Interieurvoorventilatie/-
verwarming
Principe
Het systeem bestaat uit de interieurvoorventi‐
latie en interieurvoorverwarming. Afhankelijk
van de ingestelde temperatuur en omgevings‐
temperatuur wordt het interieur gekoeld of op‐
gewarmd. Daarbij maakt het systeem eventu‐
eel gebruik van de aanwezige restwarmte van
de motor of de brandstof van de auto voor het
opwekken van warmte.
Het systeem kan met een voorgeselecteerde
vertrektijd of direct worden in- en uitgescha‐
keld.
De inschakeltijd wordt aan de hand van de bui‐
tentemperatuur bepaald. Het systeem wordt
geruime tijd voor voorgeselecteerde vertrektijd
ingeschakeld.
Aanwijzingen GEVAAR
Bij een geblokkeerde uitlaatpijp of onvol‐
doende ventilatie kunnen uitlaatgassen in de
auto binnendringen, die schadelijk voor de ge‐
zondheid zijn. In het uitlaatgas bevindt zich het
kleur- en reukloze, maar giftige koolmonoxide.
In gesloten ruimten kunnen de uitlaatgassen
zich ook buiten de auto ophopen. Er bestaat
levensgevaar. De uitlaatpijp vrijhouden en voor
voldoende ventilatie zorgen. Interieurvoorver‐
warming niet in gesloten ruimten inschake‐
len.◀
WAARSCHUWING
Tijdens het gebruik van de interieurvoor‐
verwarming kunnen hoge temperaturen onder
de carrosserie optreden, bijv. door het uitlaat‐
systeem. Als brandbare materialen, bijv. blade‐
ren of gras, met hete onderdelen van het uit‐
laatsysteem in contact komen, kunnen deze
materialen ontbranden. Er bestaat brandge‐
vaar. Bij het gebruik van de interieurvoorver‐
warming erop letten dat geen brandbare mate‐rialen in contact met onderdelen van de auto
kunnen komen.◀
Bij buitentemperaturen onder 0 ℃ ontstaat
waterdamp, die onder de auto wordt afge‐
voerd.
Voorwaarden voor een correcte
werking▷De auto bevindt zich in de ruststand of in
de gereedheid.▷Accu is voldoende opgeladen.▷Interieurvoorverwarming: tankinhoud ligt
boven de reservevoorraad.
Uitstroomopeningen van de ventilatie openen
zodat lucht kan uitstromen.
Direct in-/uitschakelen Het systeem kan op verschillende manieren di‐
rect worden in- of uitgeschakeld.
Symbool op de automatische airconditio‐
ning geeft het ingeschakelde systeem aan.
REST wordt op de automatische airconditio‐
ning weergegeven. De restwarmte van de mo‐
tor wordt gebruikt.
Het systeem wordt na enige tijd automatisch
uitgeschakeld. Na het uitschakelen blijft het
systeem nog enige tijd in werking.
Via de toets van de automatische
airconditioning
Als de gereedheid van de auto is geactiveerd
kan het systeem via toetsen van de automati‐
sche airconditioning worden in- of uitgescha‐
keld.
Willekeurige toets indrukken, met uitzondering
van:
▷Achterruitverwarming.▷Linker toetszijde Luchthoeveelheid.▷Stoelverwarming.▷Stoelventilatie.▷SYNC-programma.Seite 227KlimaatregelingBediening227
Online Edition for Part no. 0140 2 966 463 - X/15
StroomverbruikVoor het begin van de rit de werking van de
achterlichten van de aanhangwagen controle‐
ren.
Het vermogen van de aanhangerachterlichten
mag de volgende waarden niet overschrijden:▷Richtingaanwijzers: per zijde 42 watt.▷Achterlichtlampen: per zijde 50 watt.▷Remlichten: samen 84 watt.▷Mistachterlichten: samen 42 watt.▷Achteruitrijlamp: samen 42 watt.
Inschakeltijden van de stroomverbruikers bij
het rijden met een caravan kort houden om
leeglopen van de accu te voorkomen.
Rijden met een aanhanger
Aanwijzingen WAARSCHUWING
Vanaf ca. 80 km/h kan de aanhangwagen,
afhankelijk van de constructie en voertuigbela‐
ding, in slingerbewegingen raken. Er bestaat
kans op een ongeval of schade.
Bij het rijden met een aanhanger snelheid aan‐
passen. Bij slingerbewegingen direct remmen
en de nodige stuurcorrecties zo voorzichtig
mogelijk uitvoeren.◀
WAARSCHUWING
Door de grotere asbelasting bij het rijden
met een aanhangwagen moet de bandenspan‐
ning worden aangepast. Bij het rijden met een
te lage bandenspanning kunnen de banden
beschadigd raken. Er bestaat kans op een on‐
geval of schade. Snelheid van 100 km/h niet
overschrijden. De bandenspanning van het
trekkende voertuig met 0,2 bar verhogen.
Daarbij de maximum bandenspanning die op
de banden worden aangegeven in acht ne‐
men.◀
Klimvermogen
In verband met de veiligheid en de verkeers‐
doorstroming is trekken van een aanhanger
toegestaan tot hellingen van 12 %.
Als hogere aanhangergewichten zijn toege‐
staan, geldt een grens van 8 %.
Hellingopwaarts wegrijden
De parkeerrem wordt bij het bedienen van het
gaspedaal automatisch vrijgezet.
Om terugrollen bij wegrijden te voorkomen,
parkeerrem gebruiken.1. Kort voor het wegrijden aan de scha‐
kelaar trekken en loslaten.
De parkeerrem is vastgezet.2.Voor het wegrijden voldoende gas geven.
Afdalingen Op afdalingen vertoont een combinatie eerder
de neiging te gaan slingeren.
Voor de helling handmatig terugschakelen in
de volgende lagere versnelling en langzaam naar beneden rijden.
Grote belastingen en hoge
buitentemperatuur
ATTENTIE
Bij lange ritten met een hoog aanhang‐
wagengewicht, een hoge buitentemperatuur
en geringe tankinhoud kan het brandstofsys‐
teem oververhit raken en het motorvermogen
afnemen. Er bestaat gevaar voor schade. Op
tijd tanken. Bij lange ritten met een hoog aan‐
hangwagengewicht en een hoge buitentempe‐
ratuur moet de brandstoftank voor meer dan
1/4 gevuld zijn.◀
Seite 258RijtipsTrekken van een aanhanger258
Online Edition for Part no. 0140 2 966 463 - X/15