Page 105 of 161

van de passagier verwijde-
ren.
Uitlaatdemper naar buiten
draaien.
De eerste versnelling in-
schakelen.
Bevestigingsbouten5van
het achterwiel verwijderen;
hierbij het wiel ondersteu-
nen.
Bij gebruik van de BMW
Motorrad achterwielstan-
daard: de borgring verwij-
deren.
Achterwiel op de grond zet-
ten. Achterwiel naar achteren
wegrollen.
Bij gebruik van de BMW
Motorrad achterwielstan-
daard: de borgring weer
aanbrengen.
Achterwiel inbouwen
Boutbevestigingen die
met een onjuist aantrek-
koppel zijn vastgezet kunnen
losraken of de boutbevesti-
gingen kunnen beschadigd
raken.
Aanhaalmomenten altijd laten
controleren door een speci-
alist, bij voorkeur een BMW
Motorrad dealer.
Bij gebruik van de BMW
Motorrad achterwielstan-
daard: de borgring verwij-
deren.
Achterwiel in de achterwiel-
ophanging rollen. Achterwiel op de achterwiel-
standaard aanbrengen.
Bij gebruik van de BMW
Motorrad achterwielstan-
daard: de borgring weer
aanbrengen.
Wielbouten
5aanbrengen
en kruiselings met het be-
treffende aantrekkoppel
vastzetten.
Achterwiel aan wiel-
flens
Aanhaalvolgorde: Kruise-
lings aandraaien
7103zOnderhoud
Page 106 of 161
Achterwiel aan wiel-
flens
60 Nm
Aanhaalvolgorde: Kruise-
lings aandraaien
60 Nm
Uitlaatdemper in de uit-
gangspositie draaien.
Bout 4van de uitlaatdem-
persteun aan de voetsteun
van de passagier aanbren-
gen, maar nog niet vastzet-
ten. Klem
3op de einddemper
met de markering A(pijl) op
de lambdasonde Buitrich-
ten.
Klem 3met het voorge-
schreven aantrekkoppel aan
de einddemper vastzetten.
Uitlaatdemper aan
spruitstuk
35 Nm Bij te weinig afstand tus-
sen achterwiel en uitlaat-
demper kan het achterwiel
oververhit raken.
De afstand tussen achterwiel
en uitlaatdemper moet ten
minste 10 mm bedragen.
Bout 4van de bevestiging
van de einddemper op de
voetsteun voor de duopas-
sagier met het voorgeschre-
ven aantrekkoppel vastzet-
ten.
7104zOnderhoud
Page 107 of 161

Uitlaatdemper aan
voetsteun passagier,
rechts
16 Nm
Uitlaatdemperafdekking 2
met de geleiders Ain de
beugels Bschuiven. Bout
1van de uitlaatafdek-
king 2aanbrengen.
Een eventueel gemonteerde
hulpstandaard verwijderen.
VoorwielstandaardVoorwielstandaardVoor het eenvoudig en
veilig vervangen van
het voorwiel biedt BMW
Motorrad een voorwielsteun
aan. Deze voorwielsteun
met het BMW speciaal-
gereedschapnummer
36 3 971 is verkrijgbaar bij
uw BMW Motorrad dealer. Tevens zijn de adapters
met het BMW speciaal
gereedschap nummer
36 3 973 nodig.
De BMW Motorrad voor-
wielsteun is er niet voor
bedoeld om een motorfiets
zonder midden- of eventuele
andere hulpstandaard rechtop
te houden. Een motorfiets die
alleen op de voorwielsteun
en op het achterwiel rust kan
omvallen.
De motorfiets vóór het optillen
met de BMW Motorrad voor-
wielsteun op de middenstan-
daard of een hulpstandaard
zetten.
Voorwielstandaard
monterenDe motorfiets op de hulp-
standaard zetten; BMW Mo-
torrad adviseert de BMW
7105zOnderhoud
Page 108 of 161

Motorrad achterwielstan-
daard.
Achterwielstandaard monte-
ren ( 107)
met OA Middenbok:
De motorfiets op de mid-
denstandaard plaatsen en
erop letten dat de onder-
grond vlak en stevig is.
Afstelbouten 1losdraaien.
De beide pennen 2zo ver
naar buiten schuiven, dat de
voorwielgeleiding ertussen
past. De gewenste hoogte van de
voorwielstandaard m.b.v.
de fixeerpennen
3instellen.
Voorwielstandaard in het
midden van het voorwiel
plaatsen en naar de voor-
as schuiven.
De beide pennen 2door de
driehoek van de remklauw-
bevestiging zo ver naar bin-
nen schuiven dat het voor-
wiel er nog tussendoor past.
Bij het BMW Integral
ABS kan de ABS-sen-
sorring worden beschadigd.
Pennen slechts zo ver naar binnen schuiven dat geen
contact ontstaat met de sen-
sorring van het BMW Integral
ABS.
Afstelbouten 1vastzetten.
Als de motorfiets op de
middenstandaard staat,
en de motorfiets aan de voor-
zijde te ver wordt opgetild,
komt de middenstandaard los
van de grond en kan de mo-
torfiets opzij vallen.
Erop letten dat de midden-
standaard bij het optillen op
de grond blijft.
7106zOnderhoud
Page 109 of 161
De voorwielstandaard gelijk-
matig naar beneden druk-
ken om de motorfiets op te
tillen.AchterwielstandaardAchterwielstandaardOm ook aan motorfietsen
zonder middenstandaard
veilig te kunnen werken,
biedt BMW Motorrad een
achterwielstandaard aan.
Deze achterwielstandaard
met het BMW speciaal-
gereedschapnummer
36 3 980 is verkrijgbaar bij uw
BMW Motorrad dealer.
Achterwielstandaard
monterenDe gewenste hoogte van de
achterwielstandaard m.b.v.
de bouten1instellen.
De borgring 2verwijde-
ren, hiertoe ontgrendelings-
knop 3indrukken. De achterwielstandaard
vanaf de linkerzijde in de
achteras schuiven.
De borgring vanaf de rech-
terzijde aanbrengen, hiertoe
de ontgrendelingsknop in-
drukken.
Met de linkerhand de linker
handgreep van de motor-
fiets
4vasthouden, met de
rechter hand de hendel van
de achterwielstandaard 5.
7107zOnderhoud
Page 110 of 161

De motorfiets optillen, tege-
lijkertijd de hendel naar be-
neden drukken tot de mo-
torfiets loodrecht staat.
De hendel op de bodem
drukken.
LampenAlgemene aanwijzingenEen defect van een gloei-
lamp wordt op het display
door het symbool lampde-
fect aangeduid. Bij een de-
fect aan het rem- of het ach-
terlicht brandt bovendien de
waarschuwingslamp alge-
meen geel. Bij het uitvallen
van het achterlicht wordt als
vervanging het remlicht ge-
bruikt door de lichtsterkte
van de tweede gloeispiraal
tot achterlichtniveau terug te
brengen. Het uitvallen van het
achterlicht wordt bovendien
op het display aangegeven.Een defecte lamp bij een
motorfiets vormt een vei-
ligheidsrisico, omdat berijder
en machine door andere ver-
keersdeelnemers sneller over
het hoofd worden gezien.
Defecte gloeilampen zo snel mogelijk vervangen; bij voor-
keur altijd een set geschikte
reservelampen meenemen.
Gloeilampen staan onder
druk, beschadigingen
kunnen tot verwondingen lei-
den.
Bij het verwisselen van lam-
pen bescherming voor ogen
en handen dragen.
In het hoofdstuk
"Technische gegevens"
vindt u een overzicht van de
op uw motorfiets aanwezige
lampen.
Het glas van de nieuwe
gloeilamp niet met de
blote vingers aanraken. Voor
het aanbrengen een schone
droge doek gebruiken. Vuilaf-
zettingen, vooral olie en vet-
ten, beïnvloeden de warmte-
afvoer. Oververhitting en een
kortere levensduur van de
7108zOnderhoud
Page 111 of 161
gloeilampen zijn hiervan het
gevolg.Gloeilamp dimlicht
vervangen
Bij de volgende werk-
zaamheden kan een niet
goed geplaatste motorfiets
kantelen.
Erop letten dat de motorfiets
stevig staat.
Om een betere toegang
te krijgen het stuur naar
links draaien.
De motorfiets neerzetten en
erop letten dat de onder-
grond vlak en stevig is.
Contact uitschakelen. Afdekking
1door linksom
draaien losmaken en verwij-
deren.
Stekker 2losmaken. Veerbeugel
3links en rechts
uit de arretering haken en
omhoogklappen.
Gloeilamp 4verwijderen.
Defecte gloeilamp vervan-
gen.
7109zOnderhoud
Page 112 of 161
Verlichtingstype dim-
licht
H7/12V/55W
Gloeilamp 4aanbrengen;
hierbij erop letten dat de
nok 5naar boven wijst. Veerbeugel
3links en rechts
in de arretering bevestigen.
Stekker 2aansluiten. Afdekking
1door rechtsom
draaien aanbrengen.
Gloeilamp grootlicht
vervangen
Bij de volgende werk-
zaamheden kan een niet
goed geplaatste motorfiets
kantelen.
Erop letten dat de motorfiets
stevig staat.
Om een betere toegang
te krijgen het stuur naar
links draaien.
7110zOnderhoud