Page 17 of 90

3-4
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
1
23
4
5
6
7
8
9
DAU00127
Richtingaanwijzer-schakelaar
Om de rechter-richtingaanwijzer in te
schakelen, duwt u de schakelaar naar
Ò6Ó. Om de linker-richtingaanwijzer in te
schakelen, duwt u de schakelaar naar
Ò4Ó. Als u de schakelaar loslaat, keert
deze terug naar de middenpositie. Om de
richtingaanwijzer weer uit te zetten, drukt
u de schakelaar in, terwijl deze in de mid-
denpositie staat.
DAU00129
Klaxon-schakelaar Ò*Ó
Druk de schakelaar in om te klaxoneren.
DAU00134
Lichtschakelaar
Door de lichtschakelaar naar Ò
'
Ó te
draaien zal het dimlicht, de meterverlich-
ting en de achterverlichting ingeschakeld
worden. Door de lichtschakelaar naar
Ò:Ó te draaien zal de koplamp ook inge-
schakeld worden.
1
2
1.Koelvloeistoftemperatuur-meter
2.Rode gebied
DAU01652
Koelvloeistoftemperatuur-meterDeze meter geeft de temperatuur van de
koelvloeistof aan, als de kontaktslot-scha-
kelaar op ÒONÓ staat. De temperatuur van
de motor is afhankelijk van de weersom-
standigheden en van de mate waarin de
motor belast wordt. Als de naald van de
meter in het rode gebied komt, stop de
motorfiets dan onmiddellijk en laat de
motor afkoelen. (Zie blz. 6-13 voor meer
details.)
DC000002
<>Als de motor oververhit is, stop dan
onmiddellijk met rijden.
2
1
3
4
1.Lichtschakelaar
2.Grootlicht/dimlicht-schakelaar3.Klaxon-schakelaar Ò
*
Ó
4.Richtingaanwijzer-schakelaar
DAU00118
Stuurschakelaars
DAU00121
Grootlicht/dimlicht-schakelaar
Draai de schakelaar naar Ò&Óvoor groot-
licht en naar Ò%Ó voor dimlicht.
3MB-9-D7-3 12/27/00 2:37 PM Page 4
Page 18 of 90

3-5
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
1
23
4
5
6
7
8
9
1
1.Motorstop-schakelaar
DAU00138
Motorstop-schakelaar
De motorstop-schakelaar is een veilig-
heids-schakelaar voor gebruik onder
noodomstandigheden, zoals wanneer de
motorfiets is omgevallen of bij problemen
met de gasklep. Draai de schakelaar naar
Ò#Ó als u de motor wilt starten. In nood-
gevallen draait u de schakelaar naar Ò$Ó.
DAU00155
KoppelingshendelDe koppelingshendel is bevestigd aan het
linkerhandvat van het stuur. Om te ont-
koppelen, trekt u de koppelingshendel in.
Om de koppeling weer te laten opkomen
laat u de koppelingshendel weer lang-
zaam van het stuur weg gaan. Voor een
soepele bediening is het het beste om de
koppelingshendel snel in te trekken en
langzaam te laten opkomen.
6
5
4
3
2
1 N
1
DAU00157
VersnellingspedaalDeze motorfiets is uitgerust met een 6-
versnellingsbak met konstante aangrij-
ping.
Het versnellingspedaal bevindt zich links
van het motorblok. Schakel nooit op of
terug, zonder de koppeling te gebruiken.N.Vrijstand
1.Versnellingspedaal
1
1.Koppelingshendel
3MB-9-D7-3 12/27/00 2:37 PM Page 5
Page 19 of 90
3-6
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
1
23
4
5
6
7
8
9
1
1.Voorremhendel
DAU00158
VoorremhendelDe voorremhendel is bevestigd aan het
rechterhandvat van het stuur. Trek de
hendel in om te remmen.
1
1.Achterrempedaal
DAU00162
AchterrempedaalHet achterrempedaal bevindt zich rechts
van het motorblok. Trap het pedaal in om
te remmen.
31
2
DAU00177
BenzinetankdopOpenen
Steek de sleutel in het sleutelgat en draai
deze 1/4 slag rechtsom. Draai de dop 1/3
slag naar links en verwijder deze van de
benzinetank.
Sluiten
Plaats de benzinetankdop weer op de
juiste plaats en draai deze 1/3 slag recht-
som. Vergrendel de dop door de sleutel
een 1/4 slag rechtsom te draaien en ver-
wijder de sleutel.1.Benzinetankdop
2.Ontsluiten
3.Openen
3MB-9-D7-3 12/27/00 2:37 PM Page 6
Page 20 of 90

3-7
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
1
23
4
5
6
7
8
9
OPMERKING:De benzinetankdop kan niet op de benzi-
netank worden aangebracht als deze niet
ontgrendeld is. De sleutel dient in de ben-
zinetankdop te blijven totdat deze weer
geplaatst en vergrendeld is.
DW000023
X@Kontroleer altijd of de benzinetankdop
goed op de bezinetank zit, alvorens
weg te rijden.
21
1.Vulslang
2.Brandstonivo
DAU01183
Benzine(Behalve voor Zwitserland en
Oostenrijk)
Kontroleer of er zich voldoende benzine
in de benzinetank bevindt. Vul de brand-
stoftank tot onderaan de vulhals, zoals in
de afbeelding aangegeven.
DW000130
X@Zorg dat de benzinetank niet al te vol
is. Let tevens op dat er geen benzine
op een heet motorblok wordt gemorst.
Vul de tank nooit verder dan tot onder-
aan de vulhals, anders bestaat de kans
dat de benzinetank overloopt, als de
benzine door verwarming uitzet.
2
1 3 4
1.Vulskang
2.Vultrechter
3.Bladklep
4.Brandstofnivo
DAU01184
Benzine(Voor Zwitserland en Oostenrijk)
Kontroleer of er zich voldoende benzine
in de benzinetank bevindt. Voor het bijvul-
len steekt u het vulmondstuk in de vulo-
pening en vult u de tank niet verder dan
tot onderaan de vulhals, zoals in de
afbeelding aangegeven.
3MB-9-D7-3 12/27/00 2:37 PM Page 7
Page 21 of 90

3-8
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
1
23
4
5
6
7
8
9
DW000130
X@Zorg dat de benzinetank niet al te vol
is. Let tevens op dat er geen benzine
op een heet motorblok wordt gemorst.
Vul de tank nooit verder dan tot onder-
aan de vulhals, anders bestaat de kans
dat de benzinetank overloopt, als de
benzine door verwarming uitzet.
DAU00185
<>Als er benzine wordt gemorst, veeg
deze dan onmiddellijk weg met een
droge, zachte doek. Benzine kan
geverfde oppervlakken en plastic
afwerking aantasten.
DAU00191
OPMERKING:Als de motor klopt of pingelt, probeer dan
een verschillend merk benzine of benzine
met een hoger oktaangehalte.
DAU01084
Katalysator(Voor Zwitserland en Oostenrijk)
Deze motorfiets is voorzien van een kata-
lysator in de uitlaat.
DW000128
X@Het uitlaatsysteem is heet meteen na
het afzetten van de motor.
Zorg dat het uitlaatsysteem voldoende
is afgekoeld alvorens te beginnen met
afstellingen of smering.
Aanbevolen brandstof:
Normale, loodvrije benzine met een
oktaangehalte van 91 ron of hoger
(oktaangehalte zoals door onder-
zoek bepaald).
Inhoud benzinetank:
Totaal:
10,0 L
Reserve:
1,8 L
3MB-9-D7-3 12/27/00 2:37 PM Page 8
Page 22 of 90

3-9
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
1
23
4
5
6
7
8
9
DC000114
<>Neem de volgende punten in acht om
brand of eventuele beschadigingen
aan de motorfiets te voorkomen.8 8
Gebruik uitsluitend loodvrije ben-
zine. Bij gebruik van loodhouden-
de benzine zal de katalysator
onherstelbaar worden bescha-
digd.
8 8
Parkeer de motorfiets nooit boven
gras of op een andere plaats met
brandbare materialen.
8 8
Laat de motor niet langdurig sta-
tionair draaien.
DAU03050
BenzinekraanDe benzinekraan voert benzine toe aan
de carburateur en tegelijkertijd wordt de
benzine gefilterd.
De benzinekraan heeft drie verschillende
standen:
OFF
Met de benzinekraan in deze stand
stroomt er geen benzine naar de motor.
Zet de benzinekraan altijd in deze stand
als de motor niet draait.
RES
ONFUEL
OFF
1
1.Pijlteken op ÒOFFÓ
DAU02956
Tweetakt-motorolieZorg dat er voldoende tweetakt-motorolie
in de olietank aanwezig is. Indien nodig,
bijvullen met het aanbevolen type olie.
21
1.Olietankdop
2.Stopmoer
Aanbevolen motorolie:
Yamalube 2 of 2-takt motorolie
(JASO FC kwaliteit of ISO EG-C,
EG-D kwaliteit)
Inhoud olietank:
1,2 L
OFF: gesloten stand
3MB-9-D7-3 12/27/00 2:37 PM Page 9
Page 23 of 90

3-10
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
1
23
4
5
6
7
8
9
ON
FUEL
RES
OFF
1
ON
1.Pijlteken op ÒONÓON
Met de benzinekraan in deze stand
stroomt er benzine naar de carburateur.
Zet de benzinekraan in deze stand voor
het starten van de motor en het rijden met
de motorfiets.ON: normale stand
a
b
1
RES
Dit is de reservestand. Als de tank tijdens
het rijden leeg raakt, zet u de benzine-
kraan in deze stand. Vul de tank dan bij
de eerste gelegenheid bij. Zet na het bij-
tanken vooral de benzinekraan weer
terug in de normale ÒONÓ stand!
DAU02976
Chokeknop (choke) Ò
1Ó
Het starten van een koude motor vereist
een rijker mengsel (meer benzine/minder
lucht). Een gescheiden choke-startcircuit
zorgt voor de toevoer van dit verrijkte
mengsel.
Draai in de arichting om de chokeknop
(choke) in te schakelen.
Draai in de brichting om de chokeknop
(choke) uit te schakelen.1.Chokeknop (choke) Ò1Ó
OFF
ONFUEL RES
1
RES
1.Pijlteken op ÒRESÓRES: reserve-stand
3MB-9-D7-3 12/27/00 2:37 PM Page 10
Page 24 of 90

3-11
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
1
23
4
5
6
7
8
9
1
DAU00212
KickstarterDraai de kickstarter weg van het motor-
blok. Duw de kickstarter met uw voet
lichtjes omlaag, totdat u voelt dat deze
aangrijpt en trap deze vervolgens met
kracht omlaag om de motor te starten. Dit
model beschikt over een primair-gekop-
pelde kickstarter dus u kunt de motor
starten terwijl er een versnelling is inge-
schakeld, mits de koppeling ingetrokken
is. Het is echter raadzaam om de versnel-
ling vrij te zetten om de motor te starten.1.Kickstarter
DAU02934
StuurslotHet stuur op slot zetten
Draai het stuur helemaal naar rechts en
open het dekseltje van het stuurslot.
Steek de sleutel in het slot en draai deze
een 1/8 slag naar links. Druk vervolgens
de sleutel in terwijl u het stuur iets terug
naar links draait en draai de sleutel nu 1/8
slag rechtsom.
Controleer of het stuur vergrendeld is,
trek de sleutel uit het slot en plaats het
dekseltje terug over het slot.
1
1.Stuurslot
Het stuur van het slot halen
Steek de sleutel in het slot, druk hem in
en draai hem een 1/8 slag naar links
zodat hij omhoogkomt. Dan is het stuur
ontgrendeld en kunt u de sleutel verwijde-
ren.
3MB-9-D7-3 12/27/00 2:37 PM Page 11