
158
Rijden
308_nl_Chap04_conduite_ed02-2013
Om deze functie uit te schakelen drukt u nog een keer op deze toets: het lampje van de toets en het bijbehorende verklikkerlampje op het instrumentenpaneel gaan uit.
Bij een storing in het systeem gaat dit verklikkerlampje enkele seconden knipperen; vervolgens gaat het uit.
Storing
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
De dodehoekbewaking wordt automatisch uitgeschakeld als u een aanhanger trekt met een door het PEUGEOT-netwerk gehomologeeerde trekhaak.
Bij slechte weersomstandigheden (zware regen, hagel enz.) kan het systeem tijdelijk minder nauwkeurig werken. Vooral het rijden op een nat wegdek of van een droog wegdek op een nat wegdek terechtkomen kan tot een vals alarm leiden (zo kan een wolk waterdruppels in de dode hoek worden aangezien voor een voertuig). Let er bij slecht weer en in de winter altijd op dat de sensoren niet met modder, sneeuw of ijs bedekt zijn. Plak geen stickers of andere zaken op het gedeelte onder de buitenspiegels waar de waarschuwingslampjes zitten, omdat de de dodehoekbewaking dan mogelijk niet goed werkt. Dit geldt ook voor de detectiezones op de voor- en achterbumper.
Bij het afzetten van het contact wordt de status van het systeem opgeslagen.
Wassen met hogedrukspuit Houd tijdens het wassen van de auto het uiteinde van de hogedrukspuit op minimaal 30 centimeter van de sensoren.

187
6
Veiligheid
308_nl_Chap06_securite_ed02-2013
Automatisch inschakelen
van de alarmknipperlichten
Richtingaanwijzers
Links: beweeg de verlichtingsschakelaar omlaag voorbij het zware punt. Rechts: beweeg de verlichtingsschakelaar omhoog voorbij het zware punt.
Drie keer knipperen
Alarmknipperlichten
Gebruik de alarmknipperlichten om het overige verkeer te waarschuwen in het geval van file, pech, slepen of een ongeval. Druk deze knop in: de richtingaanwijzers knipperen tegelijkertijd. De alarmknipperlichten werken ook als het contact is afgezet.
Beweeg de schakelaar kort omhoog of omlaag, zonder deze door de weerstand te drukken. De desbetreffende richtingaanwijzers zullen drie keer knipperen.
Bij een noodstop - afhankelijk van de mate van remvertraging, als het ABS ingrijpt, maar ook als er een aanrijding wordt gesignaleerd, worden de alarmknipperlichten automatisch ingeschakeld. Zodra er weer gas wordt gegeven gaan de alarmknipperlichten uit. U kunt de alarmknipperlichten echter ook uitschakelen door de knop in te drukken.

257
7
Praktische informatie
308_nl_Chap07_info pratiques_ed02-2013
Slepen van uw auto U kunt uw auto laten slepen door een andere auto of een andere auto slepen met behulp van het sleepoog.
Toegang tot het gereedschap
Het sleepoog bevindt zich onder de vloerplaat van de bagageruimte:
open de achterklep, til de vloerplaat op, neem het sleepoog uit de houder.
Zet de versnellingshendel in de neutraalstand. Als u dit niet doet, is het mogelijk dat bepaalde onderdelen van het remsysteem beschadigd raken en dat de rembekrachtiger na het starten niet meer werkt.
Druk op het klepje in de voorbumper (zoals hierboven aangegeven) om het los te maken. Draai het sleepoog vast tot de aanslag. Bevestig de sleepstang. Schakel de alarmknipperlichten van uw auto in. Rijd voorzichtig weg, rijd met lage snelheid en houd de afstand waarover de auto wordt gesleept beperkt.
Aan de voorzijde

258
Praktische informatie
308_nl_Chap07_info pratiques_ed02-2013
Algemene aanwijzingen
Volg de huidige wetgeving in uw land op. Controleer of het gewicht van de trekkende auto hoger is dan van de auto die wordt gesleept. Er moet iemand achter het stuur van de gesleepte auto blijven zitten. Deze persoon moet beschikken over een geldig rijbewijs. Gebruik bij het slepen met 4 wielen op de grond altijd een goedgekeurde sleepstang; touwen en riemen zijn verboden. De bestuurder van de slepende auto moet voorzichtig wegrijden. Bij het slepen van de auto met stilstaande motor zijn de rem- en stuurbekrachtiging uitgeschakeld. Laat uw auto in de volgende gevallen slepen door een professioneel bergingsbedrijf : - als de auto is gestrand op de autosnelweg, - bij auto's met vier wielaandrijving, - als het niet mogelijk is de versnellingsbak in de neutraalstand te zetten, het stuurslot te ontgrendelen of de handrem los te zetten, - bij takelen met slechts twee wielen op de grond, - bij het ontbreken van een goedgekeurde sleepstang...
Druk op het klepje in de achterbumper (zoals hierboven aangegeven) om het los te maken. Draai het sleepoog vast tot de aanslag. Bevestig de sleepstang. Schakel de alarmknipperlichten van de te slepen auto in. Rijd voorzichtig weg, rijd met lage snelheid en houd de afstand waarover de auto wordt gesleept beperkt.
Aan de achterzijde

264
Praktische informatie
308_nl_Chap07_info pratiques_ed02-2013
Accessoires
Een ruime keuze aan accessoires en originele onderdelen wordt u aangeboden door het PEUGEOT-netwerk. Deze accessoires en onderdelen zijn getest en goedgekeurd ten aanzien van bedrijfszekerheid en veiligheid. Ze zijn volledig aangepast aan uw auto, zijn voorzien van een artikelnummer en beschikken over de garantie van PEUGEOT.
"Comfort"
Windgeleiders, zonneschermen opzij en zonnescherm achter, aansteker,
bagagestoppers, kledinghanger voor bevestiging aan de hoofdsteun, middenarmsteun vóór, opbergruimte onder hoedenplank, parkeerhulp voor en achter, gestileerde spatlappen, ruitfolie, indelingssysteem bagageruimte, ...
"Transportoplossingen"
Kunststof bak bagageruimte, bagagenet, allesdragers, fietsendrager voor bevestiging op de trekhaak, fietsendrager voor bevestiging op de allesdragers, skidrager, dakkoffer, trekhaakkabelset... De trekhaak moet door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats worden gemonteerd.
"Styling"
Lichtmetalen velgen van 15 tot 18 inch, sierdoppen voor velgen, dorpellijsten, pookknoppen, ... "Ligne S": 16 en 17 inch lichtmetalen velgen, carrosserieset, stickers, buiten- en binnenspiegelkappen, pookknop, dorpellijsten, matten * , … * Om te voorkomen dat de pedalen blijven hangen:
- controleer of de mat goed op zijn plaats ligt en goed is bevestigd, - leg nooit meerdere matten boven op elkaar.
"Veiligheid"
Inbraakalarm, graveren van ruiten, wielbouten met slot, zitverhogingen en kinderzitjes,
alcolholtest, verbandtrommel, gevarendriehoek, veiligheidsvest, lokalisatiesysteem gestolen auto, bandenreparatieset, sneeuwkettingen, sneeuwsokken, mistlampen vóór, hondenrek, ...
"Bescherming"
Matten * , stoelhoezen geschikt voor stoelen met zij-airbags, spatlappen,
zijstootlijsten, stootlijsten voor de bumpers, bumperbeschermers, dorpellijst voor de bagageruimte, mat voor de bagageruimte, ...
Ombouwsets
Het is mogelijk om sets te bestellen genaamd "Entreprise" voor het ombouwen van een
bedrijfsauto naar een personenauto en omgekeerd.

290
308_nl_Chap10a_BTA_ed02-2013
URGENCE-OPROEP OF ASSISTANCE-OPROEP
Druk in geval van nood langer dan 2 seconden op deze toets. Het knipperen van het groene ledlampje en een geluidssignaal bevestigen dat de oproep naar de alarmcentrale "Peugeot Connect SOS" is verstuurd * .
Het groene ledlampje blijft branden (zonder te knipperen) wanneer de v\
erbinding tot stand is gebracht. Aan het einde van het gesprek gaat het lampje uit.
Bij het aanzetten van het contact, gaat het groene lampje 3 seconden branden. Dit duidt op een goede werking van het systeem.
Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de aanvraag geannuleerd.
Dit wordt bevestigd door een gesproken bericht.
Druk langer dan 2 seconden op deze toets voor het aanvragen van hulp bij het stranden van de auto.
Een gesproken bericht bevestigt dat de oproep is verstuurd ** .
Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de oproep geannuleerd. Het groene ledlampje dooft. De annulering wordt bevestigd met een gesproken bericht.
Om een oproep te annuleren kunt u ook de alarmcentrale "Peugeot Connect SOS" melden dat de oproep per vergissing werd verstuurd.
De alarmcentrale "Peugeot Connect SOS" lokaliseert onmiddellijk uw auto, neemt in uw landstaal contact met u op ** en roept indien nodig de hulp in van de bevoegde hulpdiensten ** . In landen waar de alarmcentrale niet operationeel is of wanneer de lokalisatie uitdrukkelijk is geweiger\
d, wordt de oproep meteen doorgestuurd naar de hulpdiensten (112), zonder lokalisatie.
Wanneer de elektronische eenheid airbags een botsing heeft waargenomen, wordt onafhankelijk van het eventueel afgaan van de airbags, automatisch een noodoproep gedaan.
* Afhankelijk van de algemene gebruiksvoorwaarden, die u bij uw verkooppun\
t kunt opvragen, en de technische beperkingen van het systeem.
Het oranje lampje knippert: er is een storing in het systeem.
Het oranje lampje blijft branden: de noodbatterij moet vervangen worden.
Raadpleeg in beide gevallen het PEUGEOT-netwerk.
Wanneer u uw auto buiten het PEUGEOT-netwerk hebt gekocht, raden wij u aan de aanwezigheid van deze diensten bij het netwerk te laten controleren en eventueel confi gureren. In een meertalig land kunt u het systeem laten confi gureren in de offi ciële landstaal van uw voorkeur.
Om technische redenenen, zoals het verbeteren van de diensten PEUGEOT CONNECT, behoudt de constructeur zich het recht voor om op elk willekeurig moment het telematicasysteem in de auto te wijzigen.
** Afhankelijk van de geografi sche dekking van "Peugeot Connect SOS" en "Peugeot Connect Assistance" en van de offi ciële landstaal die door ** Afhankelijk van de geografi sche dekking van "Peugeot Connect SOS" en "Peugeot Connect Assistance" en van de offi ciële landstaal die door ** Afhankelijk van de geografi sche dekking van "Peugeot Connect SOS"
de eigenaar van de auto is gekozen. De lijst van de landen waar het systeem werkzaam is en de lijst van beschikbare diensten PEUGEOT CONNECT kunt u bij uw verkooppunt De lijst van de landen waar het systeem werkzaam is en de lijst van beschikbare diensten PEUGEOT CONNECT kunt u bij uw verkooppunt De lijst van de landen waar het systeem werkzaam is en de lijst van
opvragen of op www.peugeot.nl bekijken. beschikbare diensten PEUGEOT CONNECT kunt u bij uw verkooppunt opvragen of op www.peugeot.nl bekijken. beschikbare diensten PEUGEOT CONNECT kunt u bij uw verkooppunt
Peugeot Connect SOS Peugeot Connect Assistance
Werking van het systeem

387
.
Index
308_nl_Chap11_index alpha_ed02-2013
Aanhanger.....................................................260Aanhangergewichten ....................................285Aansluiting 12V .........................................84, 87Aansluiting 230V .......................................84, 88Accessoires...................................110, 263, 264Accessoirestand ...........................................11 0Accu ......................................251, 253, 254, 283Accu laden ....................................................254Achterruitverwarming ...................................107Achteruitrijcamera .........................................161Achteruitrijlicht ......................................240, 242AdBlue® .........................................................271AdBlue®-niveau .............................................271AdBlue®-reservoir .................................-reservoir .................................-reservoir271, 276Additief AdBlue ...............................25, 271, 279Afmetingen ....................................................286Afstandsbediening ...................46-48, 53-57, 63Afzetten van de motor ...................................Afzetten van de motor ...................................Afzetten van de motor108Airbags ............................................................23Airbags vóór .........................................Airbags vóór .........................................Airbags vóór200, 203Airconditioning ..................................10, 98, 10 0Airconditioning (handbediend) .....96, 97, 99, 106Airconditioning met gescheiden regeling .....10 6Alarmknipperlichten ................................94, 187Alarmsysteem .................................................65Algemeen menu ............................................368Allesdragers ..........................................262, 263Antispinregeling (ASR) .............................17, 2 1Armleuning ......................................................84Armleuning achter ...........................................Armleuning achter ...........................................Armleuning achter89Armleuning vóór ..............................................Armleuning vóór ..............................................Armleuning vóór86Audio-aansluitingen ........................87, 374, 376Audiokabel ....................................................314Automatische airconditioning .................9 6, 101Automatische ruitenwissers ..................181, 183Automatische transmissie .......................10, 12, 15, 121, 124, 129, 130, 284Automatisch inschakelen alarmknipperlichten ....................................187
Automatisch inschakelen verlichting ....174, 178Automatisch noodremsysteem .............151, 15 4Automatisch remmen bij kans op aanrijding ......................................22, 151, 15 4AUX-aansluiting ............................................376Aux-aansluitingen .........................................374Aux-ingang ............................................310, 314
CD .........................................................310, 370CD MP3 .................................................310, 371CD-/MP3 -speler ...........................................CD-/MP3 -speler ...........................................CD-/MP3 -speler371Centrale vergrendeling .......................48, 54-56Claxon ...........................................................188Contact ..........................................104, 108, 110Contact aangezet ..........................................11 0Controle motorolieniveau........................29, 280Controles ..............................268, 269, 283, 284
DAB (Digital Audio Broadcasting) - Digitale radio......................308, 309, 372, 373Dagteller ..........................................................Dagteller ..........................................................Dagteller30Datum (instellen) .................................42, 43, 45Datum instellen ...................................42, 43, 45Denon (audiosysteem) ..................................291Detectie te lage bandenspanning ......24, 189, 191Diesel ..............................................................15Dieselmotor .....................................Dieselmotor .....................................Dieselmotor74, 269, 270Digitale radio - DAB (Digital Audio Broadcasting)..............308, 309Dimlicht .........................................173, 235, 237Dimmer dashboardverlichting .........................31Display instrumentenpaneel ...................32, 123Distance alert ................................................147Dodehoekdetectie .........................................15 6Dynamische noodrem ...........................114 , 11 9
A
B
C
D
Bagageafdekking ............................................92Bagageruimte ..................................................58Bagageruimte (openen) ..................................54Banden ............................................................10Bandenreparatieset ......................................221Bandenspanning .....................10, 221, 233, 287Bandenspanningscontrole (met set) .............221Bandenspanning te laag (detectie) ...............189Batterij afstandsbediening ..................52, 62, 63Batterij afstandsbediening vervangen ......52, 62Bediening autoradio aan stuurkolom ..........................................297, 367Bekerhouder ...................................................Bekerhouder ...................................................Bekerhouder84Beladen ...................................................10, 262Benzinemotor ..................................Benzinemotor ..................................Benzinemotor74, 268, 285Bijvullen AdBlue ............................................279Binnenspiegel ...............................................172Blue HDi ........................................................271Bluetooth (handsfree set) ............352, 353, 377Bluetooth (telefoon) ..............................352, 353Boordcomputer ..................................Boordcomputer ..................................Boordcomputer32, 34, 35Brandstof ...................................................Brandstof ...................................................Brandstof10, 74Brandstofniveaumeter .....................................Brandstofniveaumeter .....................................Brandstofniveaumeter72Brandstoftank ............................................22, 72Brandstof tanken .......................................72, 74Brandstoftank leeg (diesel) ...........................270
Brandstofverbruik ...........................................10Brandstofvuldop ..............................................72Brandstofvulklep .............................................72Buitenspiegels.......................................15 6, 170