Page 163 of 260
161
301_nl_Chap09_info-pratiques_ed01-2016
Zekeringen
dashboard
De zekeringkast bevindt zich aan de onderzijde
van het dashboard (linkerzijde).
Toegang tot de zekeringen
F Zie de paragraaf "toegang tot het gereedschap".
ZekeringnummerStroomsterkteFuncties
F02 5
AHo
ogteverstelling koplampen, diagnoseaansluiting,
bedieningspaneel airconditioning.
F09 5
AAlar
m, alarm (montage achteraf).
F11 5
Aextr
a verwarming.
F13 5
APa
rkeerhulp, parkeerhulp (montage achteraf).
F14 10
ABe
dieningspaneel airconditioning.
F16 15
AAan
steker, 12V-aansluiting.
F17 15
AAu
toradio, autoradio (montage achteraf).
F18 20
AAu
toradio / Bluetooth, autoradio (montage achteraf).
F19 5
AMo
nochroom display C.
F23 5
APla
fonniers, kaartleeslampen.
F26 15
ACl
axon.
F27 15
ARu
itensproeierpomp.
F28 5
AStu
urslot.
Overzicht zekeringen
9
Praktische informatie
Page 170 of 260

168
301_nl_Chap09_info-pratiques_ed01-2016
De eco-mode bepaalt de maximale
gebruiksduur van een aantal functies om te
voorkomen dat de accu ontladen raakt.
Nadat de motor is afgezet, kunt u een
aantal elektrische functies zoals het audio-
en telematicasysteem, de ruitenwissers,
dimlichten, plafonniers, ... nog in totaal
maximaal 30
mi
nuten gebruiken.
eco-mode
Inschakelen van de eco-mode
Als deze tijd is verstreken, geeft een melding
op het display aan dat de eco-mode is
ingeschakeld en worden de actieve functies in
de ruststand gezet.
Als u op het moment dat de eco-mode wordt
ingeschakeld aan het telefoneren bent, kan het
gesprek nog gedurende ongeveer 10
mi
nuten
worden voortgezet via de handsfree set van uw
autoradio.
Uitschakelen van de eco-
mode
De functies worden automatisch weer
ingeschakeld als de motor gestart wordt.
F
Sta
rt om de functies direct weer te kunnen
gebruiken de motor en laat deze minstens
5
mi
nuten draaien.
Als de accu ontladen is, kan de
motor niet gestart worden (zie de
desbetreffende paragraaf).
Spaarfase
De spaar fase stuurt de elektrische functies van
de auto aan om het ontladen van de accu te
voorkomen.
tijd
ens het rijden kunnen in verband met de
laadtoestand van de accu enkele functies
(airconditioning, achterruitverwarming,
..
.)
tijdelijk worden uitgeschakeld.
Deze functies worden automatisch
ingeschakeld zodra de laadtoestand van de
accu dit toelaat.
Praktische informatie
Page 187 of 260

185
301_nl_Chap10_verifications_ed01-2016
Koelvloeistofniveau
Het koelvloeistofniveau dient zich zo dicht
mogelijk bij het merkteken "MA XI" te
bevinden, maar mag beslist niet hoger zijn.
Wacht bovendien alvorens werkzaamheden
aan het koelsysteem uit te voeren ten minste
1
uu
r nadat de motor gedraaid heeft, omdat het
koelsysteem onder druk staat.
Draai om brandwonden te voorkomen de dop
eerst 2
om
wentelingen los om de druk te laten
dalen. Ver wijder, als de druk eenmaal gedaald
is, de dop en vul koelvloeistof bij.
Aftappen van het systeem
Deze koelvloeistof hoeft niet ververst te
worden.
Type koelvloeistof
gebruik de door de fabrikant voorgeschreven
ko elvloeistof.
Als de motor warm is, wordt de temperatuur van
de koelvloeistof geregeld door de koelventilator.
De koelventilator kan ook nog gaan draaien
nadat de motor is afgezet: houd daarom
voor werpen en kleding uit de buur t van de
ventilator.
Type vloeistof
Voor een optimale reiniging en om het
bevriezen van de sproeiers te voorkomen,
wordt het (bij)vullen van het reservoir met water
afgeraden.
gebru
ik onder winterse omstandigheden
vloeistof op ethanol- of methanolbasis.
Niveau ruitensproeiervloeistof
Vul het reservoir bij wanneer dit
nodig is.
Bijvullen
Laat het bijvullen zo spoedig mogelijk uitvoeren
door het Peug eot-ne twerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Niveau brandstofadditief
(diesel met roetfilter)
een te laag additiefniveau wordt aangegeven
do or het verklikkerlampje Service in combinatie
met een geluidssignaal en een melding op het
display (volgens uitvoering). Vermijd langdurig huidcontact met
afgewerkte olie en andere vloeistoffen.
De meeste van deze vloeistoffen zijn
bijtend en schadelijk voor de gezondheid.
gooi a
fgewerkte olie en andere
vloeistoffen niet in het riool, in het water
of op de grond.
Deponeer afgewerkte olie in de daarvoor
bestemde containers bij het P
eug
eot
-
net
werk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Afgewerkte producten
10
Onderhoud
Page 188 of 260

186
301_nl_Chap10_verifications_ed01-2016
Controles
12V-accu
De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om regelmatig te
controleren of de accupoolklemmen goed vastzitten
(bij uitvoeringen zonder snelsluiting voor de
accupoolklemmen) en of de aansluitingen schoon zijn.
Roetfilter (diesel)
Als het roetfilter vervuild is,
wordt u hierop geattendeerd
door het permanent branden van dit lampje in
combinatie met een waarschuwingsmelding op
het display (volgens uitvoering).
ga om he
t roetfilter te regenereren, zodra de
omstandigheden het toelaten, met een snelheid
van minimaal 60
km
/h rijden tot het lampje
dooft.
Als het lampje blijft branden is het minimum
brandstofadditiefniveau bereikt: raadpleeg de
paragraaf "Niveau brandstofadditief".
Bij een nieuwe auto kunt u de
eerste paar keer dat het roetfilter
geregenereerd wordt een brandlucht
ruiken; dit is volkomen normaal.
Als langdurig met zeer lage snelheid
wordt gereden of de motor langdurig
stationair draait, kan bij gasgeven
soms rook uit de uitlaat waargenomen
worden. Dit heeft geen invloed op de
prestaties en heeft geen gevolgen voor
het milieu.
Raadpleeg, tenzij anders aangegeven, het onderhoudsschema van de fabrikant dat betrekking heeft op de motoruitvoering van uw auto voor het controleren van bepaalde onderdelen.
Laat de controles eventueel uitvoeren door het Peug eot-ne twerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Luchtfilter en interieurfilter
Laat de filters periodiek vervangen
volgens de in het onderhoudsschema
van de fabrikant aangegeven
intervallen.
Oliefilter
Laat bij het olie verversen tevens het
oliefilter vervangen.
Raadpleeg het onderhoudsschema
van de fabrikant voor het
vervangingsinterval van dit
onderdeel.
Raadpleeg voordat u werkzaamheden uitvoert
aan de 12V-accu de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over de te nemen
voorzorgsmaatregelen.
Als de omgeving (veel stof...) en het gebruik
(veel stadsverkeer...) daartoe aanleiding
geven, moeten de filters twee keer zo vaak
worden vervangen
.
een ve
rstopt interieur filter kan de prestaties
van de airconditioning verstoren en
onaangename geuren veroorzaken.
onderhoud
Page 197 of 260
195
301_nl_Chap12a_RD5(RD45)_ed01-2016
uw autoradio is zodanig gecodeerd dat deze alleen in
uw auto werkt.
Autoradio / Bluetooth®
01 Basisfuncties
om veiligheidsredenen mag de bestuurder handelingen
die zijn volledige aandacht vragen uitsluitend uitvoeren
bij stilstaande auto.
enkele minuten na het afzetten van de motor kan de
autoradio zichzelf uitschakelen om te voorkomen dat de
accu ontladen raakt.
INHOUD
02
Bediening op het stuurwiel
03
Hoofdmenu
04
Audio
05
Telefoon
06
Audio-instellingen
07
Menustructuur display(s)
Veelgestelde vragen
blz.
blz.
blz.
blz.
blz.
blz.
blz.
blz. 196
197
198
199
209
218
219
221
Page 198 of 260

01
196
301_nl_Chap12a_RD5(RD45)_ed01-2016
Aan/uit.
BASISFUNCTIES
Volumeregeling.
Selecteren van de weergave
op het display:
Volledig scherm: Audio (of
telefoon als er een gesprek
gaande is)/
Verkleind scherm: Audio
(of telefoon als er een
gesprek gaande is) -
tijd of
Boordcomputer.
Lang indrukken: scherm uit
(DARK).
Selecteren van het golfbereik
AM/FM. Selecteren van een
opgeslagen voorkeuzezender.
Lang indrukken: opslaan
van een zender als
voorkeuzezender
.
Weergave van de lijst met
ontvangen radiozenders, nummers
of CD/MP3-speellijsten.
Lang indrukken: ordenen van
MP3-/WMA-bestanden / bijwerken
van de lijst met ontvangen
radiozenders. Functie
tA
(verkeersinformatie) aan/uit.
Lang indrukken: toegang tot
de soort informatie.
Bevestigen of
weergave van het
snelmenu. Automatisch zoeken naar
zenders
in aflopende/
oplopende volgorde.
Selecteren van het vorige/
volgende nummer van de CD,
uSB, Streaming audio.
Navigeren in een lijst.
Annuleren van de bewerking.
omhoog in de menustructuur
(menu of afspeellijst). Stapsgewijs zoeken naar een radiozender
met een lagere/hogere frequentie.
Selecteren van de vorige/volgende MP3-
afspeellijst.
Selecteren van de vorige/volgende map/
muziekstijl/artiest/playlist van het
uSB-
apparaat.
Navigeren in een lijst.
Selecteren van de
geluidsbron:
Radio, CD, A
uX, uSB,
Streaming.
Aannemen van een
inkomende oproep.
toegang tot het hoofdmenu.
Instellen van de audio-opties:
klankkleur, hoge tonen,
bassen, loudness,
geluidsverdeling, balans
links/rechts, voor/achter,
snelheidsafhankelijke
volumeregeling.
Page 200 of 260
03
198
301_nl_Chap12a_RD5(RD45)_ed01-2016
ALGEMEEN MENU
"Multimedia": Parameters
media, Radio-instellingen.
Display C
"Boordcomputer":
Logboek
waarschuwIngsmeldingen.
"Telefoon": Bellen, Beheer
adresboek, Beheer telefoon,
ophangen "Persoonlijke instellingen -
Configuratie
": Parameters van auto
definiëren,
Taalkeuze, Configuratie display, Keuze van eenheden, Datum en
tijd instellen
Raadpleeg voor een compleet overzicht
van de beschikbare menu's de rubriek
"Menustructuur display".
"Bluetooth-verbinding
":
V
erbindingen beheren,
extern
apparaat zoeken.
Page 203 of 260
04
201
301_nl_Chap12a_RD5(RD45)_ed01-2016
AUDIO
tekstberichten worden door een radiozender tijdens het luisteren
naar de muziek meegestuurd.
Druk als de radiogegevens op het
scherm worden weergegeven op de
draaiknop om naar het contextmenu te
gaan.
Draai aan de knop om " RADIO TEXT"
te selecteren en bevestig uw keuze door
op de knop te drukken.
Tekstberichten weergeven
Display C