
Vastzetten
airbag-activeringswaarde in het regelappa-
r aat
niet w
erd overschreden.
Draag daarom altijd de veiligheidsgordel en
let erop dat de inzittenden van de wagen de
veiligheidsgordel vóór het wegrijden juist
hebben omgegespt!
Veiligheidsaanwijzingen voor het ge-
bruik van de
veiligheidsgordels–
De veiligheidsgordel altijd dragen zoals in
dit hoof d
s
tuk is beschreven.
– Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels altijd
kunnen wor
den omgegespt en niet zijn be-
schadigd. ATTENTIE
● Als u de
veiligheidsgordel niet of verkeerd
heeft omgegespt, wordt daarmee het risico
op zwaar lichamelijk letsel met eventueel do-
delijke gevolgen verhoogd. De optimale be-
schermende werking van de veiligheidsgor-
dels wordt alleen bereikt als u de veiligheids-
gordels juist draagt.
● Vóór elke rit - ook in stadsverkeer - de vei-
ligheidsgordel
juist omgespen. De andere in-
zittenden van de wagen moeten de veilig-
heidsgordel ook altijd dragen, zo niet kunnen
ze gewond raken.
● Voor de optimale beschermende werking
van de vei
ligheidsgordels is het verloop van
de gordelband van groot belang. ●
Met een v
eiligheidsgordel mogen nooit
twee personen (ook geen kinderen) gelijktij-
dig worden vastgegespt.
● Beide voeten in de voetenruimte vóór de
stoel houden
zolang de wagen in beweging
is.
● Nooit de vastgegespte veiligheidsgordel
losmaken
zolang de wagen in beweging is -
levensgevaarlijk!
● De gordelband mag bij het dragen van de
veiligheidsg
ordel niet verdraaid zijn.
● De gordelband mag niet over harde of
breekbar
e voorwerpen (bril, balpen enz.)
heen worden gelegd omdat daardoor letsel
kan ontstaan bij een ongeval.
● De gordelband mag niet zijn ingeklemd, be-
scha
digd of langs scherpe kanten schuren.
● Nooit de veiligheidsgordel onder de arm of
in een andere verk
eerde houding dragen.
● Zeer dikke, losse kleding (bijv. een mantel
over een ja
sje) belemmert het strak aanslui-
ten en de werking van de veiligheidsgordels.
● De invoeropening voor de slotgesp mag
niet ver
stopt zijn door papier of iets derge-
lijks omdat anders de slotgesp niet goed kan
worden vastgeklikt.
● Nooit het verloop van de gordelband veran-
deren door gordel
bandklemmen, bevesti-
gingsogen of iets dergelijks.
● Gerafelde of ingescheurde veiligheidsgor-
dels, besc
hadigingen aan de gordelverbindin-
gen, aan de oprolautomaten of het slotdeel
kunnen in geval van een aanrijding zwaar li-
chamelijk letsel veroorzaken. Daarom regel- matig de toestand van alle veiligheidsgordels
contro
l
eren.
● Veiligheidsgordels die tijdens een ongeval
worden bela
st en daardoor worden opgerekt,
moeten door een gespecialiseerde werk-
plaats worden vervangen. Vervanging kan
noodzakelijk zijn, ook al lijken er geen zicht-
bare beschadiging te zijn. Controleer voorts
de verankeringen voor de veiligheidsgordels.
● Nooit proberen om de veiligheidsgordels
zelf te r
epareren. De veiligheidsgordels mo-
gen nooit op een of andere wijze worden ver-
anderd of door u worden uitgebouwd.
● De gordel moet worden schoongehouden,
omdat door erns
tige vervuiling de werking
van de gordelautomaat kan worden belem-
merd. 72

Vastzetten
●
De bes c
herming van de gordelspanners
geldt slechts voor één aanrijding. De span-
ners moeten vervangen worden als ze in
werking zijn getreden. Airbagsysteem
K or
te in
leiding
Waarom is het dragen van veiligheids-
gordels en een juiste houding belang-
rijk? Om de optimale werking te garanderen van
de airbags
die w
orden geactiveerd, moet de
veiligheidsgordel altijd juist worden gedra-
gen en de juiste zithouding worden ingeno-
men.
Het airbagsysteem is geen vervanging van de
veiligheidsgordel maar een deel van het tota-
le passieve veiligheidsconcept van de wa-
gen. Houd er rekening mee dat de beste be-
scherming door de airbag alleen wordt be-
reikt in combinatie met goed omgegespte
veiligheidsgordels en goed ingestelde hoofd-
steunen. Daarom moeten de veiligheidsgor-
dels niet alleen vanwege wettelijke bepalin-
gen, maar ook vanwege de veiligheid worden
gebruikt ›››
pag. 70, Waarom veiligheidsgor-
dels?.
Het ontplooien van de airbag gebeurt in dui-
zendsten van een seconde, als u op dat mo-
ment een verkeerde zithouding heeft ingeno-
men kan de airbag u levensgevaarlijk ver-
wonden. Om die reden is het absoluut nood-
zakelijk dat alle inzittenden de juiste zithou-
ding blijven aannemen tijdens het rijden. Bruusk remmen kort voor een aanrijding kan
ervoor
z
orgen dat een niet-vastgegespte in-
zittende naar voren vliegt tot in het bereik
van de geactiveerde airbag. In dit geval kan
de inzittende door de airbag die wordt geac-
tiveerd levensgevaarlijk lichamelijk letsel op-
lopen. Dit geldt natuurlijk en in het bijzonder
ook voor kinderen.
Houd altijd de grootst mogelijke afstand tus-
sen uzelf en de frontairbag. Zo kunnen de
voorairbags in geval van een activering volle-
dig worden ontplooid en zo een maximale
beschermende werking bieden.
De belangrijkste factoren die een rol spelen
bij het ontsteken van de airbags zijn: het ty-
pe aanrijding, de botsingshoek en de snel-
heid van de wagen.
Doorslaggevend voor de activering van de
airbags is de bij de botsing optredende en
door het regelapparaat bepaalde vertraging.
Blijft de tijdens de botsing optredende en ge-
meten vertraging van de wagen onder de in
het regelapparaat aangegeven referentie-
waarden, dan worden de voor-, zij- en hoofd-
airbags niet geactiveerd. Houd er rekening
mee dat de zichtbare schade aan de veronge-
lukte wagen, hoe duidelijk zichtbaar ook,
niet van doorslaggevende betekenis is ge-
weest voor het activeren van de airbags.
76

Airbagsysteem
ATTENTIE
● Het v erk
eerd dragen van de veiligheidsgor-
dels en elke verkeerde zithouding kan tot le-
vensgevaarlijk lichamelijk letsel leiden.
● Alle inzittenden, ook kinderen die niet juist
zijn va
stgegespt, kunnen levensgevaarlijk li-
chamelijk letsel oplopen als de airbag wordt
geactiveerd. Kinderen t/m 12 jaar moeten al-
tijd op de zitplaatsen achterin worden ver-
voerd. Neem nooit kinderen mee in de wagen
als deze niet vastgegespt kunnen worden of
als deze niet over een kinderzitje beschikken
dat geschikt is voor hun lengte en gewicht.
● Als de veiligheidsgordel niet is vastge-
gespt, a
ls er opzij of naar voren wordt ge-
leund of als er een verkeerde zithouding
wordt ingenomen, is de kans op lichamelijk
letsel bij een aanrijding aanzienlijk groter. Dit
verhoogde gevaar op lichamelijk letsel stijgt
nog meer als zij in zo'n geval door een geacti-
veerde airbag worden getroffen.
● Om het risico op lichamelijk letsel door een
geactiveer
de airbag te reduceren, altijd de
veiligheidsgordel juist dragen ››› pag. 70.
● Voorstoelen altijd juist verstellen. Beschrijving van het airbagsysteem
Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
p
ag. 15.
Het airbagsysteem is geen vervanging van de
veiligheidsgordel! Het airbagsysteem biedt in combinatie met de veiligheidsgordels een
bijkomende bes
cherming voor de bestuurder
en bijrijder.
Het airbagsysteem bestaat (afhankelijk van
de installatie) uit de volgende modules:
● Elektronisch regelapparaat
● Voorairbags voor de bestuurder en bijrijder
● Knie-airbag voor de bestuurder
● Zijairbags
● Hoofdairbags
● Controlelampje van de airbag in het in-
s
trumentenpaneel
● Sleutelschakelaar voor de voorairbag van
de bijrijder
● Contro
lelampje voor het uitschakelen/in-
schak
elen van de voorairbag.
De werking van het airbagsysteem wordt
elektronisch gecontroleerd. Telkens wanneer
het contact wordt ingeschakeld, gaat het air-
bagcontrolelampje enkele seconden branden
(zelfdiagnose).
Er is een storing in het systeem als het con-
trolelampje :
● gaat niet branden wanneer het contact
wordt in
geschakeld,
● niet na ca. vier seconden uitgaat nadat het
contact w
erd ingeschakeld, ●
weer gaat br
anden nadat het contact werd
ingeschakeld en het controlelampje uitging,
● gaat branden of knipperen tijdens het rij-
den.
Het airbagsy
steem wordt niet geactiveerd
bij:
● uitgeschakeld contact,
● lichte frontale botsingen,
● lichte botsingen van opzij;
● botsingen van achteren;
● over de kop slaan. ATTENTIE
● De max im
ale beschermende werking van de
veiligheidsgordels en het airbagsysteem
wordt alleen bij een correcte zitpositie be-
reikt ››› pag. 65, Juiste zithouding van de in-
zittenden.
● Als er een storing in het airbagsysteem is,
moet het sys
teem direct in een werkplaats
van een officiële dealer worden gecontro-
leerd. Anders bestaat het gevaar dat de air-
bags bij een botsing helemaal niet of niet op-
timaal worden geactiveerd. Activering van de airbag
De airbag wordt in een fractie van een secon-
de en met
hog
e snelheid op
geblazen om bij
een ongeval extra bescherming te kunnen »
77
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten

Vastzetten
bieden. Als de airbags worden ontvouwen,
k an fijn s
tof
ontstaan. Dit is normaal en geen
teken van vuur in de wagen.
Het airbagsysteem is enkel klaar voor werk-
ing met ingeschakeld contact.
In bijzondere omstandigheden van ongeval-
len kunnen verscheidene airbags tegelijk af-
gaan.
Bij lichte botsingen frontaal, van opzij of van
achteren, kantelen of doorrollen van het voer-
tuig, zullen de airbags niet afgaan.
Factoren van activering
Er kunnen geen algemene uitspraken worden
gedaan over de omstandigheden die leiden
tot het activeren van het airbagsysteem in
elke situatie. Wel zijn er een aantal factoren
die een belangrijke rol spelen, zoals bijvoor-
beeld de eigenschappen van het voorwerp
dat botst tegen het voertuig (hard/zacht),
botshoek, rijsnelheid enz.
Doorslaggevend voor de activering van de
airbags is het traject van vertraging.
Het regelapparaat analyseert het traject van
de botsing en activeert het betreffende be-
vestigingssysteem.
Indien tijdens de botsing de gemeten vertra-
ging van het voertuig die daaruit volgt onder
de vooraf ingestelde referentiewaarden in het
regelapparaat blijft, zullen de airbags niet af- gaan zelfs al kan het voertuig ernstig ver-
vormd worden.
Bij ern
stige frontale botsingen worden de
volgende airbags geactiveerd
● Voorairbag van de bestuurder.
● Voorairbag van de bijrijder.
● Knie-airbag voor de bestuurder.
Bij ernstige bot
singen van opzij worden de
volgende airbags geactiveerd
● Zij-airbag vooraan aan de zijde van het on-
geval.
● Z
ij-airbag achteraan aan de zijde van het
ongeval
.
● Hoofdairbag aan de zijde van het ongeval.
Bij een ongeva
l met activering van de airbag:
● gaan de lampjes van het interieur branden
(indien de schak
elaar voor binnenverlichting
in portierschakelaarstand staat);
● worden de knipperlichten tegelijk inge-
schak
eld;
● worden alle portieren ontgrendeld;
● wordt de toevoer van brandstof naar de
motor afge
sloten. Veiligheidsaanwijzingen voor
de airbags
Voor
airbags Lees aandachtig de aanvullende informatie
›››
p
ag. 15. ATTENTIE
● Tus sen de per
sonen voorin en het wer-
kingsbereik van de airbag mogen zich verder
geen personen, dieren of voorwerpen bevin-
den.
● De beschermende werking van de airbags
geldt s
lechts voor één aanrijding en nadat ze
geactiveerd zijn geweest, moeten ze vervan-
gen worden.
● Ook mogen er geen voorwerpen zoals be-
kerhouders of
telefoonhouders op de afdek-
kingen van de airbags worden bevestigd.
● Aan de delen van het airbagsysteem mag
geen enkele
verandering worden aange-
bracht. Knie-airbag*
Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
p
ag. 16.
78

Airbagsysteem
ATTENTIE
● De airbag v
oor de knieën wordt ontvouwen
voor de knieën van de bestuurder. Houd het
werkingsgebied van de airbag voor de knieën
steeds vrij.
● Plaats geen voorwerpen op het deksel noch
in het werkin
gsgebied van de airbag voor de
knieën.
● Verstel de bestuurdersstoel zo dat min-
stens
10 cm (4 inch) ruimte tussen de knieën
en de airbag voor de knieën aanwezig is. Als
het door uw lichaamsbouw niet mogelijk is
om hieraan te voldoen, neem dan onmiddel-
lijk contact op met een gespecialiseerde
werkplaats. Zijairbags*
Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
p
ag. 17. ATTENTIE
● Als de in
zittenden geen veiligheidsgordels
dragen, tijdens de rit naar voren leunen of
een verkeerde zitpositie aannemen, staan ze
bij een ongeval bloot aan een verhoogd risico
op lichamelijk letsel als het airbagsysteem
wordt geactiveerd.
● Om de zij-airbags hun volledige bescher-
mende werking t
e laten bieden, moet u tij-
dens het rijden de juiste zithouding aanhou- den en de veiligheidsgordel op de juiste ma-
nier dragen.
● Bij een bot s
ing van opzij werken de zijair-
bags niet
indien de sensoren niet correct de
drukverhoging meten aan de binnenzijde van
de portieren, wanneer de lucht naar buiten
komt via de zones met gaten of openingen in
het paneel van het portier.
● Nooit rijden met uitgebouwde binnenpane-
len van de por
tieren of niet correct afgestelde
panelen.
● Nooit rijden wanneer de luidsprekers in de
portierpanelen uit
gebouwd zijn, behalve
wanneer de openingen van de luidspreker
correct zijn afgedekt.
● Altijd controleren of de openingen bedekt
of afge
sloten zijn wanneer luidsprekers of
een andere uitrusting geïnstalleerd worden in
de binnenpanelen van de portieren.
● Tussen de inzittenden op de buitenste zit-
plaatsen en het
werkingsgebied van de air-
bags mogen zich geen andere personen, die-
ren of voorwerpen bevinden. Om de werking
van de zij-airbags niet te belemmeren, mogen
bovendien aan de portieren geen accessoires
zoals bekerhouders worden bevestigd.
● Aan de kledinghaken in de wagen mag uit-
sluitend kl
eding met weinig gewicht worden
opgehangen. In de zakken van de kleding-
stukken mogen geen zware en scherpe voor-
werpen zitten.
● Er mogen geen grote krachten (zoals krach-
tig stoten of
trappen) op de zijkanten van de
rugleuningen worden uitgeoefend omdat an-
ders het systeem kan worden beschadigd. De zijairbags zouden in dit geval niet worden ge-
activeerd!
● Er mog en in g
een enkel geval stoelhoezen
op de stoelen met
ingebouwde zijairbags
worden aangebracht die niet uitdrukkelijk
voor uw wagen zijn goedgekeurd. Omdat de
luchtzak aan de zijkant uit de stoel wordt ont-
vouwen, zou bij gebruik van niet-vrijgegeven
stoelhoezen de beschermende werking van
uw zijairbag aanzienlijk nadelig worden beïn-
vloed.
● Beschadigingen aan de originele stoelhoe-
zen of de naa
d in de module van de zijairbag
moeten direct door een gespecialiseerde
werkplaats worden gerepareerd.
● De beschermende werking van de airbags
geldt s
lechts voor één aanrijding en nadat ze
geactiveerd zijn geweest, moeten ze vervan-
gen worden.
● Alle werkzaamheden aan de zij-airbag en
het uit- en inbouw
en van onderdelen van het
systeem vanwege reparatiewerkzaamheden
(bijv. voorstoel uitbouwen) mogen alleen
door de werkplaats van een officiële dealer
worden uitgevoerd. Anders kunnen er storin-
gen in de werking van de airbags optreden.
● Aan de delen van het airbagsysteem mag
geen enkele
verandering worden aange-
bracht. 79
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten

Vastzetten
Hoofdairbags* Lees aandachtig de aanvullende informatie
›››
p
ag. 17. ATTENTIE
● Om de hoofdairb ag
s hun volledige bescher-
mende werking te laten bieden, moeten de
veiligheidsgordels ervoor zorgen dat de juis-
te zithouding tijdens het rijden altijd blijft be-
houden.
● Om veiligheidsredenen dient de hoofdair-
bag verp
licht te worden uitgeschakeld bij wa-
gens die met een scheidingsnet uitgerust
zijn. Laat de airbag uitschakelen bij uw dea-
ler.
● Tussen de inzittenden van de wagen en het
werking
sgebied van de hoofdairbags mogen
zich geen andere personen, dieren of voor-
werpen bevinden zodat de airbag ongehin-
derd kan worden ontvouwen en zijn maximale
beschermende werking kan bieden. Daarom
mogen aan de ruiten in geen geval zonwerin-
gen worden bevestigd die niet uitdrukkelijk
voor uw wagen zijn goedgekeurd.
● Aan de kledinghaken in de wagen mag uit-
sluitend kl
eding met weinig gewicht worden
opgehangen. In de zakken van de kleding-
stukken mogen geen zware en scherpe voor-
werpen zitten. Bovendien mogen voor het op-
hangen van de kleding geen kleerhangers
worden gebruikt.
● De beschermende werking van de airbags
geldt s
lechts voor één aanrijding en nadat ze geactiveerd zijn geweest, moeten ze vervan-
gen wor
den.
● A
lle werkzaamheden aan de hoofdairbag
en het uit- en inbouw
en van onderdelen van
het systeem vanwege reparatiewerkzaamhe-
den (bijv. verwijderen van de hemelbekle-
ding) mogen alleen in de werkplaats van een
officiële dealer worden uitgevoerd. Anders
kunnen er storingen in de werking van de air-
bags optreden.
● Aan de delen van het airbagsysteem mag
geen enkele
verandering worden aange-
bracht.
● De aansturing van de zij- en hoofdairbags
gebeurt
met sensoren die zich bevinden aan
de binnenzijde van de voorportieren. Om de
correcte werking van de zij- en hoofdairbags
te garanderen, mogen noch de portieren,
noch de portierpanelen gewijzigd worden
(bijv. door naderhand luidsprekers in te bou-
wen). Indien schade aangebracht wordt aan
het voorportier kan de correcte werking van
het systeem aangetast worden. Alle werk-
zaamheden aan het voorportier moeten door
de werkplaats van een officiële dealer uitge-
voerd worden. Airbags buiten werking stellen
V oor
airb ag b
uiten werking stellen Afb. 92
Controlelampje in het dashboard voor
de uits c
h ak
eling van de voorairbag van de
voorpassagier.
Gaat branden in het instru-
mentenpaneel
Storing in het
systeem van air- bags en gordel- spanners.Laat het systeem onmiddellijk door
een specialist controleren.
Gaat branden in het dashboard
Storing in het
airbagsysteem.Laat het systeem onmiddellijk door
een specialist controleren.
Voorairbag van
de voorpassa-
gier buiten werk-
ing gesteld.Controleer of de airbag uitgescha-
keld moet blijven.80

Airbagsysteem
Gaat branden in het dashboard
Frontairbag van
de bijrijder in
werking.Het controlelampje gaat uit na ca.
60 seconden nadat het contact is in-
geschakeld of na inschakelen van
de voorairbag van de bijrijder via de
sleutelschakelaar.
Wanneer het contact wordt ingeschakeld,
gaan sommige c
ontr
ole- en waarschuwings-
lampjes enkele seconden aan terwijl ze een
werkingscontrole uitvoeren. Na enkele secon-
den gaan de lampjes uit.
Indien de voorairbag van de bijrijder uitge-
schakeld is en het controlelampje
niet blijft branden , of brandt
samen met het controlelampje van het in-
strumentenpaneel, kan het zijn dat er een
storing aanwezig is in het airbagsysteem
››› .
D e airb
ags
mogen uitsluitend worden uitge-
schakeld in specifieke gevallen, bijv. wan-
neer:
● er een kinderzitje op de bijrijdersstoel ge-
bruikt moet wor
den waarin het kind tegen de
rijrichting in gaat zitten (in enkele landen
moet het kind t.g.v. afwijkende nationale
voorschriften in rijrichting gaan zitten)
››› pag. 84,
● het, ondanks het feit dat de stand van de
bestuur
dersstoel correct is, onmogelijk is om
de minimale afstand van 25 cm tussen het centrum van het stuur en de borstkas te be-
houden,
●
er speciale toestellen moeten worden geïn-
stall
eerd in de zone van het stuur, omdat er
een mindervalide persoon meerijdt,
● u speciale stoelen laat installeren (bijv. een
orthopedisc
he stoel zonder zij-airbags).
U kunt de voorste bijrijdersairbag uitschake-
len met de schakelaar ››› pag. 82.
Geadviseerd wordt om naar een officiële
SEAT dealer te gaan als andere airbags uitge-
schakeld moeten worden.
Controle airbagsysteem
De werking van het airbagsysteem wordt
elektronisch gecontroleerd, ook als een air-
bag niet is aangesloten.
Als het airbagsysteem werd uitgeschakeld
door middel van een diagnosesysteem: ● nadat het contact is ingeschakeld, gaat het
lampje
van het airbagsysteem gedurende
ongeveer 4 seconden branden en vervolgens
ongeveer 12 seconden knipperen.
Als het airbagsysteem is uitgeschakeld door
middel van de airbagschakelaar aan de kant
van het instrumentenpaneel:
● nadat het contact is ingeschakeld, gaat het
control
elampje van de airbag gedurende
ongeveer 4 seconden branden, ●
Als de airb
ag uitgeschakeld is, wordt dit
aangegeven door het lampje dat zal
oplichten in het opschrift
in het midden van het instrumentenpaneel
››› afb. 93. ATTENTIE
In geval van storing van het airbagsysteem, is
het mogelijk d
at de airbag moeilijk, helemaal
niet of onverwacht afgaat. Dit kan ernstig of
zelfs dodelijk letsel veroorzaken.
● Laat het airbagsysteem onmiddellijk door
een gespec
ialiseerde werkplaats nakijken.
● Monteer nooit een kinderzitje op de voor-
stoel, of
verwijder het ingebouwde kinderzi-
tje! De voorairbag van de voorpassagier zou
ondanks het defect af kunnen gaan bij een
aanrijding. VOORZICHTIG
Let altijd op de brandende controlelampjes
en neem de daarbij behor ende be
schrijvingen
en aanwijzingen in acht om geen schade aan
de wagen te veroorzaken. Let op
● Neem de in uw land g el
dende voorschriften
betreffende de deactivering van airbags in
acht.
● Bij uw officiële SEAT-dealer kunt u informa-
tie verkrij
gen over de airbags die in uw wagen
kunnen worden gedeactiveerd. 81
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten

Vastzetten
Schakelaar voorairbag aan bijrijders-
z ijde Afb. 93
Schakelaar voorairbag aan bijrijders-
z ijde. Afb. 94
Controlelampje voor het buiten werk-
in g s
tel
len van de bijrijdersairbag. Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
p
ag. 16.
Met de schakelaar wordt uitsluitend de fron-
tairbag van de bijrijder uitgeschakeld. Airbag inschakelen
– Contact uitschakelen.
– Bijrijdersportier openen.
– Voer de sleutelbaard in de gleuf in die voor-
zien is op de s
chakelaar voor uitschakeling
van de bijrijdersairbag ››› afb. 93. De baard
moet ca. 3/4 van zijn lengte ingevoerd wor-
den, tot tegen de aanslag.
– Draai de sleutel vervolgens zachtjes om de
stand op ON
te plaatsen. Oefen geen druk
uit indien u weerstand ondervindt en zorg
ervoor dat de sleutelbaard tot het einde in-
gevoerd is.
– Bijrijdersportier sluiten.
– Controleer of het controlelampje
››› afb
. 94 niet gaat branden bij het op-
schrift in het midden
van het dashboard.
– Het controlelampje brandt gedur
ende
60 sec. in het middelste gedeelte van het
instrumentenpaneel.
Controlelampje bij het opschrift
(uitgeschakelde bijrijdersairbag)
Als de voorairbag aan bijrijderszijde is uitge-
schakeld, zal het controlelampje enkele se-
conden oplichten nadat het contact is inge-
schakeld. Daarna zal het ongeveer 1 seconde
uitgaan om vervolgens weer op te lichten. Als het controlelampje knippert, dan bete-
kent dit d
at er een defect is in het systeem
om de airbag uit te schakelen ››› . G
a on-
mid dellijk
naar een officieel dealer. ATTENTIE
● De bes t
uurder van de wagen is verantwoor-
delijk voor het in- of uitschakelen van de air-
bag.
● Schakel de airbag enkel uit bij uitgescha-
keld cont
act! Indien u dit niet doet, kunt u
een defect veroorzaken in het systeem om de
airbag uit te schakelen.
● Laat de sleutel in geen enkel geval in de
schak
elaar voor uitschakeling van de airbag
zitten, want de sleutel kan beschadigd wor-
den of de airbag kan bij het rijden in werking
of buiten werking gesteld worden.
● Als het controlelampje (uitges
chakel-
de airbag) knippert, dan zal de voorste bijrij-
dersairbag niet geactiveerd worden tijdens
een ongeval! Laat het systeem onmiddellijk
door de werkplaats van een officiële dealer
controleren. 82