Page 71 of 540

2-55
Veiligheidssysteem van uw auto
2
Ze zijn ontworpen om bij bepaalde
aanrijdingen van opzij het hoofd van
de inzittenden op de zitplaatsen voor
en op de buitenste zitplaatsen achter
te beschermen.
De curtain airbags aan beide zijden
van de auto zijn zo ontworpen dat ze
worden geactiveerd wanneer door
een rollover-sensor wordt
waargenomen dat de auto over de
kop slaat (indien van toepassing). De gordijn airbags zijn niet
ontworpen om bij alle aanrijdingen
van opzij of situaties waarbij de auto
over de kop kan slaan opgeblazen te
worden.Hoe werkt het airbagsysteem?
De onderdelen van het aanvullend
veiligheidssysteem zijn: (1) Bestuurdersairbagmodule
(2) Voorpassagiersairbagmodule(3) Zijairbagmodules
(4) Curtain airbagmodules
(5) Blokkeerautomaat metgordelspanner achter
(indien van toepassing)
(6) Blokkeerautomaten met gordelspanners
(7) Waarschuwingslampje AIRBAG
•Plaats kinderzitjes op de juiste manier en zo ver
mogelijk van het portier
vandaan.
•Plaats geen voorwerpen op de
airbag. Bevestig ook geen
voorwerpen rond de
gedeelten waar de
geactiveerde airbags uit
komen, zoals het portier, de
zijruit, de voor- en achterstijlen de dakzijrail.
•Hang hier alleen kleding aan,
en zeker geen harde of
breekbare voorwerpen.
Anders kan bij een ongeval de
auto beschadigd raken of kan
persoonlijk letsel ontstaan.
•Laat passagiers niet met het
hoofd of andere delen van het
lichaam tegen het portier
leunen, hun armen uit het
raam steken of voorwerpen
tussen de portieren en dezitplaatsen steken.
•Open of repareer de curtain
airbags niet.
Om de kans op ernstig letsel
door een zich opblazende
curtain airbag te beperken,
moeten de volgende
voorzorgsmaatregelen getroffen
worden:
•Alle inzittenden moeten altijd
hun veiligheidsgordel dragen:
de gordel houdt de inzittende
zo goed mogelijk op zijn plaats.
WAARSCHUWING
OOS037063L
Page 72 of 540

2-56
Veiligheidssysteem van uw auto
(8) Airbagmodule (SRSCM)/rollover-sensor
(9) Airbagsensoren voor (10) Zijairbagsensoren
(11) Druksensoren opzij(12) Controlelampje voorpassagiersairbag UIT
(alleen voorpassagiersairbag)
(13) ON/OFF-schakelaar voorpassagiersairbag
De SRSCM controleert constant alle
componenten van het systeem alshet contact in stand ON staat, om te
bepalen of een aanrijding zwaargenoeg is om de airbags of de
gordelspanners te activeren.Waarschuwingslampje
AIRBAG
Het waarschuwingslampje AIRBAG op het dashboard geeft het in de
afbeelding weergegeven symbool
voor de airbag weer. Het systeem
controleert het elektrische systeem
van de airbag op storingen. Het
branden van dit lampje duidt op een
mogelijk probleem met hetairbagsysteem, inclusief de
zijairbags en/of curtain airbags die
gebruikt worden om u bij het over de
kop slaan te beschermen (als de
auto is voorzien van een rollover-sensor).
Bij een storing in het aanvullend
veiligheidssysteem wordt de
airbag bij een ongeval mogelijk
niet correct opgeblazen. Hierdoorneemt de kans op ernstig letsel
toe.
Als een van de volgende
omstandigheden zich voordoet,
is er sprake van een storing in het
aanvullend veiligheidssysteem:
•Het lampje gaat niet ongeveer
zes seconden branden als het
contact in stand ON wordt
gezet.
•Het lampje gaat na ongeveer
zes seconden niet uit, maar
blijft branden.
•Het lampje gaat branden tijdens het rijden.
•Het lampje knippert als de motor draait.
We adviseren u het aanvullendveiligheidssysteem zo snel
mogelijk door een officiële
HYUNDAI-dealer te laten
controleren als een van deze
omstandigheden zich voordoet.
WAARSCHUWING
Page 75 of 540
2-59
Veiligheidssysteem van uw auto
2
Nadat de airbag geheel gevuld is,
begint hij direct weer leeg te lopen,
waardoor de bestuurder weer zicht
naar voren krijgt en hij de auto weerkan besturen of anderszins kanbedienen.
Wat gebeurt er als een airbag
geactiveerd wordt?
Nadat een airbag vóór of een
zijairbag is opgeblazen, loopt hij zeer
snel leeg. Het activeren van een
airbag verhindert de bestuurder niet
door de voorruit te kijken of te sturen.
Curtain airbags kunnen enige tijd
gedeeltelijk opgeblazen blijven nadat
ze zijn geactiveerd.
Voorkom dat voorwerpen
gevaarlijke projectielen worden
wanneer de passagiersairbag
wordt opgeblazen:
•Plaats geen voorwerpen,
zoals bekerhouders of
stickers, op het
dashboardpaneel boven het
dashboardkastje in auto's met
een voorpassagiersairbag.
•Plaats een eventuele
luchtverfrisser niet in de buurt
van het instrumentenpaneel
of op het dashboard.
WAARSCHUWING
OLMB033056
■
Bestuurdersairbag (3)
OLMB033057
■Voorpassagiersairbag
Page 76 of 540

2-60
Veiligheidssysteem van uw auto
Geluid en rookontwikkeling bijhet opblazen van een airbag
Bij het opblazen van de airbags is
een hard geluid hoorbaar en komen
rook en poeder vrij in het interieur
van de auto. Dit is normaal en wordt
veroorzaakt doordat het
ontstekingsmechanisme van de
airbag geactiveerd wordt. Nadat de
airbags opgeblazen zijn, kunt u
moeite hebben met ademhalendoordat uw borstkas in contact is
geweest met zowel de
veiligheidsgordel als de airbag endoordat u de rook en het poeder hebt
ingeademd. Het poeder kan bijsommige mensen astmatische
reacties verergeren. Als u na het
opblazen van de airbags
ademhalingsproblemen hebt, neem
dan direct contact op met een arts.
Hoewel de rook en het poeder niet
giftig zijn, kunnen ze wel
huidirritaties en irritaties aan de
ogen, neus en keel veroorzaken.
Was in dat geval de desbetreffende
plek schoon en spoel deze met koud
water na. Raadpleeg een arts als desymptomen aanhouden.
Plaats geen kinderzitje op devoorpassagiersstoel
Plaats nooit een kinderzitje op de
voorpassagiersstoel, tenzij de airbag
is uitgeschakeld.
OYDESA2042
Plaats NOOIT een kinderzitje
dat tegen de rijrichting in moet
worden geplaatst op een stoel
waar een airbag voor zit. Dit kan
een DODELIJK ONGEVAL of
ERNSTIG LETSEL van het kind
tot gevolg hebben.
WAARSCHUWING
Neem na het activeren van een
airbag de volgende
voorzorgsmaatregelen:
•Open zo snel mogelijk na een aanrijding de ruiten en de
portieren om te voorkomen
dat u te lang aan de rook en
het poeder wordt blootgesteld
die vrijkomt bij het activeren
van de airbag.
•Raak de onderdelen in de
ruimte waarin de airbag was
opgeborgen niet aan direct
nadat een airbag is
geactiveerd. Deze onderdelen,
die in contact zijn geweest
met de zich opblazende
airbag, kunnen erg heet zijn.
•Was de huid die in aanraking
is gekomen met het poeder
altijd af met koud water en een
milde zeepoplossing.
•Laat een geactiveerde airbag
direct vervangen door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Airbags zijn ontworpen voor
eenmalig gebruik.
WAARSCHUWING
Page 79 of 540

2-63
Veiligheidssysteem van uw auto
2
Voorwaarden voor activeren airbags
Airbags vóór
De frontairbags zijn ontworpen om
bij frontale aanrijdingen te worden
opgeblazen, afhankelijk van de
ernst, de snelheid of de hoek
waaronder de aanrijding plaatsvindt.
Zijairbags en curtain airbags
De airbags opzij (zijairbags en
curtain airbags) worden geactiveerd
bij een aanrijding van opzij, waarbij
rekening wordt gehouden met de
kracht van de botsing, de botshoeken de zijdelingse snelheid. De bestuurders- en voorpassagiers
-
airbag zijn weliswaar ontworpen om
bij frontale aanrijdingen te worden
opgeblazen, ze kunnen ook bij
andere aanrijdingen, waarbij een
bepaalde vertraging in de
lengterichting wordt waargenomen
door de sensoren voor, worden
opgeblazen. De zijairbags en curtain
airbags zijn ontworpen voor
zijdelingse aanrijdingen, maar
kunnen ook bij andere aanrijdingen,
waarbij een bepaalde vertraging in
de dwarsrichting wordt
waargenomen door de sensoren
opzij, worden opgeblazen.
De zijairbags en curtain airbags zijn
zo ontworpen dat ze worden
opgeblazen wanneer door een
rollover-sensor wordt waargenomen
dat de auto over de kop slaat (indien
voorzien van een rollover-sensor).
De airbags kunnen ook worden
geactiveerd als de auto zware stoten
ondervindt bij het rijden op zeer
slechte wegen. Rijd daarom
voorzichtig op slechte wegen.
OOS037050
OOS037041
OOS037049
Page 84 of 540
2-68
Veiligheidssysteem van uw auto
Waarschuwingslabels airbags
De waarschuwingslabels van de airbags zijn bedoeld om de
passagiers te waarschuwen voor de
mogelijke gevaren van hetairbagsysteem.
Lees alle informatie over de airbags
van uw auto in dit instructieboekje.
OOS037079L
Page:
< prev 1-8 9-16 17-24