Tripcomputer.........................................................3-82
Verlichting .............................................................3-86Verlichting buitenzijde ...................................................3-86
Welkomstsysteem............................................................3-93
Interieurverlichting..........................................................3-94
Ruitenwissers en ruitensproeiers ......................3-98 Ruitenwissers voor .........................................................3-98
Ruitensproeier voorruit ...............................................3-101
Rijhulpsysteem ...................................................3-102 Achteruitrijcamera ........................................................3-102
Parking assist system achter .....................................3-103
Parking assist system ..................................................3-107
Achterruitverwarming .......................................3-111 Achterruitverwarming ..................................................3-111
Automatisch verwarmings-
en ventilatiesysteem..........................................3-112 Automatische verwarming en airconditioning .......3-113
Handmatig bediende verwarming
en airconditioning .........................................................3-114 Werking systeem...........................................................3-122
Onderhoud van het systeem ......................................3-124 Voorruit ontdooien en ontwasemen ...............3-127
Automatisch verwarmings-
en ventilatiesysteem ....................................................3-127Ontwasemfunctie ..........................................................3-128
Automatisch ontwasemingssysteem ........................3-129
Extra voorzieningen verwarmings-
en ventilatiesysteem..........................................3-131 Luchtcirculatie schuifdak ............................................3-131
Opbergvak ...........................................................3-132 Opbergvak middenconsole..........................................3-132
Dashboardkastje ...........................................................3-133
Opbergvak voor zonnebril ..........................................3-133
Multifunctioneel vak ....................................................3-134
3
3-66
Handige voorzieningen in uw auto
Storing koplampventilator
Deze waarschuwingsmelding wordt
weergegeven als er een probleem is
met de koplampaanjager. We
adviseren u de auto te laten nakijken
door een officiële HYUNDAI-dealer.
Controleer koplamp(indien van toepassing)
Deze waarschuwingsmelding wordt
weergegeven als de koplampen niet
goed werken. De gloeilamp van de
koplamp moet mogelijk vervangen
worden.
Informatie
Vervang de kapotte lamp door een
nieuw exemplaar met hetzelfde
wattage.
Parking assist system malfunction (Parking Assist
System defect) (indien van toepassing)
Deze waarschuwing wordt
weergegeven als er een probleem is
met het Parking Assist System. We
adviseren u de auto te laten nakijken
door een officiële HYUNDAI-dealer.
Raadpleeg voor meer informatie "Rijhulpsysteem" in hoofdstuk 3.
i
■ Voor en achter
■ Achter
OAE046462L/OAEE046116
OAEE046118L
OAD045142L
3-78
Handige voorzieningen in uw auto
Automatische noodstop assistant
In- en uitschakelen van Autonomous
Emergency Braking (AEB).
Zie "Autonomous Emergency
Braking (AEB)" in hoofdstuk 5 voor
meer informatie.
Waarschuwing aanrijding voorzijde
- Late waarschuwing/Normaal/Vroege waarschuwing
Instellen van eerste
waarschuwingsmoment van het
Autonomous Emergency Braking-systeem.
Zie "Autonomous EmergencyBraking (AEB)" in hoofdstuk 5
voor meer informatie. Waarschuwing verkeer achterzijde
In- en uitschakelen van het Rear
Cross Traffic Alert-systeem. Zie "Blind Spot Detection" in
hoofdstuk 5 voor meer informatie.
Dode hoek waarschuwing geluid
In- en uitschakelen van het Blind Spot Detection-geluid. Zie "Blind Spot Detection" in
hoofdstuk 5 voor meer informatie.
2. Deur (Door)
Automatisch Vergrendelen
- Uitschakelen : de automatische
portiervergrendeling wordt
uitgeschakeld.
- Inschakel. op snelh. : alle portieren worden automatisch vergrendeld
als de rijsnelheid hoger wordt dan15 km/h.
- Actief bij schakelen : Alle portieren worden automatisch vergrendeld
wanneer de transmissie vanuit
stand P (parkeren) in stand R
(achteruit), N (neutraal) of D
(rijden) wordt gezet.
3-103
Handige voorzieningen in uw auto
3
Informatie
Zorg ervoor dat de lens van de camera
altijd schoon is. Als de lens is bedekt
met vuil of sneeuw, functioneert de
camera mogelijk niet normaal.
Parking assist system achter
(indien van toepassing)
Het Parking Assist System achter
waarschuwt de bestuurder tijdens
het achteruitrijden met een
geluidssignaal zodra de afstand
tussen de auto en een voorwerpachter de auto minder dan 120 cm
wordt.
Dit systeem is een aanvullend
systeem, dat alleen werkt in het
gebied dat door de parkeersensoren
wordt gedekt.
i
OAEE046413
Sensoren
Kijk voordat u achteruitrijdt
ALTIJD om u heen om te
controleren of de omgeving
vrij is van objecten en
obstakels, om een aanrijding
te voorkomen.
Wees extra voorzichtig als u
dicht langs objecten of
personen, in het bijzonder
kinderen, rijdt.
Houd er rekening mee dat
sommige objecten mogelijk
niet op het scherm worden
weergegeven of door de
sensoren worden
geregistreerd als gevolg vande afstand tot het obstakel of
het formaat of het materiaal
van het obstakel. Al deze
zaken kunnen de effectiviteit
van de sensor beperken.
WAARSCHUWING
Gebruik voor het reinigen van
de lens geen producten die zure
of basische reinigingsmiddelen
bevatten. Gebruik uitsluitend
een zachte zeep of een neutraal
oplosmiddel en spoel grondig
na met water.
OPMERKING
3-104
Handige voorzieningen in uw auto
Werking van het Parking AssistSystem achter
Werking
Het systeem wordt ingeschakeld als de achteruitversnelling wordt
ingeschakeld en de startknop in
stand ON staat. Maar als de
rijsnelheid hoger is dan 5 km/h,
registreert het systeem obstakelsmogelijk niet.
Als de rijsnelheid hoger is dan 10 km/h, geeft het systeem u geen
waarschuwing meer als een
obstakel wordt gesignaleerd.
Als er zich meerdere objecten achter de auto bevinden, zal het
dichtstbijzijnde als eerste wordengeregistreerd.
Soorten waarschuwingssignalen
Het controlelampje wijktmogelijk af van de afbeelding
wat betreft de status van
objecten of sensoren. Als het
controlelampje knippert,
adviseren we u de auto te laten
controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.
Als u geen waarschuwingsgeluid hoort of
als de zoemer met tussenpozenklinkt wanneer u deselectiehendel in stand R
(achteruit) zet, zit er mogelijk
een storing in het Parking Assist
System. In dat geval adviserenwe u om uw auto zo snel
mogelijk te laten controleren
door een officiële HYUNDAI-
dealer.
AANWIJZING
WaarschuwingssignalenControlelampje
Wanneer een object zich
ongeveer 60 - 120 cm van de
achterbumper bevindt, klinkt het
waarschuwingssignaal met
tussenpozen.
Wanneer een object zich
ongeveer 30 - 60 cm van de
achterbumper bevindt, klinkt het
waarschuwingssignaal vaker.
Wanneer een object zich binnen
ongeveer 30 van de
achterbumper bevindt, klinkt het
waarschuwingssignaal continu.
3-105
Handige voorzieningen in uw auto
3
Uitschakelen van het ParkingAssist System achter
(indien van toepassing)
Druk op de toets om het Parking Assist System achter uit te
schakelen. Het controlelampje in de
toets gaat branden.
Gevallen waarin het Parking Assist System niet werkt
Het Parking Assist System achter
werkt in de volgende gevallen
mogelijk niet goed :
Als er ijs op de sensor zit.
Er zit vuil, sneeuw of ijs o.i.d. op de sensor.
De werking van het Parking Assist
System achter wordt in de volgende
omstandigheden mogelijk
verstoord :
Bij het rijden op oneffen wegen enop hellingen.
Als bepaalde hoogfrequente geluiden, zoals claxons,
racemotoren, luchtremmen van
vrachtwagen en dergelijke, de
werking van de sensoren
beïnvloeden.
Bij zware regenval of opspattend water. Door afstandsbedieningen of
mobiele telefoons in de buurt vande sensoren.
Als de sensor bedekt is met sneeuw.
Als de auto is voorzien van achteraf gemonteerde uitrusting ofaccessoires of als de
bumperhoogte of de inbouwpositie
van de sensoren is gewijzigd.
Het sensorbereik neemt in de
volgende gevallen mogelijk af :
Bij extreem hoge of lagebuitentemperaturen.
Bij objecten lager dan 1 meter en smaller dan 14 cm in diameter.
De volgende objecten worden
mogelijk niet opgemerkt door de
sensoren :
Smalle objecten, zoals touwen,kettingen of paaltjes.
Objecten die de hoogfrequente signalen van de sensor
absorberen, zoals kleding,
sponsachtige materialen en
sneeuw.
OAEE046415L
3-106
Handige voorzieningen in uw auto
Waarschuwingen Parking AssistSystem achter
Het Parking Assist System achter werkt onder sommige omstandigheden mogelijk niet
regelmatig, afhankelijk van de
rijsnelheid en de vorm van degesignaleerde objecten.
De correcte werking van het Parking Assist System achter kan
verstoord raken als de
bumperhoogte of de inbouwpositie
van de sensoren is gewijzigd of als
de bumper of sensor beschadigd
is. Achteraf gemonteerde
accessoires kunnen het bereik van
de sensoren ook beïnvloeden.
Objecten die kleiner zijn dan 40 cm worden mogelijk niet of niet goed
geregistreerd. Wees alert. Wanneer de sensor wordt
gehinderd door sneeuw, vuil of ijs
o.i.d., werkt het Parking AssistSystem achter mogelijk niet totdatde sneeuw of het ijs is gesmolten
of het vuil e.d. is verwijderd.
Gebruik een zachte doek om vuil
e.d. van de sensor te vegen.
Druk, kras of stoot niet met harde voorwerpen tegen de sensor.
Anders kan het oppervlak van de
sensor beschadigd raken. De
sensor kan beschadigd raken.
Spuit niet met een hogedrukreiniger direct op de
sensoren of de omgeving ervan.
Anders werken de sensoren
mogelijk niet normaal. Schade aan de auto en
persoonlijk letsel, ontstaan
vanwege het onjuist
functioneren van het Parking
Assist System achter, vallen
niet onder de garantie. Rijd
altijd veilig en voorzichtig.
WAARSCHUWING
3-107
Handige voorzieningen in uw auto
3
Parking assist system
(indien van toepassing)
Het Parking Assist System
waarschuwt de bestuurder tijdens
het rijden met een signaal zodra deafstand tussen de auto en een object
voor de auto minder dan 100 cm ofachter de auto minder dan 120 cm
wordt.Dit systeem is een aanvullend
systeem, dat alleen werkt in het
gebied dat door de parkeersensoren
wordt gedekt.
Werking van het Parking Assist
System
Werking
Het systeem wordt ingeschakeld door de toets voor het Parking
Assist System in te drukken terwijl
het contact aan is.
Kijk voordat u achteruitrijdt
ALTIJD om u heen om te
controleren of de omgeving
vrij is van objecten en
obstakels, om een aanrijding
te voorkomen.
Wees extra voorzichtig als u
dicht langs objecten of
personen, in het bijzonder
kinderen, rijdt.
Houd er rekening mee dat
sommige objecten mogelijk
niet op het scherm worden
weergegeven of door de
sensoren worden
geregistreerd als gevolg vande afstand tot het obstakel of
het formaat of het materiaal
van het obstakel. Al deze
zaken kunnen de effectiviteit
van de sensor beperken.
WAARSCHUWING
OAEE046414
OAEE046413
■Sensor voor
■Sensor achter
Sensoren
Sensoren
OAEE046415