Page 57 of 90

6-20
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
1
2
3
4
56
7
8
9
DAU00685
WielenLet, voor goede rijprestaties, een lange
levensduur en veilig rijden, op de volgen-
de punten:
8Kontroleer de wielen altijd, voordat u
met de motorfiets wegrijdt.
Kontroleer de velgen op barsten,
vervorming en andere beschadigin-
gen; kontroleer of de spaken niet
loszitten of verbogen en/of bescha-
digd zijn. Als er iets mis is met de
wielen, vraag uw Yamaha dealer
dan om dit te inspekteren. Probeer
nooit zelf iets aan een wiel te repare-
ren, zelfs geen kleine reparaties. Als
een wiel vervormd is of barstjes ver-
toont, laat het dan vervangen.
8Banden en wielen dienen altijd uitge-
balanceerd te worden nadat deze
nieuw gemonteerd zijn. Als u dit niet
doet, kan dit leiden tot slechtere
prestaties, een moeilijker bediening
van de motorfiets en een kortere
levensduur van de banden.
8Als u een nieuwe band heeft gemon-
teerd, rijd dan in het begin voorzich-
tig, zodat de band zich naar de velg
kan zetten en optimale prestaties
kan leveren.
DAU00681
X@8 8
Rijden met versleten banden is
bijzonder gevaarlijk. Versleten
banden leiden tot moeilijker
bediening van de motorfiets en
verlies aan wegligging. Laat een
versleten band onmiddellijk ver-
vangen door een Yamaha dealer.
Vervanging van remmen, banden
en andere onderdelen die met het
wiel te maken hebben dient u over
te laten aan een Yamaha dealer.
8 8
Het is niet raadzaam om een lekke
binnenband te plakken. Als het
door bepaalde omstandigheden
noodzakelijk is om een binnen-
band te repareren, ga dan zeer
zorgvuldig te werk en vervang de
binnenband hierna zo snel moge-
lijk door een nieuwe binnenband
van een goede kwaliteit.
OPMERKING:De voorwaarden voor de minimale profiel-
diepte, kunnen van land tot land verschil-
len. Houd u aan de plaatselijke regelin-
gen, en minimaal aan de voorwaarden
van Yamaha.
3MB-9-D7-6 12/27/00 2:39 PM Page 20
Page 58 of 90

6-21
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
1
2
3
4
56
7
8
9
3
12b
a
DAU00694
Afstelling van de vrije slag
van de koppelingshendelDe vrije slag van de koppelingshendel
dient van 10 ~ 15 mm te bedragen.
1.Draai de borgmoer aan de koppe-
lingshendel los.
2.Draai de stelbout aan de koppelings-
hendel in de richting aom de vrije
slag te vergroten of in de richting b
om de vrije slag te verkleinen.
3.Draai de borgmoer aan de koppe-
lingshendel weer vast.
Kunt u op deze wijze de juiste vrije slag
niet instellen, ga dan als volgt te werk.1.Vergrendelmoter
2.Afstellmoer
3.Speling
ab 12
4.Draai de borgmoer aan de koppe-
lingshendel los.
5.Draai de stelbout aan de koppelings-
hendel in de richting aom de kabel
los te zetten.
6.Draai de borgmoer aan de kant van
het motorblok los.
7.Draai de stelbout aan de kant van
het motorblok in de richting a4om
de vrije slag te vergroten of in de
richting bom de vrije slag te ver-
kleinen.
8.Draai de borgmoeren aan het motor-
blok en aan de koppelingshendel
weer vast.1.Vergrendelmoer
2.Afsteller
3
2
1b
a
DAU00696
Afstellen van de vrije slag
van de voorremhendelDe vrije slag aan het uiteinde van de voor-
remhendel dient ongeveer2~5 mmte
bedragen.
1.Draai de borgmoer los.
2.Draai de afstelbout in richting aom
de vrije slag te vergroten of in rich-
ting bom de vrije slag te verklei-
nen.
3.Nadat u de afstelling heeft gemaakt,
draait u de borgmoer weer aan.1.Vergrendelmoter
2.Afstellmoer
3.Speling
3MB-9-D7-6 12/27/00 2:39 PM Page 21
Page 59 of 90

6-22
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
1
2
3
4
56
7
8
9
DW000099
X@8 8
Kontroleer de vrije slag van de
remhendel. Kontroleer tevens of
de rem goed funktioneert.
8 8
Als de remhendel sponzig aan-
voelt, zit er waarschijnlijk lucht in
het remsysteem. In een dergelijk
geval dient u het remsysteem te
ontluchten. Rijd niet met de
motorfiets voordat het remsys-
teem ontlucht is. Als er lucht in
het remsysteem zit, gaat het rem-
vermogen bijzonder sterk achter-
uit, hetgeen kan leiden tot een
ongeluk. Vraag uw Yamaha dealer
om het remsysteem te inspekte-
ren en, indien nodig, te ontluch-
ten.
a
1
DAU00712
Afstellen van de
achterrem-pedaalhoogteDe bovenkant van het achterrempedaal
dient 15 mm onder de bovenkant van de
voetsteun te liggen. Mocht dit op uw
motorfiets niet het geval zijn, vraag uw
Yamaha dealer dan om de achterrem-
pedaalhoogte af te stellen.1.Voetsteun
a.Pedaalhoogte
DW000109
X@Als het achterrempedaal sponzig aan-
voelt, kan dit betekenen dat er lucht in
het remsysteem zit. Deze lucht moet
verwijderd worden door het remsys-
teem te ontluchten. Rijd nooit met de
motorfiets als er zich lucht in het rem-
systeem bevindt. Lucht in het remsys-
teem zal het remvermogen van de
motorfiets sterk verminderen, met als
gevolg verhoogde kans op ongeluk-
ken. Laat uw Yamaha dealer het rem-
systeem inspekteren en ontluchten.
3MB-9-D7-6 12/27/00 2:39 PM Page 22
Page 60 of 90
6-23
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
1
2
3
4
56
7
8
9
DAU00713
Afstelling van de
remlicht-schakelaarHet achterste remlicht wordt ingeschakeld
door het rempedaal; de schakelaar ervan
is juist ingesteld als het remlicht gaat
branden vlak voor de rem aangrijpt. Om
de schakelaar van het achterste remlicht
bij te stellen, houdt u de behuizing van de
schakelaar vast zodat deze niet mee-
draait wanneer u de instelmoer verdraait.
Draai de instelmoer in de richting aom
het remlicht eerder te laten oplichten.
Draai de instelmoer in de richting bom
het remlicht later te laten oplichten.
b
a 1
2
1.Remlichtschakelaar
2.Afstellmoer
DAU00717
Kontrole van de
remvoeringen voor en achterKontroleer de remvoeringen op slijtage en
beschadiging. Als de
dikte van de remvoeringen minder dan de
voorgeschreven waarde is,
laat uw Yamaha dealer dan nieuwe rem-
voeringen plaatsen.
1
1.Slijtagegrens: 0,8 mm VOOR
1
1.Slijtagegrens: 0,8 mmACHTER
3MB-9-D7-6 12/27/00 2:39 PM Page 23
Page 61 of 90

6-24
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
1
2
3
4
56
7
8
9
8Gebruik alleen de voorgeschreven
remvloeistof. Gebruik van andere
remvloeistof kan leiden tot aantas-
ting van de rubber dichtingen met
als gevolg lekkage en slecht funktio-
neren van de remmen.OPMERKING:Als de DOT 4 remvloeistof niet verkrijg-
baar is, kunt u DOT 3 remvloeistof gebrui-
ken.
DAU00732
Kontrole van het
remvloeistofnivoOnvoldoende remvloeistof kan als gevolg
hebben dat er lucht in het remsysteem
terecht komt, waardoor de remmen kun-
nen weigeren.
Kontroleer het remvloeistofnivo, alvorens
te gaan rijden en vul indien nodig rem-
vloeistof bij.
Neem de volgende voorzorgsmaatrege-
len in acht:
8Als u het remvloeistofnivo kontro-
leert, zorg dan dat de bovenkant van
de hoofdcilinder horizontaal ligt, door
het stuur te verdraaien.
1
1.Merkteken voor minimum-niveau VOOR
1
1.Merkteken voor minimum-niveauACHTERAanbevolen remvloeistoffen:
DOT 4
8Vul altijd dezelfde remvloeistof bij.
Mengen van verschillende types
remvloeistof kan onverwachte che-
mische reakties teweeg brengen,
met als gevolg slecht funktioneren
van de remmen.
8Let goed op er geen water in de
hoofdcilinder terecht komt. Als er
water in de remvloeistof terecht
komt, wordt het kookpunt van de
remvloeistof verlaagd, met als
mogelijk gevolg gasstremming (ver-
stopt raken van de leidingen door
gasbellen).
8Remvloeistof kan lakwerk en plastic
onderdelen aantasten. Zorg dat u
geen remvloeistof morst. Mocht u
toch wat remvloeistof gemorst heb-
ben, spoel dit dan zo snel mogelijk
weg, met water.
8Als het remvloeistofnivo voortdurend
terugloopt is, raadpleeg dan een
Yamaha dealer.
3MB-9-D7-6 12/27/00 2:39 PM Page 24
Page 62 of 90

6-25
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
1
2
3
4
56
7
8
9
DAU00742
Verversen van de
remvloeistofHet verversen van de remvloeistof mag
alleen maar uitgevoerd worden door
erkende Yamaha onderhoudsmonteurs.
Laat de onderstaande onderdelen door
een Yamaha dealer vervangen als deze
beschadigd zijn of lekken; tijdens de
periodieke onderhoudsbeurten.
8oliekeringen (om de twee jaar)
8remleidingen (om de vier jaar)
DAU00744*
Kontrole van de
kettingspanningOPMERKING:Draai het wiel enkele malen rond en laat
het staan in de stand waarin de ketting
het strakst gespannen is. Kontroleer de
kettingsspanning met het wiel in deze
stand. Als de kettingspanning net juist is,
stelt u deze bij.
a
a.Kettingspanning
Om de kettingspanning te kontroleren, zet
u de motorfiets rechtop, onbelast en met
beide wielen op de grond. Kontroleer de
uitslag van de ketting zoals in de afbeel-
ding aangegeven. De juiste speling is
25 ~ 40 mm. Als de speling meer dan
40 mm is, stel deze dan bij.
3MB-9-D7-6 12/27/00 2:39 PM Page 25
Page 63 of 90

6-26
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
1
2
3
4
56
7
8
9
DC000096
<>Als de ketting te strak staat zullen de
motor en andere belangrijke onderde-
len te zwaar belast worden. Zorg dat
de kettingspanning binnen de voorge-
schreven limieten blijft.3.Trek de wielasmoer met het voorge-
schreven koppel aan.
DAU01533*
Afstellen van de
kettingspanning1.Draai de wielasmoer los.
2.Om de ketting strakker te spannen,
draait u de ketting-stelplaatjes in
richting a. Om de ketting slapper te
laten hangen, draait u de ketting-
stelmoeren in richting ben duwt
dan het wiel naar voren. Draai beide
ketting-stelplaatjes in gelijke mate
zodat de juiste as-uitlijning gehand-
haafd blijft.
a b
2
1
1.
Wielasmoer
2.Kettingspanplaat
Aantrekkoppel:
Wielasmoer:
90 Nm (9,0 m0kg)
DAU03006
Smering van de kettingEen ketting bestaat uit een groot aantal
schakels die allen, t.o.v. elkaar, bewegen.
Als de ketting niet goed wordt onderhou-
den, zal deze bijzonder snel versleten
zijn. Zorg dus altijd voor een goed onder-
houd, met name als u veel op stoffige
wegen rijdt. De ketting op deze motorfiets
is een zogenaamde O-ring ketting, met
oliekeerringen van speciale materialen.
Het wassen van de ketting met stoom,
onder hoge druk of met sterke oplosmid-
delen kan de ketting beschadigen, dus
vermijd deze middelen. Gebruik uitslui-
tend petroleum voor het reinigen van de
ketting. Droog de ketting en smeer deze
dan grondig met SAE 30 ~ 50W motoro-
lie. Gebruik geen andere smeermiddelen
voor de ketting. De kans bestaat dat zich
hierin oplosmiddelen bevinden die de O-
ringen kunnen aantasten.
3MB-9-D7-6 12/27/00 2:39 PM Page 26
Page 64 of 90

6-27
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
1
2
3
4
56
7
8
9
DC000097
<>Vergeet na het wassen van de motor-
fiets of na een rit in de regen niet om
de ketting te oli‘n.
DAU02962
Inspektie en smering van de
kabels
DW000112
X@Beschadiging van de buitenkabels kan
leiden tot roestvorming in de kabels en
kan een soepele beweging in de weg
staan. Vervang een beschadigde kabel
zo snel mogelijk om onnodig risico te
vermijden.Smeer de binnenkabel en de uiteinden
van de kabel. Als een kabel niet soepel
beweegt, laat deze dan vervangen door
uw Yamaha dealer.
DAU00773
Smering van de gaskabel
en van de gashendelAls u de gaskabel smeert, dient u tevens
de gashendel te smeren. Voor het sme-
ren van de gaskabel moet de gashendel
verwijderd worden. Houd, nadat u de
schroeven heeft verwijderd, de kabel ver-
tikaal omhoog en laat enkele druppels
smeermiddel in de buitenkabel lopen.
Smeer nu het metalen oppervlak waar-
over de gashendel loopt met universeel-
vet.
Aanbevolen smeermiddel:
Motorolie
3MB-9-D7-6 12/27/00 2:39 PM Page 27