Page 73 of 90

6-36
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
1
2
3
4
56
7
8
9
122
1.Remschijfdeksel
2.Schroef (´2)
DAU00898
Demonteren van het voorwiel
DW000122
X@8
8
Laat onderhoudswerkzaamheden
aan het wiel over aan uw Yamaha
dealer.
8 8
Zorg dat de motorfiets stabiel
staat opgesteld, zodat deze niet
kan omvallen.1.Verwijder het remschijfdeksel.
2.Maak de kabel van de snelheidsme-
ter los van de voorwielzijde.
DAU01579
Ondersteunen van de
motorfietsAangezien de Yamaha DT125R niet is
voorzien van een middenstandaard, dient
u de volgende voorzorgsmaatregelen te
nemen alvorens u het voorwiel of het ach-
terwiel verwijdert of andere onderhouds-
werkzaamheden verricht waarbij de
motorfiets rechtop moet blijven staan.
Kontroleer of de motorfiets stabiel en
goed rechtop staat alvorens u enig onder-
houd gaat verrichten. Voor alle zekerheid
kunt u bijvoorbeeld een stevig houten
kistje onder het motorblok kunnen plaat-
sen.
Onderhoud aan het voorwiel
Om de achterkant van de motorfiets sta-
biel te ondersteunen gebruikt u een
motorstandaard of plaatst u een motor-
fiets-krik onder het frame v——r het achter-
wiel, om te zorgen dat dit niet zijwaarts
kan bewegen. Gebruik vervolgens een
motorstandaard om het voorwiel van de
grond te tillen.Onderhoud aan het achterwiel
Gebruik een motorstandaard of een
motorfiets-krik om de motorfiets zo op te
tillen dat het achterwiel van de grond
komt. In plaats hiervan kunt u ook twee
motorfiets-krikken onder het frame of de
zwaaiarm plaatsen.
3MB-9-D7-6 12/27/00 2:39 PM Page 36
Page 74 of 90

6-37
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
1
2
3
4
56
7
8
9
3
2 1
3.Verhoog het voorwiel door de motor-
fiets goed te ondersteunen onder het
motorblok.
4.Draai de moeren van de wielashou-
der los.
5.Verwijder de wielas en het voorwiel.
Zorg ervoor dat de motorfiets goed
ondersteund wordt.OPMERKING:Trek de voorremhendel nooit in als de
remschijf niet tussen de remklauwen zit.
De klauwen worden hierdoor tegen elkaar
aangedrukt en zijn dan zeer moeilijk weer
van elkaar te krijgen.
DAU03104
Monteren van het voorwiel1.Monteer het snelheidsmeter-aandrijf-
huis in de wielnaaf. Let erop dat de
nokken van de wielnaaf en de behui-
zing van het snelheidsmeter-aan-
drijfwerk goed in de uitsparingen val-
len.
2.Breng het wiel tussen de poten van
de voorvork omhoog en geleid de
remschijf tussen de remblokken.
Controleer of de ruimte tussen de
remblokken groot genoeg is alvo-
rens de remschijf er in te passen.
1.Snelheidsmeter-kabel
2.Ashoudermoer (´4)
3.Voorwielas
3.Let op of de gleuf in de behuizing
van het snelheidsmeter-aandrijfwerk
over de stopper aan de buitenpoot
van de voorvork valt.
4.Installeer de wielas en laat de motor-
fiets zakken.
5.Draai de wielas aan met het voorge-
schreven aantrekkoppel.
Aantrekkoppel:
Wielas:
58 Nm (5,8 m0kg)
3MB-9-D7-6 12/27/00 2:39 PM Page 37
Page 75 of 90

6-38
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
1
2
3
4
56
7
8
9
1
1
1.Eindbout van de zwaaiarm (´2)
DAU03105
Demonteren van het achterwiel
DW000122
X@8
8
Laat onderhoudswerkzaamheden
aan het wiel over aan uw Yamaha
dealer.
8 8
Zorg dat de motorfiets stabiel
staat opgesteld, zodat deze niet
kan omvallen.1.Draai de achterasmoer los.
2.Plaats een steun onder het motor-
blok, zodat het achterwiel los van de
grond komt.
3.Verwijder de eindbout van de
zwaaiarm.4.Verwijder de asmoer.
5.Duw het achterwiel naar voren en
verwijder de ketting.
6.Trek de achteras uit en verwijder het
achterwiel door het naar achteren te
trekken.
OPMERKING:8Trap het achterrempedaal nooit in
als de remschijf niet tussen de rem-
klauwen zit.
8U hoeft de ketting niet uit elkaar te
halen om het achterwiel te kunnen
verwijderen.
2
1
1.Asmoer
2.Kettingspanplaat
6.Draai de ashoudermoeren; vast met
het voorgeschreven aantrekkoppel.
Draai eerst de bovenste en daarna
de onderste moeren aan. Als in die
volgorde aangedraaid wordt, zal er
zich een uitsparing vormen aan de
onderkant van de ashouder.
7.Na het vastdraaien van de ashou-
dermoeren drukt u het stuur enkele
malen stevig omlaag om te zien of
de voorvork steeds soepel omhoog
veert. Aantrekkoppel:
Ashoudermoer:
10 Nm (1,0 m0kg)
1
1.Afstand
3MB-9-D7-6 12/27/00 2:39 PM Page 38
Page 76 of 90

6-39
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
1
2
3
4
56
7
8
9
DAU03106
Monteren van het achterwiel1.Installeer het achterwiel en de ket-
ting. Plaats de remschijf tussen de
remblokken. Let op dat er voldoende
ruimte tussen de remblokken is alvo-
rens u de remschijf plaatst.
2.Zorg dat de achterwielas er vanaf de
linkerkant wordt ingestoken en dat
de kettingspanners worden geplaatst
met de bolle kant naar buiten.
3.Installeer de eindbouten op de
zwaaiarm.
4.Stel de kettingspanning af.
5.Draai de volgende onderdelen vast
met het voorgeschreven aantrekkop-
pelen.
Aantrekkoppel:
Asmoer:
90 Nm (9,0 m0kg)
Zwaaiarm-eindbout:
3 Nm (0,3 m0kg)
DAU01008
Verhelpen van storingenHoewel Yamaha motorfietsen een uiterst
grondige eindkontrole ondergaan, voordat
ze de fabriek verlaten, kan er natuurlijk
altijd wel eens iets mis gaan.
Problemen in het brandstofsysteem, met
de kompressie, of in het ontstekingssys-
teem, kunnen leiden tot moeilijkheden
met het starten of verlies aan vermogen.
In deze paragraaf worden snelle en
gemakkelijke methodes beschreven om
de systemen te kontroleren.
Als uw motorfiets gerepareerd dient te
worden, breng deze dan naar een
Yamaha dealer. De ervaren vakmensen
van de Yamaha dealers beschikken over
de kennis, de ervaring en het juiste
gereedschap om uw motorfiets goed te
onderhouden. Gebruik uitsluitend origine-
le Yamaha onderdelen op uw motorfiets.
Veel imitatie-onderdelen lijken wellicht op
Yamaha onderdelen maar zijn duidelijk
van een inferieure kwaliteit. Dit heeft als
gevolg een kortere levensduur en in vele
gevallen hogere reparatie-rekeningen.
3MB-9-D7-6 12/27/00 2:39 PM Page 39
Page 77 of 90
2. Kompressie
3. Ontsteking 1. BrandstofKontroleer of er ben-Er is benzine.
Er is een beetje benzine.Vervolg met het kontroleren van de kompressie.
Vul benzine bij.Motor start niet: vervolg met compressiecontrole.
Gebruik de kickstarter.Er is kompressie.
Er is geen kompressie.Vervolg met het kontroleren van de ontsteking.
Vraag uw Yamaha dealer om inspektie.
Verwijder de bougiesNat.
Droog.Veeg de bougies schoon met een droge doek en
Vraag uw Yamaha dealer om inspektie.Open de gasklep halverwege
Start de motor niet, vraag uw zine in de tank zit.
en Kontroleer de
elektroden-afstand.stel de elektrodenafstand bij of vervang de bougie.
Yamaha dealer om inspektie. en start de motor.
6-40
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
1
2
3
4
56
7
8
9
DAU03108
Lijst voor het opsporen van storingen
DW000125
X@Voer nooit kontrole- of onderhoudswerkzaamheden aan het brandstofssysteem uit ter-
wijl u rookt of als er open vuur in de buurt is.
3MB-9-D7-6 12/27/00 2:39 PM Page 40
Page 78 of 90

Wacht totdat de
Kontroleer het koelvloeistofpeil
Peil is in orde.Kontroleer het koel-
Geen lek.Lek.
Laat een Yamaha dealer omVoeg koelvloeistof toe.
Start de motor. Als de motor weer oververhit raakt, verzoek dan
motor afgekoeld is.in de reservoirtank en/of raditeur.
systeem op lekken.
een Yamaha dealer om het inspectie en zonodig reparratie.
(Zie OPMERKING.) het inspectie en zonodig reparratie.
6-41
PERIODIEK ONDERHOUD EN EENVOUDIGE REPARATIES
1
2
3
4
56
7
8
9
4. Oververhitting van de motor
DW000070
X@Verwijder de radiateurdop nooit als de motor en de radiateur nog heet zijn. Kokend water en stoom kunnen de radiateur uit-
gespoten worden en bijzonder ernstige brandwonden opleveren. Ga, voor het verwijderen van de radiateurdop als volgt te
werk. Wacht totdat de motor is afgekoeld. Plaats een dikke doek (bijvoorbeeld een oude handdoek) over de dop en draai
deze linksom totdat de dop iets omhoog komt. Op deze manier kan de overtollige druk ontsnappen zonder dat u het gevaar
loopt om brandwonden op te lopen. Als het sissende geluid ophoudt, kunt u de dop verwijderen door deze in te drukken en
linksom te draaien.OPMERKING:Als u de voorgeschreven koelvloeistof niet kunt vinden, kunt u tijdelijk kraanwater gebruiken, mits u dat zo spoedig mogelijk vervangt
door de voorgeschreven koelvloeistof.
3MB-9-D7-6 12/27/00 2:39 PM Page 41
Page 79 of 90

7-1
DAU01518
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
1
2
3
4
5
67
8
9
OnderhoudDe zichtbaarheid van al het technisch
vernuft geeft een motorfiets zijn charme,
maar vormt tegelijk een kwetsbaar punt.
Ook al zijn alle onderdelen van hoge kwa-
liteit, absoluut roestvrij zijn ze niet. En
waar een uitlaatpijp met roestplekken bij
een auto niet of nauwelijks opvalt, wordt
een motorfiets er ernstig door ontsierd.
Daarom is regelmatig en zorgvuldig
onderhoud van groot belang voor de aan-
blik zowel als de prestaties en de levens-
duur van uw motorfiets. Bovendien stellen
de garantievoorwaarden dat de motorfiets
goed moet worden onderhouden. Om al
deze redenen is het aanbevolen de vol-
gende aanwijzingen voor onderhoud en
opslag stipt op te volgen.Voor het reinigen
1. Breng een plastic zak aan over het
uiteinde van de uitlaatpijp.
2. Zorg dat alle beschermkappen en
deksels, vooral ook van de elektri-
sche aansluitingen zoals de bougie-
doppen e.d. stevig vast zitten en
goed afsluiten.
3. Verwijder aangekoekt vuil, zoals ver-
brande olieresten op het carterhuis,
met een ontvettingsmiddel en een
borstel, maar gebruik zulke middelen
nooit op pakkingen en wielassen, de
ketting en kettingwielen. Spoel al het
vuil en het reinigingsmiddel zorgvul-
dig af met water.Reinigen
Na normaal gebruik van de motor
Verwijder vuil van de motorfiets met warm
water, een neutraal schoonmaakmiddel
en een schone zachte spons en spoel de
motorfiets af met volop schoon water.
Gebruik een tandenborstel of flessenbor-
stel voor de moeilijk bereikbare plaatsen.
Hardnekkig vuil en insecten zijn vaak
gemakkelijker te verwijderen als u voor
het reinigen enkele minuten lang een
natte doek over de betreffende delen laat
liggen.
DCA00010
cC8 8
Gebruik geen zure of bijtende
wielreinigers, vooral op spaakwie-
len. Als het nodig mocht zijn een
dergelijk middel te gebruiken voor
erg hardnekkig vuil, laat het mid-
del dan vooral niet langer zitten
dan strikt noodzakelijk en spoel
het dan grondig af met water.
Droog het gereinigde deel af en
spuit er een roestwerend middel
op.
3MB-9-D7-7 12/27/00 2:40 PM Page 2
Page 80 of 90

7-2
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE MOTORFIETS
1
2
3
4
5
67
8
9
8 8
Reinigen met de verkeerde midde-
len kan schade toebrengen aan
het windscherm, stroomlijnkap-
pen, panelen en andere plastic
onderdelen. Gebruik voor het rei-
nigen van plastic onderdelen uit-
sluitend een zachte schone doek
of spons met water en mild zeeps-
op.
8 8
Gebruik voor het schoonmaken
van plastic nooit schuurmiddelen
of bijtende chemische middelen.
Gebruik ook nooit een doek of
spons die in aanraking is geweest
met bijtende schoonmaakmidde-
len, thinner en dergelijke oplos-
middelen, benzine (of andere
brandstoffen), roestwerende of -
verwijderingsmiddelen, remvloei-
stof, antivries of elektrolyt.8 8
Spuit de motorfiets niet schoon
met een hogedrukstraal of een
stoomreiniger, want hierbij kan er
water binnendringen en schade
toebrengen aan de volgende
onderdelen: pakkingen (van de
wiellagers, zwaaiarmlagers, voor-
vork en remmen), elektrische
onderdelen (stekkers en aansluit-
bussen, instrumenten, schake-
laars en lampen), ontluchtingso-
peningen en -slangen.
8 8
Voor motorfietsen met een wind-
scherm: Gebruik geen schuur-
spons of krachtige reinigingsmid-
delen, aangezien deze het
windscherm kunnen bekrassen of
vertroebelen. Ook sommige
schoonmaakmiddelen voor plastic
kunnen krassen achterlaten op het
windscherm. Mocht u een speciaal
schoonmaakmiddel willen gebrui-
ken, probeer dit dan eerst uit op
een klein deel waar u normaal niet
doorheen kijkt. Krassen op het
windscherm kunt u na het wassen
verwijderen met een plastic-poets-
middel van goede kwaliteit.
Na het rijden in de regen, langs de zee
-
kust of over wegen waar pekel gestrooidisAangezien zilte zeelucht en Õs winters
strooizout in combinatie met water
extreem corrosief werken, dient u na een
rit in de regen, langs de zeekust of over
wegen met strooizout, altijd zo spoedig
mogelijk de volgende maatregelen te tref-
fen. (Niet alleen Õs winters, want strooi-
zout kan nog tot ruim in het voorjaar
langs de weg blijven liggen.)
1.Maak uw motorfiets grondig schoon
met water en zeep, nadat de motor
is afgekoeld.
DCA00012
<>Gebruik geen warm water aangezien
dit de corrosieve werking van het zout
versterkt.2.Spuit een roestwerend middel op
alle metalen oppervlakken (ook ver-
chroomde en vernikkelde onderde-
len) om roestvorming tegen te gaan.
3MB-9-D7-7 12/27/00 2:40 PM Page 3