Page 9 of 90

1-1
Een motorfiets is een fascinerend vervoermiddel, dat je als geen ander een gevoel van vrijheid kan geven. Er zijn
echter wel bepaalde spelregels en beperkingen, waar je niet omheen kunt; ook de beste motorfiets kan niet mŽŽr
dan de natuurwetten toestaan.
Goede verzorging en regelmatig onderhoud zijn de eerste vereisten om te zorgen dat de motorfiets in goede
staat blijft en zijn waarde behoudt. En dat geldt evenzeer voor de berijder: om goed en veilig te rijden moet je zelf
ook in goede conditie zijn. Rijden onder de invloed van medicijnen, alcohol of drugs is natuurlijk gekkenwerk. De
berijder van een motorfiets moet voortdurend meer dan een automobilist fysiek en mentaal in topvorm zijn. Ook
de geringste hoeveelheid alcohol geeft ongemerkt een zekere overmoed, die bijzonder gevaarlijk kan zijn.
Beschermende kleding is voor de motorrijder net zo belangrijk als veiligheidsgordels voor de inzittenden van een
auto. Je weet nooit wat er kan gebeuren. Draag daarom altijd een integraal motorpak (naar keuze van leer of van
scheurbestendig synthetisch materiaal, met knie- en elleboogbeschermers), stevige laarzen, motorhandschoe-
nen en een goed passende helm. Denk echter niet, dat een veilige uitrusting je de kans biedt wat agressiever te
rijden. Ook met de beste bescherming blijf je als motorrijder bijzonder kwetsbaar. Vooral bij nat weer zit een
ongeluk in een klein hoekje. Ken je eigen grenzen, rijd niet harder dan verstandig is en neem geen onnodige risi-
coÕs. Een verstandig motorrijder rijdt defensief, met voorspelbaar weggedrag. Ook al weet je zelf precies wat je
doet, verrassing bij je medeweggebruikers is gevaarlijk. Houd rekening met de mogelijkheid dat andere wegge-
bruikers fouten kunnen maken; veiligheid is samenwerking.
Veel plezier onderweg!
DAU00021
Q Q
VEILIGHEID HEEFT VOORRANG
1
2
3
4
5
6
7
8
9 3MB-9-D7-0,1 12/27/00 2:35 PM Page 8
Page 10 of 90
3MB-9-D7-0,1 12/27/00 2:35 PM Page 9
Page 11 of 90
DAU00026
BESCHRIJVING
12
3
4
5
6
7
8
9
2-1
1
23 4 5 6
7 8
9 10
Linker aanzicht1. Koplampt (blz. 6-33)
2. Radiateurdop (blz. 6-13)
3. Benzinekraan (blz. 3-9)
4. Luchtfilter (blz. 6-15)
5. Koelvloeistof-reservoirtank (blz. 6-13)
6. Helmhouder (blz. 3-12)7. Chokehendel (choke) (blz. 3-10)
8. Versnellingspedaal (blz. 3-5, 5-4)
9. Y.E.I.S. (blz. 3-14)
10. Y.P.V.S. (blz. 3-15)
3MB-9-D7-2 12/27/00 2:36 PM Page 2
Page 12 of 90
BESCHRIJVING
12
3
4
5
6
7
8
9
2-2
111213
14 15
Rechter aanzicht11.Gereedschapsset (blz. 6-1)
12.Zekering (blz. 6-33)
13.Motorolietank (blz. 3-9)
14.Achterrempedaal (blz. 3-6, 6-22)
15.Afsteller de voorbelasting van
de achterschokbreker (blz. 3-13)
3MB-9-D7-2 12/27/00 2:36 PM Page 3
Page 13 of 90
12
3
4
5
6
7
8
9
BESCHRIJVING
2-3
16.Koppelingshendel (blz. 3-5, 6-21)
17.Linker stuurschakelaars (blz. 3-4)
18.Snelheidsmeter (blz. 3-3)
19.Motortemperataur-meter (blz. 3-4)
20.Toerenteller (blz. 3-3)21.Rechter stuurschakelaars (blz. 3-5)
22.Voorremhendel (blz. 3-6, 6-27)
23.Gashendel (blz. 6-17, 6-27)
24.Tankdop (blz. 3-6)
25.Kontaktslot-schakelaar (blz. 3-1)
16171819202122
23 24 25
Bedieningselementen/instrumenten
3MB-9-D7-2 12/27/00 2:36 PM Page 4
Page 14 of 90

3-1
ON
OFF
DAU00028
Kontaktslot-schakelaarDe kontaktslot-schakelaar (hoofdschake-
laar) dient voor het in- en uitschakelen
van de ontsteking en van de verlichting.
Hieronder volgt de beschrijving van de
bediening.
DAU00036
ON
De elektrische circuits worden ingescha-
keld en de motor kan nu gestart worden.
Als de kontaktslot-schakelaar in deze
stand staat, kan de sleutel niet verwijderd
worden.
DAU00038
OFF
Alle elektrische circuits zijn uitgeschakeld.
Als de kontaktslot-schakelaar
in deze stand staat, kan de sleutel verwij-
derd worden.EAU00027
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
1
23
4
5
6
7
8
9
DAU00063
Grootlicht-kontrolelampje Ò
&Ó
Dit kontrolelampje licht op als het groot-
licht wordt ingeschakeld.
DAU01313
Oliepeil-controlelampje Ò
7
Ó
Dit controlelampje licht op als het oliepeil
te laag is. Dit elektrische circuit kan
gekontroleerd worden volgens de proce-
dure op blz. 3-2.
DC000000
<>Let op dat u nooit met de motorfiets
rijdt als er niet voldoende olie in het
carter aanwezig is.OPMERKING:Ook al is er olie tot het voorgeschreven
peil bijgevuld, dan nog kan het oliepeil-
controlelampje op een helling of tijdens
plotseling accelereren of remmen wel
eens gaan flikkeren, maar dit is normaal.
1
2
3
4
DAU00056
Kontrolelampjes
DAU00057
Richtingsaanwijzer-kontrolelampje
Ò5Ó
Dit kontrolelampje knippert als de rich-
tingaanwijzer naar links of naar rechts
wordt gezet.
DAU00061
Vrijstand-kontrolelampje ÒNÓ
Dit kontrolelampje licht op als de versnel-
ling in zijn vrij staat.1. Richtungaansijzer-kontrolelampje Ò5Ó
2. Grootlicht-kontrolelampje Ò&Ó
3. Vrijstand-kontrolelampje ÒNÓ
4. Oliepeil-waarschuwingslampje Ò
7
Ó
3MB-9-D7-3 12/27/00 2:37 PM Page 1
Page 15 of 90
DAU00075
Kontroleprocedure voor het oliepeil-waarschuwingslampje
3-2
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
1
23
4
5
6
7
8
9
Zet de kontaktslot-schakelaar op ÒONÓ.
Zet de versnelling in vrij.
Oliepeil-waarschuwings-
lampje licht niet op.Vraag uw Yamaha dealer om
het elektrische circuit te
inspekteren.
Oliepeil-waarschuwings-
lampje licht op.
Oliepeil-waarschuwings-
lampje licht niet op.
Vul motorolie bij.
Schakel een versnelling in.
Het oliepeil en het elektri-
sche circuit zijn in orde.
U kunt met de motorfiets rij-
den.
Oliepeil-
waarschuwingslampje licht op.
3MB-9-D7-3 12/27/00 2:37 PM Page 2
Page 16 of 90

3-3
FUNKTIE VAN DE INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSELEMENTEN
1
23
4
5
6
7
8
9
1
2
1.Toerenteller
2.Rode gebied
DAU00102
ToerentellerDit model is uitgerust met een elektrische
toerenteller zodat de bestuurder het
motortoerental goed kan aflezen, en
zodoende de motorbelasting binnen de
vereiste grenzen kan houden.
DC000003
<>Zorg dat de toerenteller nooit in het
rode gebied komt.
Rode gebied: 10,500 tpm en hoger
4
2
3
1
DAU01087
SnelheidsmeterDe snelheidsmeter geeft de snelheid van
de motorfiets aan. Deze snelheidsmeter
is tevens uitgerust met een kilometerteller
en een dagteller. De dagteller kan op nul
teruggezet worden met de nulstelknop.
Gebruik deze dagteller om te kijken hoe-
veel kilometer u met ŽŽn volle tank kunt
afleggen, zonder op reserve te hoeven
overgaan. Als u dit enkele malen doet,
zult u in de toekomst beter kunnen plan-
nen waar en wanneer u moet stoppen om
te tanken.1.Snelheidsmeter
2.Kilometerteller
3.Dagteller
4.Nulstelknop
OPMERKING:(alleen voor het Duitse model met snel-
heidsbegrenzer)
Deze motorfiets is voorzien van een snel-
heidsbegrenzer die zorgt dat de maxi-
mumsnelheid van 80 km/uur niet over-
schreden kan worden.
3MB-9-D7-3 12/27/00 2:37 PM Page 3