
De werking van het Keyless
Operation-systeem kan beperkt
worden. Wendt u tot het Fiat
Servicenetwerk.
De Keyless Operation-sleutel werkt met
een bijzonder zwakke
elektromagnetische golf. In de volgende
gevallen zou het Keyless
Operation-systeem niet naar behoren
kunnen werken of instabiel kunnen zijn.
In de buurt van apparatuur die sterke
radiogolven uitzendt, zoals een
energiecentrale, een radio-/
televisiezendstation of een vliegveld.
In de buurt van een
communicatieapparaat, zoals een
mobiele telefoon of radiotoestel, of in de
buurt van een elektronisch apparaat,
zoals een pc.
Als de Keyless Operation-sleutel een
metalen voorwerp raakt of erdoor wordt
afgedekt.
Als een Keyless Entry-systeem in de
buurt wordt gebruikt.
Als de batterij van de Keyless
Operation-sleutel op is.
Als de Keyless Operation-sleutel in
een omgeving met sterke radiogolven
of lawaai wordt bewaard. Gebruik in
dergelijke gevallen de reservesleutel.
Raadpleeg "Vergrendelen/ontgrendelen
zonder Keyless Operation-functie".Opmerking Doordat de Keyless
Operation-sleutel constant
communicatiesignalen van de zenders
in het voertuig ontvangt, loopt de
batterij zelfs leeg, als de Keyless
Operation-sleutel niet wordt gebruikt.
De levensduur van de batterij is 1 à
2 jaar, afhankelijk van de
gebruiksomstandigheden. Als de
batterij leeg raakt, vervang hem dan
volgens de beschrijving in deze
handleiding, of laat hem vervangen bij
een Fiat Servicepunt. Raadpleeg
"Procedure voor het vervangen van de
batterij van de sleutel".
Opmerking Doordat de Keyless
Operation-sleutel constant signalen
ontvangt, kan de ontvangst van sterke
radiogolven van invloed zijn op de
levensduur van de batterij. Bewaar de
sleutel niet in de buurt van een tv, pc of
ander elektronisch apparaat.
Werkingsbereik van het Keyless
Operation-systeem
Als u de Keyless Operation-sleutel bij u
draagt en binnen het werkingsbereik
van het Keyless Operation-systeem op
de knop voor het vergrendelen/
ontgrendelen van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier drukt, wordt de
ID-code van uw sleutel gecontroleerd.
U kunt alleen de portieren vergrendelen
en ontgrendelen, de motor starten en
de bedieningsmodus wijzigen, als de
ID-code van uw KeylessOperation-sleutel overeenkomt met die
van het voertuig.
Opmerking Als de batterij van de
Keyless Operation-sleutel leeg raakt of
er sprake is van sterke
elektromagnetische golven of lawaai,
kan het werkingsbereik kleiner zijn en
de werking instabiel worden.
Werkingsbereik voor
portiervergrendeling en
-ontgrendeling
Het werkingsbereik is ongeveer 70 cm
vanaf de vergrendel-/ontgrendelknop
van het bestuurdersportier of voorste
passagiersportier.
Opmerking De portieren kunnen alleen
vergrendeld en ontgrendeld worden als
u op een portierknop drukt die de
Keyless Operation-sleutel detecteert.
Opmerking Als u te dichtbij het
voorportier of de ruit van het portier
bent, werkt het systeem mogelijk niet.
Opmerking Als de sleutel zich laag bij
de grond of hoog in de lucht bevindt,
werkt het systeem mogelijk niet, zelfs
niet als de Keyless Operation-sleutel
zich binnen 70 cm van de
vergrendel-/ontgrendelknop van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier bevindt.
19

Opmerking Als de Keyless
Operation-sleutel zich binnen het
werkingsbereik bevindt, kan zelfs
iemand die de sleutel niet bij zich
draagt, de portieren vergrendelen en
ontgrendelen door op de
vergrendel-/ontgrendelknop van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier te drukken.
Werkingsbereik voor het starten
van de motor en het wijzigen van de
bedieningsmodus
Het werkingsbereik is het interieur van
het voertuig.
Opmerking Als de Keyless
Operation-sleutel zich in een kleine
houder bevindt, zoals het
dashboardkastje, op het
instrumentenpaneel, het opbergvak in
het portier of de bagageruimte, is het
wellicht niet mogelijk de motor te
starten en de bedieningsmodus te
wijzigen, zelfs niet als de sleutel zich
binnen het werkingsbereik bevindt.
Opmerking Als een Keyless
Operation-sleutel zich te dicht in de
buurt van het portier of de ruit van het
portier bevindt, is het wellicht niet
mogelijk de motor te starten of de
bedieningsmodus te wijzigen, zelfs niet
als de sleutel zich buiten het voertuig
bevindt.De Keyless Operation-functie
gebruiken
De portieren vergrendelen
Als u de Keyless Operation-sleutel bij u
draagt en de vergrendel-/
ontgrendelknop (A) van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier binnen het
werkingsbereik indrukt, worden de
portieren vergrendeld.
De richtingaanwijzers knipperen één
keer en er wordt één geluidssignaal
afgegeven.
Raadpleeg ook "Vergrendeling en
ontgrendeling: portieren, centrale
portiervergrendeling".Portieren ontgrendelen
Als u de Keyless Operation-sleutel bij u
draagt en de vergrendel-/
ontgrendelknop (A) van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier binnen het
werkingsbereik indrukt, worden alle
portieren ontgrendeld.
Als in dit geval de schakelaar van de
binnenverlichting ook in de middelste
stand staat, gaat de binnenverlichting
gedurende ongeveer 15 seconden
branden. De richtingaanwijzers
knipperen twee keer en de externe
zoemer gaat twee keer af.
Als binnen 30 seconden nadat de
vergrendel-/ontgrendelknop van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier is ingedrukt, geen
portieren worden geopend, worden de
portieren automatisch opnieuw
vergrendeld.
Raadpleeg "Vergrendeling en
ontgrendeling: portieren, centrale
portiervergrendeling".
Opmerking Voor voertuigen uitgerust
met een spiegelschakelaar, worden de
buitenspiegels automatisch
in-/uitgeklapt als alle portieren met de
Keyless Operation-functie worden
vergrendeld/ontgrendeld. Raadpleeg
"Buitenspiegels".
17AHA105437
20
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG

Inschakeling van het waarschuwingssysteem
Om te voorkomen dat het voertuig wordt gestolen of dat het Keyless Operation-systeem per ongeluk wordt gebruikt, worden
de lamp en zoemer gebruikt om de bestuurder te waarschuwen.
Zoemer Item Oorzaak Opmerking / oplossing
KnipperenDe externe
zoemer gaat
4 keer af. De
interne zoemer
gaat af.Bewakings-
systeem voor
de verwijdering
van de Keyless
Operation-
sleutelAls het voertuig wordt geparkeerd,
terwijl de bedieningsmodus op
een willekeurige modus anders
dan "OFF" staat en u het portier
sluit nadat u een van de portieren
hebt geopend, en de Keyless
Operation-sleutel mee het voertuig
uit neemt. In dit geval gaat de
externe zoemer 4 keer af. Als een
voertuig wordt gestart, gaat de
interne zoemer één keer af.Als u de Keyless Operation-sleutel door een ruit uit
het voertuig verwijdert zonder een portier te openen,
werkt dit systeem niet.
De instellingen kunnen dusdanig worden gewijzigd
dat het systeem wel werkt als de Keyless
Operation-sleutel door een ruit uit het voertuig wordt
verwijderd zonder een portier te openen. Neem voor
meer informatie contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
Als de ID-code van de sleutel en die van het
voertuig niet overeenkomen, door bijvoorbeeld
omgevingsomstandigheden of elektromagnetische
omstandigheden, kan het waarschuwingssignaal
worden geactiveerd, zelfs als de Keyless
Operation-sleutel zich binnen het werkingsbereik
voor het starten van de motor bevindt.
KnipperenDe externe
zoemer gaat
3 keer
gedurende
ongeveer
3 seconden af.Preventief
systeem tegen
insluiting van
de sleutelAls de bedieningsmodus op "OFF"
staat, u alle portieren sluit, terwijl
de Keyless Operation-sleutel in
het voertuig is achtergebleven, en
u de portieren probeert te
vergrendelen door op de
vergrendel-/ontgrendelknop van
het bestuurdersportier of voorste
passagiersportier te drukken.Zorg ervoor dat u de Keyless Operation-sleutel bij u
hebt, voordat u de portieren vergrendelt. De
portieren zouden zelfs vergrendeld kunnen worden
als u de Keyless Operation-sleutel in uw voertuig
hebt achtergelaten, afhankelijk van de
omgevingsomstandigheden en de omstandigheden
voor draadloze ontvangst.
23

Zoemer Item Oorzaak Opmerking / oplossing
KnipperenDe externe
zoemer gaat
ongeveer
3 seconden af.Preventief
systeem voor
niet goed
gesloten
portierenAls de bedieningsmodus op "OFF"
staat en u de portieren probeert te
vergrendelen door op de
vergrendel-/ontgrendelknop van
het bestuurdersportier of voorste
passagiersportier te drukken,
terwijl een van de portieren niet
goed is gesloten.—
Knipperen Geen geluidKeyless
Operation-
systeemDe batterij van de Keyless
Operation-sleutel is leeg.Vervang de batterij zo snel mogelijk bij een Fiat
Servicepunt.
Branden Geen geluidKeyless
Operation-
systeemDe stroomvoorziening wordt niet
overgeschakeld van "OFF", omdat
de Keyless Operation-sleutel in
het voertuig niet kan worden
gedetecteerd. Als een
waarschuwing wordt afgegeven
dat de sleutel zich in het voertuig
bevindt, komt dit doordat de
batterij van de Keyless
Operation-sleutel leeg is of de
toestand van de radiogolven in de
omgeving slecht is.Bevestig dat de Keyless Operation-sleutel zich in het
voertuig bevindt. Als de sleutel zich in het voertuig
bevindt, steek hem dan in het contactslot. Nu zou
de motor gestart en de bedieningsmodus gewijzigd
moeten kunnen worden.
Branden Geen geluidKeyless
Operation-
systeemEr is sprake van een storing in het
Keyless Operation-systeem.Als het waarschuwingslampje gaat branden, neem
dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.
BrandenInterne zoemer
gaat af
(intermitterende
geluiden)Keyless
Operation-
systeemEr is sprake van een storing in het
elektrische systeem.Als het waarschuwingslampje gaat branden, neem
dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.
24
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG

Zoemer Item Oorzaak Opmerking / oplossing
KnipperenDe interne
zoemer gaat afStuurslot Het stuurslot blijft op slot.de procedure van de referentiepagina. Raadpleeg
"Stuurslot".
Branden Geen geluiden StuurslotHet stuurslot werkt niet naar
behoren.Raadpleeg "Stuurslot".
BELANGRIJK
1)Als u in een vliegtuig een sleutel bij zich
draagt, druk dan niet op een van de
knoppen op de sleutel. Als in een vliegtuig
op een van de knoppen wordt gedrukt,
zendt de sleutel elektromagnetische golven
uit, die de werking van het vliegtuig nadelig
zouden kunnen beïnvloeden. Als u een
sleutel in een tas hebt, zorg er dan voor dat
de knoppen op de sleutel niet gemakkelijk
abusievelijk kunnen worden ingedrukt.
2)Breng geen wijzigingen of toevoegingen
aan het startonderbrekingssysteem aan;
wijzigingen of toevoegingen zouden kunnen
leiden tot een slechte werking van de
startonderbreker.
3)Als de sleutelhoes wordt geopend, zorg
er dan voor dat geen water, stof, enz.
binnentreedt. Raak ook de interne
componenten niet aan.4)Mensen met een implanteerbare
pacemaker of een implanteerbare
cardioverter defibrillator mogen niet in de
buurt van de externe zenders (A) of de
interne zenders (B) komen. De radiogolven
die het Keyless Operation-systeem
gebruikt, kunnen een negatieve invloed
hebben op implanteerbare pacemakers of
implanteerbare cardioverter defibrillators.
5)Als u gebruik maakt van andere
elektromedische apparaten dan
implanteerbare pacemakers of
implanteerbare cardioverter defibrillators,
neem dan van tevoren contact op met de
producent van het elektromedische
apparaat om te bepalen of de radiogolven
het apparaat negatief kunnen beïnvloeden.
De werking van elektromedische apparaten
zou kunnen worden beïnvloed door
radiogolven.
BELANGRIJK
1)Lege batterijen zijn schadelijk voor het
milieu. Lege batterijen moeten
overeenkomstig de wet in speciale bakken
gedeponeerd worden. Ze kunnen ook
ingeleverd worden bij het Fiat
Servicenetwerk dat voor hun verwerking zal
zorgen.
26
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG

Als u het bestuurdersportier opent of de
motorschakelaar weer bedient, wordt
de stroomtoevoer hersteld.
Opmerking Als de stroomtoevoer van
"ACC" automatisch is onderbroken, kan
het stuurwiel niet meer op slot en
kunnen de portieren niet worden
vergrendeld of ontgrendeld met de
Keyless Entry- of Keyless
Operation-sleutel.
Opmerking De functies kunnen als
volgt worden aangepast:
De tijd die verstrijkt voordat wordt
overgegaan tot de automatische
stroomonderbreking, kan worden
verlengd tot ongeveer 60 minuten.
De automatische
stroomonderbreking van "ACC" kan
worden uitgeschakeld. Wendt u voor
nadere informatie tot het Fiat
Servicenetwerk.
Herinneringssysteem
bedieningsmodus OFF
Als de bedieningsmodus op een andere
modus dan "OFF" staat, u alle portieren
sluit en vervolgens de portieren tracht te
vergrendelen door op de
vergrendel-/ontgrendelknop van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier te drukken, gaat een
waarschuwingslampje knipperen en
gaat de externe zoemer af, en kunt u
de portieren niet vergrendelen.
Herinneringssysteem
bedieningsmodus "ON"
Als het bestuurdersportier wordt
geopend, terwijl de motor is afgezet en
de bedieningsmodus op een andere
modus dan "OFF" staat, gaat de interne
herinneringszoemer van
bedieningsmodus "ON" intermitterend
af om u eraan te herinneren dat de
bedieningsmodus op "OFF" moet
worden gezet.
BELANGRIJK
6)Neem de sleutel tijdens het rijden niet uit
het contactslot. Het stuurwiel gaat dan
namelijk op slot, waardoor u de controle
over het voertuig verliest.
7)Als er geknoeid is aan het contactslot
(bijv. een poging tot diefstal), dan moet
men het laten controleren bij het Fiat
Servicenetwerk alvorens te gaan rijden.
8)Verwijder altijd de sleutel uit het
contactslot als het voertuig wordt verlaten,
om onverhoeds gebruik van de
bedieningselementen te voorkomen.
Vergeet niet de handrem aan te trekken.
Schakel de 1e versnelling in als het voertuig
op een helling omhoog staat geparkeerd
en de achteruitversnelling bij een helling
omlaag. Laat nooit kinderen zonder
toezicht in het voertuig achter.
9)Verwijder de sleutel nooit terwijl het
voertuig rijdt. Het stuurwiel zal blokkeren
zodra eraan gedraaid wordt. Dit geldt ook
voor voertuigen die gesleept worden.
10)Het is ten strengste verboden om
aftermarket-werkzaamheden uit te voeren
waarbij wijzigingen aan de stuurinrichting of
de stuurkolom betrokken zijn (bijv.:
installatie van een diefstalbeveiliging).
Dergelijke handelingen kunnen de
prestaties, de garantie en de veiligheid
negatief beïnvloeden, waardoor het
voertuig niet meer aan de typegoedkeuring
voldoet.
27AHA103505
29

BELANGRIJK
1)Als de motor tijdens het rijden wordt
afgezet, werkt het servomechanisme van
de remmen niet meer en neemt de
remwerking af. Bovendien werkt de
stuurbekrachtiging niet en moet meer
moeite worden gedaan om te sturen.
2)Laat de sleutel niet lange tijd in de stand
"ON" staan, terwijl de motor niet draait,
want daardoor loopt de accu leeg.
3)Draai de sleutel niet naar de stand
"START", terwijl de motor draait. Hierdoor
zou de startmotor kunnen beschadigen.
4)Het indicatielampje (A) fig. 24 knippert
oranje in geval van problemen of storingen
van het Keyless Operation-systeem.
Gebruik het voertuig nooit als het
indicatielampje op de motorschakelaar
oranje knippert. Neem direct contact op
met het Fiat Servicenetwerk.
5)Gebruik de motorschakelaar niet, als
deze niet soepel werkt en lijkt te blijven
hangen. Neem direct contact op met het
Fiat Servicenetwerk.
6)Zet de bedieningsmodus op "OFF", als
de motor niet draait. Als de
bedieningsmodus lange tijd op "ON" of
"ACC" staat, terwijl de motor niet draait,
kan de accu leeglopen, waardoor de motor
niet meer kan worden gestart en het
stuurwiel niet meer kan worden vergrendeld
of ontgrendeld.7)Als de accu wordt ontkoppeld, blijft de
huidige bedieningsmodus in het geheugen
opgeslagen. Als de accu weer wordt
aangesloten, wordt automatisch de
opgeslagen bedieningsmodus
geselecteerd. Zorg ervoor dat de
bedieningsmodus op "OFF" staat, voordat
de accu wordt ontkoppeld voor reparatie of
vervanging. Wees voorzichtig als de accu
leeg is en u niet weet in welke
bedieningsmodus het voertuig staat.
8)De bedieningsmodus kan niet van "OFF"
naar "ACC" of "ON" worden veranderd, als
de Keyless Operation-sleutel niet in het
voertuig wordt gedetecteerd. Raadpleeg
"Keyless Operation-systeem:
werkingsbereik voor het starten van de
motor en het wijzigen van de
bedieningsmodus".
9)Als de Keyless Operation-sleutel zich in
het voertuig bevindt, maar de
bedieningsmodus niet verandert, is de
batterij van de Keyless Operation-sleutel
mogelijk leeg.
PORTIEREN
11) 12) 13)
Opmerking Om te voorkomen dat de
sleutel in het voertuig wordt opgesloten,
kan de slotschakelaar op het
bestuurdersportier noch de sleutel
worden gebruikt om het
bestuurdersportier te vergrendelen, als
het portier open is.
Vergrendelen of ontgrendelen met
de sleutel
A — Vergrendelen
B — Ontgrendelen
Opmerking Als de portieren van
voertuigen met centrale
portiervergrendeling met de sleutel
worden vergrendeld of ontgrendeld,
worden alle portieren vergrendeld of
ontgrendeld. Raadpleeg "Centrale
portiervergrendeling".
28AHA105453
30
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG

Opmerking Als het voertuig is uitgerust
met het Keyless Operation-systeem,
kan het bestuurdersportier met de
reservesleutel worden vergrendeld of
ontgrendeld. Raadpleeg
"Reservesleutel".
Vergrendelen of ontgrendelen
vanuit het voertuig
A — Vergrendelen
B — Ontgrendelen
Opmerking Het bestuurdersportier kan
worden geopend zonder de
slotschakelaar te gebruiken, door aan
de interne handgreep te trekken. Op
voertuigen met centrale
portiervergrendeling worden alle
portieren tegelijkertijd ontgrendeld.Opmerking Op voertuigen met een
Dead Lock-systeem, kan het portier
niet worden ontgrendeld door de
slotschakelaar naar de kant voor
ontgrendeling te drukken, terwijl het
Dead Lock-systeem is ingeschakeld.
(Raadpleeg "Dead Lock-systeem").
Vergrendelen zonder sleutel
Zet de interne slotschakelaar (1) in de
vergrendelde stand en sluit het portier
(2).
Opmerking Het bestuurdersportier kan
niet met de interne slotschakelaar
worden vergrendeld, terwijl het
bestuurdersportier openstaat.Herinnering contactsleutel
Behalve voor voertuigen uitgerust met
het Keyless Operation-systeem
Als de contactschakelaar uit is gedraaid
en het bestuurdersportier wordt
geopend terwijl de sleutel nog in het
contactslot zit, gaat de
herinneringszoemer van de sleutel
intermitterend af om u eraan te
herinneren dat u de sleutel moet
verwijderen.
Preventiemechanisme "sleutel
vergeten"
Als de sleutel in het contactslot zit of de
bedieningsmodus op een andere
modus dan "OFF" staat, het
bestuurdersportier openstaat en u de
slotschakelaar naar voren duwt, keert
de slotschakelaar automatisch terug
naar de ontgrendelde stand.
Het achterportier openen of sluiten
(anderhalve cabine)
Het achterportier kan worden geopend
of gesloten, terwijl het voorportier
openstaat.
1. Zet het voorportier ver open.
2. Trek aan de handgreep (A) van het
achterportier.
3. Open het achterportier.
4. Als deze portieren worden gesloten,
sluit dan het voorportier pas als het
achterportier is gesloten.
29AHA10546630AHA105479
31