
125
3
3-1. BEDIENING
BEDIENING
Volg de instructies op de zonneklep
voor de voorpassagier.
Gebruik NOOIT een tegen de rijrichting
in geplaatst baby- of kinderzitje op een
stoel met een IN
GESCHAKELDE AIR-
BAG, omdat het KIND anders DODE-
LIJK of ERNSTIG LETSEL kan oplopen
als de airbag wordt geactiveerd.
Behalve ASEAN-landen, Zuid-Afrika,
Australië en Nieuw-Zeeland zonder
onderste ISOfix-bevestigingspunt en
aan/uit-schakelaar airbag: Schuif,
nadat u een universeel baby- of kinder-
zitje hebt geplaatst, de voorpassagiers-
stoel zo ver mogelijk naar achteren en
zet hem in de hoogste positie. Bij deze
stoelpositie en -hoogte wordt de gordel
het best geleid en wordt de beste
bescherming geboden bij een ongeval.
Als het bovenste bevestigingspunt van
de veiligheidsgordel zich boven de gor-
delgeleider van het zitje bevindt, schuif
de voorpassagiersstoel dan voorzichtig
naar voren totdat de best mogelijke
gordelgeleiding wordt bereikt. Met verstelbare breedte van de rugleu-
ning: Maak de rugleuning zo breed
mogelijk alvorens een baby- of kinder-
zitje op de voorpassagiersstoel te plaat-
sen. Wijzig de breedte van de rugleu-
ning vervolgens niet meer en roep geen
geheugenpositie op.
Volg de instructies op de zonneklep
voor de voorpassagier.
Stoelpositie en -hoogte
Breedte rugleuning
Taiwan: Op de
voorpassagiersstoel
Algemeen
WAARSCHUWING
Let op: Volg de instructies op de zonne-
klep voor de voorpassagier. Volgens de
verkeersveiligheidsvoor schriften moeten
kinderen op de achterstoelen worden ver-
voerd. Het is ten strengste verboden voor
baby's en (kleine) kinderen om op de voor-
passagiersstoel te worden vervoerd. Let
op: Deze bepaling is van toepassing op
voertuigen die zijn bestemd voor verkoop
in Taiwan.
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 125 Friday, September 24, 2021 10:31 AM

1263-1. BEDIENING
Zorg er vóór het plaatsen van een
baby- of kinderzitje op de voorpassa-
giersstoel voor dat de airbag voor en de
side airbag aan de passagierszijde zijn
uitgeschakeld.
Uitschakelen van de voorpassagiersair-
bags met de schakelaar voor het in- en
uitschakelen van de voorpassagiersair-
bags, zie Blz. 203.
Schuif, nadat u een universeel baby- of
kinderzitje hebt geplaatst, de voorpas-
sagiersstoel zo ver mogelijk naar achte-
ren en zet hem in een middelhoge posi-
tie. Bij deze stoelpositie en -hoogte
wordt de gordel het best geleid en
wordt de beste bescherming geboden
bij een ongeval.Als het bovenste bevestigingspunt van
de veiligheidsgordel zich boven de gor-
delgeleider van het zitje bevindt, schuif
de voorpassagiersstoel dan voorzichtig
naar voren totdat de best mogelijke
gordelgeleiding wordt bereikt.
Met verstelbare breedte van de rugleu-
ning: Maak de rugleuning zo breed
mogelijk alvorens een baby- of kinder-
zitje op de voorpassagiersstoel te plaat-
sen. Wijzig de breedte van de rugleu-
ning vervolgens niet meer en roep geen
geheugenpositie op.
Opmerking voor Australië: ISOFIX-
baby- of kinderzitjes zijn ten tijde van
het drukken niet toegestaan voor
gebruik op de weg in Australië. Omdat
echter een wijziging van de desbetref-
fende regelgeving in de toekomst wordt
verwacht, worden ook voor Australië
onderste ISOfix-bevestigingen toege-
past in overeenstemming met de toe-
passelijke ADR's.
Houd u bij het selecteren, plaatsen en
gebruiken van een ISOfix-baby- of kin-
derzitje aan de gebruiks- en veiligheids-
instructies van de fabrikant van het
zitje.
Uitschakelen van airbags
WAARSCHUWING
Ingeschakelde voorpa
ssagiersairbags die
worden opgeblazen, kunnen een kind in
een baby- of kinderzitje verwonden. Er
bestaat een kans op letsel. Zorg ervoor dat
de voorpassagiersairbags zijn uitgescha-
keld en dat het controlelampje passagier-
sairbag OFF brandt.
Tegen de rijrichting in geplaatste
baby- en kinderzitjes
WAARSCHUWING
Ingeschakelde voorpa ssagiersairbags die
worden opgeblazen, kunnen een kind in
een tegen de rijrichting in geplaatst baby-
of kinderzitje ernstig verwonden. Er
bestaat een kans op (dodelijk) letsel. Zorg
ervoor dat de voorpassagiersairbags zijn
uitgeschakeld en dat het controlelampje
passagiersairbag OFF brandt.
Stoelpositie en -hoogte
Breedte rugleuning
ISOfix-bevestigingen baby- of
kinderzitje
Algemeen
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 126 Friday, September 24, 2021 10:31 AM

127
3
3-1. BEDIENING
BEDIENING
Alleen bepaalde ISOfix-baby- en kin-
derzitjes mogen worden gebruikt op de
stoelen die hiervoor zijn bedoeld. De
desbetreffende grootteklasse en -cate-
gorie worden aangegeven met een let-
ter of ISO-referentie op het zitje.
Zie voor informatie over welke baby- en
kinderzitjes kunnen worden gebruikt op
de desbetreffende stoelen en of de
baby- en kinderzitjes geschikt zijn voor
of voldoen aan ISOfix: geschikte stoe-
len voor baby- en kinderzitjes, zie
Blz. 129.
Houd rekening met het volgende bij het
vastzetten van baby- of kinderzitjes met
een geïntegreerde lus aan de onderste
ISOfix-bevestigingspunten:
Overschrijd het totale gewicht van het
kind en het zitje van 33 kg niet.
De steunen voor de onderste ISOfix-
bevestigingspunten bevinden zich in de
opening tussen de stoel en de rugleu-
ning.
Trek de veiligheidsgordel weg van het
gedeelte met de bevestigingen voor het
zitje.
1
Plaats het baby- of kinderzitje, zie
de aanwijzingen van de fabrikant.
2 Zorg ervoor dat beide ISOfix-beves-
tigingspunten goed vergrendeld
zijn.
Geschikte ISOfix-baby- en
kinderzitjes
Steunen voor onderste
ISOfix-bevestigingspunten
Algemeen
Veiligheidsaanwijzing
WAARSCHUWING
Als de ISOfix-baby- of kinderzitjes niet op
de juiste manier worden vastgezet, bieden
ze mogelijk beperkte bescherming. Er
bestaat een risico op (dodelijk) letsel. Zorg
ervoor dat het onderste bevestigingspunt
goed is vastgezet en dat het ISOfix-baby-
of kinderzitje stevig tegen de rugleuning is
geplaatst.
WAARSCHUWING
De bevestigingspunten voor baby- en kin-
derzitjes in de auto zijn alleen bedoeld
voor het vastzetten van baby- en kinderzit-
jes. De bevestigingspunten kunnen
beschadigd raken als er andere objecten
aan worden bevestigd. Er bestaat een
risico op letsel of materiële schade. Zet
alleen een baby- of kinderzitje vast met
desbetreffende bevestigingspunten.
Niet voor Australië:
Voorpassagiersstoel
Vóór het plaatsen van
ISOfix-baby- en kinderzitjes
Plaatsen van ISOfix-baby- en
kinderzitjes
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 127 Friday, September 24, 2021 10:31 AM

1283-1. BEDIENING
i-Size is een voorschrift voor baby- en
kinderzitjes dat wordt gebruikt voor de
goedkeuring van baby- en kinderzitjes.Er is een bevestigingspunt aanwezig
voor de bovenste bevestigingsgordel
van ISOfix-baby- en kinderzitjes.
i-Size-baby- en kinderzitjes
Algemeen
SymboolBetekenis
Als dit symbool in de auto
aanwezig is, is de auto
goedgekeurd volgens i-Size.
Het symbool toont de beves-
tigingen voor de onderste
bevestigingspunten van het
systeem.
Het desbetreffende sym-
bool toont het bevestigings-
punt voor de bovenste
bevestigingsgordel.
Bevestigingen voor de
bovenste bevestigingsgordel
Veiligheidsaanwijzingen
WAARSCHUWING
Als de bovenste beves tigingsgordel van
het baby- of kinderzitje niet op de juiste
manier wordt gebruikt, biedt het zitje
mogelijk beperkte bescherming. Er
bestaat een risico op letsel. Zorg ervoor
dat de bovenste beves tigingsgordel niet
gedraaid is en niet langs scherpe randen
naar de bovenste bevestiging wordt
geleid.
WAARSCHUWING
De bevestigingspunten voor baby- en kin-
derzitjes in de auto zijn alleen bedoeld
voor het vastzetten van baby- en kinderzit-
jes. De bevestigingspunten kunnen
beschadigd raken als er andere objecten
aan worden bevestigd. Er bestaat een
risico op letsel of materiële schade. Zet
alleen een baby- of kinderzitje vast met
desbetreffende bevestigingspunten.
Bevestigingspunten
SymboolBetekenis
Het desbetreffende sym-
bool toont het bevestigings-
punt voor de bovenste
bevestigingsgordel.
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 128 Friday, September 24, 2021 10:31 AM

129
3
3-1. BEDIENING
BEDIENING
1
Plaatsingsrichting
2 Hoofdsteun
3 Haak voor de bovenste bevesti-
gingsgordel
4 Bevestigingspunt/-oog
5 Vloer van de auto
6 Stoel
7 Bovenste bevestigingsgordel
1 Open het kapje van het bevesti-
gingspunt.
2 Leid de bovenste bevestigingsgor-
del over de hoofdsteun naar het
bevestigingspunt.
3 Bevestig de haak van de bevesti-
gingsgordel aan het bevestigings-
punt. 4
Trek de bevestigingsgordel strak.
De wettelijke voorschriften met betrek-
king tot welk zitje is toegestaan voor
welke leeftijd en lengte kunnen per land
verschillend zijn. Zo rg ervoor dat u vol-
doet aan de relevante nationale wette-
lijke voorschriften.
Ga voor meer informatie naar een
erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskun-
dige.
Informatie over welke baby- en kinder-
zitjes kunnen worden gebruikt op de
desbetreffende stoelen overeenkomstig
de ECE R 16- en ECE R 129-norm.
Auto's met linkse besturing
Geleiden van de
bevestigingsgordel
Bevestigen van de bovenste
bevestigingsgordel aan het
bevestigingspunt
WAARSCHUWING
Personen die op de achterstoelen zitten
kunnen bij een ongeval in aanraking
komen met de gespannen bevestigings-
band van het baby- of kinderzitje op de
voorpassagiersstoel. Er bestaat een kans
op (dodelijk) letsel. Vervoer geen perso-
nen op de achterstoel achter de voorpas-
sagiersstoel als er een baby- of kinderzitje
is geplaatst.
Geschikte stoelen voor
baby- en kinderzitjes
Overzicht
Algemeen
Compatibiliteit van de passagiers-
stoel met baby- en kinderzitjes
(ASEAN-landen met onderste ISOfix-
bevestigingspunt en aan/uit-schake-
laar airbag)
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 129 Friday, September 24, 2021 10:31 AM

1303-1. BEDIENING
Auto's met rechtse besturing
*1: Schuif de voorstoel helemaal naar achte-
ren. Als de hoogte van de passagiers-
stoel kan worden versteld, dan moet
deze in de hoogste positie staan.
*2: Zet de rugleuning zo veel mogelijk
rechtop. Indien er bij het plaatsen van
een in de rijrichti ng geplaatst kinderzitje
een opening aanwezig is tussen het kin-
derzitje en de rugleuning, stel de rugleu-
ning dan af totdat het zitje en de rugleu-
ning goed contact maken.
*3: Gebruik alleen een in de rijrichting geplaatst baby- of kinderzitje als de aan/
uit-schakelaar voor de airbag in stand
ON staat.
Auto's met linkse besturing
Auto's met rechtse besturing
*1, 2
*3
Geschikt voor een “universeel”
baby- of kinderzitje vastgezet met
een veiligheidsgordel.
Geschikt voor ISOfix-baby- of kin-
derzitje.
Met een bevestigingspunt voor de
bovenste gordel.
Gebruik nooit een tegen de rijrich-
ting in geplaatst baby- of kinderzitje
op de voorpassagiersstoel als de
aan/uit-schakelaar voor de airbag
in stand ON staat.
Compatibiliteit van de passagiers-
stoel met baby- en kinderzitjes
(ASEAN-landen zonder onderste ISO-
fix-bevestigingspunt en aan/uit-scha-
kelaar airbag)
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 130 Friday, September 24, 2021 10:31 AM

1323-1. BEDIENING
*2: Zet de rugleuning zo veel mogelijk rechtop. Indien er bij het plaatsen van
een in de rijrichti ng geplaatst kinderzitje
een opening aanwezig is tussen het kin-
derzitje en de rugleuning, stel de rugleu-
ning dan af totdat het zitje en de rugleu-
ning goed contact maken.
*3: Gebruik alleen een in de rijrichting geplaatst baby- of kinderzitje als de aan/
uit-schakelaar voor de airbag in stand
ON staat.
*1: Schuif de voorstoel helemaal naar achte-ren. Als de hoogte van de passagiers-
stoel kan worden versteld, dan moet
deze in de hoogste positie staan.
*2: Zet de rugleuning zo veel mogelijk
rechtop. Indien er bij het plaatsen van
een in de rijrichting geplaatst kinderzitje
een opening aanwezig is tussen het kin-
derzitje en de rugleuning, stel de rugleu-
ning dan af totdat het zitje en de rugleu-
ning goed contact maken.
*3: Gebruik alleen een in de rijrichting geplaatst baby- of kinderzitje als de aan/
uit-schakelaar voor de airbag in stand
ON staat.
Compatibiliteit van de passagiers-
stoel met baby- en kinderzitjes (Zuid-
Afrika met onderste ISOfix-bevesti-
gingspunt en aan/uit-schakelaar air-
bag)
*1, 2
*3
Geschikt voor een “universeel”
baby- of kinderzitje vastgezet met
een veiligheidsgordel.
Geschikt voor IS Ofix-baby- of kin-
derzitje.
Met een bevestigingspunt voor de
bovenste gordel.
Gebruik nooit een tegen de rijrich-
ting in geplaatst baby- of kinderzitje
op de voorpassagiersstoel als de
aan/uit-schakelaar voor de airbag
in stand ON staat.
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 132 Friday, September 24, 2021 10:31 AM

133
3
3-1. BEDIENING
BEDIENING
*1: Schuif de voorstoel helemaal naar achte-
ren. Als de hoogte van de passagiers-
stoel kan worden versteld, dan moet
deze in de hoogste positie staan.
*2: Zet de rugleuning zo veel mogelijk
rechtop. Indien er bij het plaatsen van
een in de rijrichti ng geplaatst kinderzitje
een opening aanwezig is tussen het kin-
derzitje en de rugleuning, stel de rugleu-
ning dan af totdat het zitje en de rugleu-
ning goed contact maken.
*3: Gebruik alleen een in de rijrichting geplaatst baby- of kinderzitje.
Auto's met linkse besturing
Auto's met rechtse besturing
Compatibiliteit van de passagiers-
stoel met baby- en kinderzitjes (Zuid-
Afrika, Australië, Nieuw-Zeeland zon-
der onderste ISOfix-bevestigingspunt
en aan/uit-schakelaar airbag)
*1, 2*3
Geschikt voor een “universeel”
baby- of kinderzitje vastgezet met
een veiligheidsgordel.
Gebruik nooit een tegen de rijrich-
ting in geplaatst baby- of kinderzitje
op de voorpassagiersstoel.
Compatibiliteit van de passagiers-
stoel met baby- en kinderzitjes
(behalve ASEAN-landen, Mexico, Tai-
wan, Zuid-Afrika, Australië en Nieuw-
Zeeland)
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page
133 Friday, September 24, 2021 10:31 AM