
BELANGRIJK U hoeft niet continu zo te
rijden als hierboven aangegeven. Rijd
altijd zo veilig mogelijk en in afstemming
op de wegomstandigheden.
Als het DPF-waarschuwingslampje
tijdens gebruik van het voertuig
knippert
Als het DPF-waarschuwingslampje
knippert, duidt dat op een storing in het
DPF-systeem. Laat het systeem
nakijken bij een Fiat Servicepunt.
BELANGRIJK
78)Het dieselroetfilter (DPF) ontwikkelt
tijdens zijn normale werking zeer hoge
temperaturen. Parkeer het voertuig niet op
licht ontvlambaar materiaal (gras, droge
bladeren, dennennaalden enz.):
brandgevaar.
BELANGRIJK
27)Gebruik alleen de brandstof en
motorolie gespecificeerd voor uw voertuig.
Gebruik geen vochtverwijderingsmiddelen
of ander brandstofadditief. Dergelijke
middelen kunnen een schadelijke werking
op het DPF hebben. Raadpleeg
"Brandstofkeuze" en "Motorolie".28)Pas de rijsnelheid altijd aan de
verkeers- en weersomstandigheden aan en
houd u altijd aan de verkeersregels. De
motor afzetten terwijl het DPF-symbool
brandt is toegestaan, maar het meermaals
onderbreken van het regeneratieproces kan
leiden tot voortijdig kwaliteitsverlies van de
motorolie. Daarom wordt het aanbevolen
om altijd te wachten tot het symbool is
gedoofd voordat de motor wordt afgezet,
door bovenstaande aanwijzingen te volgen.
Voltooi het DPF-regeneratieproces niet
terwijl het voertuig stil staat.
29)Blijven rijden met een knipperend
DPF-waarschuwingslampje kan leiden tot
problemen met de motor en schade aan
het DPF.
MOTORRUIMTE
Openen
1. Trek de ontgrendelingshendel naar u
toe om de motorkap te ontgrendelen.
2. Breng de motorkap omhoog terwijl u
het veiligheidsslot ingedrukt houdt.
142AHA102609
143AHA102452
81

Opmerking Open de motorkap alleen
als de ruitenwissers in de parkeerstand
staan. Doet u dit niet, dan kan dit leiden
tot schade aan de motorkap,
wisserarmen of voorruit.
3. Ondersteun de motorkap door de
steunstang in de daarvoor bestemde
uitsparing te plaatsen.
30) 31)
Sluiten
1. Maak de steunstang los en klik hem
vast in zijn houder.
2. Breng de motorkap langzaam
omlaag tot ongeveer 20 cm boven de
gesloten stand en laat hem dan los.
3. Controleer of de motorkap stevig
vastzit door zachtjes aan het midden
van de motorkap te trekken.
79) 80) 81) 82)
Opmerking Als de motorkap op deze
manier niet goed sluit, laat hem dan iets
hoger los.
Opmerking Duw niet stevig op de
motorkap, aangezien de motorkap
hierdoor zou kunnen beschadigen.
BELANGRIJK
79)Zorg ervoor dat tijdens het sluiten van
de motorkap, geen handen of vingers klem
komen te zitten.
80)Verricht deze handelingen uitsluitend bij
stilstaande auto.
81)Gebruik beide handen om de motorkap
op te tillen. Controleer voordat de
motorkap wordt opgetild, of de armen van
de ruitenwissers wel tegen de ruit liggen,
het voertuig stilstaat en de handrem goed
is aangetrokken.82)Om veiligheidsredenen moet de
achterklep tijdens het rijden altijd goed
gesloten zijn. Controleer dus altijd of de
motorkap goed gesloten en vergrendeld is.
Mocht u tijdens het rijden merken dat de
motorkap niet goed vergrendeld is, stop
dan onmiddellijk en sluit de motorkap op
de correcte manier.
BELANGRIJK
30)Pas op dat de steunstang niet losraakt,
als de motorkap openstaat en omhoog
komt door een sterke wind.
31)Controleer, als u de steunstang hebt
vastgezet, of hij de motorkap stevig
ondersteunt om te voorkomen dat de
motorkap op uw hoofd of lichaam valt.
144AHA102465
145AHA102478
82
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG

LAADRUIMTE
BELADING
83) 84)
Voorzorgsmaatregelen voor
belading
Let tijdens het laden op de volgende
zaken.
Laad ladingen en bagage voor zover
mogelijk altijd in de laadruimte.
Verdeel de lading of bagage
gelijkmatig zodat het gewicht van de
lading niet uit balans is.
Plaats geen lading of bagage op het
instrumentenpaneel. Stapel ook geen
lading of bagage op de voorste
passagiersstoel of de achterbank. Als
het zicht van de bestuurder wordt
belemmerd of de lading in de
bestuurdersruimte terechtkomt doordat
plotseling moet worden geremd, kan dit
leiden tot ernstige ongevallen of letsel.
BELANGRIJK
83)Als een voertuig op een zeer steile
helling staat geparkeerd of op een zijhelling,
kan het openen van het achterportier of
zijportier er toe leiden dat niet bevestigde
items plotseling in beweging komen.84)Als u brandstof in een reservetank wilt
meenemen, moet dit met inachtneming
van de wettelijke voorschriften gebeuren
door alleen een typegoedgekeurde tank te
gebruiken die stevig met de sjorogen is
verankerd. Bedenk echter wel dat op deze
manier het risico op brand bij een ongeval
toeneemt.
AANHANGWAGENS
TREKKEN
Raadpleeg het Fiat Servicenetwerk, als
u een aanhangwagen wilt trekken met
een voertuig dat is uitgerust met een
trekinrichting die voldoet aan alle
relevante plaatselijke voorschriften.
Controleer of de koppelingskogel van
uw trekhaak niet de kentekenplaat van
uw voertuig afdekt als de aanhanger of
caravan wordt losgekoppeld. Als de
koppelingskogel de kentekenplaat
afdekt, dient u deze te verwijderen. En
als de koppelingsbal van de trekhaak
afsluitbaar is met een sleutel of
gereedschap, verwijder dan de
koppelingsbal en gebruik een
koppelingsbal van de trekhaak die
verwijderd kan worden of
geherpositioneerd kan worden zonder
een sleutel of gereedschap te
gebruiken.
De voorschriften voor het trekken van
een aanhangwagen kunnen per land
verschillen. We raden u aan overal de
plaatselijke voorschriften in acht te
nemen.
Opmerking Houd voor het trekken van
een aanhangwagen rekening met de
volgende zaken.
85)
83

Maximaal toelaatbaar trekgewicht
met rem en maximaal toelaatbare
kogeldruk
Overschrijd nooit het maximaal
toelaatbare trekgewicht met rem en de
maximaal toelaatbare kogeldruk, zoals
opgegeven in de specificaties.
(Raadpleeg "Voertuiggewicht")
Als u een aanhangwagen trekt op een
hoogte van 1.000 m boven zeeniveau,
verlaag dan uw gewicht met 10% van
het bruto combinatiegewicht voor
iedere 1.000 m boven zeeniveau,
aangezien het motorvermogen daalt
door de afname in atmosferische druk.
Montagespecificaties trekstang
Zie de volgende tabel voor de
bevestigingspunten (A) van de
trekstang.
Enkele
cabineAnderhalve
cabineDubbele
cabine
1 30mm 30mm 30mm
2 55mm 55mm 55mm
3 60mm 60mm 60mm
4 810 mm 925 mm 925 mm
5 19,5 mm 19,5 mm 19,5 mm
6 47,5 mm 47,5 mm 47,5 mm
7 88mm 88mm 88mm
8 184 mm148 mm
(1)184 mm(2)
148 mm(1)184 mm(2)
(1) Voertuigen zonder heavy duty-vering
(2) Voertuigen met heavy duty-vering
Enkele
cabineAnderhalve
cabineDubbele
cabine
9 494 mm494 —
544 mm
546 mm
(3)
494 —
534 mm
505 —
536 mm
(4)
10 895 mm 1.010 mm 1.010 mm
11 1.367 mm 1.482 mm 1.482 mm
12 502,5 mm 502,5 mm 502,5 mm
13 541 mm 541 mm 541 mm
(3) Voertuigen met banden van 17 inch
(4) 2WD-voertuigen met 245/70R16-banden,
4WD-voertuigen met banden van 17 inch
Onderdeel 9: bij totale onbeladen
massa.
Opmerking De waarden onder
onderdeel 9 zijn van toepassing op
onbeladen voertuigen. De waarde kan
variëren, afhankelijk van de
bandenmaat, optionele uitrustingen en
ophangingsomstandigheden.
Adviezen voor de besturing
Laat voordat u een zware
aanhangwagen trekt, onderhoud aan
uw voertuig verrichten en let daarbij
vooral op de toestand van de
afstemming van de motor, de toestand
van de remmen, het stuur en de
banden.
146AHA114459
147AHA114462
84
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG

A — Duw hem helemaal naar binnen.
Als de aansteker klaar is, springt hij
automatisch met een klik terug naar zijn
oorspronkelijke positie. Neem de
aansteker uit voor gebruik. Breng de
aansteker na gebruik weer op de
oorspronkelijke plaats in het contact
aan.
Opmerking Plaats de aansteker altijd
weer terug in het contact, want anders
kan het contact verstopt raken met
vreemd materiaal, wat kan leiden tot
kortsluiting.
87)
Laat kinderen de aansteker niet
gebruiken en er niet mee spelen,
aangezien dit kan leiden tot
brandwonden.Gebruik geen elektrische apparaten die
niet zijn goedgekeurd door FCA.
Hierdoor zou het contact kunnen
beschadigen. Als u de aansteker met
een beschadigd contact gebruikt, kan
de aansteker naar buiten schieten of
vast komen te zitten, na te zijn
ingedrukt.
Als de aansteker ongeveer
30 seconden nadat hij naar binnen is
gedrukt, niet naar buiten springt, is er
iets niet in orde met de aansteker. Trek
de aansteker uit en laat het probleem
verhelpen bij een Fiat Servicepunt.
Als het contact van de aansteker als
stroombron voor elektrische apparaten
wordt gebruikt, zorg er dan voor dat het
elektrische apparaat op 12 V werkt en
een elektrisch vermogen heeft van
120 W of minder. Bovendien kan de
accu leeglopen door langdurig gebruik
van het elektrische apparaat zonder dat
de motor draait.
STOPCONTACT
(indien aanwezig)
Het stopcontact kan worden bediend
met de contactschakelaar of de
bedieningsmodus op "ON" of "ACC".
Open voor gebruik van een plug-in
accessoire het deksel en steek de
stekker in het stopcontact.
36) 37)
DIGITALE KLOK
(indien aanwezig)
De digitale klok geeft de tijd aan met de
contactschakelaar of de
bedieningsmodus op "ON" of "ACC".
De tijd instellen
Stel de tijd in door de verschillende
knoppen in te drukken, zoals hieronder
beschreven.
154AHA104805155AHA101644
156AHA105961
87

Opmerking Als u een commercieel
beschikbare USB-kabel op de
USB-poort of op de markt beschikbare
HDMI-aansluitkabel aangesloten op de
HDMI poort aansluit en het overtollige
deel van de kabel in de opbergruimte
plaatst en het bakje installeert, hoeft u
alleen de benodigde lengte van de
kabel die uit de opslagruimte steekt, te
gebruiken.
Gebruik het tunnelconsolebakje niet als
asbak. Hierdoor zou brand kunnen
ontstaan en het bakje kunnen
beschadigen.
Kastje in vloerconsole
In het kastje in de vloerconsole zit een
bovenste en een onderste opbergvak.
Het kastje in de vloerconsole kan ook
als armleuning gebruikt worden.A — Bovenste opbergvak
B — Onderste opbergvak
Bovenste opbergvak
Doe het deksel omhoog om het
bovenste opbergvak te openen.
Onderste opbergvak
Doe het bovenste opbergvak omhoog
om het onderste opbergvak te openen.Opmerking Zorg ervoor dat uw handen
niet klem komen te zitten tijdens het
openen of sluiten van het deksel. Het
bovenste opbergvak kan in zijn geheel
worden uitgenomen en als bakje
worden gebruikt.
Brilhouder (waar aanwezig)
Open het deksel door erop te drukken.
89)
161AHZ100567162AHA101699
163AHA101703
164AHA101716
165AHA114749
89

Opmerking Wellicht past niet iedere
zonnebril in de houder; we raden aan
voor gebruik van de houder te kijken of
de zonnebril past.
BEKERHOUDER
(indien aanwezig)
90) 91) 92)
Voor de voorstoel
De bekerhouder bevindt zich tussen de
voorstoelen.
Voor de achterbank
Doe de armleuning omlaag om de
bekerhouder te gebruiken.
FLESSENHOUDER
(indien aanwezig)
90) 91) 92)
De flessenhouders zijn aan beide
kanten in de voor- en achterportieren
aangebracht.Opmerking Doe geen bekers of blikjes
frisdrank in de flessenhouder.
Draai de dop stevig op flessen voordat
ze in de flessenhouder worden
bewaard.
Sommige flessen zijn te groot of
hebben niet de juiste vorm om in de
houder te passen.
OPHANGHAAKJE
(indien aanwezig)
Lichte bagage kan aan het haakje
gehangen worden.
Opmerking Hang geen zware bagage
(meer dan 4 kg) aan de haak. Hierdoor
zou de haak kunnen beschadigen.
PLAFONDHANDGREEP
(indien aanwezig)
Met deze handgrepen kunt u het
lichaam met de hand ondersteunen als
u in het voertuig zit.
166AHA101729
167AHA106098
168AHA101745
169AHA101758
90
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG

Gebruik de handgrepen niet tijdens het
in- of uitstappen. De handgrepen
zouden los kunnen komen, waardoor u
kunt vallen.
JASHAAK
(indien aanwezig)
Aan de achterste plafondhandgreep zit
een jashaak.
93)
BELANGRIJK
86)Doe geen papier of andere brandbare
materialen in de asbakken. Deze zouden
door sigaretten of andere rookartikelen in
brand kunnen vliegen en schade kunnen
veroorzaken.
87)Raak het verwarmingselement van de
aansteker niet aan; pak alleen de knop vast
om brandwonden te voorkomen.
88)Houd de deksels van opbergvakken
tijdens het rijden gesloten. Anders zou het
deksel of de inhoud van het opbergvak
letsel kunnen veroorzaken.
89)De houder mag niet worden gebruikt
om andere voorwerpen in op te bergen die
zwaarder zijn dan een zonnebril. Deze
voorwerpen zouden eruit kunnen vallen.
90)Drink geen dranken tijdens het rijden.
Hierdoor kunt u worden afgeleid en een
ongeval veroorzaken.
91)Dranken zouden tijdens het rijden
gemorst kunnen worden door de trillingen
en stoten. Als de gemorste drank heet is,
kunt u brandwonden oplopen.
92)Spuit geen water of knoei niet met
dranken in het voertuig. Als de schakelaars,
bedradingen of elektrische onderdelen nat
worden, zou er een storing kunnen
optreden of kan er brand ontstaan. Als u
per ongeluk drank morst, veeg dan zoveel
mogelijk vloeistof op en raadpleeg
onmiddellijk een Fiat Servicenetwerk.93)Hang geen hangers of zware of puntige
voorwerpen aan de jashaak. Als de
zijairbags worden geactiveerd, zouden
dergelijke voorwerpen met grote kracht
weg kunnen schieten en kunnen
voorkomen dat de zijairbag correct wordt
opgeblazen. Hang kleding direct aan de
jashaak (zonder hanger). Zorg ervoor dat er
geen zware of scherpe voorwerpen in de
zakken van de kleding zitten die u aan de
jashaak hangt.
BELANGRIJK
32)Dek het stopcontact af als het niet
wordt gebruikt; anders zou het stopcontact
verstopt kunnen raken met vreemd
materiaal en kortsluiting kunnen
veroorzaken.
33)Laat nooit aanstekers, blikjes
koolzuurhoudende frisdrank en brillen in het
interieur achter als het voertuig in de hete
zon wordt geparkeerd. Het interieur wordt
extreem warm, waardoor aanstekers en
andere ontvlambare voorwerpen in brand
zouden kunnen vliegen en dichte blikjes
zouden kunnen scheuren. Bovendien
kunnen kunststof brillen of brillen met
kunststof glazen vervormen of scheuren.
34)Doof lucifers of sigaretten voordat u die
in de asbak gooit.
35)Sluit altijd de asbak. Als de asbak open
blijft staan, zouden andere sigaretten in de
asbak opnieuw kunnen gaan branden.
170AHA106102
171AHA106115
91