
Opbergvak verwijderen
Het opbergvak kan geheel worden verwijderd,
zodat u bijv. een ander inzetstukken kunt ge‐
bruiken.
In de bagageruimte:
Handgreep omhoog drukken en opbergvak ge‐
heel omlaagklappen.
Meer informatie over de verschillende toepas‐
singsmogelijkheden krijgt u bij uw service‐
dienst.
Achter de voorstoelen In de legplank kunnen bijv. tassen worden op‐
geborgen.
Bij het beladen van de legplank in acht
nemen
▷Voor het beladen van het dwarsgeplaatste
opbergvak de stoelen niet tegelijkertijd he‐
lemaal naar voren schuiven, op de hoogste
stand zetten en de leuningen naar voren
kantelen. Anders kunnen stoelen tegen de
afdichting van de voorruit, tegen de zonne‐
kap en tegen de dakhemel stoten en deze
beschadigen.▷Alleen lichte en kleine voorwerpen op de
legplank transporteren, anders kan bijv. bij
rem- en uitwijkmanoeuvres kans bestaan
op rondvliegende voorwerpen. Zware ba‐
gage uitsluitend met de nodige beveiliging
in de bagageruimte transporteren.▷De sjorogen uitsluitend voor het bevesti‐
gen van bagage gebruiken. Geen bovenste
ISO-FIX bevestigingsriem vasthaken.◀
Bekerhouder
Onbreekbare drinkbekers en geen hete
dranken
Gebruik lichte en onbreekbare drinkbekers en transporteer geen hete dranken. Ingeval van
een aanrijding bestaat anders verhoogd gevaar
voor letsel.◀
Ongeschikte drinkbekers
Ongeschikte drinkbekers niet met ge‐
weld in de bekerhouders drukken. Dit kan tot
beschadigingen leiden.◀
In de middenarmsteun
De bekerhouders bevinden zich in de midden‐
armsteun.
Seite 126BedieningOpbergvakken126
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15

In principe geldt het volgende: bij rijden met
een lager motortoerental nemen het brand‐
stofverbruik en de slijtage af.
De schakelpuntindicator, zie pagina 75, van de
auto geeft de meest energiezuinige versnelling
aan.
Afremmen op de motor Bij het naderen van een rood verkeerslicht van
het gaspedaal gaan en de auto in de hoogst
mogelijke versnelling laten uitrollen.
Op hellende routes van het gaspedaal gaan en
de auto in de passende versnelling laten rollen.
De brandstoftoevoer wordt bij decelereren on‐
derbroken.
De motor bij langere stops afzetten
Motor bij langere stops, bv. bij stoplichten,
overwegen of in de file, afzetten.
Start- en stopautomaat motorDe auto-start-stop-functie zet de motor tijdens
een stilstand automatisch af.
Wordt de motor afgezet en aansluitend weer
gestart, dan dalen het brandstofverbruik en
emissies in vergelijking tot een permanent
draaiende motor. Besparingen kunnen al wor‐
den gerealiseerd bij een motorstop van enkele
seconden.
Het brandstofverbruik hangt tevens af van ver‐
dere factoren, zoals bijv. de rijstijl, de wegom‐
standigheden, het onderhoud of milieufacto‐
ren.
Meer aanwijzingen over de auto-start-stop-
functie, zie pagina 58.
Functies die momenteel niet worden
benodigd uitschakelen
Voor functies zoals bijv. automatische aircon‐
ditioning is veel extra energie nodig en zij ver‐
bruiken extra brandstof, in het bijzonder in het
stop & go verkeer.Deze functies daarom uitschakelen als zij niet
echt worden gebruikt.
Onderhoud laten uitvoeren Auto regelmatig laten onderhouden om een
optimaal rendement en een lange levensduur
te bereiken. Het onderhoud door uw service‐
dienst laten uitvoeren.
Hiervoor ook het BMW onderhoudssysteem,
zie pagina 247, in acht nemen.Seite 135Bij het rijden in acht nemenRijtips135
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15

NavigatiesysteemVoertuiguitrusting
In dit hoofdstuk worden alle standaard-, land-
en speciale uitrustingen beschreven, die in de
modelserie worden aangeboden. Er worden
daarom tevens uitvoeringen beschreven, die in
een auto bijv. wegens de gekozen speciale uit‐
voering of de landenvariant niet beschikbaar
zijn. Dit geldt tevens voor functies en syste‐
men die relevant zijn voor de veiligheid.
Bij gebruik van de betreffende functies en sys‐
temen moeten de geldende landspecifieke
voorschriften in acht worden genomen.
Algemeen
Het navigatiesysteem kan met behulp van sa‐
tellieten en autosensoren de nauwkeurige po‐
sitie van de auto bepalen en geleid op be‐
trouwbare wijze naar elk aangegeven reisdoel.
Invoeren bij stilstaande auto
Gegevens alleen bij stilstaande auto in‐
voeren en de geldende verkeersregels opvol‐
gen; dit voor het geval dat de verkeerssituatie
en de aanwijzingen van het navigatiesysteem
elkaar tegenspreken. Anders is het mogelijk
dat u in strijd met de wet handelt, wat gevaar
kan opleveren voor de inzittenden en andere
verkeersdeelnemers.◀
Navigatiesysteem oproepen1. Toets op de controller indrukken.2."Navigatie"
Het navigatiesysteem kan ook direct
worden opgeroepen met de toets op de
controller.
Navigatiegegevens
Informatie over navigatiegegevens1."Navigatie"2."Opties" oproepen.3."Versie navigatiesysteem"
Informatie over de versie van de gegevens
wordt weergegeven.
Navigatiegegevens actualiseren
Algemeen
Navigatiegegevens worden in de auto opgesla‐
gen en kunnen worden geactualiseerd.
Actuele navigatiegegevens en de vrijschakel‐
code krijgt u bij uw servicedienst.
▷Actualiseren van gegevens kan naargelang
de gegevensomvang meerdere uren duren.▷Tijdens de rit actualiseren om de accu te
ontzien.▷Tijdens de actualisering staan alleen basis‐
functies van het navigatiesysteem ter be‐
schikking.▷Status van de actualisering kan worden op‐
gevraagd.▷Na het actualiseren wordt het systeem op‐
nieuw gestart.▷Medium met navigatiegegevens na het ac‐
tualiseren verwijderen.
actualisering uitvoeren
1.Navigatie-dvd met de bedrukte zijde naar
boven in de dvd-speler plaatsen.2.Aanwijzingen op het Control Display opvol‐
gen.3.Activeringscode van de navigatie-dvd in‐
voeren.4.Zo nodig van dvd wisselen.Seite 138NavigatieNavigatiesysteem138
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15

Reisdoel oproepenVoertuiguitrusting
In dit hoofdstuk worden alle standaard-, land-
en speciale uitrustingen beschreven, die in de
modelserie worden aangeboden. Er worden
daarom tevens uitvoeringen beschreven, die in
een auto bijv. wegens de gekozen speciale uit‐
voering of de landenvariant niet beschikbaar
zijn. Dit geldt tevens voor functies en syste‐
men die relevant zijn voor de veiligheid.
Bij gebruik van de betreffende functies en sys‐
temen moeten de geldende landspecifieke
voorschriften in acht worden genomen.
Overzicht Bij de reisdoelkeuze kunt u uit de volgende
mogelijkheden kiezen:▷Reisdoelkeuze handmatig invoeren, zie on‐
der.▷Reisdoel uit adresboek kiezen, zie pa‐
gina 142.▷Laatste reisdoelen, zie pagina 143.▷Speciale reisdoelen, zie pagina 143.▷Reisdoel invoeren via kaart, zie pa‐
gina 145.▷Huisadres als reisdoel overnemen, zie pa‐
gina 143.▷Reisdoel invoeren via gesproken taal, zie
pagina 146.▷Reisdoel invoeren via de servicedienst, zie
pagina 145.
U kunt een reisdoel van de navigatie tevens
opslaan op de toets favorieten, zie pagina 23.
Invoeren bij stilstaande auto
Gegevens alleen bij stilstaande auto in‐
voeren en de geldende verkeersregels opvol‐
gen; dit voor het geval dat de verkeerssituatie
en de aanwijzingen van het navigatiesysteem
elkaar tegenspreken. Anders is het mogelijk
dat u in strijd met de wet handelt, wat gevaar
kan opleveren voor de inzittenden en andere
verkeersdeelnemers.◀
Handmatig reisdoel invoeren Algemeen
Bij de invoer van plaats- of straatnamen onder‐
steunt het systeem door automatische aanvul‐
ling van de naam en vergelijken van de invoer,
zie pagina 24.
Opgeslagen plaats- en straatnamen kunnen
zodoende snel worden opgeroepen.▷Als de aanwezige invoer behouden moet
blijven, kan het invoeren van land en plaats
overgeslagen worden.▷Indien alleen de plaats is ingevoerd, wordt
de routebegeleiding naar het centrum van
de plaats gestart.
Land invoeren
1. Toets indrukken.2."Navigatie"3."Bestemming invoeren"4."Land" of weergegeven land selecteren.Seite 140NavigatieReisdoel oproepen140
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15

8.Speciaal reisdoel selecteren.
Details worden weergegeven.
Zijn meerdere details opgeslagen, dan kan
tussen de pagina's gebladerd worden.
Is een telefoonnummer opgeslagen, kan
ev. een telefoonverbinding worden opge‐
bouwd.9. Symbool selecteren.10."Routebegeleiding starten" of "Als extra
best. toevoegen"
Reisdoel als verder reisdoel toevoegen, zie
pagina 147.
Weergave van de speciale reisdoelen
Lijst van speciale reisdoelen: speciale reisdoe‐
len worden gesorteerd op afstand en weerge‐
geven met richtingspijl naar het speciale reis‐
doel.
Op het splitscreen worden speciale reisdoelen
in de kaartweergave met symbolen weergege‐
ven. Weergave is afhankelijk van de schaal van
de kaart en van de categorie.
Reisdoel invoeren via de servicedienst
Er wordt een verbinding met de informatie‐
dienst, zie pagina 221, opgebouwd.
1."Navigatie"2."Bestemming invoeren"3."Opties" oproepen.4."BMW Assist voert best. in"
Aanvullende informatie over BMW
Online
1."Navigatie"2."Points of interest, POI"3.Speciaal reisdoel selecteren.4."Opties" oproepen.5."Extra info (BMW Online)"Speciale reisdoelen op de kaart
weergeven
Symbolen van de speciale reisdoelen in het
kaartaanzicht weergeven:1."Navigatie"2."Kaart"3."Opties" oproepen.4."Weergave POI's"5.Instelling selecteren.
Reisdoel via kaart invoeren
Reisdoel selecteren
1."Navigatie"2."Kaart"
Op de kaart wordt de huidige positie van
het voertuig getoond.3. "Interactieve kaart"4.Reisdoel met het dradenkruis selecteren.▷Schaal wijzigen: controller draaien.▷Kaart verschuiven: controller in de be‐
treffende richting kantelen.▷Kaart diagonaal verschuiven: controller
in desbetreffende richting kantelen en
Controller draaien.
Straat bepalen
Als het systeem geen straat herkent, wordt
één van de volgende gegevens getoond:
▷Een straatnaam in de buurt.▷De gemeente.Seite 145Reisdoel oproepenNavigatie145
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15

directory's kunnen achteraf worden gewist,
Titel en directory wissen, zie pagina 179.
Titels met kopieerbeveiliging DRM worden
opgeslagen, kunnen echter niet worden af‐
gespeeld.
Muziekgegevens opslaan
Muziekgegevens regelmatig opslaan, zij
kunnen in geval van een storing van de harde
schijf verloren gaan.◀
Muziekherkenningstechnologie endaarmee verwante gegevens worden
verstrekt door Gracenote®. Gracenote is de
industriestandaard op het gebied van muziek‐
herkenningstechnologie en het leveren van
aanverwante inhoud. Ga voor meer informatie
naar www.gracenote.com.
Cd- en muziekverwante gegevens van
Gracenote, Inc., copyright © 2000 tot heden
Gracenote. Gracenote-Software Copyright
2000 tot heden Gracenote. Dit product en
deze service maken mogelijk gebruik van een
van de volgende Amerikaanse octrooien:
#5.987.525; #6.061.680; #6.154.773;
#6.161.132; #6.230.192; #6.230.207;
#6.240.459; #6.330.593, en andere verstrekte
of aangevraagde patenten. Bepaalde diensten
geleverd onder licentie van Open Globe, Inc.,
voor Amerikaans octrooi: #6.304.523.
Van cd/dvd opslaan
1.Cd of dvd in cd/dvd-speler plaatsen.2."CD/Multimedia"3."CD/DVD"4. Symbool voor cd/dvd-speler selecte‐
ren.5."In auto opslaan"
De muziekverzameling wordt weergegeven en
de eerste titel van de cd/dvd wordt weergege‐
ven. Tijdens het opslaan worden de titels op
volgorde afgespeeld.
Tijdens het opslaan in acht nemen:
Niet naar de CD/DVD-speler omschakelen en
de CD/DVD niet uit de CD/DVD-speler nemen
anders wordt het opslaan onderbroken. Er kan
naar de andere audiobronnen worden omge‐
schakeld zonder dat het opslaan wordt onder‐
broken. Ook reeds opgeslagen titels van de
actuele cd/dvd kunnen worden opgeroepen.
Opslaan afbreken
1."CD/Multimedia"2."CD/DVD"3."Bezig met opslaan..."4."Opslaan annuleren"
Het opslaan wordt onderbroken en kan steeds
worden voortgezet.
Seite 176EntertainmentCd/multimedia176
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15

Opslaan voortzetten1."CD/Multimedia"2."CD/DVD"3. Symbool voor cd/dvd-speler selecte‐
ren.4."Opslaan voortzetten"
Het opslaan van de cd/dvd wordt voortgezet
aan het begin van de titel waarbij het opslaan
werd onderbroken.
Informatie over album
Tijdens het opslaan wordt titelinformatie bv. de
naam van de vertolker, opgeslagen, als deze
informatie aanwezig is in de databank in de
auto of op de CD.
Voor het bijwerken van de databank neemt u
a.u.b. contact op met uw service.
Wordt bij de titels geen informatie opgeslagen,
dan kan de gehele albuminformatie van de cd
ev. via BMW Online worden geactualiseerd, zie
pagina 180.
Opslaan vanaf USB-media Om muziek op te slaan moet een daarvoor ge‐
schikt medium op de USB-interface in het
dashboardkastje worden aangesloten.
▷Geschikte media: USB-massageheugen,
zoals USB-sticks of MP3-spelers met
USB-interface.▷Niet geschikte media: harde USB-schijven,
USB-hubs, USB-geheugenkaartlezers met
meerdere inschuifeenheden, Apple iPod/
iPhone. Muziek van Apple iPod/iPhone kan
via de USB-poort in de middelste armleu‐
ning worden afgespeeld.▷Bestandsystemen: de gebruikelijke be‐
standsystemen voor USB-apparaten wor‐
den ondersteund. Wij adviseren het for‐
maat FAT 32.1.Usb-medium op usb-poort in het dash‐
boardkastje aansluiten, zie pagina 124.2."CD/Multimedia"3."Muziekverzameling"4."Opties" oproepen.5."Import/export muziek"6."Muziek importeren (USB)"
Muziek afspelen
Muziek zoeken
Alle titels waarvan informatie is opgeslagen,
kunnen via het muziek zoeken worden gese‐
lecteerd. Titels waarover geen informatie aan‐
wezig is, kunnen via het desbetreffende album
opgeroepen worden, zie pagina 178.
1."CD/Multimedia"2."Muziekverzameling"3."Muziek zoeken"Seite 177Cd/multimediaEntertainment177
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15

4."Volume"5.Controller draaien tot het gewenste vo‐
lume is ingesteld en controller indrukken.
Usb-audio-interface/muziek-interface
voor smartphones
Overzicht
Aansluiten van externe audioapparaten moge‐
lijk. Bediening geschiedt via iDrive.Geluids‐
weergave komt via de luidsprekers van de
auto.
Aansluitmogelijkheden van externe
apparaten
▷Aansluiting via USB-audio-interface: Apple
iPod/iPhone, USB-apparaten, bv. MP3-
speler, USB-stick, of mobiele telefoons die
door de USB-audio-interface worden on‐
dersteund.▷Aansluiting via snap-in-adapter, zie pa‐
gina 207, bij uitvoering met muziekinter‐
face voor smartphones: Apple iPhone of
mobiele telefoons.
Weergave alleen mogelijk als er geen au‐
dioapparaat op de analoge AUX-In-aanslui‐
ting is aangesloten.
Op grond van het grote aantal op de markt ver‐
krijgbare audioapparaten kan niet elk audioap‐
paraat/elke mobiele telefoon via de auto wor‐
den bediend.
Informeer u bij de servicedienst over geschikte
audioapparaten/mobiele telefoons.
Audiobestanden
Weergave van courante audiobestanden mo‐
gelijk:▷MP3.▷WMA.▷WAV (PCM).▷AAC, M4A.▷Weergavelijsten: M3U, WPL, PLS.
Bestandsystemen
De gebruikelijke bestandsystemen voor USB-
apparaten worden ondersteund. Wij adviseren
het formaat FAT 32.
Aansluiten
USB-audio-interface in de middelste arm‐
steun.
Aansluiting Apple iPod/iPhone via USB-
audio-interface
Gebruik voor het aansluiten een flexibele adap‐
terkabel.
Apple iPod/iPhone met USB-interface verbin‐
den.
Menustructuur van de Apple iPod/iPhone
wordt door de USB-audio-interface onder‐
steund.
Aansluiting USB-apparaat via USB-audio-
interface
Voor het aansluiten een flexibele adapterkabel
gebruiken om de USB-poort en het USB-ap‐
Seite 182EntertainmentCd/multimedia182
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15