingering
overdraagt naar de wagen en deze wordt ge-
detecteerd door de ESC, reageert deze auto-
matisch en remt het trekkend voertuig af tot
de slingering weer binnen de systeemlimiet
valt en stabiliseert zo het geheel. De stabili-
satie van het samenstel wagen/aanhanger is
niet beschikbaar in alle landen.
Elektronisch beheer van het aandrijfkoppel
(XDS)
Bij het nemen van een bocht maakt het diffe-
rentieelmechanisme van de aandrijfas het
mogelijk dat het buitenwiel sneller draait dan
het binnenwiel. Op deze wijze ontvangt het
wiel dat sneller draait (buitenwiel) minder
aandrijfkoppel dan het binnenwiel. Dit kan
veroorzaken dat in bepaalde omstandighe-
den het koppel afgeleverd aan het binnen-
wiel te hoog is en dit zou slippen veroorza-
ken. Het buitenwiel ontvangt daarentegen
minder aandrijfkoppel dan wat deze zou kun-
nen overbrengen. Dit effect veroorzaakt een
algemeen verlies van het wegvastheid aan
de zijkant in de vooras, die zich uit in onder-
stuur of "verlenging" van de baan. Het XDS-systeem kan, via de sensoren en sig-
nalen
van de ESC, dit effect waarnemen en
corrigeren.
De XDS remt via de ESC het binnenwiel, zodat
het effect van het teveel aan aandrijfkoppel
van dit wiel wordt opgeheven. Dit zal ertoe
leiden dat de door de bestuurder gekozen
lijn preciezer zal worden uitgevoerd.
Het XDS-systeem werkt in combinatie met de
ESC en blijft altijd actief, hoewel de aandrijfs-
lipregeling ASR uitgeschakeld zou zijn of de
ESC in Sport-modus staat of uitgeschakeld is.
Rem voor meervoudige aanrijdingen
De rem voor meervoudige aanrijdingen helpt
de bestuurder in geval van een ongeluk door
in te grijpen op de remming en zo het risico
op doorslippen tijdens het ongeluk en daar-
mee verdere aanrijdingen te voorkomen.
De rem voor meervoudige aanrijdingen (mul-
ti-collision) grijpt in bij een frontale botsing,
zijdelingse botsing en botsing van achteren,
zodra de airbagregeleenheid constateert dat
activering noodzakelijk is, mits de aanrijding
bij een snelheid hoger dan 10 km/u (6 mpu)
gebeurt. De ESC remt de wagen automatisch
wanneer de ESC, de hydraulische reminstal-
latie en de elektrische installatie niet bescha-
digd zijn.
Tijdens het ongeluk zijn de volgende acties
bepalend voor automatische remming: ●
Wanneer de bes tuurder het gaspedaal in-
trapt, vindt geen automatische remming
plaats.
● Zodra de remdruk veroorzaakt door het
rempedaal
hoger is dan de remdruk in het
systeem, zal de wagen handmatig remmen.
● Als zich een storing voordoet in de ESC is
de rem v
oor meervoudige aanrijdingen niet
beschikbaar. ATTENTIE
● De sy s
temen ESC, ABS, ASR, EDS of elek-
tronisch beheer van het aandrijfkoppel kun-
nen de grenzen van de natuurkundige wetten
niet overschrijden. Dit geldt in het bijzonder
bij glad of nat wegdek. Als de systemen in
het regelbereik komen, dient de snelheid di-
rect aan de weg- en verkeersomstandigheden
te worden aangepast. De toename van veilig-
heidssystemen mag er niet toe leiden dat de
bestuurder meer risico's gaat nemen. Anders
bestaat er gevaar voor ongelukken.
● Let op dat het gevaar voor ongelukken gro-
ter wor
dt als u snel rijdt, in het bijzonder in
bochten en bij een gladde of natte rijbaan, en
wanneer u te weinig afstand houdt. De syste-
men ESC, ABS, remkrachtassistent, EDS of
elektronisch beheer van het aandrijfkoppel
kunnen niet voorkomen dat ongelukken ge-
beuren: gevaar voor ongevallen!
● Trek voorzichtig op in geval van gladde
wegdekk
en (bijv. bij ijs en sneeuw). Ondanks
de regelsystemen kunnen de aangedreven
wielen doorslippen en zo de rijstabiliteit » 201
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

Systemen ter ondersteuning van de bestuurder
ATTENTIE
Veiligheidsaanwijzingen ››› in Waarschu-
win g
s- en controlelampjes op pag. 126 in
acht nemen. Bediening van het snelheidsregelsys-
teem*
Lees aandachtig de aanvullende informatie
›› ›
pag. 45
De waarde in de tabel tussen haakjes (in
mph, mijlen per uur) heeft uitsluitend betrek-
king op instrumentenpaneel met indicatie in
mijl.
Schakelen in GRA-stand
De GRA vertraagt direct zodra het koppelings-
pedaal wordt ingetrapt en grijpt na het scha-
kelen weer automatisch in.
Hellingen afdalen met de SRS
Als het SRS de snelheid van de wagen bij het
omlaag rijden van een helling niet constant
kan houden, rem de wagen dan met het rem-
pedaal af en schakel indien nodig terug.
Automatisch uitschakelen
Het snelheidsregelsysteem SRS wordt auto-
matisch uitgeschakeld of tijdelijk onderbro-
ken: ●
Al s
het systeem een storing detecteert die
de werking van het GRA beïnvloeden kan.
● Als gedurende bepaalde tijd het gaspedaal
ingetr
apt blijft, waarbij wordt gereden op een
snelheid hoger dan ingesteld.
● Als de dynamische regelsystemen (bijv.
ASR of ESC) in
grijpen.
● Als de airbag geactiveerd wordt.
Snelheidsbegrenzer Aanwijz
ingen op het scherm en waar-
schuwings- en controlelampje Afb. 187
Op het display van het instrumen-
t enp aneel: aan
wijzingen van de staat van de
snelheidsbegrenzer. De snelheidsbegrenzer helpt om een indivi-
dueel
gepr
ogrammeerde snelheid niet te overschrijden vanaf ongeveer 30 km/u (19
mpu) op een traj
ect vooruit ››› Aanwijzingen van de snelheidsbegrenzer op
het
s
c
herm
Status ››› afb. 187:
De snelheidsbegrenzer is actief. De laatst
geprogrammeerde snelheid wordt ge-
toond in grote cijfers.
De snelheidsbegrenzer is niet actief. De
laatst geprogrammeerde snelheid wordt
getoond in kleine of donkere cijfers.
De snelheidsbegrenzer is uitgeschakeld.
Het totale aantal kilometer wordt ge-
toond.
Waarschuwings- en controlelampjes
Gaat groen branden
De snelheidsbegrenzer is ingeschakeld en actief.
Knippert groen
De programmeerde snelheid van de snelheidsbegrenzer
werd overschreden.
Gaat branden
De automatische afstandsregeling (ACC) en snelheids-
begrenzer zijn actief.»A
B
C
225
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

BedienenFunctieStand van de knipperlichthendel
››› afb. 188 of de derde hendel
››› afb. 189Effect
De geprogrammeerde snelheid van de be-
grenzer verlagen
Druk kort op de toets 3 van de knipperlichthendel aan het deel of
druk op 1 in de derde hendel om de snelheid te verlagen in kleine
stappen van 1 km/u (1 mph) en te programmeren.
De snelheid wordt beperkt tot de geprogrammeerde waardeDruk op van de derde hendel om de snelheid te verlagen in stappen
van 10 km/u (5 mpu) en te programmeren.
Houd de toets 3 van de knipperlichthendel ingedrukt of houd ingedrukt om onafgebroken te verlagen in stappen van 10 km/u (5 mph)
en te programmeren
Snelheidsbegrenzer uitschakelenSchuif de schakelaar 1 van de knipperlichthendel naar de stand of zet
de derde hendel in stand .Het systeem wordt uitgeschakeld De waarden in de tabel tussen haakjes, in
mp
u, w
or
den enkel getoond in het instru-
mentenpaneel met aanwijzingen in mijl.
Hellingen afdalen met de snelheidsbegren-
zer
Indien de geprogrammeerde snelheid van de
snelheidsbegrenzer wordt overschreden bij
het bergaf rijden, gaat kort erna het waar-
schuwings- en controlelampje ››› pag. 225
knipperen en klinkt mogelijk een waarschu-
wingssignaal. Rem in dat geval de auto met
de voetrem af en schakel eventueel terug.
Tijdelijk uitschakelen
Indien u de snelheidsbegrenzer tijdelijk
wenst uit te schakelen, bijv. om in te halen,
zet u de schakelaar ››› afb. 188 1 van de
knip perlic
hthendel
in de stand , zet u de derde hendel in de weerstand of
drukt
u op de toets 2 van eender welke hen-
del .
Na het inh
alen kan de snelheidsbegrenzer
geactiveerd worden met de eerder gepro-
grammeerde snelheid door te drukken op de
toets 3 van de knipperlichthendel aan het
deel
of door de derde hendel in de
weerstand te zetten.
Tijdelijk uitschakelen door het gaspedaal
volledig in te trappen (kick-down)
Indien de bestuurder het pedaal helemaal in-
trapt (kick-down) en de geprogrammeerde
snelheid op zijn wens wordt overschreden,
wordt de regeling tijdelijk uitgeschakeld.
Om het uitschakelen te bevestigen, klinkt
eenmaal een geluidssignaal. Zolang de rege- ling is uitgeschakeld, knippert het waarschu-
wing
s- en controlelampje .
Wanneer het gaspedaal niet langer volledig
wordt ingetrapt en de snelheid daalt tot on-
der de geprogrammeerde waarde, wordt de
regeling weer geactiveerd. Het controlelamp-
je gaat branden en blijft ingeschakeld.
Automatisch uitschakelen
De regeling van de snelheidsbegrenzer wordt
automatisch uitgeschakeld:
● Als het systeem een storing detecteert die
de werkin
g van de begrenzer negatief kan
beïnvloeden.
● Als de airbag geactiveerd wordt.
228

Verzorging en onderhoud
Aanwijzingen
V er
z
orging en onderhoud
Accessoires en technische wij-
zigingen Accessoires, onderdelen en reparatie-
werkzaamheden Laat u zich vóór het kopen van accessoires
en onder
del
en inf
ormeren.
Uw wagen biedt een hoge mate aan actieve
en passieve veiligheid. Als uw wagen nader-
hand met accessoires wordt uitgerust of als
onderdelen moeten worden vervangen, kunt
u het beste een beroep doen op het advies
en de hulp van een officiële SEAT dealer. Uw
officiële SEAT dealer geeft u graag informatie
over doelmatigheid, wettelijke bepalingen en
de techniek van accessoires en onderdelen.
Wij raden aan alleen vrijgegeven SEAT acces-
soires en SEAT Originele Onderdelen ®
te ge-
bruiken. Deze zijn door SEAT gecontroleerd
op betrouwbaarheid, veiligheid en geschikt-
heid. Vanzelfsprekend zorgt de officiële SEAT
dealer voor een vakkundige montage.
Naderhand ingebouwde apparaten die de
controle van de bestuurder over de wagen
rechtstreeks beïnvloeden, zoals bijv. snel-
heidsregelsystemen of elektronisch geregel- de dempingssystemen, moeten v
oorzien zijn
van een e-code (keuringscode van de Europe-
se Unie) en voor uw wagen zijn goedgekeurd.
Extra aangesloten elektrische apparaten,
bijv. koelboxen, ventilatoren en claxons, die
niet voor de directe controle van de wagen
dienen, moeten zijn voorzien van een CE-
code (conformiteitsverklaring van de fabri-
kanten in de Europese Unie). ATTENTIE
Accessoires, zoals telefoon- of bekerhouders,
mogen nooit op de af
dekkingen van airbags
of binnen de actieradius van de airbags aan-
gebracht worden. Als de airbag bij een aanrij-
ding geactiveerd wordt, bestaat er anders
een groter gevaar voor verwondingen. Technische wijzigingen
Bij technische wijzigingen onze voorschriften
op
v
o
lgen.
Ingrepen aan elektronische onderdelen, soft-
ware, bekabeling en gegevensoverdracht
kunnen functiestoringen tot gevolg hebben.
Vanwege de koppeling van elektrische onder-
delen kunnen deze storingen ook direct de
werking van systemen die er niet in eerste in-
stantie mee te maken hebben, belemmeren.
Dit betekent dat de betrouwbaarheid van uw
wagen in gevaar gebracht kan zijn en dat de
onderdelen van de wagen eerder slijten dan normaal. Dit kan ertoe leiden dat de wagen
niet meer wett
elijk wordt goedgekeurd.
Wij vragen uw begrip ervoor dat uw officiële
SEAT dealer geen garantie kan geven voor
schade die het gevolg is van ondeskundig
handelen.
Wij adviseren u daarom om alle werkzaamhe-
den uitsluitend bij officiële SEAT dealers met
SEAT Originele Onderdelen ®
te laten uitvoe-
ren. ATTENTIE
Werkzaamheden of wijzigingen aan uw wa-
gen, die onde sk
undig worden uitgevoerd,
kunnen storingen veroorzaken - gevaar voor
ongelukken. Zend- en kantoorapparatuur
Ingebouwde zendapparatuur
V
oor het
n
aderhand inbouwen van zendappa-
ratuur in de wagen is in het algemeen goed-
keuring vereist. SEAT staat het inbouwen van
goedgekeurde zendapparatuur in de wagen
toe onder de voorwaarden dat:
● De installatie van de antenne deskundig
gebeur
t.
● De antenne buiten het interieur van de wa-
gen is
aangebracht (met gebruik van afge-
schermde kabels en niet-reflecterende anten-
ne-aanpassing). »
299
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

Trefwoordenlijst
Trefwoordenlijst A
Aanbev o
l
en versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Aanhaalmomenten van de wielbouten . . . . . . . . 335
Aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288 aanhangwagengewichten . . . . . . . . . . . . . . . . 294
aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292
achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290, 293
alarmsysteem uitgeschakeld . . . . . . . . . . . . . . 293
beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
Buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
de koplampen verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
kogeldruk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288, 294
kogelkop elektrisch ontgrendelen . . . . . . . . . . 291
led-achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290, 293
naderhand monteren van een trekhaak . . . . . 297
parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275, 279
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 295
sleepkabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290, 293
stabilisatie van het samenstel wagen-aanhan-ger . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 296
stopcontact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 293
technische voorwaarden . . . . . . . . . . . . . . . . . 289
vasthaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292
Aanhangwagengewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 335 aanhangwagen beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
Aantal zitplaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
ABS zie Antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
ACC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233 radarsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 236 Accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171, 299
Acht
erbank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
rugleuning neer- en terugklappen . . . . . . . . . . 168
Achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16, 17 zie ook Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
Achterlichten een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
Achterlichten in achterklep fitting uitbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 114
Achterlichten in zijpaneel achterlicht uitbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 114
Achterruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53, 55
Achteruitkijkspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164 zelfdimmend binnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
zie ook Achteruitkijkspiegels . . . . . . . . . . . . . . 164
Achteruitkijkspiegels buitenspiegels verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
Achteruitrijsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285 bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285
gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285
parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
Achteruitversnelling (automatische versnellings- bak) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 204
AdBlue beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
minimale vulhoeveelheid . . . . . . . . . . . . . . . . 311
specificatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
Tankinhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
Afdekkingen van de airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Afmetingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 344
Afsleepalarm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Afstandsbediening zie Sleutels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
Afstandsbediening (interieurvoorverwarming) . 188 de batterij vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189 Afstandsregeling
zie Aut omatische afstandsregeling . . . . . . . . . 233
Afvoer Gordelspanner . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87 beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21, 87 activering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
de frontairbag uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . 91
frontairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21, 89
hoofdairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
knie-airbag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
zijairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Airconditioning Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52, 181
gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
handbediende airconditioning . . . . . . . . . . . . . 54
interieurvoorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
verwarming en frisse lucht . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
voorruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
Alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32, 158
Alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142 zie ook Anti-diefstal alarmsysteem . . . . . . . . . 132
Alcantara: schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307
Algemeen schema Bestuurdersruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Controlelampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
knipperlicht- en grootlichthendel . . . . . . . . . . 154
motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 313
Waarschuwingslampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
Anti-diefstal alarmsysteem . . . . . . . . . . . . 132, 142 aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 293
interieurbewaking en afsleepalarm . . . . . . . . 144
Antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
347

Trefwoordenlijst
Bestuurdersinformatiesysteem bedienin g met
de ruit
enwisserhendel . . . . . . . 37
motorolietemperatuurmeter . . . . . . . . . . . . . . . 43
Bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175
Bijrijder zie Juiste zithouding . . . . . . . . . . . . . . . 76, 77, 78
Bijzonderheden aanslepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102, 103
hogedrukreinigers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292
omgevingscamerasysteem (Top View Camera) . . .282
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 295
slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102, 104
Binnenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Binnenspiegel zelfdimmend . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
Binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Biodiesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
Bodem van de bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . 177
Boordcomputer zie Bestuurdersinformatiesysteem . . . . . . . . . . 37
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58, 309 besparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
ethanol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
verbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 334
Brandstof besparen inertiestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 210
Brandstofverbruik uitschakelen door inertie . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
waarom neemt het verbruik toe? . . . . . . . . . . . 216
BSD zie Dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
BSD Plus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 245
Buitenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7, 8
Buitenantenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 299 Buitenspiegels
buiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 290
Verwarmbare . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
Buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
C Camera Lane Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 243
schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 258, 302
Cd-rom-speler (navigatiesysteem) . . . . . . . . . . . 170
Centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132 alarmsysteem uitgeschakeld . . . . . . . . . . . . . . 142
Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
knop centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . 135
noodvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
Schuif-/kanteldak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
sleutel met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . 134
veiligheidsontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
Verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Centrale wieldop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
Cetaangetal (diesel) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52
Comfortfunctie van de knipperlichten . . . . . . . . 154
Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
Connectivity Box . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 130
Contact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
Contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30, 191 zie Startknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
Controlelampjes bergafdaalhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
kogelkop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 225 trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 289
uitparkeerhu
lp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
Cruisecontrol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45, 224
Cruise control . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 224
Cruisecontrol bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 225
waarschuwings- en controlelampje . . . . . . . . . 224
D
Dagteller terugzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
Dakbelasting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180 technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180
Dakdrager . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178
Dakdragersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178 dwarsdragers bevestigen . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
dashboardkastje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
De auto starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
De batterij vervangen van de autosleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
Defecte lampen een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
De motor voorverwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
De voorairbag uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
De wagen slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . 70, 102, 104 achterste sleepoog . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . 104
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102, 104
met trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
rijadviezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 106
Schakelbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
sleepkabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
verbod om te slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
vierwielaandrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
voorste sleepoog . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
349