I-3
Banden en velgen ...................................................7-24,8-4
Aanbevolen bandenspanning bij koude banden ........7-25
Aandacht voor de banden ..........................................7-24
Banden met een kleine hoogte-/breedteverhouding ..7-33
Banden vervangen .....................................................7-28
Bandenspanning controleren .....................................7-26
Grip ............................................................................7-29
Informatie op de wang van de band ..........................7-29
Onderhoud van banden ..............................................7-29
Velgen vervangen.......................................................7-29
Wielen uitlijnen en balanceren ..................................7-28
Wielen verwisselen ....................................................7-27
Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS) ....................6-8 Bandenspanningscontrolesysteem ...............................6-9
Controleer bandenspanning .........................................6-8
Controlelampje storing TPMS
(bandenspanningscontrolesysteem) ...........................6-11
Een wiel verwisselen met TPMS...............................6-12
Waarschuwingslampje lage bandenspanning ............6-10
Waarschuwingslampje positie lage
bandenspanning en bandenspanning..........................6-10 Bandenspanningslabel ....................................................8-8
Belangrijke veiligheidsvoorzorgsmaatregelen ...............2-2
Afleiding van de bestuurder ........................................2-2
Doe uw veiligheidsgordel altijd om ............................2-2
Gebruik voor alle kinderen de juiste
veiligheidssystemen .....................................................2-2
Gevaren airbag .............................................................2-2
Houd uw auto in een veilige conditie ..........................2-3
Pas uw snelheid aan .....................................................2-3
Belastingsindex en snelheidsindex banden ....................8-5
Blind spot detection-systeem (BSD) ............................5-41 Beperkingen van het system ......................................5-48
BSD (Blind Spot Detection)
/LCA (Lane Change Assist) .......................................5-42
RCTA (Rear Cross Traffic Alert) ...............................5-45
Cruise control ...............................................................5-73 Werking cruise control...............................................5-73
Door de eigenaar uit te voeren onderhoud .....................7-5 Schema voor door de eigenaar uit te
voeren onderhoud ........................................................7-6
I
Index
B
C
D