
54
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Openen van de achterklep Vergrendelen
Het vergrendelen wordt bevestigd door het gedurende enkele seconden branden van de richtingaanwijzers. Afhankelijk van de uitvoering van uw auto worden de buitenspiegels ingeklapt en wordt het inbraakalarm ingeschakeld.
Druk op de toets met het gesloten hangslot om de auto volledig te vergrendelen. Houd deze toets ingedrukt tot de ruiten volledig gesloten zijn.
Druk op deze knop tot de richtingaanwijzers snel knipperen. De auto is nu geheel ontgrendeld en het inbraakalarm (indien aanwezig) is uitgeschakeld.
Met deze functie kunt u uw auto op afstand lokaliseren, wat vooral praktisch is bij weinig licht. De auto dient hiervoor wel vergrendeld te zijn.
Lokaliseren van de auto
Druk op het gesloten hangslot op de afstandsbediening. Hierna zullen gedurende ongeveer tien seconden de plafonniers gaan branden en de richtingaanwijzers gaan knipperen.
Als de portieren vergrendeld zijn, kunnen de hulpdiensten in geval van nood mogelijkerwijs moeilijker toegang krijgen tot het interieur. Zorg ervoor dat kinderen zich tijdens het bedienen van de ruiten niet kunnen bezeren.
Verlaat om veiligheidsredenen (kinderen in de auto) de auto nooit, zelfs niet voor een korte tijd, zonder de sleutel van het Keyless entry and start-systeem mee te nemen. Wees bedacht op diefstal als de sleutel van het Keyless entry and start-systeem zich binnen het detectiebereik bevindt ter wijl uw auto ontgrendeld is. Om te voorkomen dat de batterij van de elektronische sleutel ontladen raakt, gaan de "Keyless entry"-functies over in de waakfase als de auto langer dan 21 dagen niet is gebruikt. Om de functies weer te activeren, dient u op een van de knoppen van de afstandsbediening te drukken of de motor te starten met de elektronische sleutel in de lezer.
Als een portier of de achterklep niet goed is gesloten, zal bij draaiende motor of als de motor of als de motorauto sneller dan 10 km/h rijdt gedurende enkele seconden een melding worden
weergegeven.

55
2
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Volledig ontgrendelen
"Keyless entry and start" met de elektronische sleutel op zak
Systeem waarmee de auto geopend, gesloten en gestart kan worden zonder dat u de elektronische sleutel tevoorschijn hoeft te halen.
Als u de elektronische sleutel op zak hebt binnen de detectiezone A , kunt u de auto ontgrendelen door uw hand op de achterzijde van een voorportiergreep te leggen. Trek vervolgens aan de portiergreep om het portier te openen.
De centrale vergrendeling werkt niet: - als het contact is aangezet, - als een van de portieren of de achterklep nog geopend is, - als een sleutel van het Keyless entry and start-systeem zich nog in de auto bevindt. Als de auto is vergrendeld en per ongeluk wordt ontgrendeld zonder dat binnen ongeveer 30 seconden een van de portieren wordt geopend, wordt de auto automatisch weer vergrendeld. Het alarmsysteem (indien aanwezig) wordt in dat geval niet meer ingeschakeld. Het in- en uitklappen van de buitenspiegels met de afstandsbediening kan worden uitgeschakeld door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Selectief ontgrendelen
Als de selectieve ontgrendeling van het bestuurdersportier is geactiveerd: Wanneer de elektronische sleutel zich in de detectiezone aan de bestuurderszijde bevindt, legt u uw hand achter de portiergreep van het bestuurdersportier om alleen het bestuurdersportier te ontgrendelen. Trek vervolgens aan de portiergreep om het portier te openen. Wanneer de elektronische sleutel zich in de detectiezone zich aan de passagierszijde bevindt en u uw hand achter de portiergreep van het voorportier aan passagierszijde legt, wordt de gehele auto ontgrendeld. Trek vervolgens aan de portiergreep om het portier te openen. Standaard is de volledige ontgrendeling geselecteerd. Deze instelling kan worden uitgevoerd via het menu "Rijhulpsysteem" en vervolgens "Configuratie auto" en "Toegang auto" .
Druk op deze toets om aanvullende informatie weer te geven.
Het ontgrendelen wordt bevestigd door het gedurende enkele seconden snel knipperen van de richtingaanwijzers. Afhankelijk van de uitvoering van uw auto worden de buitenspiegels uitgeklapt en wordt het inbraakalarm uitgeschakeld.

56
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Vergrendelen
Druk, als de sleutel zich binnen het detectiegebied A bevindt, met een van uw vingers op een van de voorportiergrepen (bij de merktekens) om de auto te vergrendelen. Houd uw vinger op de portiergreep tot de ruiten volledig gesloten zijn.
Het vergrendelen wordt bevestigd door het gedurende enkele seconden branden van de richtingaanwijzers. Afhankelijk van de uitvoering worden de buitenspiegels ingeklapt en wordt het inbraakalarm ingeschakeld.
Let erop dat niemand het correcte sluiten van de ruiten in de weg staat.
Zorg ervoor dat kinderen zich tijdens het bedienen van de ruit niet kunnen bezeren.
Omwille van de veiligheid en ter voorkoming van diefstal: laat nooit de elektronische sleutel in de auto achter, ook niet wanneer u in de buurt bent.
Het is raadzaam de sleutel bij u te houden, bijvoorbeeld in uw kleding of tas. Als een portier of de achterklep niet goed is gesloten, zal met draaiende motor of als de motor of als de motorauto sneller dan 10 km/h rijdt gedurende enkele seconden een melding worden weergegeven.
Druk, als de sleutel zich in de detectiezone A bevindt, op de vergrendelingsknop van de achterklep om de auto te vergrendelen.

61
2
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Noodsleutel
Openen/sluiten met de
geïntegreerde sleutel van het
Keyless entry and start-systeem
Met de geïntegreerde sleutel kan de auto vergrendeld en ontgrendeld worden als de elektronische sleutel niet werkt: - lege batterij, accu ontladen of losgekoppeld, ... - auto bevindt zich in een omgeving met veel elektromagnetische straling. Trek aan de knop 1 en wacht tot de geïntegreerde sleutel 2 naar buiten komt.
Vergrendelen van het bestuurdersportier
Steek de geïntegreerde sleutel in het portierslot en draai deze rechtsom.
Ontgrendelen van het bestuurdersportier
Steek de geïntegreerde sleutel in het portierslot en draai deze linksom.
Vergrendelen van het portier aan passagierszijde
Open de portieren. Controleer of de kinderbeveiliging van de achterportieren niet geactiveerd is (zie de rubriek "Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen"). Steek de geïntegreerde sleutel in het
slot op de zijkant van het portier en draai de sleutel een achtste omwenteling rechtsom (achterportier rechts) of linksom (achterportier links). Sluit de portieren en controleer van buitenaf of de auto goed is vergrendeld.
Ontgrendelen van het portier aan
passagierszijde
Trek aan de portiergreep aan de binnenzijde.
Als het inbraakalarm is geactiveerd, zal het geluidssignaal dat klinkt bij het met de sleutel (geïntegreerd in de afstandsbediening) openen van een portier, bij het aanzetten van het contact stoppen.

65
2
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Dit systeem beveiligt uw auto tegen inbraak en diefstal. Het systeem bestaat uit de volgende typen beveiliging:
Alarm
Omtrekbeveiliging
Dit systeem houdt de te openen carrosseriedelen van de auto in de gaten. Het alarm gaat af als iemand een portier, de achterklep of de motorkap probeert te openen.
Automatische beveiligingsfunctie
Dit systeem treedt in werking als iemand probeert het alarm te saboteren. Het alarm gaat af als iemand probeert de accu, de knop of de kabels van de sirene uit te schakelen of te beschadigen. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats alvorens wijzigingen aan het alarmsysteem aan te brengen.
Interieurbeveiliging
Dit systeem treedt in werking als er bewegingen in het interieur worden waargenomen. Het alarm gaat af als er een ruit wordt ingeslagen, als iets of iemand de auto binnendringt of als iets of iemand in de auto beweegt.
Dit systeem houdt de veranderingen in de wagenhoogte in de gaten. Het alarm gaat af als de auto wordt opgetild, verplaatst of aangestoten.
Wegsleepbeveiliging

66
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Uitschakelen
Druk op deze ontgrendelknop van de afstandsbediening.
of
Ontgrendel de auto met het "Keyless entry and start"-systeem.
Als de auto automatisch opnieuw wordt vergrendeld (als 30 seconden zijn verstreken zonder dat een portier of de achterklep is geopend), wordt het alarmsysteem niet automatisch weer ingeschakeld. Om het alarmsysteem in te schakelen moet u de auto ontgrendelen en weer vergrendelen met de afstandsbediening of het "Keyless entry and start"-systeem. Het alarmsysteem is uitgeschakeld: het verklikkerlampje van de knop is uit en de richtingaanwijzers knipperen gedurende ongeveer 2 seconden.
Totale beveiliging
Inschakelen
Vergrendel de auto met de
afstandsbediening.
of Vergrendel de auto met het "Keyless entry and start"-systeem.
Het alarmsysteem is geactiveerd: het verklikkerlampje van de knop zal één keer per seconde knipperen en de richtingaanwijzers knipperen gedurende ongeveer 2 seconden. Na het vergrendelverzoek met de afstandsbediening of met het "Keyless entry and start"-systeem wordt de omtrekbeveiliging na 5 seconden en de interieurbeveiliging na 45 seconden geactiveerd.
Indien een portier, de achterklep of de motorkap niet goed is gesloten, wordt de auto niet vergrendeld, maar wordt de beveiliging na 45 seconden wel ingeschakeld.
Zet het contact af en verlaat de auto.

67
2
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Beveiliging - met alleen de
omtrekbeveiliging ingeschakeld
Interieurbeveiliging
Uitschakelen De wegsleepbeveiliging wordt ook uitgeschakeld (als uw auto hiermee is uitgerust).
Zet het contact af en druk binnen 10 seconden op deze toets en houd deze ingedrukt tot het verklikkerlampje blijft branden.
Stap uit. Vergrendel onmiddellijk de auto met de afstandsbediening of met het "Keyless entry and start"-systeem. Alleen de omtrekbeveiliging wordt ingeschakeld: het verklikkerlampje van de knop zal één keer per seconde knipperen. Om de interieurbeveiliging uit te schakelen moet deze procedure elke keer na het afzetten van het contact worden uitgevoerd.
Schakel de interieurbeveiliging (en de wegsleepbeveiliging als uw auto hiermee is uitgerust) uit om te voorkomen dat het alarm onnodig wordt ingeschakeld als bijvoorbeeld: - iemand in de auto aanwezig is,
- een ruit op een kier blijft staan, - de auto wordt gewassen, - een wiel wordt ver wisseld, - de auto wordt gesleept, - de auto op een boot wordt vervoerd.
Inschakelen De wegsleepbeveiliging wordt ook opnieuw ingeschakeld (als uw auto hiermee is uitgerust). Schakel de omtrekbeveiliging uit door de auto te ontgrendelen met de afstandsbediening of met het "Keyless entry and start"-systeem.
Het verklikkerlampje van de knop gaat uit. Schakel het alarmsysteem weer volledig in door de auto te vergrendelen met de afstandsbediening of met het "Keyless entry and start"-systeem. Het verklikkerlampje van de knop knippert weer één keer per seconde.

68
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Afgaan van het alarm
Als het alarm afgaat, treedt de sirene in werking en knipperen de richtingaanwijzers gedurende dertig seconden. Als het alarm voor de 11 e keer afgaat, worden de alarmsystemen uitgeschakeld.
Als het verklikkerlampje van de knop snel knippert bij het ontgrendelen van de auto met de afstandsbediening of met het "Keyless entry and start"-systeem, is het alarm tijdens uw afwezigheid afgegaan. Het lampje stopt met knipperen als het contact wordt aangezet.
Storing afstandsbediening
Om de alarmsystemen uit te schakelen: Ontgrendel de auto met de sleutel (in de afstandsbediening) in het slot van het bestuurdersportier. Open het portier; het alarm gaat af. Zet het contact aan, het alarm stopt. Het
verklikkerlampje van de knop gaat uit.
Vergrendelen van de auto
zonder het alarm in te
schakelen
Vergrendel de auto of schakel de supervergrendeling in met de sleutel (in de afstandsbediening) in het slot van het bestuurdersportier.
Storing
Als bij het aanzetten van het contact het verklikkerlampje van de knop blijft branden, duidt dit op een storing in het systeem. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Automatisch inschakelen
Deze functie is niet beschikbaar, optioneel of standaard. Het systeem wordt 2 minuten nadat het laatste portier of de achterklep is gesloten, automatisch ingeschakeld. Om het afgaan van het alarm bij het openen van een portier of de achterklep te voorkomen, moet eerst op de ontgrendelknop van de afstandsbediening worden gedrukt of moet de auto
ontgrendeld worden met het "Keyless entry and start"-systeem.