
49
301_nl_Chap03_confort_ed01-2016
Ventilatie
Luchtgeleiding
De lucht kan afhankelijk van de instellingen van
de bestuurder via verschillende circuits worden
toegevoerd:
-
rec
htstreekse toevoer naar het interieur
(toevoer van buitenlucht),
-
toe
voer via het verwarmingscircuit,
-
toe
voer via het circuit van de
airconditioning.
Bedieningspaneel
Het systeem wordt bediend via het
bedieningspaneel A van de middenconsole.
1.
uit
stroomopeningen voor het ontdooien of
ontwasemen van de voorruit.
2.
uit
stroomopeningen voor het ontdooien of
ontwasemen van de zijruiten.
3.
Afs
luitbare en verstelbare
zijventilatieroosters. 4.
Afs
luitbare en verstelbare middelste
ventilatieroosters.
5.
uit
stroomopeningen beenruimte
voorpassagiers.
6.
uit
stroomopeningen beenruimte
achterpassagiers.
Luchtverdeling
Luchttoevoer
De lucht in het interieur, die overigens wordt
gefilterd, wordt van buitenaf toegevoerd via het
luchtrooster onder de voorruit, of is lucht die in
het interieur wordt gerecirculeerd.
3
Comfort

50
301_nl_Chap03_confort_ed01-2016
Neem voor een optimale werking van de ver warming, ventilatie en airconditioning de
volgende gebruiksadviezen in acht:
F
Let e
rop dat voor een gelijkmatige verdeling van de lucht naar het interieur de
uitstroomopening onder de voorruit, de verschillende luchtkanalen, ventilatieroosters
en overige uitstroomopeningen alsmede de ventilatieopening in de bagageruimte vrij
blijven.
F
Zet d
e airconditioning minstens één tot twee keer per maand vijf tot tien minuten aan
om het systeem in per fecte staat te houden.
F
Con
troleer regelmatig de staat van het interieur filter en laat de filterelementen periodiek
vervangen.
F
Laa
t de airconditioning regelmatig controleren zoals voorgeschreven in het garantie- en
onderhoudsboekje om het systeem in perfecte staat te houden.
F
gebr
uik de airconditioning niet als deze niet koelt en raadpleeg het P
eug
eot
-ne
twerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Bij een zware belasting van de motor (trekken van een aanhanger op een steile helling bij
een hoge buitentemperatuur) kan de airconditioning tijdelijk worden uitgeschakeld voor een
optimale trekkracht van de motor.
gebruiksadviezen voor de verwarming, ventilatie en airconditioning
Als de auto lange tijd in de zon heeft
gestaan en de temperatuur in het
interieur hoog is opgelopen, zet dan de
ruiten enige tijd open.
Zorg ervoor dat de aanjagersnelheid
voldoende hoog is ingesteld, zodat
de lucht in het interieur goed ververst
wordt.
Het airconditioningssysteem is chloorvrij
en is niet schadelijk voor de ozonlaag.
Condensvorming in de airconditioning
kan ertoe leiden dat zich een klein
plasje water onder de auto vormt. Dit is
een normaal verschijnsel.
Comfort

186
301_nl_Chap10_verifications_ed01-2016
Controles
12V-accu
De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om regelmatig te
controleren of de accupoolklemmen goed vastzitten
(bij uitvoeringen zonder snelsluiting voor de
accupoolklemmen) en of de aansluitingen schoon zijn.
Roetfilter (diesel)
Als het roetfilter vervuild is,
wordt u hierop geattendeerd
door het permanent branden van dit lampje in
combinatie met een waarschuwingsmelding op
het display (volgens uitvoering).
ga om he
t roetfilter te regenereren, zodra de
omstandigheden het toelaten, met een snelheid
van minimaal 60
km
/h rijden tot het lampje
dooft.
Als het lampje blijft branden is het minimum
brandstofadditiefniveau bereikt: raadpleeg de
paragraaf "Niveau brandstofadditief".
Bij een nieuwe auto kunt u de
eerste paar keer dat het roetfilter
geregenereerd wordt een brandlucht
ruiken; dit is volkomen normaal.
Als langdurig met zeer lage snelheid
wordt gereden of de motor langdurig
stationair draait, kan bij gasgeven
soms rook uit de uitlaat waargenomen
worden. Dit heeft geen invloed op de
prestaties en heeft geen gevolgen voor
het milieu.
Raadpleeg, tenzij anders aangegeven, het onderhoudsschema van de fabrikant dat betrekking heeft op de motoruitvoering van uw auto voor het controleren van bepaalde onderdelen.
Laat de controles eventueel uitvoeren door het Peug eot-ne twerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Luchtfilter en interieurfilter
Laat de filters periodiek vervangen
volgens de in het onderhoudsschema
van de fabrikant aangegeven
intervallen.
Oliefilter
Laat bij het olie verversen tevens het
oliefilter vervangen.
Raadpleeg het onderhoudsschema
van de fabrikant voor het
vervangingsinterval van dit
onderdeel.
Raadpleeg voordat u werkzaamheden uitvoert
aan de 12V-accu de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over de te nemen
voorzorgsmaatregelen.
Als de omgeving (veel stof...) en het gebruik
(veel stadsverkeer...) daartoe aanleiding
geven, moeten de filters twee keer zo vaak
worden vervangen
.
een ve
rstopt interieur filter kan de prestaties
van de airconditioning verstoren en
onaangename geuren veroorzaken.
onderhoud

248
301_nl_Chap14_index-alpha_ed01-2016
JACK-aansluiting ....................................60, 207
J
HK
elektronische
re mdrukregelaar (ReF) .............................. 105elek
tronische startblokkering
................... 36
, 64
elekt
ronisch gestuurde
versnellingsbak
....................... 69
, 82, 164, 187
elekt
ronisch
stabiliteitsprogramma (
eSP) ...................... 10 6eSP/
ASR
....................................................... 10
6
extr
a ingang
.......................................... 207
, 235
Follow me home verlichting
............................ 95
Fun
ctie snelweg
(richtingaanwijzers) ..................................... 10 0
gere
edschap
........................................ 145,
146
gewi
chten
............................................. 189
, 191
groot
licht
................................................. 9
1, 15 4Identificatiegegevens
....................................
193
I
dentificatie (stickers)
....................................193
In
deling bagageruimte
....................................61
Indel
ing interieur
.......................................5
8, 59
Inhoud brandstoftank
.................................... 129
I
nstrumentenpaneel
........................................10
Inte
rieurfilter
..................................................18
6
Interieurfilter (vervangen)
............................. 18 6
I
nterieurverlichting
..........................................99
ISoFIX
(bevestigingen).................123, 126, 127
IS
oFIX
bevestigingen
...................123
, 126, 127
IS
oFIX
kinderzitjes
................................123
-127Laden accu
.................................................... 166
Lampen (vervangen)
............................. 153
, 157
Lampen vervangen
............................... 153,
157
Lekke band
.................................................... 14
0
Lichtschakelaar
............................................... 91
Lok
aliseren van de auto
..................................34
Luc
htfilter
......................................................18 6
L
uchtfilter (vervangen)
..................................18 6
F
G
I
L
Halogeenlampen ........................................... 153
H andbediende airconditioning
(zonder display)
...................................... 5 0
, 51
Handgeschakelde versnellingsbak
......... 68
, 187
Handrem
................................................. 6
7, 187
Handsfree set
................................................ 20
9
Hoofdsteunen verstellen
................................. 44
Ho
ofdsteunen vóór .......................................... 44
Hoogteverstelling stuurwiel
............................ 48Ka
artleeslampjes ............................................99
Ken
tekenplaatverlichting ..............................15 8
Ki
lometerteller
.................................................25
Kind
erbeveiliging
...........................121,
127, 128
Kinderen
......................................... 121,
124 -127
Kinderen (veiligheid)
..................................... 128
K
inderzitjes
.....................1 0 9
, 114 -11 6 , 12 0 -12 2
Kinderzitjes (conventioneel)
........................................... 120
K
leurcode lak
................................................19
3
Klokje
.............................................................. 26
K
lokje (instellen)
..............................................26
Ko
fferdeksel sluiten
..................................34
, 40
Koplampen
.............................................. 91,
15 3
Krik
........................................................ 14
5, 146
Index