Page 201 of 566

3-54
Handige voorzieningen in uw auto
Hoofdwaarschuwingslampje
Dit controlelampje gaat branden :
In het geval van een storing in debediening van een van de volgende systemen :
- Laag ruitensproeiervloeistofniveau(indien van toepassing)
- Storing in Blind Spot Detection (BSD) (indien van toepassing)
- Storing in Autonomous
Emergency Braking (AEB) (indien
van toepassing)
- Storing in Advanced Smart Cruise Control (indien van toepassing)
- Storing in bandenspanningscontrolesysteem
(TPMS) (indien van toepassing)
- Onderhoudsherinnering
Kijk op het LCD-display voor meer
informatie over de waarschuwing.
Waarschuwingslampje lage bandenspanning
(indien van toepassing)
Dit waarschuwingslampje gaat
branden :
Als de startknop in stand ON staat.
- Het lampje blijft ongeveer 3seconden branden en gaat dan uit.
Als de spanning van een of meer banden aanzienlijk te laag is.
Zie voor meer informatie
"Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS)" in hoofdstuk 6.
Dit waarschuwingslampje blijft
branden nadat het ongeveer 60
seconden heeft geknipperd, of het
gaat herhaaldelijk knipperen met
intervallen van ongeveer 3
seconden:
In het geval van een storing in het TPMS.
In dat geval adviseren we u de
auto zo snel mogelijk te latencontroleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.
Zie voor meer informatie
"Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS)" in hoofdstuk 6.
Page 202 of 566

3-55
Handige voorzieningen in uw auto
3
Waarschuwingslampjeelektronische
parkeerrem (EPB)
Dit waarschuwingslampje gaat
branden :
Als de startknop in stand ON staat.
- Het lampje blijft ongeveer 3seconden branden en gaat dan uit.
In het geval van een storing in de elektrische parkeerrem.
In dat geval adviseren we u de auto te laten controleren door een
officiële Hyundai-dealer.
Informatie
Het waarschuwingslampje
elektronische parkeerrem (EPB) kan
ook in combinatie met het
controlelampje elektronische
stabiliteitsregeling (ESC) gaan
branden dat aangeeft dat de ESC niet
goed werkt (dit duidt niet op een
storing in de EPB).
Controlelampje AUTO HOLD
Dit controlelampje gaat branden :
[Wit] Wanneer de toets AUTO HOLD wordt ingedrukt en het Auto
Hold-systeem wordt ingeschakeld.
[Groen] Wanneer u de auto door het intrappen van het rempedaal
volledig tot stilstand brengt en het
Auto Hold-systeem is
ingeschakeld.
[Geel] In het geval van een storing in het Auto Hold-systeem.
In dat geval adviseren we u de auto te laten controleren door een
officiële Hyundai-dealer.
Zie "Auto Hold" in hoofdstuk 5
voor meer informatie.
i
Veilig stoppen
Het TPMS waarschuwt niet
voor ernstige en plotselinge
schade aan de banden
veroorzaakt door externefactoren.
Als de auto instabiel aanvoelt,
haal dan onmiddellijk uw voet
van het gaspedaal, trap het
rempedaal licht in en brenguw auto langzaam op een
veilige plaats tot stilstand.
WAARSCHUWINGEE PP BB
Page 211 of 566
3-64
Handige voorzieningen in uw auto
Informatie
Als het waarschuwingslampje voor
een glad wegdek gaat branden tijdens
het rijden, moet u met meer aandacht
en veiliger rijden en te hoge
snelheden, snelle acceleratie,
plotseling remmen en plotselinge
stuurbewegingen vermijden.Lage spanning (indien van toepassing)
Deze waarschuwingsmelding wordt
weergegeven als de
bandenspanning te laag is.
Aangegeven wordt in welke band de
spanning te laag is.
Zie voor meer informatie
"Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS)" in hoofdstuk 6.
Schakel de FUSE SWITCH in
Deze waarschuwingsmelding wordt
weergegeven als de
zekeringschakelaar op de
zekeringkast onder het stuurwiel inde stand OFF staat.
Zet de zekeringschakelaar in stand ON.
Zie voor meer informatie
"Zekeringen" in hoofdstuk 7.
i
OLFH044149L
OAE046115L
Page 221 of 566

3-74
Handige voorzieningen in uw auto
ModiSymboolToelichting
TripcomputerDeze modus geeft rij-informatie zoals de dagteller, het brandstofverbruik, enz. weer.
Zie "Tripcomputer" in dit hoofdstuk voor meer informatie.
Turn-by-turn (TBT)(indien van
toepassing)
In deze modus wordt de status van het navigatiesysteem weergegeven.
Assistentie
In deze modus wordt de status van de Advanced Smart Cruise Control (SCC) en het Lane Keeping Assist-systeem (LKAS) weergegeven.
Zie "Advanced Smart Cruise Control (SCC)" en "Lane Keeping Assist-systeem
(LKAS)" in hoofdstuk 5 voor meer informatie.
In deze modus wordt informatie weergegeven met betrekking tot het bandenspanningscontrolesysteem (TPMS).
Zie "Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS)" in hoofdstuk 6 voor meer
informatie.
GebruikersinstellingenVia deze modus kunt u instellingen met betrekking tot de portieren, verlichting, enz. wijzigen.
WaarschuwingDeze modus geeft waarschuwingsmeldingen met betrekking tot het Blind Spot
Detection-systeem, enz. weer.
LCD-modus
De gegeven informatie varieert afhankelijk van de functies die in uw auto beschikbaar zijn.
Page 223 of 566
3-76
Handige voorzieningen in uw auto
Turn By Turn-modus (TBT)
In deze modus wordt de status van
het navigatiesysteem weergegeven.
Assistentiemodus
SCC/LKAS
In deze modus wordt de status van
de Advanced Smart Cruise Control
(SCC) en het Lane Keeping Assist-
systeem (LKAS) weergegeven.
Zie "Advanced Smart Cruise
Control (SCC)" en "Lane KeepingAssist-systeem (LKAS)" in
hoofdstuk 5 voor meer informatie.
Bandenspanning
In deze modus wordt informatie
weergegeven met betrekking tot hetbandenspanningscontrolesysteem(TPMS).
Zie "Bandenspanningscontrole
-
systeem (TPMS)" in hoofdstuk 6
voor meer informatie.
OAE046133OAEE046137
OAE066030L
Page 224 of 566

3-77
Handige voorzieningen in uw auto
3
Waarschuwingsmodus
Als een van de onderstaande situaties
zich voordoet, worden er in de
informatiemodus gedurende enkele
seconden waarschuwingsmeldingen
weergegeven.
- Laag ruitensproeiervloeistofniveau(indien van toepassing)
- Storing in Blind Spot Detection (BSD) (indien van toepassing)
- Storing in Autonomous Emergency Braking (AEB)
- Storing in Advanced Smart Cruise Control
- Storing in bandenspanningscontrolesysteem
(TPMS) (indien van toepassing)
Modus Gebruikersinstellingen
Via deze modus kunt u deinstellingen met betrekking tot het
instrumentenpaneel, de portieren,
de verlichting, enz. wijzigen.
1. Rijbegeleiding
2. Deur
3. Lichten
4. Geluid
5. Handig
6. Volgend onderh.
7. Overige Functies
8. Reset
De gegeven informatie varieert
afhankelijk van de functies die in uwauto beschikbaar zijn. 1. Rijbegeleiding (Driving Assist)
Rijstrook hulp
- LDW/Standaard LKA/Actief LKA
Instellen van de gevoeligheid van
het Lane Keeping Assist-systeem.
Zie "Lane Keeping Assist-
systeem" in hoofdstuk 5 voor
meer informatie.
SCC Reactie
- Traag/Normaal/Snel Instellen van de gevoeligheid van
de Smart Cruise Control.
Zie "Smart Cruise Control" in
hoofdstuk 5 voor meer informatie.
Page 453 of 566

Wat te doen in een noodgeval
Alarmknipperlichten...............................................6-2
Wat te doen in een noodgeval
tijdens het rijden ...................................................6-2Als de auto afslaat tijdens het rijden ..........................6-2
Als de auto afslaat op een kruising of splitsing .......6-2
Als u tijdens het rijden een lekke band krijgt ...........6-3
Als de auto niet gestart kan worden ..................6-3 Als de motor niet of langzaam ronddraait .................6-3
Starten met een hulpaccu ....................................6-4
Wanneer de auto oververhit raakt......................6-7
Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS) .......6-8 Controleer bandenspanning............................................6-8
Bandenspanningscontrolesysteem ...............................6-9
Waarschuwingslampje lage bandenspanning...........6-10
Waarschuwingslampje positie lage
bandenspanning en bandenspanning ........................6-10
Controlelampje storing TPMS
(bandenspanningscontrolesysteem) ...........................6-11 Een wiel verwisselen met TPMS .................................6-12 Als uw auto een lekke band heeft ....................6-14
Met Tire Mobility Kit (TMK) .........................................6-14
Slepen ....................................................................6-23 Bergingsbedrijf ................................................................6-23
Afneembaar sleepoog ....................................................6-24
Slepen in een noodgeval ...............................................6-25
6
Page 460 of 566

6-8
Wat te doen in een noodgeval
(1) Waarschuwingslampje lage
bandenspanning/controlelampje
storing TPMS
(2) W aarschuwingslampje positie
lage bandenspanning en
waarschuwingslampje lage
bandenspanning (weergegeven
op het LCD-display)
Controleer bandenspanning
(indien van toepassing)
U kunt de bandenspanning controleren in de assistentiemodus
op het instrumentenpaneel. Raadpleeg "LCD-modus" in hoofdstuk 3.
De bandenspanning wordt na enkele minuten rijden
weergegeven.
Als de bandenspanning bij stilstaande auto niet wordt
weergegeven, zal de melding
"Drive to display (Rijden om weer
te geven)" worden weergegeven.
Controleer na het rijden debandenspanning. De weergegeven waarden voor de
bandenspanning verschillen
mogelijk van de met eenbandenspanningsmeter gemeten
waarden.
U kunt de eenheid waarin de bandenspanning wordt
weergegeven wijzigen in de modus
Gebruikersinstellingen in het LCD-
display.
- psi, kPa, bar (Zie Modus
Gebruikersinstellingen inhoofdstuk 3).
BB AA NN DDEENN SSPP AA NN NNIINN GGSSCC OO NNTTRR OO LLEE SSYY SSTT EEEEMM (( TT PP MM SS)) (( IINN DDIIEE NN VV AA NN TT OO EEPP AA SSSSIINN GG))
OAEE066012
OAE046115L
OAE066030L