
De essentieGewichtsklasseMaatklasseApparaat
Isofix posities van de wagen
BijrijdersstoelZitplaats links- of
rechtsachterZitplaats midden ach- teraan
airbag onairbag off
IUF: geschikt voor universele ISOFIX-bevestigingssystemen van kinderzitjes die naar voren gericht zijn en goedgekeurd zijn voor gebruik in deze gewichtsklasse.
IL: Geschikt voor bepaalde ISOFIX-bevestigingsystemen (SRI) die in de bijgevoegde lijst staan. Het gaat om SRI ISOFIX-systemen die van de categorie specifieke auto, beperkt of semi-
universeel kunnen zijn.
X: Positie ISOFIX niet geschikt voor ISOFIX-bevestigingssystemen van kinderzitjes voor deze gewichts- of lengteklasse.
››› in Veiligheidsaanwijzingen op
pag. 95 Het kinderzitje bevestigen met het "ISOFIX/iSize"-systeem
Afb. 32
ISOFIX/iSize-bevestigingsbeugels. De instructies van de fabrikant van het zitje
moet
en
v
erplicht nageleefd worden.
● Kinderzitje in de "ISOFIX"-bevestigings-
ogen ››
› afb. 32 steken tot het kinderzitje
hoorbaar vastklikt. Als het kinderzitje met
Top Tether*-verankering is uitgerust, moet u
dit op de desbetreffende bevestigingbeugel
››› afb. 33 aansluiten. Volg de aanwijzingen
van de fabrikant. ●
Trek
het kinderzitje aan beide zijden omh-
oog om zeker te zijn van een goede veranke-
ring.
De kinderzitjes met het "ISOFIX"- en Top Te-
ther*-bevestigingssysteem zijn bij de Techni-
sche Diensten verkrijgbaar. 28

De essentie
iSize-posities van de wagen
BijrijdersstoelZitplaats links- of
rechtsachterZitplaats midden achter- aan
airbag onairbag off
Bevestigingssysteem voor kinderen goedgekeurd volgens
ECE R129XXi-UX
i-U: Geldige positie voor bevestigingssystemen van kinderzitjes die zijn goedgekeurd onder ECE R129 in de rijrichting en tegen de rijrichting in.
X: Ongeldige positie voor bevestigingssystemen van kinderzitjes die zijn goedgekeurd onder ECE R129. Het kinderzitje vastmaken met de Top
T
ether*-bev
e
stigingsbandenAfb. 33
Stand van de Top Tether-ringen aan
de ac ht
er
zijde van de achterbank. De kinderzitjes met Top Tether-systeem zijn
v
oor
z
ien van een bevestigingsband, waar-
mee het kinderzitje kan worden bevestigd
aan een verankeringspunt aan de achterzijde
van de achterbank. Het doel van deze band is het verminderen
van de v
oorwaartse beweging van het kinder-
zitje bij een botsing, om zo bij te dragen aan
een vermindering van het risico op verwon-
dingen aan het hoofd door het stoten tegen
een onderdeel in het interieur van de wagen.
Gebruik van Top Tether voor zitjes die naar
achter wijzend worden gemonteerd
Er zijn momenteel slechts enkele kinderzitjes
die tegengesteld aan de rijrichting moeten
worden gemonteerd en gebruik maken van
Top Tether. Lees de instructies van de fabri-
kant van het zitje grondig door en volg deze
nauwgezet op voor een correcte montage van
de Top Tether gordel. 29

De essentie
Remblokken voor versleten.›››
pag.
199
brandt: storing in de ESC of uit-
schakeling door systeem.›››
pag.
200
knippert: ESC of ASR geactiveerd.
ASR handmatig buiten werking ge-
steld.
›››
pag.
200ESC in Sport-modus.
Storing in ABS, of werkt niet.
Mistachterlicht aan.›››
pag.
153
brandt of knippert:
storing in uit-
laatgascontrolesysteem.››› pag.
216
brandt: voorverwarmen van de die-
selmotor.
›››
pag.
217
knippert: storing in het dieselmo-
tormanagement.
Storing in het benzinemotormana-
gement.›››
pag.
217
brandt of knippert:
storing in de
stuurinrichting.››› pag.
211
Bandenspanning erg laag of sto-
ring in controlelampje banden-
spanning.›››
pag.
327
Brandstoftank bijna leeg.›››
pag.
125
Storing in het systeem van airbags
en gordelspanners.›››
pag.
92
De rijstrookassistent (Lane Assist)
is ingeschakeld, maar niet actief.›››
pag.
243 Andere controlelampjes
Linker of rechter knipperlicht.›››
pag.
154
Alarmlichten aan.››› pag.
158
Aanhangwagenknipperlichten.›››
pag.
288
gaat groen branden:
Auto Hold in-
geschakeld.››› pag.
222
gaat groen branden:
trap het rem-
pedaal in!
knippert groen: de vergrendelings-
knop op de keuzehendel is niet
vastgeklikt.
››› pag.
204
gaat groen branden:
snelheidsre-
gelsysteem in werking of snel-
heidsbegrenzer aangesloten en ac-
tief.
››› pag.
224
knippert groen: de snelheid inge-
steld in de snelheidsbegrenzer
werd overschreden.
gaat groen branden:
de rijstroo-
kassistent (Lane Assist) is inge-
schakeld en actief.››› pag.
243
Grootlicht aan of grootlichtsignaal
in werking gesteld.›››
pag.
154
››› in Waarschuwings- en controle-
lampjes op pag. 126
››› pag. 125 Op het display van het instrumenten-
p
aneel Afb. 52
Op het display van het instrumenten-
p aneel: w
eer
gave portieren open.
niet verder rijden!
Met de volgende melding:
portier(en), achterklep of mo-
torkap geopend of niet correct
gesloten››› pag. 132
››› pag. 145
››› pag. 313 48

De essentie
Ingeschakeld: Rijd niet ver-
der! Motorkoelvloeistofpeil te
laag, koelvloeistoftempera-
tuur te hoog
››› pag. 318
Knippert: storing in het motor-
koelvloeistofsysteem.
Niet verder rijden!
De motoroliedruk is te laag.
Als het lampje knippert hoe-
wel het oliepeil in orde is, niet
verder rijden. De motor mag
ook niet stationair draaien.
››› pag. 315
Storing aan de accu.›››
pag. 320
Rijlicht geheel of gedeeltelijk
defect.›››
pag. 110
Fout in het systeem van de
bochtenverlichting.››› pag. 156
Roetfilter verstopt.›››
pag. 216
Het vloeistofpeil voor het was-
sen van de spiegels is te laag.›››
pag. 161
Knippert: storing bij de detec-
tie van het oliepeil. Handma-
tig controleren.
›››
pag. 315
Ingeschakeld: motoroliepeil te
laag.
storing aan de versnellings-
bak.›››
pag. 211
Grootlichtregeling (Light As-
sist) ingeschakeld.›››
pag. 155
gaat wit branden:
De bergaf-
daalhulp (HDC) is actief.
gaat grijs branden: De bergaf-
daalhulp (HDC) is niet actief.
Het systeem is ingeschakeld
maar regelt niet.
››› pag. 221
Startblokkering actief.›››
pag. 140
Service-intervalindicatie.›››
pag. 44
Mobiele telefoon gekoppeld
via Bluetooth met origineel
handsfree apparaat.
›››
brochure
Audio- of
navigatie-
systeem
Indicatie ladingstoestand ac-
cu mobiele telefoon. Uitslui-
tend beschikbaar voor appara-
ten die zijn gemonteerd af fa-
briek.
IJzelwaarschuwing. Buiten-
temperatuur is lager dan +4°C
(+39°F).›››
pag. 42
Start-stopsysteem ingescha-
keld.
›››
pag. 219 Start-stopsysteem niet be-
schikbaar.
Staat van rijden met laag ver-
bruik›››
pag. 123
›››
pag. 122 In het dashboard
Afb. 53
Controlelampje voor het buiten werk-
in g s
t
ellen van de bijrijdersairbag.
De voorairbag van de bijrijder is
uitgeschakeld (
).
››› pag.
92
De voorairbag van de bijrijder is
ingeschakeld (
).
››› pag.
92
››› in De bijrijdersvoorairbag in- en uit-
schakelen* op pag. 92
››› pag. 91 49

Veiligheid
Veiligheidsvoorzieningen Uw veiligheid en de veiligheid van uw bijrij-
ders
m
ag u niet op het spel zetten. Bij een
ongeval kunnen de veiligheidsvoorzieningen
de risico's op lichamelijk letsel reduceren. De
volgende punten omvatten een deel van de
veiligheidsvoorzieningen in uw SEAT 1)
:
● 3-punts gordels;
● gordelbelastingsbegrenzing op de voor-
stoel
en en de achterbank (zijkanten),
● gordelspanners op de voorstoelen en de
beide buit en
ste zitplaatsen achterin,
● frontairbags;
● knieairbags;
● zijairbags in de rugleuningen van de voor-
stoel
en;
● hoofdairbags;
● "ISOFIX"-bevestigingspunten voor kinderzi-
tjes
op de zijzitplaatsen met het systeem
"ISOFIX";
● in hoogte verstelbare hoofdsteunen bij de
voors
toelen;
● hoofdsteunen achteraan met gebruiks- en
niet-ge
bruiksstand.
● verstelbare stuurkolom. De genoemde veiligheidsvoorzieningen wer-
ken samen om u en u
w bijrijders in ongeval-
situaties zo goed mogelijk te beschermen.
Deze veiligheidsvoorzieningen zijn u en uw
bijrijders van geen nut als u en uw bijrijders
een verkeerde zithouding aannemen of deze
voorzieningen niet juist verstellen of gebrui-
ken.
Vastzetten is in ieders belang!
Zithouding van de inzittenden
Juist
e zithouding van de bestuurder Afb. 84
De juiste afstand van de bestuurder
t ot
het
stuurwiel. Afb. 85
Juiste stand van de hoofdsteun voor
de bes t
uurder. Voor uw eigen veiligheid en om de kans op li-
c
h
amelijk
letsel bij een ongeval te vermijden,
raden wij onderstaande aan de bestuurder
aan:
– Stuurwiel zo verstellen dat de afstand tus-
sen stuur
wiel en borstkas ten minste 25 cm
bedraagt ››› afb. 84.
– Bestuurdersstoel zo in lengterichting ver-
stel
len, dat u het gas-, rem- en koppelings-
pedaal met licht gebogen benen geheel
kunt intrappen ››› .
– Zorg ervoor dat u het bovenste gedeelte
van het
s
tuurwiel kunt bereiken.
– Hoofdsteun zo verstellen dat de bovenzijde
van de hoofd
steun in lijn ligt met het bo-
venste gedeelte van uw hoofd ››› afb. 85. 1)
Afhankelijk van de uitvoering/markt.
76

Veilig rijden
– Rugl
eu
ning lichtjes hellend zetten zodat uw
rug geheel tegen de rugleuning ligt.
– Veiligheidsgordel juist omgespen ›››
pag.
81.
– Blijf met beide voeten in de voetenruimte
zitten
zodat u altijd de wagen onder contro-
le hebt.
Bestuurdersstoel verstellen ››› pag. 165. ATTENTIE
● Een v
erkeerde zithouding van de bestuur-
der kan ernstig lichamelijk letsel als gevolg
hebben.
● Bestuurdersstoel zo verstellen dat er ten-
minst
e 25 cm ruimte is tussen uw borstkas en
het midden van het stuurwiel ››› afb. 84. Als u
dichterbij zit dan 25 cm, kunnen de airbags
geen goede bescherming geven.
● Als u vanwege uw lichaamsbouw niet de
minimal
e afstand van 25 cm kunt aanhouden,
dient u contact met een gespecialiseerde
werkplaats op te nemen waar zij u kunnen
helpen en nagaan of het nodig is om bepaal-
de speciale wijzigingen aan te brengen.
● Het stuurwiel tijdens het rijden altijd met
beide handen v
asthouden aan de buitenzijde
van het stuurwiel op kwart over negen. Hier-
door wordt de kans op lichamelijk letsel bij
een airbagactivering gereduceerd.
● Houd het stuurwiel nooit op 12 uur of in
een andere st
and (bijv. in het midden van het
stuurwiel) vast. In zulke gevallen kunnen bij activering van de bestuurdersairbag zware
let
sel
s aan uw armen, handen en hoofd wor-
den toegebracht.
● Om het risico op lichamelijk letsel voor de
best
uurder bij plotseling remmen of een on-
geval te reduceren, nooit met sterk naar ach-
teren gekantelde rugleuningen rijden! De op-
timale beschermende werking van de airbags
en van de veiligheidsgordel wordt alleen be-
reikt wanneer de rugleuning lichtjes hellend
staat en de bestuurder de veiligheidsgordel
goed heeft omgegespt.
● Hoofdsteun juist afstellen om de optimale
besc
hermende werking te bereiken. Stand van het stuurwiel verstellen
Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 21. ATTENTIE
● Stuur w
iel alleen bij stilstaande wagen af-
stellen - gevaar voor ongelukken!
● Druk de hendel stevig omhoog om ervoor te
zorg
en dat de stand van het stuurwiel niet
per ongeluk wijzigt tijdens het rijden - gevaar
op ongelukken!
● Zorg ervoor dat u het bovenste gedeelte
van het s
tuur kunt bereiken en stevig kunt
vastnemen: gevaar op ongelukken!
● Als u het stuurwiel meer richting uw ge-
zicht
wilt verstellen, beperkt u daarmee de beschermende werking van de bestuurders-
airbag in g
ev
al van een aanrijding. Wees er
zeker van dat het stuurwiel naar het borst-
been is gekeerd. Juiste zithouding van de bijrijder
Voor uw eigen veiligheid en om het gevaar
op lich
amelijk
letsel bij een ongeval te ver-
mijden, raden wij onderstaande aan de bijrij-
der aan:
– Bijrijdersstoel zover mogelijk naar achteren
ver s
chuiven ››› .
– Rugleuning lichtjes hellend zetten zodat uw
rug g eheel
t
egen de rugleuning ligt.
– Hoofdsteun zo verstellen dat de bovenzijde
van de hoofd
steun in lijn ligt met het bo-
venste gedeelte van uw hoofd ››› pag. 79.
– Beide voeten in de voetenruimte voor de
bijrijders
stoel laten.
– Veiligheidsgordel juist omgespen ›››
pag.
81.
De bijrijdersairbag kan in uitzonderlijke ge-
vallen uitgeschakeld worden ››› pag. 92.
Bijrijdersstoel verstellen ››› pag. 165. »
77
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

Veiligheid
ATTENTIE
● Een v
erkeerde zithouding van de bijrijder
kan ernstig lichamelijk letsel als gevolg heb-
ben.
● Bijrijdersstoel zo verstellen dat er ten min-
ste 25 c
m ruimte is tussen uw borstbeen en
het dashboard. Als u dichterbij zit dan 25 cm,
kunnen de airbags geen goede bescherming
geven.
● Als u vanwege uw lichaamsbouw niet de
minimal
e afstand van 25 cm kunt aanhouden,
dient u contact met een gespecialiseerde
werkplaats op te nemen waar zij u kunnen
helpen en nagaan of het nodig is om bepaal-
de speciale wijzigingen aan te brengen.
● De voeten tijdens het rijden altijd in de voe-
tenruimte houden - l
eg uw voeten nooit op
het dashboard of de stoelen en steek ze nooit
uit het raam! Door een verkeerde zithouding
stelt u zich bij remmen of een aanrijding
bloot aan een verhoogd risico op lichamelijk
letsel. Bij een activering van de airbag kunt u
door een verkeerde zithouding levensgevaar-
lijk gewond raken.
● Om het risico op lichamelijk letsel voor de
bijrijder bij p
lotseling remmen of een ongeval
te reduceren, nooit met sterk naar achteren
gekantelde rugleuningen rijden! De optimale
beschermende werking van de airbags en de
veiligheidsgordel wordt alleen bereikt wan-
neer de rugleuning lichtjes hellend staat en
de bijrijder de veiligheidsgordel goed heeft
omgegespt. Hoe meer de rugleuning naar
achteren gekanteld is, hoe groter het gevaar op lichamelijk letsel door een verkeerd gor-
delverloop of
verkeerde zithouding!
● Hoofdsteun juist afstellen om de optimale
besc
hermende werking te bereiken. Juiste zithouding van de passagiers
acht
erin Om het gevaar op lichamelijk letsel bij plot-
seling r
emmen of
een ongeval te verminde-
ren, moeten de passagiers op de stoelen
achterin op het volgende letten:
– Ga rechtop zitten.
– Stel de hoofdsteunen in de correcte positie
›› ›
pag. 80.
– Beide voeten in de voetenruimte voor de
achterb
ank laten.
– Veiligheidsgordel juist omgespen ›››
pag.
81.
– Een geschikt kinderzitje gebruiken wanneer
u kinderen in de w
agen meeneemt ››› pag.
93. ATTENTIE
● Een v
erkeerde zithouding van de passa-
giers op de bank kan ernstig lichamelijk let-
sel tot gevolg hebben.
● Hoofdsteun juist afstellen om de optimale
besc
hermende werking te bereiken. ●
De optim a
le beschermende werking van de
veiligheidsgordels wordt alleen bereikt wan-
neer de rugleuning in een rechte stand staat
en de inzittenden van de wagen de veilig-
heidsgordel goed hebben omgegespt. Zitten
de passagiers op de stoelen achterin niet
rechtop, dan is het gevaar op lichamelijk let-
sel door een verkeerd verloop van de veilig-
heidsgordel groter. Voorbeelden van een verkeerde zit-
houding
Veiligheidsgordels kunnen alleen bij een
jui
s
t
verloop van de gordelband hun optima-
le beschermende werking bieden. Verkeerde
zithoudingen reduceren de beschermende
werking van de veiligheidsgordels aanzien-
lijk en vergroten het risico op lichamelijk let-
sel door een verkeerd verloop van de gordel-
band. Als bestuurder draagt u de verantwoor-
delijkheid voor uzelf, uw bijrijders en in het
bijzonder voor kinderen die u in uw wagen
vervoert.
– Sta nooit toe dat iemand tijdens het rijden
een verk
eerde zithouding inneemt in de
wagen ››› .
Hiern a w
or
dt een aantal verkeerde zithoudin-
gen opgesomd, die voor alle inzittenden van
de wagen gevaarlijk kunnen zijn. Deze op-
somming is niet volledig. Wij willen hiermee
uw aandacht vestigen op dit onderwerp.
78

Veilig rijden
Daarom wanneer de wagen in beweging is:
● nooit in de wagen staan,
● nooit op de stoelen staan,
● nooit op de stoelen knielen,
● nooit uw rugleuning sterk naar achteren
k ant
el
en,
● nooit tegen het dashboard leunen,
● nooit op de achterbank liggen,
● nooit op het puntje van de stoel gaan zit-
ten,
● nooit dw
ars op de stoel gaan zitten,
● nooit uit de ramen leunen,
● nooit de voeten in de ruitopeningen hou-
den,
● nooit de voeten op het dashboard leggen,
● nooit de voeten op de zitting leggen,
● nooit iemand in de voetenruimte plaats la-
ten nemen,
● nooit
zonder omgegespte veiligheidsgordel
op een zitp
laats meerijden,
● nooit iemand in de kofferruimte mee laten
rijden. ATTENTIE
● Elke v
erkeerde zithouding vergroot het risi-
co op ernstig lichamelijk letsel. Door verkeer-
de zithoudingen stellen de inzittenden zich
bloot aan levensgevaarlijke risico's op licha-
melijk letsel wanneer de airbags worden ge- activeerd en daarbij een inzittende treffen die
een v
erk
eerde zithouding heeft ingenomen.
● Neem vóór het rijden de juiste zithouding
aan en blijf tijden
s het rijden altijd zo zitten.
Vóór elke rit de bijrijders erop wijzen de juiste
zithouding aan te nemen en deze zithouding
tijdens het rijden ook aan te houden ››› pag.
76, Zithouding van de inzittenden . Juiste stand van de hoofdsteunen van
de v
oor
stoelen Afb. 86
Juist afgestelde stand van de hoofd-
s t
eu
n, van voren en opzij gezien. Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 19.
De juiste stand van de hoofdsteunen maakt
een belangrijk deel uit van de bescherming
van de inzittenden en kan verwondingen
voorkomen in de meeste ongevalssituaties. ●
Stel de hoof
dsteun zo in dat de bovenzijde
ervan minimaal op ooghoogte ligt. De beste
stand is echter op gelijke hoogte met de bo-
venzijde van uw hoofd ››› afb. 86. ATTENTIE
● Rijden met v
erwijderde of niet juist afge-
stelde hoofdsteunen verhoogt het risico op
zwaar lichamelijk letsel. Het verkeerd afstel-
len van de hoofdsteunen kan leiden tot fatale
letsels bij ongeval en verhoogt het risico op
letsels bij bruusk remmen of onverwachte
manoeuvres.
● De hoofdsteunen moeten altijd de juiste
stand he
bben naargelang de lichaamslengte
van de inzittenden. 79
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid