Page 37 of 260

35
301_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2016
Raadpleeg zo snel mogelijk het
Peugeot-ne twerk als de storing niet
is verholpen.
Als de batterij van de afstandsbediening
leeg is, wordt u gewaarschuwd door dit
verklikkerlampje, een geluidssignaal en
een melding op het display.
Batterij vervangen
F Verwijder de lege batterij.
F Pla ats een nieuwe batterij in de juiste
richting in de houder.
F
Dru
k het deksel op de afstandbediening
vast.
Bij een storing in de afstandsbediening kan
de auto niet meer met de afstandsbediening
ontgrendeld, vergrendeld en gelokaliseerd
worden.
F
ontg
rendel of vergrendel de auto eerst met
de sleutel in het slot.
F
Syn
chroniseer vervolgens de
afstandsbediening.
Storing in de
afstandsbediening
Synchroniseren
F Zet het contact af en neem de sleutel uit
het contactslot.
F
Dru
k direct daarna gedurende enkele
seconden op het vergrendelknopje
(gesloten hangslot) van de
afstandsbediening.
F
Zet d
e sleutel in de stand 2
(Co
ntact).
F
Zet h
et contact af en ver wijder de sleutel
uit het contactslot.
De afstandsbediening werkt nu weer. Batterij ref.: CR2032/3
V.
F
Wip h
et deksel met een kleine
schroevendraaier bij het oog.
F
Ver
wijder het deksel.
2
toegang tot de auto
Page 41 of 260

39
301_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2016
Portieren
Van buitenaf
F ontgrendel de auto met de
af standsbediening of de sleutel en trek aan
de portiergreep.
Openen
Van binnenuit
F trek aan de binnenportiergreep van
ee n portier; de auto wordt dan volledig
ontgrendeld. -
bij d
raaiende motor
gaat dit
lampje branden in combinatie
met een melding die enkele
seconden op het multifunctionele
display verschijnt,
-
tijd
ens het rijden
(snelheid hoger dan
10
km
/h) gaat dit lampje branden in
combinatie met een geluidssignaal en een
melding die gedurende enkele seconden
op het multifunctionele display verschijnt.
Sluiten
Als een portier niet goed is gesloten:
Noodbediening
Hiermee kunt u de portieren mechanisch
vergrendelen en ontgrendelen in het geval van
een storing in de centrale vergrendeling of van
de accu.
Bestuurdersportier
Steek de sleutel in het slot om het portier te
vergrendelen of ontgrendelen.
Overige portieren
F Controleer bij de achterportieren of de
kin derbeveiliging is uitgeschakeld.
F
Ver
wijder met de sleutel het zwarte
afdekkapje op de zijkant van het portier.
F
Ste
ek de sleutel zonder te forceren in de
opening en duw vervolgens, zonder te
draaien, de nok het portier in.
F
Ver
wijder de sleutel en plaats het
afdekkapje terug.
2
toegang tot de auto
Page 42 of 260

40
301_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2016
Achterklep
Openen
Ontgrendelen en op een kier zetten van de
achterklep met de afstandsbediening
F Druk minimaal een seconde
op de centrale knop van de
afstandsbediening.
De achterklep gaat een klein stukje
open.
Op een kier zetten van de
achterklep van binnenuit
Openen van de achterklep
F til de achterklep op tot deze maximaal
ge opend is.
F
trek d
e achterklep omlaag met behulp
van één van de handgrepen aan de
binnenzijde.
Sluiten
Elektrisch bedienbare achterklep geopend
- bij draaiende motor gaat het
verklikkerlampje branden in combinatie
met een melding op het multifunctionele
display gedurende enkele seconden,
- tijdens het rijden (s nelheid hoger dan
10 km /h) gaat het verklikkerlampje branden
in combinatie met een geluidssignaal en
een melding op het multifunctionele display
gedurende enkele seconden.
F
Dru
k op de knop voor het openen van
de achterklep, links op het dashboard
(elektrisch bedienbare achterklep).
of
Mechanische achterklep
geopend
er gaat geen lampje branden als de achterklep
nie t goed is gesloten.
u mo
et dit zelf controleren.
Als de achterklep niet goed is gesloten:
F
trek d
e hendel aan de onderzijde van het
bestuurdersportier omhoog (mechanische
achterklep).
De achterklep gaat een klein stukje open.
toegang tot de auto
Page 43 of 260

41
301_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2016
Vergrendelen / ontgrendelen van binnenuit
F Druk op de knop.
De p ortieren en de bagageruimte worden ver-
of ontgrendeld.Automatische centrale
vergrendeling van de portieren
De portieren kunnen tijdens het rijden
automatisch worden vergrendeld (bij een
snelheid hoger dan 10
km
/h).
om dez
e functie in of uit te schakelen
(standaard is deze ingeschakeld):
F
dru
k op de knop tot een geluidssignaal
klinkt en/of een melding op het display
wordt weergegeven.
Vergrendeling van buitenaf
Als de auto van buitenaf is vergrendeld,
is de knop buiten werking.
F
trek de p
ortierhandgreep aan de
binnenzijde naar u toe om de auto
te ontgrendelen.
Als één van de portieren is geopend of
niet goed is gesloten, werkt de centrale
vergrendeling niet.
Het rijden met vergrendelde portieren
kan bij een noodgeval de toegang tot de
auto voor de hulpdiensten belemmeren.
Noodbediening
Ontgrendelen
F Klap de achterbank naar voren om bij het
slot in de bagageruimte te komen.
F
Ste
ek een kleine schroevendraaier in de
opening A van het slot om de achterklep te
ontgrendelen.
Hiermee kan bij een lege accu of een eventuele
storing in de centrale vergrendeling de
achterklep mechanisch ontgrendeld worden.
Raadpleeg het P
euge
ot
-ne
twerk
of een gekwalificeerde werkplaats
als uw auto niet is voorzien van een
neerklapbare achterbank.
2
toegang tot de auto
Page 53 of 260
51
301_nl_Chap03_confort_ed01-2016
1. Temperatuurregeling
F Draai de knop van blauw
(koel) naar rood (warm) om de
temperatuur naar behoefte in te
stellen. Dit systeem werkt alleen als de motor draait.
2. Luchtopbrengstregeling
F Draai de knop in één
va n de
vier standen om de gewenste
luchtopbrengst te verkrijgen. Wanneer de knop van de
luchtopbrengstregeling in de
stand
0 st
aat (uitschakeling van het
systeem), wordt het thermische comfort
niet meer geregeld.
er bli
jft door de
rijwind echter nog wel een kleine
luchtstroom gehandhaafd.
Handbediende airconditioning
(zonder display)
Verwarming / ventilatie
Dit systeem werkt uitsluitend bij draaiende motor.
3
Comfort
Page 55 of 260

53
301_nl_Chap03_confort_ed01-2016
elektronische airconditioning (met display)
Dit systeem werkt uitsluitend bij draaiende motor.
1. Toevoer van buitenlucht/
luchtrecirculatie
De recirculatiestand dient om de luchttoevoer
af te sluiten bij stank en stofoverlast.
2. Temperatuurregeling
F Druk op de toetsen " 5" (r ood
voor warm) en " 6" (blauw voor
koud) om de temperatuur naar
behoefte in te stellen.
er ve
rschijnen of verdwijnen
geleidelijk temperatuurbalkjes op het
display van de airconditioning.
Schakel deze stand, zodra dit mogelijk is, weer
uit om te voorkomen dat de luchtkwaliteit in het
interieur achteruitgaat en de ruiten beslaan.
F
Dru
k op deze toets om de toevoer van
buitenlucht uit te schakelen en de lucht
in het interieur te laten recirculeren.
Het lampje op het display van de
airconditioning gaat branden. F
Dru
k nogmaals op de toets om
de toevoer van buitenlucht weer
in te schakelen. Het lampje op
het display van de airconditioning
gaat uit.
3. Ontdooiing - ontwaseming vóór
Zie de desbetreffende rubriek.
3
Comfort
Page 56 of 260

54
301_nl_Chap03_confort_ed01-2016
4. Aan / Uit airconditioning
F Druk op de toets "A /C ", he t
verklikkerlampje op het display
van de airconditioning gaat
branden.
Uitschakelen
Met deze toets wordt de lucht in het
interieur snel gekoeld.
5. Airconditioning: toets A/C
MAX
A
an
F Druk op de toets "A /C M A X " , he t
verklikkerlampje op het display van de
airconditioning gaat branden.
F
Dru
k opnieuw op de toets "A /C " , het
verklikkerlampje op het display van de
airconditioning gaat uit.
Als de airconditioning wordt uitgeschakeld,
wordt het thermische comfort niet meer
geregeld (vocht, beslagen ruiten).
Inschakelen
Uit
F Druk opnieuw op de toets "A /C M A X ",
he t verklikkerlampje op het display van de
airconditioning gaat uit.
6. Luchtverdeling
F Druk herhaaldelijk op de toets
om d e luchtstroom te verdelen
naar:
-
de vo
orruit en de zijruiten
(ontwasemen of ontdooien),
-
de vo
orruit, de zijruiten en de
ventilatieroosters,
-
de vo
orruit, de zijruiten,
de ventilatieroosters en de
beenruimte,
-
de vo
orruit, de zijruiten en de
beenruimte,
-
de be
enruimte,
-
de ve
ntilatieroosters en de
beenruimte,
-
de v
entilatieroosters.
Comfort
Page 57 of 260
55
301_nl_Chap03_confort_ed01-2016
7. Luchtopbrengstregeling
F Druk op de toets "Gro te
propeller " om de luchtopbrengst
te verhogen.
F
Dru
k op de toets "Kleine
propeller" om de luchtopbrengst
te verlagen.
Uitschakelen van het systeem
F Druk op de toets "Kleine propeller"
va n de luchtopbrengstregeling totdat
alle balkjes op het display van de
airconditioning zijn verdwenen.
Hiermee worden alle functies van de
airconditioning uitgeschakeld.
De temperatuur wordt niet meer geregeld, maar
er blijft een kleine luchtstroom gehandhaafd.
Druk op de toets "Grote propeller" van de
luchtopbrengstregeling om het systeem weer in
te schakelen.
er ver
schijnen geleidelijk balkjes van de
luchtopbrengst.
Rijd niet te lang met een uitgeschakeld
airconditioningssysteem (kans op
beslaan van de ruiten en vermindering
van de luchtkwaliteit).
De balkjes van de luchtopbrengst verdwijnen
geleidelijk.
3
Comfort