
2-57
Veiligheidssysteem van uw auto
2
Tijdens een gemiddelde of zware
frontale aanrijding detecteren desensoren dat de auto snel
decelereert. Als deze deceleratie
groot genoeg is, zal de regelmodule
de airbags vóór activeren op hetjuiste tijdstip en met de benodigde
kracht. De airbags vóór bieden de
bestuurder en voorpassagier extra
bescherming bij frontale aanrijdingen
waarbij de veiligheidsgordels alleen
niet voldoende zijn. Indien nodig
bieden de zijairbags extra
bescherming bij een zijdelingse
aanrijding of het over de kop slaan
van de auto door het bovenlichaam
extra te ondersteunen.
• De airbags worden uitsluitendgeactiveerd (indien nodig
opgeblazen) als het contact instand ON staat.
• De airbags worden bij bepaalde aanrijdingen van voren of opzij
geactiveerd om de inzittenden te
beschermen tegen ernstig letsel. • Er is geen bepaalde snelheid
waarbij de airbags worden
geactiveerd. Of de airbags worden
geactiveerd, hangt voornamelijk af
van de kracht en de richting van de
aanrijding. Deze twee factorenbepalen of de sensoren een
elektronisch activeringssignaal
uitzenden.
• Of de airbags al dan niet worden opgeblazen, is afhankelijk van een
aantal factoren, zoals de
rijsnelheid, de hoek van de
aanrijding, de massa en de
stijfheid van de bij de aanrijding
betrokken auto's of objecten. Ook
andere factoren kunnen een rolspelen.
• De airbags vóór worden direct volledig opgeblazen, waarna ze
meteen weer leeglopen. Het is
vrijwel onmogelijk om tijdens een
ongeval waar te nemen dat de
airbags worden opgeblazen. Het is
aannemelijker dat u deleeggelopen airbags na de
aanrijding uit het stuurwiel of hetdashboard ziet hangen. • Naast het opblazen tijdens een
ernstige aanrijding van opzij
worden bij auto's met een rollover-sensor de zijairbags en/of de
curtain airbags opgeblazen als
deze sensor het over de kop slaan
van de auto detecteert.
Wanneer het over de kop slaan
van de auto wordt gedetecteerd,
zullen de curtain airbags altijd
langer opgeblazen blijven om
samen met de veiligheidsgordels
de kans te beperken dat de
inzittenden uit de auto wordengeslingerd (auto's met een
rollover-sensor).
• Om bescherming te bieden moeten de airbags snel worden
opgeblazen. De snelheid waarmee
een airbag wordt opgeblazen moet
zo hoog zijn om de airbag tussen
de inzittende en de onderdelen van
de auto op te kunnen blazen
voordat de inzittende in contact
komt met die onderdelen. De
snelheid waarmee de airbags
worden opgeblazen, beperkt de
kans op ernstig letsel en vormt
daarom een belangrijk deel van het
ontwerp van de airbags.

2-59
Veiligheidssysteem van uw auto
2
Nadat de airbag geheel gevuld is,
begint hij direct weer leeg te lopen,
waardoor de bestuurder weer zicht
naar voren krijgt en hij de auto weerkan besturen of anderszins kanbedienen.
Wat gebeurt er als een airbag
geactiveerd wordt?
Nadat een airbag vóór of een
zijairbag is opgeblazen, loopt hij zeer
snel leeg. Het activeren van een
airbag verhindert de bestuurder niet
door de voorruit te kijken of te sturen.
Curtain airbags kunnen enige tijd
gedeeltelijk opgeblazen blijven nadat
ze zijn geactiveerd.
Voorkom dat voorwerpen
gevaarlijke projectielen worden
wanneer de passagiersairbag
wordt opgeblazen:
•Plaats geen voorwerpen,
zoals bekerhouders of
stickers, op het
dashboardpaneel boven het
dashboardkastje in auto's met
een voorpassagiersairbag.
•Plaats een eventuele
luchtverfrisser niet in de buurt
van het instrumentenpaneel
of op het dashboard.
WAARSCHUWING
OLMB033056
■
Bestuurdersairbag (3)
OLMB033057
■Voorpassagiersairbag

2-66
Veiligheidssysteem van uw auto
De airbags worden soms niet
geactiveerd bij een aanrijding tegen
een boom of paal, waarbij de
botskracht zich concentreert en de
botsingsenergie door de constructie
van de auto wordt geabsorbeerd.
Onderhoud aanvullend veiligheidssysteem
Het aanvullende veiligheidssysteem
is nagenoeg onderhoudsvrij en bevat
geen onderdelen waaraan u zelf
veilig onderhoud kunt plegen. Als het
waarschuwingslampje AIRBAG niet
gaat branden wanneer het contact in
stand ON wordt gezet of continu blijft
branden, laat het systeem danonmiddellijk controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
We adviseren u alle werkzaamheden
aan het aanvullend
veiligheidssysteem, zoals het
verwijderen, het plaatsen of het
repareren ervan, of werkzaamhedenaan het stuurwiel, het
dashboardpaneel boven het
dashboardkastje, de voorstoelen en
de dakstijlen te laten uitvoeren door
een officiële HYUNDAI-dealer. Een
onjuiste behandeling van het
aanvullend veiligheidssysteem kan
leiden tot ernstig letsel.Om de kans op ernstig letsel te
beperken, moeten de volgende
voorzorgsmaatregelen getrof
-
fen worden:
•Wijzig onderdelen van het
aanvullend veiligheids-systeem of de bedrading niet,
neem deze onderdelen of de
bedrading ervan niet los,
breng geen stickers, enz. op
afdekkappen van het systeemaan en wijzig niets aan de
carrosseriestructuur.
•Plaats geen voorwerpen op of
in de buurt van de
airbagmodules in het
stuurwiel, op het dashboard
of op het dashboardpaneel
boven het dashboardkastje.
WAARSCHUWING
OOS037056

Extra voorzieningen verwarmings-
en ventilatiesysteem..........................................3-145Luchtreiniger instrumentenpaneel ..........................3-145
Automatische ventilatie ...............................................3-145
Luchtcirculatie ...............................................................3-145
Opbergvak ...........................................................3-146 Opbergvak middenconsole..........................................3-146
Dashboardkastje ...........................................................3-146
Opbergvak voor zonnebril ..........................................3-147
Multifunctioneel vak ....................................................3-147
Opbergvak bagageruimte ............................................3-148
Overige voorzieningen ......................................3-149 Bekerhouder...................................................................3-149
Zonneklep .......................................................................3-150
12V-aansluiting..............................................................3-151
Draadloos laadsysteem mobiele telefoon...............3-152
Klok ...................................................................................3-153
Jashaak ............................................................................3-154
Bevestigingspunt (EN) vloermat ................................3-155
Bagagenet (houder) .....................................................3-155
Hoedenplank ..................................................................3-156
Exterieur .............................................................3-157 Roof rack ........................................................................3-157
3

3-47
Kenmerken van uw auto
3
Bediening instrumentenpaneel
Dashboardverlichting
Met behulp van de bedieningstoets
kan de sterkte van de
dashboardverlichting geregeld
worden wanneer de parkeerlichten
of de dim-/grootlichten branden.
Wanneer de bedieningstoets van de
dashboardverlichting wordt
ingedrukt, wordt ook de sterkte van
de verlichting van de schakelaarsaangepast.• De helderheid van de
dashboardverlichting wordt
weergegeven.
• Als de lichtintensiteit het maximale of minimale niveau bereikt, klinkteen geluidssignaal.
Stel het instrumentenpaneelnooit af tijdens het rijden.
Hierdoor kunt u de controle
over de auto verliezen waardoor
een ongeluk met ernstig letsel
of schade aan de auto het
gevolg kan zijn.
WAARSCHUWING
OOS047120
■
Type B, C
■
Type A
OGC044138/OPDE046110

3-93
Kenmerken van uw auto
Het head-up display is een
transparant display waarmee een
bepaald type informatie van het
instrumentenpaneel en het
navigatiesysteem op het display
boven het dashboard wordtgeprojecteerd.
Voorzorgsmaatregelen bij hetgebruik van het head-up display
In de volgende situaties kan het
moeilijk zijn de informatie op het
head-up display af te lezen.
- De bestuurder zit niet goed in de bestuurdersstoel.
- De bestuurder draagt een zonnebril met polariserende
glazen.
- Er bevindt zich een object boven de kap van het head-up display.
- Er wordt met de auto op een natte weg gereden.
- Er is een niet-geschikt verlichtingsaccessoire gemonteerd
in de auto of er is invallend licht
van buiten de auto.
- De bestuurder draagt een bril.
- De bestuurder draagt contactlenzen.
Als het moeilijk is de informatie op
het head-up display af te lezen, stel
dan de hoek van het head-up display
bij of stel de helderheid van het
head-up display bij in de modus
Gebruikersinstellingen. Zie "LCD-
display" in dit hoofdstuk voor meer
informatie.
HEAD-UP DISPLAY (HUD) (INDIEN VAN TOEPASSING)
3
OOS047079
•Bevestig geen stickers of accessoires op of aan het HUD
of het dashboard.
•Stel de afsluitklep en lens van
het HUD niet met de hand af.
•Mogelijk is het beeld niet
zichtbaar als gevolg van
vingerafdrukken. Ook kan het
display beschadigd rakenwanneer er tijdens het
functioneren te veel kracht op
wordt uitgeoefend.
•Plaats geen objecten in de
buurt van het HUD. Wanneer
het HUD is geactiveerd,kunnen objecten de werking
hinderen of het display
beschadigen.
•Plaats geen dranken in de
buurt van het HUD. Als er
vloeistof in het HUD stroomt,
kan het display beschadigdraken.
WAARSCHUWING

3-94
Head-up display AAN/UIT
Wanneer de motor is ingeschakeld,
kunt u het HUD in- of uitschakelendoor op de HUD-toets op het
dashboard te drukken.
Wanneer de motor is uitgeschakeld,
wordt het HUD automatisch gesloten
wanneer het portier wordt
vergrendeld met de
afstandsbediening of de Smart Key.
Wanneer uw auto is voorzien van
een Smart Key, wordt het HUD
automatisch gesloten wanneer het
portier wordt vergrendeld door op de
toets op de buitenportiergreep te
drukken.
Wanneer de motor is uitgeschakeld
en het portier niet wordt vergrendeld,
wordt het HUD na ongeveer 5
minuten automatisch gesloten.
Kenmerken van uw auto•
Plaats geen objecten op het
HUD. Bevestig ook geen
stickers o.i.d. op de lens,
anders kan de zichtbaarheid
van het beeld worden
gehinderd.
•Voorkom dat er felle
lichtstralen op de lens vallen.
Anders kunnen de lens en de
inwendige onderdelen
beschadigd raken.
•Plaats geen objecten op, in of
in de buurt van het display,
ongeacht of het HUD is
geopend of gesloten. Bevestig
ook geen objecten aan
onderdelen van het systeem ensteek ook niets in het systeem.
•Reinig het HUD met een zachte
doek. Gebruik geen organische
oplosmiddelen, bijtende
middelen of een poetsdoek.
•Zet voor uw veiligheid de auto
stil voordat u de instellingenwijzigt.
•Wanneer u het HUD opent of
sluit, is er mogelijk een geluid
hoorbaar van de elektromotorof het apparaat.
•Wanneer u de hoogte van het
beeld van het HUD afstelt, is
er mogelijk een geluid
hoorbaar van de elektromotorof het apparaat.
* HUD staat voor head-up display.
OPMERKING
OOS047080

3-96
Kenmerken van uw auto
Verlichting buitenzijde
Bediening verlichting
Draai, om de verlichting te bedienen,
de knop op het uiteinde van de
combischakelaar naar een van de
volgende standen: (1) Stand UIT
(2) Stand automatische verlichting(indien van toepassing)
(3) Stand parkeerlicht(4) Stand dimlicht
Stand automatische verlichting
(indien van toepassing)
Als de lichtschakelaar in stand AUTO
staat, worden de parkeerlichten en
koplampen automatisch in- of
uitgeschakeld, afhankelijk van hoe
donker het buiten is.
Ook wanneer de stand AUTO is
ingeschakeld, is het raadzaam om
de verlichting handmatig in te
schakelen wanneer u 's nachts of in
de mist rijdt of wanneer u een
donkere omgeving, zoals tunnels en
parkeergarages, inrijdt. • Dek de sensor (1) op het
dashboard niet af en mors erook niets op.
• Reinig de sensor niet met een ruitenreiniger. Deze laat een
dunne laag achter op de sensor,
waardoor deze niet meer goedwerkt.
• Als de voorruit van uw auto getint glas heeft of is voorzien
van een coating, functioneert
de automatische verlichting
mogelijk niet goed.
AANWIJZING
VERLICHTING
OPDE046065
OOS047050L