Page 22 of 332

20
508RXH_nl_Chap00c_systeme-hybride_ed01-2014
Stand "AUTO"
In deze stand wordt de werking van de dieselmotor en de
elektromotor automatisch afgestemd op ingeschakelde
functies van de auto, de rijomstandigheden en de rijstijl voor
een zo laag mogelijk brandstofverbruik van de auto.
In deze stand kan als de omstandigheden dat toelaten
automatisch worden overgeschakeld op elektrisch rijden
(zero emission) .
In de stand "AUTO" geldt voor de elektromotor het volgende:
-
d
e auto kan, afhankelijk van de laadtoestand van
de tractiebatterij, in de stand elektrisch rijden "zero
emission" door de elektromotor worden aangedreven,
als aan de voor waarden met betrekking tot de auto
wordt voldaan en als het gaspedaal niet te diep wordt
ingetrapt,
-
d
e elektromotor assisteert de dieselmotor bij het
wegrijden, bij het schakelen, tijdens het accelereren
en wanneer de voorwielen onvoldoende grip
hebben (de elektromotor zorgt automatisch voor
vierwielaandrijving ),
-
d
e elektromotor kan uitsluitend worden geactiveerd bij
snelheden lager dan 85 km/h.
D
e elektromotor wordt uitgeschakeld zodra de snelheid
hoger is dan 120 km/h.
Stand "ZEV"
(100% elektrisch)
De werking als "Zero Emission Vehicle" wordt
voor 100% verzorgd door de elektrische
aandrijving van de achterwielen.
Wanneer u deze stand kiest, kunt u geruisloos
rijden met een lage snelheid. Als niet aan de voor waarden voor deze
stand wordt voldaan, verschijnt de melding
"elektrische stand momenteel niet beschikbaar"
op het display. Het controlelampje "ZEV " zal
enkele seconden knipperen en vervolgens
uitgaan en het controlelampje "AUTO" van de
keuzeschakelaar gaat branden.
In de stand ZEV:
-
Z
ijn de actieradius en de prestaties
beperkt. De maximumsnelheid in deze
stand is ongeveer 60 km/h.
-
W
anneer veel vermogen wordt gevraagd
of de omstandigheden het starten van de
dieselmotor vereisen, schakelt het systeem
automatisch over op de stand "AUTO".
Deze stand wordt aanbevolen
voor
normaal gebruik en een zo laag
mogelijk brandstofverbruik.
Deze stand wordt automatisch ingeschakeld
bij het starten van het HYbrid4-systeem.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
voor waarden voor het automatisch
herstarten van de dieselmotor of de
blokkering van de stand "ZEV ".
Deze stand is beschikbaar
als aan alle noodzakelijke
voor waarden wordt voldaan.
Het is vooral van belang
dat de laadtoestand van de
tractiebatterij voldoende is
(minimaal 4 streepjes).
Hybridesysteem
Page 25 of 332

23
508RXH_nl_Chap00c_systeme-hybride_ed01-2014
Weergave van de energiestromen van het hybridesysteem
Standen hybridesysteem
1. Geselecteerde stand van het hybridesysteem (AUTO, ZEV, SPORT, 4WD).
2.
M
eldingen, bijv.: "Zero Emission" als de dieselmotor is uitgeschakeld
(0
g/km CO
2).
Infrastructuur van de auto
3. Dieselmotor.
4. L aadtoestand van de tractiebatterij.
5.
Elektromotor/generator.
Werking/energiestromen
6. De dieselmotor voedt de tractiebatterij (afhankelijk van de laadtoestand).
7.
P
ijl van links naar rechts: de tractiebatterij voedt de elektromotor
(als de elektromotor in werking is).
P
ijl van rechts naar links: de elektromotor/generator laadt de
tractiebatterij op (regeneratie van energie).
8.
D
e dieselmotor drijft de voor wielen aan.
9.
D
e elektromotor drijft de achter wielen aan.
De actuele informatie met betrekking tot de geselecteerde stand van het hybridesysteem, de pijlen van de energiestromen en de laadtoestand van de
tractiebatterij worden weergegeven op het display van het instrumentenpaneel.
.
Hybridesysteem
Page 34 of 332
32
508RXH_nl_Chap00c_systeme-hybride_ed01-2014
Verbruik van uw hybrideauto op het display
Gemiddeld verbruik over de laatste 5 minuten.
Resetten van het overzicht
van het verbruik
Druk, ter wijl het hybridesysteem is geactiveerd
en het traject "2" wordt weergegeven langer
dan twee seconden op de toets om het
overzicht van het verbruik te resetten.
Zie de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de boordcomputer. "60% Hybrid Use" betekent dat 60% van de tijd met
assistentie van het hybridesysteem en 40% met alleen
de dieselmotor wordt gereden (zonder assistentie van het
hybridesysteem).
Hybridesysteem
Page 41 of 332

39
508RXH_nl_Chap01_controle-de-marche_ed01-2014
Instrumentenpaneel
1. Verbruiks-/energieopwekkingsindicator
(vermogen beschikbaar in percentage)
R
aadpleeg voor meer informatie de rubriek
"Hybridesysteem".
2.
V
erklikkerlampje Ready
G
eeft aan dat de auto klaar is om weg te
rijden.
3.
Motorolietemperatuurmeter.
4.
B
randstofniveaumeter.
5.
Koelvloeistoftemperatuurmeter.
6.
S
nelheidsmeter (km/h of mph).
7.
A
anwijzingen van de snelheidsregelaar of
de snelheidsbegrenzer. A. D
immer verlichting.
B. W eergave logboek
waarschuwingsmeldingen.
I
nformatie over het onderhoud.
C.
R
esetten van de dagteller.
8. Stand van de selectiehendel en van de
versnelling van de elektronisch gestuurde
versnellingsbak.
9. Display: energiestromen hybridesysteem,
waarschuwingsmeldingen, meldingen over de
status van functies, boordcomputer.
10. Dagteller (km of miles).11. Automatische ruitenwissers O nderhoudsindicator
(
km of miles) vervolgens,
k
ilometerteller.
B
eide functies worden achtereenvolgend
weergegeven na het aanzetten van het contact.
Meters en displays Bedieningstoetsen
1
Controle tijdens het rijden
Page 42 of 332
40
1
2
2
2
3
3
3
3
2
3
3
Display van het instrumentenpaneel
Gebruik, als de auto stilstaat, de linker
rolknop van het stuur wiel om door de menu's
te scrollen en de parameters van de auto in te
stellen (comfort- en rijsystemen, ...).
-
I
ndrukken: toegang tot het Hoofdmenu ,
bevestigen van uw keuze.
-
D
raaien (buiten menu om): scrollen door de
diverse beschikbare actieve functies.
-
D
raaien (in het menu): verplaatsen naar
boven of naar beneden in het menu.
Hoofdmenu*
Parameters van de auto Display instellen
Voorverwarming / voorventilatie
Instel. bestuurdersplaats
Alleen ontgrendelen kofferdeksel
Hulp bij het rijden
Toegang tot de auto
Geprogrammeerde snelheden
Ruitenw. aan bij achteruit
Automatische parkeerrem
Verlichting
Instapverlichting
Follow-me-home verlichting
Bochtverlichting Instellingen Keuze van de kleurstelling
3
1
2
1
2
* Volgens uitvoering.
Controle tijdens het rijden
Page 43 of 332

41
508RXH_nl_Chap01_controle-de-marche_ed01-2014
Verklikkerlampjes
De verklikkerlampjes geven de bestuurder informatie
over de werking van een systeem (ingeschakeld of
uitgeschakeld) of waarschuwen de bestuurder in het
geval van een storing (waarschuwingslampje).
Bij het aanzetten van het contact
Als het contact wordt aangezet, gaan
bepaalde waarschuwingslampjes op het
instrumentenpaneel en/of op het display van
het instrumentenpaneel enkele seconden
branden.
Zodra de motor wordt gestart, moeten deze
lampjes weer uitgaan.
Als het lampje blijft branden, controleer dan
voordat u gaat rijden welke functie het betreft.
Bijbehorende waarschuwingen
Sommige verklikkerlampjes kunnen gaan branden
in combinatie met een geluidssignaal en een
melding op het display van het instrumentenpaneel.
Verklikkerlampjes kunnen constant branden of
knipperen.
Een aantal verklikkerlampjes heeft
beide mogelijkheden. Of het constant
branden of knipperen van een
controlelampje duidt op een storing, is
afhankelijk van de werkingsfase van
de auto.
1
Controle tijdens het rijden
Page 44 of 332

42
Verklikkerlampjes ingeschakelde functies
De volgende verklikkerlampjes op het instrumentenpaneel en/of op het display van het instrumentenpaneel geven aan dat de desbetreffende functie is ingeschakeld.
ControlelampjeStatusOorzaak Acties / Opmerkingen
Richtingaanwijzer
links knippert, met
geluidssignaal. Als u de lichtschakelaar omlaag
beweegt.
Richtingaanwijzer
rechts knippert, met
geluidssignaal. Als u de lichtschakelaar omhoog
beweegt.
Parkeerlichten permanent. De lichtschakelaar staat in de stand
"Parkeerlichten".
Dimlicht permanent. De lichtschakelaar staat in de stand
" D imlic ht ".
Grootlicht permanent. Als u de lichtschakelaar naar u toe
trekt. Trek aan de lichtschakelaar om terug te schakelen
naar dimlicht.
Ready
(gereed) permanent.
De auto is rijklaar en u kunt het
gaspedaal intrappen. Het verklikkerlampje brandt als de hoogspanning is
ingeschakeld.
Mistachterlichten permanent. De mistachterlichten zijn
ingeschakeld. Draai de ring naar achteren om de mistachterlichten
uit te schakelen.
Raadpleeg voor meer informatie over de lichtschakelaar de desbetreffende rubriek.
Grootlichtassistentpermanent. U hebt de lichtschakelaar naar u toe
getrokken en de toets is ingedrukt.
Het controlelampje van de toets
brandt. De camera op de binnenspiegel geeft al of niet
toestemming voor het overschakelen van het
grootlicht naar het dimlicht, afhankelijk van de
buitenverlichting en de verkeerssituatie.
Trek de lichtschakelaar naar u toe om het dimlicht
weer in te schakelen.
Controle tijdens het rijden
Page 46 of 332
44
ControlelampjeStatusOorzaak Acties / Opmerkingen
Automatische
ruitenwissers permanent.
De ruitenwisserschakelaar is naar
beneden bewogen. De automatische stand van de ruitenwissers vóór is
geactiveerd.
Beweeg om de automatische stand van de
ruitenwissers te deactiveren de hendel omlaag of zet
de hendel in een andere stand.
Airbag aan
passagierszijde permanent op het
display van de
verklikkerlampjes voor
de veiligheidsgordels
en de airbag vóór aan
passagierszijde. De schakelaar in het dashboardkastje
staat in de stand "
ON".
De passagiersairbag vóór is geactiveerd.Plaats in dit geval geen kinderzitje
met de rug in de rijrichting op de stoel
van de voorpassagier. Zet de schakelaar in de stand "OFF"
om de
passagiersairbag vóór uit te schakelen.
In dit geval kunt u een kinderzitje met de rug in de
rijrichting plaatsen.
Controle tijdens het rijden