Page 2 of 540
F2Er mogen geen aanpassingen aan uw HYUNDAI worden gedaan. Aanpassingen kunnen de
prestaties, veiligheid of levensduur van uw HYUNDAI in negatieve zin beïnvloeden en
kunnen daarnaast in strijd zijn met de bepalingen van de beperkte garantie. Bepaalde
aanpassingen kunnen tevens in strijd zijn met de regelgeving van het betreffende ministerie
en andere overheidsinstanties in uw land.
Uw auto is voorzien van elektronisch geregelde brandstofinspuiting en andere elektronische
componenten. Als een tweewegradio of mobiele telefoon niet op de juiste wijze wordt
ingebouwd/ aangepast, heeft dat mogelijk een nadelige invloed op elektronische systemen.
We raden u daarom aan de instructies van de fabrikant van de radio nauwkeurig te volgen of
uw HYUNDAI
-dealer te raadplegen over voorzorgsmaatregelen of speciale instructies met
betrekking tot het inbouwen van dergelijke apparatuur.
WAARSCHUWING: AANPASSINGEN AAN UW HYUNDAI
INBOUWEN VAN EEN TWEEWEGRADIO OF EEN MOBIELE TELEFOON
Page 90 of 540

3-6
Kenmerken van uw auto
Mechanische sleutel
Als de afstandsbediening niet
normaal werkt, kunt u de portierenmet de mechanische sleutel
vergrendelen of ontgrendelen.Druk de ontgrendelknop in om de
sleutel open te klappen. De sleutelklapt dan automatisch open. Houd om de sleutel in te klappen de
ontgrendelknop ingedrukt en klap desleutel handmatig in. Klap de sleutel niet in zonder de
ontgrendelknop ingedrukt te
houden. Hierdoor kan de sleutel
beschadigd raken.
Voorzorgsmaatregelen met
betrekking tot de afstandsbediening
In de volgende gevallen werkt deafstandsbediening niet :
• Als de sleutel in het contactslot is gestoken.
• Als u zich buiten het bereik bevindt (ongeveer 30 m).
• Als de batterij van de afstandsbediening bijna leeg is.
• Als het signaal wordt geblokkeerd door andere auto's of objecten.
• Als de buitentemperatuur extreem laag is.
• Als de afstandsbediening zich bevindt in de buurt van een zender
(bijvoorbeeld van een radiozender
of een luchthaven), waardoor de
normale werking van de
afstandsbediening verstoord kan
worden.
AANWIJZING
■Type A ■Type B
OED036001A/OFD047002-A
■ Type C
OPDE046003
Page 95 of 540

3-11
Kenmerken van uw auto
3
Mechanische sleutel
Als de Smart Key niet normaal werkt,
kunt u de portieren met de
mechanische sleutel vergrendelen of
ontgrendelen.
Beweeg de ontgrendelknop in de
richting van de pijl (1) en verwijder
vervolgens de mechanische sleutel
(2). Steek de mechanische sleutel in
het portierslot.
Druk de sleutel in de opening tot een klik hoorbaar is om de mechanische
sleutel weer te plaatsen.
Verlies van een Smart Key
Er kunnen per auto maximaal twee
Smart Keys worden geregistreerd.
Als u een Smart Key verliest,
adviseren we u de auto en deresterende sleutel onmiddellijk naar
een officiële HYUNDAI-dealer te
brengen of, indien nodig, de auto te
laten wegslepen.
Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de Smart Key
In de volgende gevallen werkt de
Smart Key niet :
• De Smart Key bevindt zich in de buurt van een zender (bijvoorbeeld
van een radiozender of een
luchthaven), waardoor de normale
werking van de afstandsbediening
verstoord kan worden.
• De Smart Key bevindt zich dicht bij een zend- en ontvangstinstallatie
of een mobiele telefoon.
• Dicht bij uw auto wordt de Smart Key van een andere auto gebruikt.
Vergrendel en ontgrendel de
portieren met de mechanische
sleutel wanneer de Smart Key niet
goed werkt. Als u een probleem hebt
met de Smart Key, adviseren we ucontact op te nemen met een
officiële HYUNDAI-dealer.
OPD046045
Page 235 of 540

3-151
Kenmerken van uw auto
3
12V-aansluiting
(indien van toepassing)
De 12 V-aansluiting is ontworpen
om mobiele telefoons en andere
apparaten die in de auto gebruikt
kunnen worden, op te laden. Deze
apparaten mogen niet meer dan
180 W afnemen als de motor draait.
Om beschadiging van de 12V-
aansluitingen te voorkomen:
• Gebruik de 12 V-aansluitingalleen als de motor draait en
verwijder de plug van het
apparaat na gebruik uit de
aansluiting. Het gebruik van de
12 V-aansluiting gedurende
langere tijd als de motor niet
draait, kan ertoe leiden dat deaccu te ver ontladen raakt.
• Gebruik ze alleen voor het aansluiten van elektrische
apparatuur die werkt op 12 V en
die een elektrisch vermogen
heeft van minder dan 180 W.
• Zet de airconditioning of de verwarming in de laagste stand
als de 12 V-aansluiting gebruikt
wordt. • Plaats het afdekkapje op de
aansluiting wanneer deze niet
wordt gebruikt.
• Sommige elektronische apparaten die op de 12
Vaansluiting worden
aangesloten, kunnen storingen
veroorzaken. De problemen
kunnen variëren van een slechte
radio-ontvangst tot storingen in
de elektronische systemen enapparaten in de auto.
• Steek de stekker zo ver mogelijk in de aansluiting. Als de stekker
geen goed contact maakt, kan
deze oververhit raken of kan de
zekering defect raken.
• Sluit elektrische/elektronische apparatuur met een accu alleen
aan als deze zijn voorzien van
een tegenstroombeveiliging.
Anders kan de stroom van de
accu terugstromen naar het
elektrische/ elektronische
systeem van de auto en
storingen veroorzaken.
AANWIJZING
OOS047063 Voorkom dat u een elektrische
schok krijgt. Steek geen vingers
of vreemde voorwerpen (pen
enz.) in een 12V-aansluiting enraak de aansluiting niet aan metnatte handen.
WAARSCHUWING
Page 242 of 540

Multimediasysteem
4
Multimediasysteem ................................................4-2AUX-, USB- en iPod ®
-aansluiting ...............................4-2
Antenne ...............................................................................4-2
Audiobediening op stuurwiel ..........................................4-3Bluetooth ®
Wireless Technology handsfree..............4-4
Audio/Video/Navigatiesysteem (AVN) .........................4-4
Uitleg werking autoradio .................................................4-5
Audio (Zonder Touchscreen) ...............................4-8 Kenmerken van uw audiosysteem ................................4-9
Radio...................................................................................4-15
Media..................................................................................4-17
Telefoon ...........................................................................4-26
Instellingen ........................................................................4-35
Declaration of Conformity ..................................4-37 CE for EU ..........................................................................4-37
Page 244 of 540

• Verwijder de antenne door dezelinksom te draaien voordat u een
lage ruimte of wasstraat
binnenrijdt. Wanneer u dit niet
doet, kan de antenne
beschadigd raken.
• Bij het terugplaatsen van de antenne is het voor een goede
ontvangst van belang dat de
antenne goed wordt vastgedraaid
en dat de antenne rechtop staat.
• Reinig de binnenzijde van de achterruit niet met een agressief
reinigingsmiddel of een hard
voorwerp. Anders kan de
antenne beschadigd raken.
• Breng geen metaalhoudende (nikkel, cadmium, enz.) coatings
aan op de achterruit. Dezekunnen de AM- en FM-radio-
ontvangst verstoren.
Audiobediening op stuurwiel
(indien van toepassing)
Voor uw gemak is het stuurwiel
voorzien van toetsen voor de
bediening van het audiosysteem. Bedien de verschillende toetsen
van het audiosysteem niet
gelijktijdig.
VOLUME (VOL + / - ) (1)
• Druk de VOLUME-schakelaar naar
boven om het volume te verhogen.
• Druk de VOLUME-schakelaar naar beneden om het volume te
verlagen.
SEEK/PRESET ( / ) (2)
Als de schakelaar SEEK/PRESETgedurende 0,8 seconden of langer
naar boven of beneden wordt
gedrukt, werkt hij in de volgendemodi.
Radiomodus
Werkt als schakelaar AUTO SEEK.
Er zal worden gezocht totdat u de
schakelaar loslaat.
Mediamodus
Werkt als schakelaar FF/REW.
AANWIJZING
AANWIJZING
AANWIJZING
4-3
Multimediasysteem
4
OOS047072
OOS047073
■Type A
■Type B
Page 245 of 540

Als de schakelaar SEEK/PRESET
naar boven of beneden wordt
gedrukt, werkt hij in de volgendemodi.
Radiomodus
Werkt als schakelaar UP/DOWN
voor PRESET STATION.
Mediamodus
Werkt als schakelaar TRACK
UP/DOWN.
MODE ( ) (3)
Druk op de toets MODE om radio,
disc of AUX te selecteren.
MUTE ( ) (4)
• Druk op de toets om het geluid tedempen.
• Druk nogmaals op de toets om het geluid in te schakelen.
Informatie
Meer informatie over de
bedieningstoetsen van het
audiosysteem vindt u op de volgende
bladzijden in dit hoofdstuk.
Bluetooth ®
Wireless
Technology handsfree
U kunt de telefoon draadloos
gebruiken dankzij Bluetooth ®
Wireless Technology. (1) Toets bellen/beantwoorden
(2) Toets gesprek beëindigen
(3) Microfoon
• Audio: Zie voor meer informatie
AUDIO in dit hoofdstuk.
• AVN: Meer informatie over
Bluetooth®Wireless Technology
handsfree vindt u in het afzonderlijk
geleverde instructieboekje.
Audio/Video/Navigatiesysteem
(AVN) (indien van toepassing)
Gedetailleerde informatie over het
AVN-systeem vindt u in een
afzonderlijk geleverd instructieboekje.
i
4-4
Multimediasysteem
OOS047075
OOS047076
Page 246 of 540

Uitleg werking autoradio
FM-ontvangst
AM- en FM-radiozenders worden
door zendmasten overal in het land
uitgezonden. Ze worden door de
antenne van uw auto ontvangen. Het
signaal wordt vervolgens ontvangen
door de radio en doorgestuurd naar
de luidsprekers in uw auto.Als een krachtig radiosignaal uw
auto bereikt, zorgt de moderne
techniek van uw audiosysteem voor
een hoge kwaliteit van de
geluidsweergave. In sommige
gevallen is het door uw auto
ontvangen signaal echter niet
krachtig en helder.
Dit kan worden veroorzaakt door
bijvoorbeeld de afstand tot de
radiozender, andere krachtige
zenders in de nabijheid of de
aanwezigheid van gebouwen,
bruggen of andere grote obstakels in
het desbetreffende gebied.
AM-(MW-, LW-) ontvangst
AM-radiozenders kunnen over een
grotere afstand worden ontvangen
dan FM-radiozenders.
Dit komt doordat AM-radiogolven
met een lage frequentie worden
uitgezonden. Deze lange golven met
een lage frequentie volgen het
aardoppervlak en verplaatsen zich
niet recht naar buiten, de atmosfeer
in. Bovendien ontwijken ze obstakels,
zodat een betere signaaldekking het
gevolg is.
OJF045309L
OJF045308L
4-5
Multimediasysteem
4