
Draai daarom binnen 30 seconden na het
starten het stuurwiel helemaal naar de
ene en vervolgens helemaal naar de
andere kant. Plaats het stuurwiel
vervolgens weer in de centrale stand
terug. Zet de motor af, wacht minstens
5 seconden en herhaal de zojuist
beschreven startprocedure als rode
lampjes op het instrumentenpaneel
blijven branden.
BELANGRIJK Als het laadniveau
gedurende langere tijd onder 50% blijft,
raakt de accu door sulfatering
beschadigd. Hierdoor verminderen de
capaciteit en het startvermogen. De accu
is in dit geval ook gevoeliger voor
bevriezing (dit kan reeds bij
temperaturen van -10°C gebeuren).
ACCU
155) 156) 157) 158)
69)
6)
De elektrolyt van de accu hoeft niet te
worden bijgevuld met gedestilleerd
water. Een periodieke controle bij het
Alfa Romeo Servicenetwerk is echter
noodzakelijk om de efficiëntie te
verifiëren.
Volg de aanwijzingen van de fabrikant van
de accu voor het onderhoud.
BELANGRIJK
149)Rook nooit tijdens het uitvoeren van
werkzaamheden in de motorruimte: er
kunnen ontvlambare gassen en dampen
vrijkomen die brand kunnen veroorzaken.
150)Wees erg voorzichtig bij het uitvoeren
van werkzaamheden in de motorruimte
wanneer de motor nog warm is: gevaar voor
brandwonden. Kom niet te dicht bij de
koelventilator van de radiateur: de
elektrische ventilator kan inschakelen;
gevaar voor verwondingen. Sjaals, dassen of
andere loszittende kleding kunnen door de
bewegende onderdelen worden
meegetrokken.
151)Wacht voor het bijvullen van de
motorolie tot de motor is afgekoeld alvorens
de vuldop los te maken. Dit geldt in het
bijzonder voor voertuigen met een
aluminium vuldop (waar aanwezig).
WAARSCHUWING: gevaar voor
brandwonden!
152)Het koelsysteem staat onder druk.
Vervang, indien nodig, de dop alleen door een
origineel exemplaar om de werking van het
systeem niet negatief te beïnvloeden. Draai
bij warme motor de dop van het reservoir
niet los: gevaar voor brandwonden.
153)Rijd nooit met een leeg
ruitensproeiervloeistofreservoir:
ruitensproeiers zijn van fundamenteel
belang voor een goed zicht. Herhaaldelijke
werking van het systeem zonder vloeistof
kan leiden tot schade aan of snelle
verslechtering van sommige
systeemcomponenten.154)Sommige in de handel verkrijgbare
ruitensproeiervloeistoffen zijn ontvlambaar.
De motorruimte omvat warme onderdelen
die bij contact met de vloeistof brand kunnen
veroorzaken.
155)Accuvloeistof is giftig en corrosief.
Vermijd contact met huid en ogen. Houd
open vuur en vonkvormende apparaten uit
de buurt van de accu: brand- en
explosiegevaar.
156)Als de accu met onvoldoende vloeistof
werkt, kan dit de accu onherstelbaar
beschadigen en een explosie veroorzaken.
157)Als de auto langdurig gestald moet
worden bij zeer lage temperaturen, verwijder
dan de accu en breng deze naar een
verwarmde plek, om bevriezing te
voorkomen.
158)Bij werkzaamheden aan de accu of in
de buurt van de accu, moeten de ogen altijd
met een speciale bril beschermd worden.
BELANGRIJK
64)Let erop dat de verschillende types
vloeistoffen tijdens het bijvullen niet
verwisseld worden: ze mogen absoluut niet
onderling gemengd worden! Bijvullen met een
ongeschikte vloeistof kan leiden tot ernstige
schade aan het voertuig.
65)Het olieniveau mag nooit boven het
MAX-teken komen.
66)Als tijdens het bijvullen het MAX.
-streepje wordt overschreden (laatste rood
brandende markering aan de rechter kant),
wendt u zich dan zo snel mogelijk tot een
werkplaats van het Alfa Romeo-
servicenetwerk om het teveel aan olie te
laten verwijderen.
174
ONDERHOUD EN ZORG

67)Vul geen olie bij met andere kenmerken
dan de olie waarmee de motor is gevuld.
68)Gebruik voor het bijvullen hetzelfde type
vloeistof als het type dat al in het reservoir
van het motorkoelsysteem zit. De vloeistof
mag niet gemengd worden met andere types
antivriesvloeistoffen. Als er toch bijgevuld is
met een ongeschikt product, start dan in
geen geval de motor en neem contact op met
het Alfa Romeo Servicenetwerk.
69)Als u de accu moet loskoppelen of
verwijderen, sluit de achterklep dan niet. Om
onbedoelde sluiting te voorkomen, wordt
aanbevolen een obstakel (bijv. een doek) op
het slot te leggen zodat de achterklep niet
gesloten kan worden.
BELANGRIJK
4)De gebruikte motorolie en oliefilters
bevatten stoffen die schadelijk zijn voor het
milieu. Het verdient aanbeveling de olie en de
filters te laten vervangen door het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
5)Gebruikte versnellingsbakolie bevat
stoffen die schadelijk zijn voor het milieu.
Men adviseert om voor het vervangen van de
olie contact op te nemen met het Alfa Romeo
Servicenetwerk.
6)Accu’s bevatten stoffen die zeer
gevaarlijk zijn voor het milieu. Neem voor
vervanging van de accu contact op met het
Alfa Romeo Servicenetwerk.
ACCU OPLADEN
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
159) 160)
BELANGRIJK Alvorens het oplaadtoestel
te gebruiken, zorg ervoor dat het
geschikt is voor de geïnstalleerde accu,
met constant voltage (onder de 14.8 V)
en laag ampère (maximum 15 A).
BELANGRIJK Laad de accu op in een goed
geventileerde omgeving.
BELANGRIJK Laad of herlaad nooit een
bevroren accu: deze kan ontploffen
vanwege de stikstof dat besloten zit in
de ijskristallen.
BELANGRIJK Op alle tijden tijdens het
opladen of heropladen van de accu,
ervoor zorgen dat vonken of open vuur
voldoende ver van de accu wordt
gehouden.
BELANGRIJK Alvorens op te laden
apparatuur te gebruiken of de lading van
de accu te behouden, volg zorgvuldig de
aanwijzingen meegeleverd met het
apparaat om deze veilig en op de juiste
manier aan te sluiten op de accu.
U kunt de accu opladen zonder de
bedrading van het elektrische systeem
van het voertuig af te sluiten.
Om bij de batterij te komen, het
toegangspaneel in de bagageruimteverwijderen fig. 165;
verwijder de beschermende kap 1
fig. 166 en sluit de positieve
kabelterminal van de lader (gewoonlijk
rood) aan op de positieve terminal (+) van
de accu;
sluit de negatieve terminal van de
lader (gewoonlijk zwart) aan op moer
2 naast de negatieve terminal (-) van de
batterij, zoals getoond in fig. 166;
16509036S0001EM
16609036S0002EM
175

Het voertuig is uitgerust met een IBS
(Intelligent Battery Sensor), die in staat is
het laad- en ontlaadvoltage te meten en
het laadniveau te berekenen en de
algemene toestand van de accu. De
sensor wordt geplaatst naast de
negatieve terminal (-) van de accu.
Voor een correcte ladings-/
ontladingsprocedure, moet het
laadvoltage door de IBS-sensor gaan.
Draai de lader aan en volg de
aanwijzingen uit de
gebruikershandleiding om de accu
helemaal op te laden;
schakel na het heropladen eerst de
acculader uit voordat deze wordt
losgekoppeld van de accu;
eerst de zwarte kabelterminal van de
acculader afsluiten en daarna de rode
kabelterminal;
herplaats de beschermende kap van
de positieve terminal van de accu en de
toegangskap op de accuruimte.
BELANGRIJK Als een acculader van het
"snelle" type wordt gebruikt terwijl de
accu in het is voertuig gemonteerd,
moeten eerst beide kabels van de accu
losgemaakt worden alvorens de
acculader aan te sluiten. Gebruik geen
"snellader" voor de levering van
startspanning.
70)
BELANGRIJK
159)Het proces van opladen of weer
opladen van de accu produceert waterstof,
een ontvlambaar gas dat kan ontploffen en
tot ernstig letsel leiden.
160)Houd u altijd aan de vermelde
voorzorgsmaatregelen bij het opladen of
weer opladen van de accu.
BELANGRIJK
70)Als u de accu moet loskoppelen of
verwijderen, sluit de achterklep dan niet. Om
onbedoelde sluiting te voorkomen, wordt
aanbevolen een obstakel (bijv. een doek) op
het slot te leggen zodat de achterklep niet
gesloten kan worden.
ONDERHOUDSPROCEDURES
161) 162) 163)
71) 72) 73) 74) 75) 76) 77)
ONDERHOUD AIRCONDITIONING
78) 79)
Om de beste prestaties te garanderen,
moet de airconditioning gecontroleerd en
onderhouden worden bij een werkplaats
van het Alfa Romeo Servicenetwerk, bij
het begin van de zomer.
RUITENWISSER
De wisserbladen van de ruitenwisser
omhoog zetten (functie "Servicestand")
Dankzij de functie "Servicestand" kan de
bestuurder de wisserbladen eenvoudiger
vervangen. Het wordt ook aanbevolen om
deze functie te activeren wanneer het
sneeuwt en om het gemakkelijker te
maken elke afzetting van vuil te
verwijderen in de zone waar de bladen
normaal geplaatst zijn, bij het wissen.
Inschakeling van de functie
Schakel, om deze functie in te schakelen,
de ruitenwissers uit (draaischakelaar
fig. 167 in standO) voordat u de
startinrichting op STOP zet.
Deze functie kan alleen binnen 2 minuten
nadat de startinrichting op STOP is gezet
ingeschakeld worden.
176
ONDERHOUD EN ZORG

Beweeg, voor inschakeling van deze
functie, de hendel minstens een drie
seconden omhoog (onstabiele stand).
Indien, na gebruik van deze functie, de
startinrichting teruggezet wordt op
AANmet de wisserbladen in een andere
stand dan de ruststand (onderaan op de
voorruit), dan zullen ze alleen terugkeren
naar de ruststand na een commando
afkomstig van de hendel (hendel omhoog,
naar onstabiele stand) of wanneer een
snelheid van 5 km/h wordt overschreden.
Wisserbladen voorruit vervangen
Ga als volgt te werk:
hef de wisserarm op, druk op het lipje
fig. 168 van de springveer en verwijder
het wisserblad van de arm;
monteer het nieuwe wisserblad door
het lipje in de speciale zitting op de
wisserarm te blokkeren;
laat de wisserarm voorzichtig op de
ruit zakken.
BELANGRIJK Schakel de ruitenwissers
niet met van de ruit opgeheven
wisserbladen in.
Ruitensproeier
De ruitensproeiers zijn niet verstelbaar.
Als de ruitensproeiers niet werken,
controleer dan eerst of er
ruitensproeiervloeistof in het reservoir
zit (zie paragraaf “Motorruimte” in dit
hoofdstuk).
Controleer vervolgens of de
sproeigaatjes niet verstopt zijn. Gebruik
zo nodig een naald om ze te ontstoppen.
BELANGRIJK
161)Het luchtinlaatsysteem (luchtfilter,
rubber slangen, enz.) kan als bescherming
fungeren in geval van terugslag van de
motor. VERWIJDER dit systeem NIET, tenzij
u reparatie- of onderhoudswerkzaamheden
moet uitvoeren. Controleer, alvorens de
motor te starten, dat het systeem niet
verwijderd is: het niet in acht nemen van
deze voorzorgsmaatregel kan leiden tot
ernstig letsel.
162)Uitlaatgassen zijn uiterst gevaarlijk, en
kunnen dodelijk zijn. Ze bevatten
koolmonoxide, een kleurloos en reukloos gas
dat bij inademing bewustzijnsverlies en
vergiftiging kan veroorzaken.
163)Het uitlaatsysteem kan zeer hoge
temperaturen bereiken en kan leiden tot
brand als het voertuig geparkeerd wordt op
ontvlambaar materiaal. Droog gras of
bladeren kunnen ook vlam vatten als ze in
contact komen met het uitlaatsysteem.
Parkeer of gebruik het voertuig niet op een
plaats waar het uitlaatsysteem in contact
kan komen met ontvlambaar materiaal.
16709046S0001EM
16809046S0002EM
177

BELANGRIJK
71)Onjuist onderhoud van het voertuig of
het niet uitvoeren van
reparatiewerkzaamheden (indien nodig) kan
leiden tot duurdere reparaties, schade aan
andere onderdelen of een negatieve
inwerking op de prestaties van het voertuig.
Laat elke storing onmiddellijk controleren bij
een werkplaats van het Alfa Romeo
Servicenetwerk.
72)Het voertuig is uitgerust met
vloeistoffen die geoptimaliseerd zijn of die
de prestaties en levensduur beschermen en
de onderhoudsintervallen groter maken.
Gebruik geen chemische middelen voor het
wassen van deze onderdelen omdat deze de
motor, de versnellingsbak of de
klimaatregeling kunnen beschadigen. Deze
schade wordt niet gedekt door de garantie
van het voertuig. Als er een onderdeel
gewassen moet worden omdat het niet goed
werkt, gebruik dan uitsluitend speciale
vloeistof om dat te doen.
73)Een overtollige of onvoldoende
hoeveelheid olie in het motorblok leidt tot
ernstige beschadiging van de motor. Zorg
ervoor dat de olie altijd op een geschikt
niveau staat.74)Voertuigen uitgerust met katalysator
mogen uitsluitend getakt worden met
loodvrije benzine. Loodhoudende benzine
kan de katalysator permanent beschadigen
en de werking om vervuilende emissies te
beperken teniet doen, waardoor de
prestaties van de motor in gevaar komen, die
hierdoor onherstelbaar beschadigd kan
raken. Als de motor niet goed werkt, in het
bijzonder bij moeizaam starten of bij
prestatieverlies, ga dan onmiddellijk naar
een werkplaats van het Alfa Romeo
Servicenetwerk. Langdurige en onjuiste
werking van de motor kan leiden tot
oververhitting van de katalysator en, als
gevolg, mogelijke schade aan de katalysator
en het voertuig.
75)Het gebruik van een
versnellingsbakvloeistof anders dan de
goedgekeurde kan de kwaliteit van het
schakelen in gevaar brengen en/of leiden tot
trilling van de versnellingsbak zelf.
76)Het wordt geadviseerd het voertuig te
laten onderhouden bij een werkplaats van
het Alfa Romeo Servicenetwerk. Bij het
persoonlijk uitvoeren van normale periodieke
werkzaamheden en onderhoudshandelingen
wordt geadviseerd gebruik te maken van
geschikte gereedschappen, originele
vervangingsonderdelen en de noodzakelijke
vloeistoffen. Voer geen enkele ingreep uit als
u niet over de noodzakelijke ervaring
beschikt.
77)Als u de accu moet loskoppelen of
verwijderen, sluit de achterklep dan niet. Om
onbedoelde sluiting te voorkomen, wordt
aanbevolen een obstakel (bijv. een doek) op
het slot te leggen zodat de achterklep niet
gesloten kan worden.78)Vraag altijd om het gebruik van
uitsluitend goedgekeurde koel- en
smeermiddelen voor de compressor die
geschikt zijn voor het specifieke
klimaatregelsysteem dat op het voertuig
gemonteerd is. Sommige niet goedgekeurde
koelmiddelen zijn brandbaar en kunnen
exploderen, met risico op verwondingen. Het
gebruik van niet-goedgekeurde
koelmiddelen of smeermiddelen kan de
werking van het systeem negatief
beïnvloeden, wat tot dure reparaties leidt.
79)Het airconditioningssysteem bevat
koelmiddel onder hoge druk: om letsel aan
mensen of schade aan het systeem te
voorkomen moet bijvullen van koelmiddel of
reparatie waarbij de kabels losgekoppeld
moeten worden, uitgevoerd worden bij een
werkplaats van het Alfa Romeo
Servicenetwerk.
178
ONDERHOUD EN ZORG

"Onderhoudsprocedures" paragraaf in dit
hoofdstuk.
Als u het voertuig wilt wassen bij een
wasstraat waarbij deze tijdens de
werkzaamheden bewogen wordt, moet
bij voertuigen met automatische
versnelling als volgt te werk worden
gegaan:
controleren of de auto op een
horizontaal vlak staat en of de
automatische inschakeling van de
parkeerrem is uitgeschakeld bij het
stilzetten van de motor (voor de
uitschakeling raadpleeg de paragraaf
“elektrische parkeerrem” in het
hoofdstuk “Starten en rijden”);
bij stilstaande auto, de versnelling in N
(vrijstand) en rempedaal omhoog: druk op
de startknop.De auto blijft 15 minuten in
N (Vrijstand), waarna P (Parkeerstand)
wordt ingeschakeld.
BELANGRIJK
81)Om de esthetische eigenschappen van
de lak te behouden, mogen er geen schuur-
en/of polijstmiddelen voor het reinigen van
het voertuig worden gebruikt.82)Niet wassen met rollen en/of borstels in
autowasstraten. Was het voertuig
uitsluitend met de hand en gebruik
pH-neutrale reinigingsmiddelen; droog af
met een vochtige leren zeem. Schuur- en/of
polijstmiddelen mogen niet gebruikt worden
om het voertuig schoon te maken. Vogelpoep
moet zo snel en zo goed mogelijk verwijderd
worden, omdat hierin bijzonder agressieve
zuren aanwezig zijn. Vermijd (indien mogelijk)
om het voertuig onder bomen te parkeren;
verwijder plantaardige harsen onmiddellijk
omdat deze, als ze drogen, alleen verwijderd
kunnen worden met schuur- en/of
polijstmiddelen die ten zeerste afgeraden
worden omdat ze de karakteristieke matheid
van de lak kunnen aantasten. Gebruik geen
onverdunde ruitensproeiervloeistof om de
voorruit en achterruit te reinigen; verdun dit
met minstens 50% water. Gebruik alleen
onverdunde ruitensproeiervloeistof wanneer
de buitentemperaturen dit vereisen.
BELANGRIJK
7)Schoonmaakmiddelen verontreinigen het
milieu. Was het voertuig daarom op een
plaats waar het afvalwater direct wordt
opgevangen en gezuiverd.
181

wanneer de koppelingsprocedure met
succes is afgesloten, wordt een speciaal
scherm getoond;
de Bluetooth®-functie kan ook worden
bereikt door op de OPTION-toets in de
TELEFOON- of MEDIA-functies te
drukken. De MEDIA-functies kunnen
worden gekozen door in het hoofdmenu
(MENU-toets) aan de Rotary Pad te
draaien en deze in te drukken.
Een nummer bellen
Ga als volgt te werk:
selecteer het pictogram "Recente
oproepen";
selecteer het pictogram "Contacten";
selecteer het pictogram "Nummer
intoetsen".
NAVIGATIEMODUS
(indien aanwezig)
BELANGRIJK In het belang van de
veiligheid en om afleiding tijdens het
rijden te beperken, kunt u het beste altijd
uw route plannen voordat u op weg gaat.
Ga als volgt te werk om een route te
plannen:
Activeer de NAVIGATIE-modus door
deze te selecteren op het hoofdmenu
fig. 180;
Activeer de "Bestemming
instellen"-functie;
Om het adres in te voeren, selecteer het
toe te voegen item (Land, Plaats) op het
circulaire toetsenbord, door de toets te
kiezen om de gewenste naam samen te
stellen; ga door met het ingeven van de
letters, het systeem voltooit automatisch
het woord en aan de rechterkant van het
display staat een lijst met opties die vantoepassing zijn op de ingegeven letters. U
kunt nu het woord voltooien of naar de
lijst met suggesties gaan door de
Roterende Knop naar rechts te bewegen
of door naar "OK" te wijzen en de
Roterende Knop in te drukken.
Of
Selecteer een adres in de "Laatste
bestemmingen"-lijst.
Of
Selecteer een adres in de "Favoriete
Bestemmingen"-lijst;
Zodra de gewenste bestemming is
ingesteld, de functie "Navigatie starten"
selecteren.
Het systeem geeft drie alternatieve
routes n.a.v. het ingestelde criterium
(kortste, zonder tolwegen, enz.).
Selecteer met de Rotary Pad het
gewenste alternatief.
Met de navigatie gestart en met gebruik
van de bedieningsbalk op het display,
kunt u kiezen uit de volgende opties:
Navigatie onderbreken: hiermee kunt u
de navigatie onderbreken;
Navigatievolume: hiermee kunt u het
berichtvolume instellen;
Route beheren: hiermee kunt u de
route van uw keuze verfijnen, met een
reeks opties;
18011186S0003EM
214
MULTIMEDIA

bestuurder over de aanwezigheid van een
obstakel door middel van geluidssignalen
(door middel van de speakers in de auto)
en visuele signalen, op het display van het
instrumentenpaneel.
"Audio": hiermee kan het volume van
de akoestische waarschuwingen geleverd
door het ParkSensesysteem worden
geselecteerd, de beschikbare opties zijn:
"Hoog", "Gemiddeld" of "Laag".
Achteruitrij camera
(indien aanwezig)
Met deze functie zijn de volgende
instellingen mogelijk:
"Zicht": hiermee kunt u de weergave
van de videocamera op het display zien;
"Vertraging camera": hiermee kunt u
het uitschakelen van de camera met een
paar seconden vertragen wanneer de
achteruitversnelling is uitgeschakeld.
"Camera rijlijnen”: hiermee kunnen de
dynamische roosters die de route van het
voertuig op het display aangeven
ingeschakeld worden.
Automatische parkeerrem
Met deze functie kunt u de automatische
parkeerrem in-/uitschakelen bij het
uitschakelen van de motor.Rem service
(indien aanwezig)
Deze functie zorgt voor activering van de
procedure om het onderhoud van het
remsysteem uit te voeren.
Automatisch sluiten van spiegels
(indien aanwezig)
Met deze functie kunnen de spiegels bij
het ont-/vergrendelen van de deuren
automatisch dichtgeplooid worden.
Instellingen herstellen
Met deze functie kunnen de instellingen
van het huidige menu gewist en de
fabrieksinstellingen hersteld worden.
Ga naar de functies en selecteer de
instelling door aan de Rotary Pad te
draaien en deze in te drukken.
Portieren & Vergrendelingen
Om toegang te krijgen tot de functie
"Portieren en Vergrendelingen", moet die
geselecteerd worden door aan de Rotary
Pad te draaien en vervolgens geactiveerd
worden door erop te drukken. De
volgende instellingen kunnen worden
gewijzigd wanneer deze functie is
geselecteerd:
Vergrendeling in beweging;
Ontgrendeling van alle portieren bij
uitstappen;
Passive entry (waar aanwezig);
Portierontgrendeling bij instappen
(waar aanwezig);
Claxon met starten op afstand (voor
bepaalde versies/markten)
Claxoneer bij portiervergrendeling
(waar aanwezig);
Automatische vergrendeling (waar
aanwezig);
Instellingen herstellen.
Instrumentenpaneel
Om toegang te krijgen tot de functie
"Instrumentenpaneel", deze selecteren
door te draaien aan de Rotary Pad en te
drukken op de Rotary Pad om hem te
activeren. De volgende instellingen
kunnen worden gewijzigd wanneer deze
functie is geselecteerd:
Volume waarschuwingssignaal;
Trip B;
Toon telefooninfo;
Toon audioinfo;
Toon navigatie-info;
Instellingen herstellen.
Infotainment
Om toegang te krijgen tot de functie
"Infotainment", deze selecteren door te
draaien aan de Rotary Pad en te drukken
op de Rotary Pad om hem te activeren.
De volgende instellingen kunnen worden
gewijzigd wanneer deze functie is
geselecteerd:
Beeldscherm uit;
Splitscreen (waar aanwezig);
Audio;
Bluetooth®;
217