Page 49 of 161
Gemiddeld verbruik
terugzettenToets INFO1zo vaak be-
dienen, tot op het display
het gemiddelde verbruik
wordt weergegeven.
Toets INFO ingedrukt hou-
den, tot de weergave wijzigt
("RESET").
Display geeft aan "--.- l/100
km".
ActieradiusDe functiebeschrijving voor de
resterende actieradius ( 42)
geldt ook voor de actieradi-
usweergave. De actieradius 1
kan echter ook worden op-
geroepen voordat de benzi-
nereserve is bereikt. Voor de
berekening van de actiera-
dius wordt een speciaal ge-
middeld verbruik gebruikt, die
niet altijd overeenkomt met de
weergave van de oproepbare
waarde. De berekende actiera-
dius betreft slechts een
globale waarde. Daarom ad-
viseert BMW Motorrad om de
aangegeven actieradius niet
tot op de laatste kilometer te
benutten.
OliepeilaanduidingDe oliepeilaanduiding 1geeft
informatie over het oliepeil in
de motor.
Voor de oliepeilcontrole moet
aan de volgende voorwaarden
zijn voldaan:
447zBediening
Page 50 of 161

Motor draait stationair (mini-
maal 10 seconden)
Motor op bedrijfstempera-
tuur
Zijstandaard ingeklapt.
De symbolen betekenen:OK
: Oliepeil correct.
CHECK
: Oliepeil controleren.
---
: Geen meting mogelijk
(niet aan genoemde voor-
waarden voldaan).
Na het opnieuw inschake-
len van het contact wordt de
laatst gemeten toestand ge-
durende 5 seconden weerge-
geven.
Als ondanks een cor-
rect oliepeil in het olie-
peilglas, op het display per-
manent de melding "Ölstand
prüfen" (oliepeil controleren)
wordt weergegeven, is moge- lijkerwijs de oliepeilsensor de-
fect. In dit geval kunt u con-
tact opnemen met uw BMW
Motorrad dealer.
Noodstopschakelaar1
Noodstopschakelaar
Bediening van de nood-
stopschakelaar tijdens
het rijden kan een blokkerend
achterwiel en daardoor een
val tot gevolg hebben.
De noodstopschakelaar nooit
tijdens het rijden bedienen. Met behulp van de noodstop-
schakelaar kan de motor op
eenvoudige wijze snel worden
afgezet.
A
Bedrijfsstand
B Motor uitgeschakeld
De motor kan alleen in
de bedrijfsstand worden
gestart.
448zBediening
Page 51 of 161

Handvatverwarming
SU
1 Schakelaar handvatver-
warming
De handvatten kunnen in
twee standen worden ver-
warmd. Handvatverwarming
is alleen bij draaiende motor
mogelijk. Het door de handgreep-
verwarming veroorzaakte
hogere stroomverbruik kan bij
ritten met lage toerentallen tot
ontlading van de accu leiden.
Bij een te lage accuspan-
ning wordt ter behoud van de startcapaciteit de handgreep-
verwarming uitgeschakeld.
2
Verwarming uit
3 50 % verwarming (één
stip zichtbaar)
4 100 % verwarming (drie
stippen zichtbaar)
KoppelingKoppelingshendel
afstellen
Wordt de stand van het
koppelingsvloeistofre-
servoir veranderd, dan kan er
lucht in het systeem komen. Zowel de stuurhendel als het
stuur niet verdraaien.
Het afstellen van de kop-
pelingshendel tijdens het
rijden kan tot ongevallen lei-
den.
De koppelingshendel alleen
afstellen als de motorfiets
stilstaat.
Stelbout 1rechtsom draai-
en.
De stelschroef heeft een
arretering en kan gemak-
kelijker worden verdraaid,
wanneer u tegelijkertijd de
449zBediening
Page 52 of 161

koppelingshendel naar voren
drukt.Afstand tussen handvat en
koppelingshendel wordt
groter.
Stelbout 1linksom draaien.
Afstand tussen handvat en
koppelingshendel wordt
kleiner.RemRemhendel afstellen
Als de stand van het
remvloeistofreservoir
wordt veranderd, kan er lucht
in het remsysteem komen.
Zowel de stuurhendel als het
stuur niet verdraaien.
Het afstellen van de rem-
hendel tijdens het rijden
kan tot ongevallen leiden.
De remhendel alleen afstellen
als de motorfiets stilstaat. Stelbout
1rechtsom draai-
en.
De stelschroef heeft een
arretering en kan gemak-
kelijker worden verdraaid,
wanneer u tegelijkertijd de
remhendel naar voren drukt.
Afstand tussen handvat en
remhendel wordt groter.
Stelbout 1linksom draaien.
Afstand tussen handvat en
remhendel wordt kleiner.
VerlichtingParkeerlicht inschakelenHet parkeerlicht wordt auto-
matisch tegelijk met het con-
tact ingeschakeld.
Het stadslicht belast
de accu. Het contact
slechts voor een beperkte
tijdsduur inschakelen.Dimlicht inschakelenHet dimlicht wordt automa-
tisch ingeschakeld na het
starten van de motor.
U kunt bij een afgezette
motor het licht inscha-
kelen, door bij ingeschakeld
contact het grootlicht in te
schakelen of het lichtsignaal
te bedienen.
450zBediening
Page 53 of 161

Grootlicht inschakelenSchakelaar grootlicht1bo-
ven bedienen.
Grootlicht ingeschakeld.
Schakelaar grootlicht 1in
middenstand zetten.
Grootlicht uitgeschakeld.
Schakelaar grootlicht 1on-
der bedienen.
Zolang de schakelaar wordt
bediend, is het grootlicht
ingeschakeld (lichtsignaal).Parkeerlicht inschakelenContact uitschakelen. Het parkeerlicht kan al-
leen direct na het uit-
schakelen van het contact
worden ingeschakeld.
Toets richtingaanwijzers
links 1ingedrukt houden,
tot het parkeerlicht is inge-
schakeld.
Parkeerlicht
uitschakelenContact in- en weer uitscha-
kelen.
Parkeerlicht uitgeschakeld
KoplampKoplampinstelling
rechts-/linksrijdend
verkeer
Universeel plakband be-
schadigt het kunststof-
glas.
Om beschadiging van het
kunststofglas te voorkomen
contact opnemen met een
specialist, bij voorkeur een
BMW Motorrad dealer.
Bij het rijden in landen waar
aan de andere zijde van de
weg wordt gereden dan in het
land waar het kenteken van
de motorfiets is afgegeven,
verblindt het asymmetrische
dimlicht het tegemoetkomen-
de verkeer.
Gaat u naar een specialist, bij
voorkeur een BMW Motorrad
dealer, om de koplamp aan
451zBediening
Page 54 of 161
de betreffende omstandighe-
den aan te laten passen.Lichtbundelinstelling en
veervoorspanningDe lichtbundel blijft in de regel
constant door de aanpassing
van de veervoorspanning aan
de beladingstoestand.
Alleen bij zeer zware bela-
ding kan de aanpassing van
de veervoorspanning ontoe-
reikend zijn. In dit geval moet
de koplampinstelling worden
aangepast aan het gewicht.Twijfelt u aan de correcte
koplampbasisinstelling,
gaat u dan naar een speci-
alist, bij voorkeur een BMW
Motorrad dealer.
Koplamphoogteverstel-
ling1 Koplamphoogteverstel-
ling
Bij zeer zware belading kan
de aanpassing van de veer-
voorspanning ontoereikend
zijn. Om de tegenliggers niet
te verblinden kan de kop-
lamp worden versteld met de
zwenkhendel. A
Normale stand
B Stand bij zware belading
RichtingaanwijzersRichtingaanwijzers links
inschakelenContact inschakelen
452zBediening
Page 55 of 161
Schakelaar richtingaanwij-
zers links1bedienen.
Na circa 10 seconden
rijden of een afstand van
circa 200 m worden de rich-
tingaanwijzers automatisch
uitgeschakeld.
Richtingaanwijzers links in-
geschakeld.
Controlelamp richtingaanwij-
zers links knippert.Richtingaanwijzers
rechts inschakelenContact inschakelen Schakelaar richtingaanwij-
zers rechts
2bedienen.
Na circa 10 seconden
rijden of een afstand van
circa 200 m worden de rich-
tingaanwijzers automatisch
uitgeschakeld.
Richtingaanwijzers rechts
ingeschakeld.
Controlelamp richtingaanwij-
zers rechts knippert.
Richtingaanwijzers
uitschakelenSchakelaar richtingaanwij-
zers uit 3bedienen.
Richtingaanwijzers uitge-
schakeld
Controlelampen richtingaan-
wijzers uit.BuddyseatBuddyseat verwijderen.De motorfiets neerzetten en
erop letten dat de onder-
grond vlak en stevig is.
453zBediening
Page 56 of 161
De sleutel in het buddy-
seatslot linksom draaien.
De buddyseat hierbij om-
laag drukken.De buddyseat aan de ach-
terzijde optillen.
Als de buddyseat op een
ruw oppervlak wordt ge-
legd, kunnen de zijkanten be-
schadigd worden.
De buddyseat met de be-
kledingzijde op een glad en
schoon oppervlak leggen,
bijv. op de tank.
De sleutel loslaten en de
buddyseat naar achteren uit
de bevestiging trekken.
Buddyseat aanbrengen
Als de motorfiets te sterk
naar voren wordt ge-
duwd, bestaat het gevaar dat
hij van de standaard wordt
gedrukt.
Erop letten dat de motorfiets
stevig staat.
Buddyseat naar voren in de
bevestigingen 1schuiven.
454zBediening