
Temperatuur niet kort achter elkaar verande‐
ren, opdat de geïntegreerde verwarmings- en
airconditioningsregeling voldoende tijd heeft
om de ingestelde temperatuur te bereiken.
Met de hoogste instelling kan, onafhankelijk
van de buitentemperatuur, het maximale ver‐
warmingsvermogen worden opgeroepen.
In de laagste instelling wordt permanent ge‐
koeld.
Koelfunctie in- en uitschakelen De lucht wordt bij ingeschakelde
koelfunctie gekoeld, gedroogd en
afhankelijk van de temperatuurin‐
stelling weer verwarmd. De functie
is slechts bij draaiende motor be‐
schikbaar.
De koelfunctie helpt bewasemen van de ruiten
te voorkomen of deze snel te verwijderen.
Na het starten van de motor kan afhankelijk
van de weersomstandigheden de voorruit
korte tijd beslaan.
In het AUTO-programma wordt automatisch
de koelfunctie ingeschakeld.
Maximaal koelen Bij draaiende motor wordt de lucht
het snelst afgekoeld.
De airconditioning met elektronische tempera‐
tuurregeling gaat met de laagste temperatuur
in de luchtrecirculatie. De lucht stroomt met
maximale luchthoeveelheid uit de uitstroom‐
openingen ter hoogte van het bovenlichaam.
Daarom de ventilatieroosters openen om maxi‐
maal te koelen.
AUTO-programma
Het AUTO-programma neemt de instelling
over van de luchtverdeling op de voorruit en de
zijruiten, in richting bovenlichaam, knie- en
beenruimte.De luchtstroom en de luchtverdeling worden
tevens aangepast aan uw temperatuurregeling
en aan invloeden van buitenaf door de jaarge‐
tijden, zoals bijv. zonnestraling of beslaan van
de ruiten.
In het AUTO-programma wordt eveneens au‐
tomatisch de koelfunctie ingeschakeld.
In-/uitschakelen Toets indrukken.
Bij het deactiveren van het AUTO-
programma wordt de handmatige luchtverde‐
ling en luchtmassa ingeschakeld.
Aircostijl van het AUTO-programma
Door de aircostijlen kan bij ingeschakeld
AUTO-programma de intensiteit worden geva‐
rieerd. Hierbij wordt automatisch bijv. de lucht‐
hoeveelheid aangepast om de airconditioning
te optimaliseren.
Is het AUTO-programma inge‐
schakeld, dan kan via de toetsen
de handmatige luchthoeveelheid
van de aircostijl van het AUTO-programma
worden geselecteerd.
De geselecteerde aircostijl wordt via een LED
weergegeven.
Cabrio-programma
Na het openen van de hardtop is ook het ca‐
brio-programma automatisch geactiveerd. In
het cabrio-programma is de geïntegreerde ver‐
warmings- en airconditioningsregeling geopti‐
maliseerd voor het rijden met een geopende
hardtop. Bovendien wordt bij toenemende
snelheid de luchthoeveelheid vergroot.
De werking van het cabrio-programma kan
door het aanbrengen van het windscherm aan‐
zienlijk worden verbeterd.Seite 115KlimaatBediening115
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15

Moet met geopend kofferdeksel worden gere‐
den:1.Alle ruiten sluiten.2.De luchthoeveelheid van de airconditioning
of automatische airconditioning sterk ver‐
hogen.
Heet uitlaatsysteem
Heet uitlaatsysteem
Aan het uitlaatsysteem treden hoge tem‐
peraturen op.
De aangebrachte hitteschilden niet verwijde‐
ren of van een anti-corrosielaag voorzien. Let
erop, dat bij het rijden, bij stationair draaien of
bij het parkeren geen makkelijk brandbare ma‐
terialen, zoals bv. hooi, loof, gras enz. in con‐
tact komen met het hete uitlaatsysteem. An‐
ders bestaat brandgevaar, met als mogelijk
gevolg zware verwondingen en materiële
schade.
Hete uitlaatpijp niet aanraken, anders bestaat
risico op brandwonden.◀
Mobiele communicatieapparatuur in
de auto
Mobiele communicatieapparatuur in de
auto
Van het gebruik in het interieur van de auto van
mobiele radioapparatuur, zoals bv. mobiele te‐
lefoons, zonder directe aansluiting op een bui‐
tenantenne wordt afgeraden. Anders is weder‐
zijdse beïnvloeding van de elektronica in de
auto en de mobiele communicatieapparatuur
mogelijk. Bovendien is niet gegarandeerd dat
de straling die bij het zenden ontstaat, uit het
interieur van de auto wordt weggeleid.◀
Aquaplaning
Op natte of modderige wegen kan zich tussen
banden en weg een laagje water vormen.
Dit staat bekend als aquaplaning en kan het
gedeeltelijke of totale verlies van het wegcon‐
tact tot gevolg hebben, waardoor de auto niet
meer bestuurbaar is en niet kan worden ge‐
remd.
Aquaplaning
Op natte of modderige wegen de snel‐
heid verminderen om aquaplaning te voorko‐
men.◀
Door water rijdenBij rustig water slechts tot een waterhoogte
van max. 25 cm en bij deze hoogte max. met
looptempo, tot 10 km/h rijden.
Rekening houden met waterhoogte en
snelheid
Waterstand en looptempo niet overschrijden,
anders kan schade aan motor, elektrische in‐
stallatie en versnellingsbak ontstaan.◀
Veilig remmen
Uw auto is standaard met ABS uitgerust.
In situaties waar dat nodig is, het best vol op
de rem gaan staan.
De auto blijft bestuurbaar. Eventuele hinder‐
nissen met zo rustig mogelijke stuurbewegin‐
gen ontwijken.
Het pulseren van het rempedaal en hydraulisch
regelgeluid wijzen erop dat ABS regelt.
Voorwerpen in het bewegingsveld van de pedalen
Geen voorwerpen in het bewegingsveld
van de pedalen
Vloermatten, tapijt en andere voorwerpen mo‐
gen niet in het bewegingsbereik van de peda‐
len komen, omdat deze anders tijdens de rit de
werking van de pedalen zouden kunnen be‐
lemmeren.
Leg geen extra vloermatten op de aanwezig of
op andere voorwerpen.
Gebruik alleen vloermatten die voor de auto
vrijgegeven zijn en adequaat bevestigd kunnen
worden.Seite 131Bij het rijden in acht nemenRijtips131
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15

Let erop dat de vloermatten weer veilig beves‐
tigd kunnen worden, nadat deze verwijderd
zijn, bijv. om ze te reinigen.◀
Nat weer
Bij nat weer of sterke regen over een afstand
van enkele kilometer licht remmen.
Andere verkeersdeelnemers daarbij niet hinde‐
ren.
Door de warmte die ontstaat drogen de rem‐
schijven en -blokken.
De remkracht staat indien nodig onmiddellijk
ter beschikking.
Afdalingen Op lange of steil hellende routes in de versnel‐
ling rijden, waarin het minst moet worden ge‐
remd. Anders kan het remsysteem oververhit
geraken en wordt de remwerking gereduceerd.
De remwerking van de motor kan door terug‐
schakelen, eventueel tot in de eerste versnel‐
ling, verder worden versterkt.
Terugschakelen naar handmatige modus van
de 8-traps- automatische transmissie, zie pa‐
gina 66.
Terugschakelen naar handmatige modus van
de 7-traps- automatische transmissie met
dubbele koppeling, zie pagina 69.
Belasting van de rem vermijden
Overmatige belasting van de rem vermij‐
den. Lichte maar permanente druk op het rem‐
pedaal kan hoge temperaturen, remblokslijtage
en eventueel het uitvallen van het remsysteem
tot gevolg hebben.◀
Niet met stationair toerental rijden
Niet met ingetrapte koppeling, in statio‐
nair toerental of met afgezette motor rijden,
omdat dan de remwerking van de motor of de
ondersteuning van remkracht en besturing
ontbreekt.◀Corrosie van de remschijf
Corrosie van de remschijven en verontreini‐
ging van de remblokvoeringen worden bevor‐
derd door:▷Gering gebruik van de auto.▷Lange tijden van stilstand.▷Geringe belasting.
De vereiste minimumbelasting voor de zelfrei‐
nigende werking van de schijfrem wordt daar‐
door niet bereikt.
Gecorrodeerde remschijven veroorzaken bij
het remmen een wrijvingseffect, dat meestal
niet meer kan worden verwijderd.
Condenswater bij afgezette auto In de airconditioning ontstaat condenswater
dat onder de auto wegloopt.
Dergelijke watersporen op de grond zijn dus
normaal.
Belading Overbelading van de auto
De auto niet overbeladen om de toelaat‐
bare belastbaarheid van de banden niet te
overschrijden. Anders kunnen de banden over‐
verhit raken en inwendige beschadigingen op‐ lopen. Onder bepaalde omstandigheden is
plotseling bandenspanningsverlies het ge‐ volg.◀
Zware voorwerpen vastzetten
Zware en harde voorwerpen niet in het
interieur vervoeren, omdat deze bij bijv. rem-
en uitwijkmanoeuvres kunnen worden rondge‐
slingerd en een gevaar voor de inzittenden
kunnen vormen.◀
Geen vloeistoffen in de bagageruimte
Er zorg voor dragen dat geen vloeistoffen
in de bagageruimte uitlopen, daardoor kan
schade aan de auto ontstaan.◀
Seite 132RijtipsBij het rijden in acht nemen132
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15

Alles van A tot Z
TrefwoordenregisterA
Aanbevolen bandenmer‐ ken 239
Aanbevolen tochten 149
Aandrijfslipregeling, zie DSC 103
Aanduiding 238
Aanduiding, buitentempera‐ tuur 72
Aanduidingen en bedienings‐ elementen 12
Aanduidingen, zie Instrumen‐ tenpaneel 14
Aanjager, zie Luchthoeveel‐ heid 113
Aankomsttijd, zie Boordcom‐ puter 75
Aankondiging navigatie, zie Gesproken aanwijzin‐
gen 152
Aanmelden, mobiele tele‐ foon 197
Aansteker 120
Aansteker, aansluiting van elektrische apparaten 121
ABS, anti-blokkeersys‐ teem 103
Accessoires en onderdelen 7
Accu, auto 253
Accu, stroomonderbre‐ king 254
Accu van auto 253
Accu, vervangen, accu 253
Achterklep van binnenuit openen 36
Achterklep, zie Kofferdek‐ sel 36
Achterlichten 251
Achterlichten, lampvervan‐ ging 251 Achterlicht, zie Achterlicht,
lampvervanging 252
Achterruitverwar‐ ming 113, 116
Achteruitkijkspiegel, zie Spie‐ gel 50
Achteruitrijlamp, vervangen van de lamp 251
Achteruitversnelling– Handgeschakelde versnel‐
lingsbak 64
Achteruitversnelling, 7-traps-
automatische versnellings‐
bak 68
Achteruitversnelling, 8-traps- automatische versnellings‐
bak 65
Actief koolstoffilter bij auto‐ matische airconditio‐
ning 116
Actieradius 74
Actieve motorkap 95
Actualiseringen na sluiting van de redactie 6
Actualiteit van de handlei‐ ding 6
Actuele standplaats op‐ slaan 142
Adaptief remlicht, zie Dynami‐ sche remlichten 102
Adaptieve bochtverlich‐ ting 88
Additieven, koelvloeistof 245
Afdalingen 132
Afgezette auto, condenswa‐ ter 132
Afmetingen, zie Maten 268
Afsluitbare wielbouten, zie Wielboutslot 253
Afsluiten, auto, van binnen‐ uit 35
Afspraken 215
Afstandsbediening 30
Afstandsbediening, batterij vervangen 39
Afstandsbediening, comfort‐ toegang 37
Afstandsbediening, garage‐ deurbedieningssys‐
teem 118
Afstandsbediening, koffer‐ deksel 33
Afstandsbediening, sto‐ ring 35
Afstandsbediening, uit het contactslot verwijderen 56
Afstandsbediening, univer‐ seel 118
Afstandsteller, zie Dagtel‐ ler 72
Afstandswaarschuwing, zie PDC 109
Afvalbakje, zie Asbak 120
Afvalverwerking, koelvloei‐ stof 245
Afvoeren, batterij afstandsbe‐ diening 39
Afzetten, auto 58
Afzetten, motor 58
Airbags 93
Airbags, airbagschakelaar, zie Sleutelschakelaar voor pas‐
sagiersairbags 94
Airbags, controle-/waarschu‐ wingslampjes 94
Airbags, controlelampje pas‐ sagiersairbags 95
Airbags, deactiveren 95
Airbags, weer activeren 95
Airconditioning 112
Alarminstallatie 39 Seite 278OpzoekenAlles van A tot Z278
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15

Alarminstallatie, alarm beëin‐digen 40
Alarminstallatie, hellingshoek‐ sensor 40
Alarminstallatie, interieurbe‐ veiliging 41
Alarminstallatie, ongewenst alarm vermijden 41
Alarmknipperlichten 16
Alarmsysteem, zie Alarmin‐ stallatie 39
Alternatieve oliesoorten 244
AM-/FM-zender 164
Anti-blokkeersysteem, ABS 103
Antivries, koelvloeistof 245
Antivries, sproeiervloei‐ stof 63
APK 80
Aquaplaning 131
Armsteun, zie Middenarm‐ steun 124
Asbak 120
Asbelasting, zie Gewich‐ ten 268
AUC luchtrecirculatierege‐ ling 116
Audioapparaat, extern 125
Audioweergave 171
Audioweergave, Blue‐ tooth 184
Auto– Afmetingen, zie Maten 268
Auto, accu 253
Auto, afzetten 58
Auto, belading 268
Auto buiten bedrijf stel‐ len 265
Auto, chassisnummer 196
Auto, chassisnummer, zie Motorruimte 241
Auto, gewicht 268
Auto, inrijden 130
Autokrik 253
Autolak 263
Automatisch dimmen, zie Grootlichtassistent 89
Automatische airconditio‐
ning 114, 116
Automatische airconditioning, automatische luchtverde‐
ling 115
Automatische luchthoeveel‐ heid 115
Automatische luchtrecircula‐ tieregeling AUC 116
Automatische luchtverde‐ ling 115
Automatische snelheidsrege‐ ling 107
Automatische verlichtingsre‐ geling 88
Automatische versnellings‐ bak, 7-traps met dubbele
koppeling 67
Automatische versnellings‐ bak, 8 versnellingen 64
Auto-onderhoud 263
Auto-onderhoud, zie Onder‐ houd 262
AUTO-programma bij auto‐ matische airconditio‐
ning 115
Autosleutel, zie Geïnte‐ greerde sleutel/afstandsbe‐
diening 30
Autostofzuiger aansluiten, zie Aansluiting van elektrische
apparaten 121
Autotelefoon– Inbouwplaats, zie Midden‐
armsteun 124
Autotelefoon, zie Tele‐
foon 196
Auto, vervanging van de accu 253
Autowasinstallaties 262
AUX-In-aansluiting 181
B Bagageruimte 121
Bagageruimte, comforttoe‐ gang 38
Bagageruimte, lamp, zie Inte‐
rieurverlichting 91
Bagageruimte, van binnenuit openen 36
Bagageruimte, van buitenaf openen 37
Bagageruimte, volumes 268
Bagageruimtevolume vergro‐ ten 121
Balans 162
Bandbeschadiging 238
Bandendruk, zie Banden‐ spanning 237
Banden met noodloopeigen‐ schappen, bandenspan‐
ning 237
Banden met noodloopvoor‐ zieningen 238
Banden met noodloopvoor‐
zieningen– Bandenpech, banden 238
Banden met noodloopvoor‐
zieningen, banden vervan‐
gen 238
Bandenpech
– Bandenspanningscon‐
trole 98
Bandenpechwaarschuwing
RPA 96
Bandenpech, waarschu‐ wingslampje 97
Bandenprofiel 238
Bandenspanning 237
Bandenspanningsbewaking, zie Bandenspanningscon‐
trole RDC 98
Banden, spanningsbewaking, zie Bandenspanningscon‐
trole RDC, pech, banden
bandenspanningscontrole
RDC 98
Bandenspanningsbewaking, zie RPA 96
Bandenspanningscontrole RDC 98
Seite 279Alles van A tot ZOpzoeken279
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15

Dynamische remcontroleDBC 103
Dynamische remlichten 102
Dynamische stabiliteitscon‐ trole DSC 103
Dynamische tractiecontrole DTC 104
E
EBV Elektronische rem‐ krachtverdeling 103
Edel hout, onderhoud 264
Eenheden, gemiddeld ge‐ bruik 78
Eenheden, temperatuur 78
Eerste hulp, zie EHBO- doos 256
EfficientDynamics, zie Brand‐ stof besparen 134
EHBO-doos 256
Eigen veiligheid 6
Elektrisch defect– 7-traps automatische ver‐
snelling 70
Elektrisch defect, bestuur‐
dersportier 35
Elektrisch defect, portier‐ slot 35
Elektrische ruitbediening, zie Ruit 41
Elektrische stoelinstelling 47
Elektrische storing, tank‐ dop 234
Elektrische stuurwielvergren‐ deling 56
Elektrische stuurwielvergren‐ deling met comforttoe‐
gang 38
Elektronische oliepeilcon‐ trole 242
Elektronische remkrachtver‐ deling 103
Elektronisch stabiliteitspro‐ gramma ESP, zie DSC 103
Energie sparen, schakelpun‐ tindicator 75
Energie sparen, start- en
stopautomaat 58
Equalizer 162
ESP elektronisch stabiliteits‐ programma, zie DSC 103
Extern audioapparaat 125
Externe apparaten 181
Extra telefoon 196
F Fader 162
Filter, zie Micro-/actieve kool‐ stoffilter bij automatische
airconditioning 116
Filter, zie Microfilter bij air‐ conditioning 113
Flat Tire Monitor, sneeuwket‐ tingen 240
Flessenhouder, zie Bekerhou‐ der 126
FM-/AM-zender 164
Foutmeldingen, zie Check- Control 84
G
Garagedeurbedieningssys‐ teem, zie Geïntegreerde uni‐
versele afstandsbedie‐
ning 118
Gebruikte symbolen 6
Gebruik van de airconditio‐ ning, airconditioning 112
Gebruik van de airconditio‐ ning, automatische aircondi‐
tioning 114
Gebruik van de airconditio‐ ning, ventilatie 113, 117
Gedeeld scherm, split‐ screen 22
Gegevens, technische, afme‐ tingen 268
Gegevens, technische, ge‐ wichten 268 Gegevens, technische, inhou‐
den 269
Gegevens, technische, ma‐ ten 268
Geïntegreerde sleutel 30
Geïntegreerde universele af‐ standsbediening 118
Gemiddelde snelheid 74
Gemiddeld gebruik 74
Gemiddeld gebruik, eenhe‐ den instellen 78
Gereedschap, zie Boordge‐ reedschap 249
Gesproken aanwijzingen, na‐ vigatie 152
Gevarendriehoek 256
Gewichten 268
Gladheidswaarschuwing, zie Buitentemperatuurwaar‐
schuwing 72
Gladheid, zie Buitentempera‐ tuurwaarschuwing 72
Gloeilamp vervangen, zie Lampen en verlichting 249
Goedgekeurde motorolie 244
Gordelhoogteverstelling 49
Gordel omdoen, zie Veilig‐ heidsgordels 48
Gordelspanner, zie Veilig‐ heidsgordels 48
Gordels, zie Veiligheidsgor‐ dels 48
GPS-navigatie, zie Navigatie‐ systeem 138
Grijze voorstelling van de kaart 156
Grills, zie Luchtrooster 111
Grootlicht 61
Grootlichtassistent 89
Grootlicht, lichtsignaal 89
Guided tour 149 Seite 282OpzoekenAlles van A tot Z282
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15

H
Handbediening, 7-traps-auto‐ matische versnellings‐
bak 69
Handbediening, 8-traps-auto‐ matische versnellings‐
bak 66
Handgeschakelde versnel‐ lingsbak 64
Handmatige bediening, be‐ stuurdersportier 35
Handmatige bediening, Park Distance Control PDC 110
Handmatige bediening, par‐ keervergrendeling 70
Handmatige bediening, por‐ tierslot 35
Handmatige bediening, tank‐ dop 234
Handmatige luchtverde‐ ling 113
Handrem, zie Parkeerrem 60
Handzender, wisselende code 119
Hardtop 42
Hardtop, zie Neerlaatbare hardtop 42
Heet uitlaatsysteem 131
Helderheid, van het Control Display 80
Hellingshoeksensor 40
Hemelbekleding 17
Herinneringen 216
Hogedrukreiniger 262
Homepage 6
Hoofdairbags 93
Hoog, geluid 162
Hoogteversteling, stoelen 46
Hoogteversteling, stuur‐ wiel 52
Hoogte, zie Maten 268
Hoogwater 131
Hotline 227
Houder voor afstandsbedie‐ ning, zie Contactslot 56 Houder voor blikjes 126
Houder voor telefoon of mo‐ biele telefoon, zie Snap-in-
adapter 207
Houder voor telefoon of mo‐ biele telefoon, zie Snap-in-
adapter in het opbergvak
van de middenarm‐
steun 124
Hout, onderhoud 264
Huisnummer invoeren, navi‐ gatie 141
Hulp bij het wegrijden 106
Hulpsystemen, zie Koerssta‐ biliteitsregelsystemen 103
I iDrive 18
iDrive, datum en tijd wijzi‐ gen 78
iDrive, maateenheden en weergavevorm wijzigen 78
In-/uitschakelen, zie Groot‐ lichtassistent 89
Inbouwplaats, telefoon 124
Individuele luchtverde‐ ling 113
Informatie over navigatiege‐ gevens 138
Inhouden 269
Initialiseren, bandenpech‐ waarschuwing RPA 97
Inklappen van de rechter bui‐ tenspiegel 50
Inklembeveiliging, ruit 42
Inlichtingendienst 221
Inrijden, rijaanwijzingen 130
Instaplijstverlichting, zie Inte‐ rieurverlichting 91
Instapverlichting 87
Instellingen configureren, zie Personal Profile 31
Instellingen dvd 173
Instellingen en informatie 77 Instellingen, klok, 12h/24h-
modus 79
Instellingen op Control Dis‐ play 80
Instrumentenpaneel 14
Instrumentenverlichting 91
Instrumentenverlichting, zie Instrumentenverlichting 91
Interactieve kaart 145
Interieurbeveiliging 41
Interieurtemperatuur instel‐ len, zie Airconditioning 112
Interieurtemperatuur instel‐ len, zie Automatische air‐
conditioning 114
Interieuruitrusting 118
Interieurverlichting 91
Interieurverlichting, afstands‐ bediening 33
Internet 225
Internetpagina 6
Intervalmelding, servicebe‐ hoefte 80
Intervalstand van de ruiten‐ wissers 62
Invoervergelijking 24
ISOFIX, kinderzitjebevesti‐ ging 54
J
Joystick, zie iDrive 18
K
Kaartaanzicht 153
Kaart in splitscreen 154
Kaart, reisdoel invoeren 145
Kaartvoorstelling in grijstin‐ ten 156
Kalender 215
Katalysator, zie Heet uitlaat‐ systeem 131
Kenmerken van vrijgegeven banden 239 Seite 283Alles van A tot ZOpzoeken283
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15

Kentekenplaatverlichting,lampvervanging 252
Keuzehendelstanden, 7- traps-automatische versnel‐
lingsbak 68
Keuzehendelstanden, 8- traps-automatische versnel‐
lingsbak 64
Keyless-Go, zie Comforttoe‐ gang 37
Key Memory, zie Personal Profile 31
Kickdown, 7 keuzehendel‐ standen 69
Kickdown, 8 keuzehendel‐ standen 65
Kilometerteller 72
Kinderen veilig vervoeren 53
Kinderzitjebevestiging ISO‐ FIX 54
Kinderzitjesbevestiging 53
Kinderzitje, zie Kinderen veilig vervoeren 53
Klank 162
Klep voor de tankdop 234
Klok 72
Klok– 12h/24h-formaat 79
Klok, tijdzone instellen 78
Knipperen bij ont-/vergrende‐ ling 34
Knipperlicht, vervangen van de lamp vóór 251
Knipperlicht, zie Richtingaan‐ wijzer 61
Knop om motor te starten, zie Start-/stopknop 56
Koelen, maximaal 115
Koelmiddel 245
Koelsysteem, zie Koelmid‐ del 245
Koelvloeistof, peil controle‐ ren 245
Koelvloeistof, tempera‐ tuur 73
Koelvloeistof, zie Koelmid‐ del 245
Koersstabiliteitsregelsyste‐
men 103
Kofferdeksel 36
Kofferdeksel, afstandsbedie‐ ning 33
Kofferdeksel, comforttoe‐ gang 38
Kofferdeksel, van binnenuit openen 36
Kofferdeksel, van buitenaf openen 37
Koplampen, onderhoud 263
Koplampen, rechts-/linksrij‐ dend verkeer 91
Koplampen reinigen 63
Koplampverstelling 89
Korte commando's, spraakin‐ voer 270
Kort knipperen 61
Koude start, zie Motor star‐ ten 57
Kriksteunpunten 253
Kruising invoeren, naviga‐ tie 141
Kunststof, onderhoud 264
L
Lading 132
Lading bevestigen 122
Lage tonen 162
Lak, auto 263
Lampen en verlichting, lamp‐ vervanging 249
Lampen vervangen, zie Lam‐ pen en verlichting 249
Lampvervanging, zie Lampen en verlichting 249
Land selecteren, naviga‐ tie 140
Launch Control, accelaratie- assistent 70
Leder, onderhoud 263
LED lichtdiodes 250
Leeftijd van de banden 239 Leeggewicht, zie Gewich‐
ten 268
Leeslampje 92
Lege accu afvoeren 254
Lendensteun 47
Lengte, zie Maten 268
Letters en cijfers invoeren 23
Leuningcontour, zie Lenden‐ steun 47
Leuningen, zie Stoelinstel‐ ling 46
Licht 87
Lichtdiodes LED 250
Lichtmetalen velgen, verzor‐ ging 264
Lichtschakelaar 87
Lichtsignaal 61
Lichtsignaal, controle‐ lampje 15
Ligstoel, zie Leuning 46
Limiet, zie Snelheidslimiet 85
Linksrijdend verkeer, lichtin‐ stelling 91
Luchtdruk, zie Bandenspan‐ ning 237
Luchten, zie Ventilatie 113
Luchthoeveelheid 113, 116
Luchtrecirculatie 116
Luchtrecirculatiefunctie 113
Luchtrecirculatie, zie Luchtre‐ circulatie 113, 116
Luchttoevoer, airconditio‐ ning 112
Luchttoevoer, automatische airconditioning 114
Luchttoevoer, ventila‐ tie 113 , 117
Luchtuitlaat, zie Luchtroos‐ ter 111
Luchtverdeling, automa‐ tisch 115
Luchtverdeling, handma‐ tig 113
Luchtverdeling, individu‐ eel 113 Seite 284OpzoekenAlles van A tot Z284
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15