
Aanwijzingen
››› afb . 250 zodat de banden gelijkmatig slij-
t en. Daar
door krijgen de banden ongeveer
dezelfde levensduur.
SEAT raadt aan om de wielen door een gespe-
cialiseerde werkplaats te laten vervangen.
Banden die ouder zijn dan 6 jaar
Banden verouderen door fysische en chemi-
sche processen, wat hun werking kan beïn-
vloeden. Banden die gedurende langere tijd
worden opgeslagen en niet gebruikt, worden
sneller hard en kwetsbaar dan banden waar
constant mee wordt gereden.
SEAT adviseert de banden door nieuwe te
vervangen wanneer ze ouder zijn dan zes
jaar. Dit geldt ook voor banden die er van de
buitenkant perfect lijken uit te zien en waar-
van het profiel de door wet vastgestelde mi-
nimale waarde nog niet bereikt heeft ››› .
D e l
eef
tijd van de band kan worden gecontro-
leerd aan de hand van de productiedatum
die deel uitmaakt van de identificatiecode
van de band (TIN) ››› pag. 307.
Banden opslaan
Banden markeren voordat u ze verwijderd. Ze
moeten namelijk dezelfde looprichting heb-
ben als ze weer worden gemonteerd (links,
rechts, voor, achter). Verwijderde banden
resp. wielen koel, droog en zo donker moge-
lijk bewaren. Banden die op de velg zijn ge-
monteerd niet rechtop zetten. Banden zonder velgen tegen vuil bescher-
men door ze in g
eschikte zakken op te slaan
en ze met het loopvlak op de grond te laten
rusten. ATTENTIE
Agressieve stoffen en vloeistoffen kunnen
zic ht
bare en onzichtbare beschadigingen aan
de banden veroorzaken met het daaraan ver-
bonden risico van klapbanden.
● Voorkom in alle gevallen dat de banden in
contact
komen met chemische producten,
olie, vet, brandstof, remvloeistof en andere
agressieve stoffen. ATTENTIE
Oude banden kunnen, hoewel ze nog niet ge-
bruikt z
ijn, tijdens het rijden lucht verliezen
of onverwachts klappen en derhalve ongeval-
len en ernstige schade en/of letsel veroorza-
ken.
● Als de banden ouder zijn dan 6 jaar, ge-
bruik z
e dan uitsluitend in noodgevallen en
wees extra voorzichtig bij het rijden. Milieu-aanwijzing
Oude banden moeten altijd op professionele
wijz e en o
vereenkomstig de milieuvoorschrif-
ten worden opgeslagen en afgevoerd. Velgen
Velgen en wielbouten zijn constructief op elk-
aar afg
e
stemd. Bij elke aanpassing aan an-
dere velgen de erbij behorende wielbouten
met de juiste lengte en vorm gebruiken. De
bevestiging van de wielen en de werking van
het remsysteem hangen daarvan af ››› pag.
85.
Om technische redenen kunt u normaal ge-
sproken de velgen van andere wagens niet
gebruiken. In bepaalde gevallen geldt dit
zelfs voor velgen van hetzelfde model.
De door SEAT vrijgegeven banden en velgen
zijn exact op het bijbehorende wagenmodel
afgestemd en leveren daarmee een bijdrage
van doorslaggevend belang voor een stabie-
lere wegligging en veiligere dynamische ei-
genschappen.
Wielbouten
Wielbouten met het juiste aanhaalmoment
aantrekken ›››
pag. 85.
Velgen met geschroefde velgring
Velgen met geschroefde velgring bestaan uit
verscheidene onderdelen. Deze onderdelen
zijn onderling verbonden met speciale
schroeven en bouten en middels een specia-
le procedure. Hierdoor kan de goede werk-
ing, hermetische afdichting, veiligheid en
302

Wielen en banden
concentriciteit van het wiel worden gegaran-
deer d. B
e
schadigde velgen dienen hierom
ook vervangen te worden en mogen uitslui-
tend door een gespecialiseerde werkplaats
worden gerepareerd. SEAT raadt u aan om
een Technische Dienst te raadplegen ››› .
V el
g
en met vastgeschroefde wieldoppen
De velgen kunnen voorzien zijn van verwis-
selbare wieldoppen die met zelfborgende
bouten op de velg gemonteerd zijn. Laat het
vervangen van beschadigde wieldoppen al-
leen door een gespecialiseerde werkplaats
uitvoeren. SEAT raadt u aan om een Techni-
sche Dienst te raadplegen ››› .
ATTENTIE
Het gebruik van verkeerde of beschadigde
vel g
en kan de veiligheid tijdens het rijden na-
delig beïnvloeden en ongevallen met ernstige
gevolgen veroorzaken.
● Gebruik uitsluitend voor de wagen goedge-
keurde
velgen.
● Controleer regelmatig of de velgen bescha-
digd zijn en
vervang ze in dat geval. ATTENTIE
Als de schroefverbindingen van velgen met
ge s
chroefde velgring verkeerd los- of aange-
draaid worden, kan dit tot ongevallen met
ernstige gevolgen leiden. ●
De s c
hroefverbindingen van velgen met ge-
schroefde velgring nooit losdraaien.
● Besteed alle werkzaamheden die op de ge-
schr
oefde velgring betrekking hebben, uit
aan een gespecialiseerde werkplaats. SEAT
raadt u aan de Technische Dienst te raadple-
gen. Let op
in een Servicecentrum van SEAT moet geke-
k en w or
den of velgen en banden met een an-
dere afmeting dan de oorspronkelijke plaat-
sing bij SEAT gemonteerd kunnen worden, en
welke combinaties zijn toegestaan tussen de
vooras (as 1) en achteras (as 2). Velgen vervangen en nieuwe banden
Nieuwe banden
● Met nieuwe banden dient u de eerste 500
km (310 mijl) e xtr
a
voorzichtig te rijden, om-
dat de banden eerst moeten worden ingere-
den. Niet ingereden banden hebben slechte-
re grip- ››› en remeigenschappen
››
›
.
● Op alle vier de wielen radiaalbanden van
hetz elf
de type, dez
elfde grootte (afrolomtrek)
en met hetzelfde profiel gebruiken.
● Op basis van constructiekenmerken en pro-
fielvormen kan de pr
ofieldiepte van nieuwe
banden afhankelijk van de uitvoering en de
fabrikant verschillend uitvallen. Banden vervangen
●
Indien mogelijk, niet slechts een van de
wielen per a
s vervangen maar ten minste bei-
de (beide wielen van de vooras of beide wie-
len van de achteras) ››› .
● De oude wielen uitsluitend door wielen ver-
v an
g
en die door SEAT vrijgegeven zijn voor
dit betreffende wagenmodel waarbij maat,
diameter, maximaal toelaatbaar draagvermo-
gen en snelheid in acht zijn genomen.
● Zorg bij het wisselen van de banden ervoor
dat de nieu
we banden uitgerust zijn met een
noodloopsysteem (Conti-Seal/Run flat). An-
ders wordt er aangeraden een bandenaf-
dichtkit in de wagen te hebben.
● Gebruik nooit banden met maten die de
door de door SEA
T autoriseerde maten over-
treffen. Als de banden een grotere maat heb-
ben, kunnen deze door wrijving beschadigd
raken en tegen de carrosserie en andere de-
len slaan. ATTENTIE
Nieuwe banden moet u inrijden. In het begin
hebben z
e nog niet de optimale grip en het
optimale remvermogen.
● Om ongevallen en ernstige schade en letsel
te v
oorkomen dient u de eerste 500 km (310
mijl) extra voorzichtig te rijden. » 303
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

Aanwijzingen
banden afhankelijk van de uitvoering en de
f abrik
ant
verschillend uitvallen.
Slijtagemerktekens op de band
Op de bodem van de profielgroeven zitten
dwars op de rijrichting 1,6 mm (1/16 inch)
hoge slijtagemerktekens ››› afb. 252. Er zitten
meerdere merktekens verdeeld over gelijke
afstanden op het loopvlak. Enkele markerin-
gen op de flanken van de band (bijvoorbeeld
de letters "TWI" of andere symbolen) geven
aan waar de slijtagemerktekens zich bevin-
den.
Slijtagemerktekens dienen om de slijtage
van de banden te controleren. De banden
moeten uiterlijk worden vervangen wanneer
het profiel zo ver gesleten is dat het gelijk
met het merkteken ligt. ATTENTIE
Sterk gesleten banden zijn een risico voor de
vei ligheid en k
unnen ertoe leiden dat men de
macht over het stuur verliest met alle ernsti-
ge gevolgen van dien.
● De banden moeten uiterlijk worden vervan-
gen wanneer de s
lijtagemerktekens gelijk
met het profiel komen te liggen.
● Sterk gesleten banden verliezen groten-
deels hu
n grip, met name op een nat wegdek,
en men loopt het gevaar dat de wagen "zijn
grip verliest" (aquaplaning). ●
Sterk g
esleten banden verminderen de mo-
gelijkheden om de wagen onder controle te
houden in normale of moeilijke omstandighe-
den, verlengen de remweg en verhogen de
kans op slippen. Beschadiging van de banden
Vaak zijn beschadigingen van de velgen en
banden niet
op het
eerste gezicht te zien. On-
gebruikelijke trillingen of neiging naar één
kant te trekken , kunnen op schade aan de
banden wijzen ››› .
● Verminder onmiddellijk uw snelheid als u
v ermoedt
d
at een van de wielen beschadigd
kan zijn.
● Controleer de banden of velgen op bescha-
digingen.
● A
ls de banden beschadigd zijn, rijd dan
niet v
erder maar roep de hulp in van een vak-
man.
● Als er aan de buitenkant geen beschadigin-
gen waar t
e nemen zijn, rijd dan langzaam en
voorzichtig naar de dichtstbijzijnde gespecia-
liseerde werkplaats om de wagen na te laten
kijken. Doorgedrongen vreemde voorwerpen in de
band
●
Ver
wijder geen vreemde voorwerpen uit de
band als
die helemaal tot binnenin de band
zijn doorgedrongen!
● Als er een bandenafdichtkit in de wagen
aanwez
ig is, dicht indien nodig het bescha-
digde wiel af zoals in het hoofdstuk beschre-
ven ››› pag. 86. Rijd naar een gespecialiseer-
de werkplaats om de band te laten repareren
of vervangen. SEAT raadt u aan om daarvoor
een SEAT-dealer te raadplegen.
Het rubber aan de binnenkant van het loop-
vlak van de band omhult het binnengedron-
gen vreemde voorwerp en dicht de band tij-
delijk af.
Slijtage van de banden
De slijtage van banden hangt van verschillen-
de factoren af zoals bijvoorbeeld:
● Rijstijl.
● Onbalans van de wielen.
● Afstellingen van het onderstel.
Rijstijl: door h
ard door bochten te rijden, snel
te accelereren en bruusk te remmen zullen de
banden sneller slijten. Als bij een normale
rijstijl de banden toch snel slijten dient u de
afstelling van het onderstel in een gespeciali-
seerde werkplaats te laten controleren.
306

Wielen en banden
Excentriciteit van de wielen : de wiel
en van
een nieuwe wagen zijn uitgebalanceerd. Di-
verse omstandigheden tijdens het gebruik
veroorzaken echter onbalans (excentriciteit)
die merkbaar is door trillingen in het stuur.
De excentriciteit brengt een slijtage van de
stuurinrichting en de ophanging met zich
mee. Daarom dienen in dat geval de wielen
opnieuw te worden uitgebalanceerd. Na het
monteren van een nieuw wiel moet dit ook
weer uitgebalanceerd worden.
Afstellingen van het onderstel : een slecht af-
gesteld onderstel verhoogt de slijtage van de
banden en beïnvloedt de veiligheid tijdens
het rijden. Als de banden aan sterke slijtage
onderhevig zijn, raadpleeg een gespeciali-
seerde werkplaats om de uitlijning van de
wielen te laten controleren. ATTENTIE
Ongebruikelijke trillingen resp. neiging van
de wag en onder het
rijden naar één kant te
trekken kunnen op schade aan de banden wij-
zen.
● In dat geval onmiddellijk snelheid minde-
ren en de wag
en stoppen met inachtneming
van de verkeersregels.
● Controleer de banden of velgen op bescha-
digingen.
● Rijd nooit
door met beschadigde velgen of
banden. Roep in p
laats daarvan onmiddellijk
de hulp van vakmensen in. ●
Als
er aan de buitenkant geen beschadigin-
gen waar te nemen zijn, rijd dan langzaam en
voorzichtig naar de dichtstbijzijnde gespecia-
liseerde werkplaats om de wagen na te laten
kijken. Aanduiding van het bandtype
Afb. 253
Universele aanduiding op de ban-
den. Radiaalband
Di
amet
er
code van velg
Belastingindex en snelheidscode
DOT-identificatienummer
Modder- en sneeuwomstandigheden
1 2
3
4
5 Samenstelling van structuur en gebruikte
m
at
eri
alen
Maximumbelasting
Loopvlakslijtage, aandrijving en tempera-
tuur
Maximum toelaatbare druk
Personenwagen
Nominale breedte in millimeter
Aspectverhouding
Aanduiding van het bandtype (voorbeeld): Bete-
kenis
Merk, logoFabrikant
Naam van het
productEigen benaming van de bandenfabri-
kant.
P215 / 55
R 16Maataanduiding:
PAanduiding voor perso-
nenwagens.
215Breedte van de band tus-
sen de flanken, in mm.
55Hoogte-breedteverhou-
ding, in %.
RBandtype (de letter staat
voor "radiaal").
16Diameter van de velgen, in
inches.
91 VBelastingsindex ››› pag. 309 en snel-
heidssymbool ››› pag. 309.» 6
7
8
9
10
11
12
307
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

Technische gegevens
● Toel
aat
baar totaalgewicht
● Toelaatbaar totaalgewicht van het trekken-
de voer
tuig met de aanhangwagen
● Toelaatbare voorasbelasting
● Toelaatbare achterasbelasting
Brandstofverbruik Het goedgekeurde brandstofverbruik is afge-
leid uit
metin
gen uitgevoerd door of onder
toezicht van keuringsinstanties die zijn ge-
certificeerd door de EG conform de geldende
voorschriften op elk moment (voor gedetail-
leerde informatie raadpleegt u het bureau
verantwoordelijk voor publicaties van de Eu-
ropese Unie op EUR-Lex: © Europese Unie,
http://eur-lex.europa.eu/) en geldt voor de
aangegeven wagenkenmerken.
Het brandstofverbruik en de CO 2-uitstoot
kunnen worden geraadpleegd in de docu-
mentatie die wordt overhandigd aan de ko-
per van de wagen op het moment van aan-
schaf.
Het brandstofverbruik en de CO 2-uitstoot
hangen af van de uitrusting/accessoires van
elk individueel voertuig alsook van de rijstijl,
de wegomstandigheden, de verkeerssituatie,
de omgevingscondities, de lading en het
aantal passagiers. Let op
In de praktijk kunt u, t.g.v. alle zojuist ge-
noemde fact or
en, verbruikswaarden verkrij-
gen die afwijken van de berekende waarden
aan de hand van de geldende Europese richt-
lijnen. Gewichten
De waarde voor het leeggewicht geldt voor
het b
a
sismodel met 90% gevulde brandstof-
tank zonder optionele uitrusting. In de aan-
gegeven waarde zijn 75 kg opgenomen voor
de bestuurder.
Bij speciale modellen en meeruitvoering of
door het naderhand monteren van accessoi-
res kan het leeggewicht toenemen ››› .
ATTENTIE
● Let er
op dat bij het vervoer van zware voor-
werpen de rij-eigenschappen door verplaat-
sing van het zwaartepunt wijzigen - gevaar
voor ongelukken! Pas uw rijstijl en de snel-
heid steeds aan de omstandigheden aan.
● Overschrijd nooit de toelaatbare asbelas-
tingen en het
toelaatbare totaalgewicht.
Wanneer de toelaatbare gewichten overschre-
den worden, veranderen de rij-eigenschappen
van de wagen waardoor mogelijk ongevallen,
lichamelijk letsel en wagenschade veroor-
zaakt kunnen worden. Rijden met aanhangwagen
Aanh an
g
wagengewichten Aanhangwagengewichten
De door on
s
vrijgegeven aanhangwagenge-
wichten en kogeldrukken zijn in het kader
van intensieve tests bepaald volgens exact
vastgelegde criteria. De goedgekeurde ge-
wichten van aanhangwagens gelden voor wa-
gens in de EU en altijd tot een maximale
snelheid van 80 km/u (50 mph) (in uitzon-
derlijke gevallen zelfs tot 100 km/u (62
mph)). Bij wagens voor andere landen kun-
nen deze waarden afwijken. U moet altijd uit-
gaan van de gegevens op het kentekenbe-
wijs ››› .
K og
el
druk
De maximaal toelaatbare kogeldruk mag niet
hoger zijn dan 100 kg.
In het belang van de rijveiligheid adviseren
wij tijdens het rijden de maximaal toelaatba-
re kogeldruk te benutten. Een te geringe ko-
geldruk heeft een negatieve invloed op het
rijgedrag van de wagen met aanhangwagen.
Als de maximaal toelaatbare kogeldruk niet
kan worden gehaald (bijv. bij kleine, lege en
lichte eenassige aanhangwagens resp. tan-
demaanhangwagens met een asafstand klei-
ner dan 1,0 m), is ten minste 4% van het
312

Technische kenmerken
daadwerkelijke aanhangwagengewicht als
k og
el
druk wettelijk voorgeschreven. ATTENTIE
● Om v ei
ligheidsredenen is het niet aanbevo-
len 80 km/u te overschrijden. Dit geldt ook
voor landen waarin het toegestaan is met een
hogere snelheid te rijden.
● Overschrijd nooit het toelaatbare aanhang-
wagen
gewicht en de toelaatbare kogeldruk.
Wanneer de toelaatbare gewichten overschre-
den worden, veranderen de rij-eigenschappen
van de wagen waardoor mogelijk ongevallen,
lichamelijk letsel en wagenschade veroor-
zaakt worden. Wielen
B anden
s
panning, sneeuwkettingen,
wielbouten Bandenspanning
D
e s
tic
ker met bandenspanningswaarden
vindt u aan de binnenzijde van de tankklep.
De daar aangegeven waarden voor de ban-
denspanning gelden voor koude banden. De
verhoogde bandenspanning bij warme ban-
den niet verlagen. ››› De spanning van de winterbanden is zoals
die
v
an de
zomerbanden plus 0,2 bar
(2,9 psi / 20 kPa). Sneeuwkettingen
Sneeuwkettin
gen mogen alleen om de voor-
wielen worden gelegd.
Raadpleeg het hoofdstuk "wielen" van dit in-
structieboekje.
Wielbouten
Na het verwisselen van een wiel moet u het
aanhaalmoment van de wielbouten zo snel
mogelijk laten controleren met een moments-
leutel ››› . Het aanhaalmoment bij stalen en
lic htmet
al
en velgen bedraagt 140 Nm. ATTENTIE
● Ten min s
te eenmaal per maand de banden-
spanning controleren. De juiste waarden voor
de bandenspanning zijn van groot belang. Als
de bandenspanning te laag of te hoog is, be-
staat vooral bij hoge snelheden het gevaar
voor ongevallen!
● Wanneer de wielbouten met een te klein
aanhaalmoment
zijn gemonteerd, kunnen de
wielen tijdens het rijden losraken - gevaar
voor ongevallen! Door een te groot aanhaal-
moment kan de wielbout resp. de schroef-
draad worden beschadigd. Let op
Wij adviseren u om u in de werkplaats van
een officiël e de
aler te laten informeren over
de afmetingen van de velgen, banden en
sneeuwkettingen. 313
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

Trefwoordenlijst
Bandenreparatieset zie
B
andenafdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 304, 313
Bandenspanningscontrolesysteem . . . . . . . . . . 243
Bandenspanningscontrolesystemen bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 304
controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 244
Bandenspanningsindicator . . . . . . . . . . . . . . . . . 245
BAS zie Remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
Batterij vervangen in de autosleutel . . . . . . . . . . . . . . 114
Bedieningselementen op het stuur Bediening van het audio- en telefoonsysteem 109
Bedieningselementen op het stuurwiel . . . . . . . 109
Bekerhouder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175 middenconsole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
Bekleding van de zitplaatsen natuurlederen bekleding schoonmaken enverzorgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
Bekleding van de zittingen kunstleer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
Bekleding: reinigen textielbekledingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Bekleding: schoonmaken kussens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
stoffen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
Beladen aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
railsysteem met bevestigingselementen . . . . 164
scheidingsnet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
Benzine additieven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 279
brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 279
Bescherming tegen de zon . . . . . . . . . . . . . . . . . 139
Bescherming van bodemplaat . . . . . . . . . . . . . . . 56 Besturing
elektromec hanisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
stuurbekrachtiging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
stuurkolom vergrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
Bestuurdersruimte overzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101
Bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163
Beweegbare trekhaak van stang met kogelkop fietsenrek inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249
Binnenaanzicht stuur links . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Binnenspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142 dimbaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
Binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Biodiesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
Blikjeshouders achter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
Bochtenlicht dynamisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
statisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83 rijden met brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39, 279 besparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 279
Brandstofmeter benzine . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
Brandstofverbruik waarom stijgt het brandstofverbruik? . . . . . . . 209
Brillenhouder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
BSD zie Dodehoekhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
Buitenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5, 6 Buitenland
lang er verblijf met wagen . . . . . . . . . . . . . . . . 275
verkoop van wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
Buitenspiegels buiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
buitenspiegels inklappen . . . . . . . . . . . . . . . . 145
de werking controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
elektrisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
rijden met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . 248
verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
verzorging van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . 266
Buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
C Capaciteiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
Cd-wisselaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 169, 174
Centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115 alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
na activering van airbag . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
noodslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
portieren afzonderlijk openen . . . . . . . . . . . . . 116
sleutel met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . 117
Cetaangetal (dieselbrandstof) . . . . . . . . . . . . . . . 280
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36, 180
Code . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45, 84
Comfortfuncties Herprogrammeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
Comfortfunctie van de knipperlichten . . . . . . . . 134
Comfortopenen ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 130
Comfortsluiten ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 130
Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
323

Trefwoordenlijst
E
E10 zie
E
thanol (brandstof) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 279
EDS Zie "Remhulpsystemen" . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
zie ook Elektronisch sperdifferentieel . . . . . . . 211
Een wiel verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45 afsluitende werkzaamheden . . . . . . . . . . . . . . . 50
EHBO-doos opslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
Eigenschappen van de olie . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Elektrische apparaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
Elektrische ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 zie Ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129
Elektrische schuifdeur openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
Elektrische schuifdeuren sluitkrachtbegrenzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
Elektrisch kinderslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
Elektronisch beheer van het aandrijfkoppel (XDS) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
Elektronische stabiliseringscontrole (ESC) . . . . . 211
Elektronische wegrijblokkering . . . . . . . . . . . . . . 194
Elektronisch sperdifferentieel . . . . . . . . . . . . . . . 211
Emissiewaarden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
ESC elektronische stabiliseringscontrole . . . . . . . . 211
Ethanol (brandstof) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 279
Event Data Recorder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
Extra verwarming automatisch uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . 278
Zie Interieurvoorverwarming . . . . . . . . . . . . . . 184
F Fietsenrek Boven stang met kogelkop inbouwen . . . . . . . 249
Maximum belasting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249 Flessenhouder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175
Frontal
e botsingen en natuurkundige wetten . . . 63
Functiecontrole trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
Functies van de stoelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149 massage van lendensteun . . . . . . . . . . . . . . . . 150
rugleuning van de bijrijdersstoel naar vorenklappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
G
Geanodiseerde oppervlakken . . . . . . . . . . . . . . . 268
Gebruikersinformatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
Gegevensopslag tijdens rijden . . . . . . . . . . . . . . 260
Gegevensregister . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
Geheugenmodule voor opslaan van ongevalge- gevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
Geïntegreerd kinderzitje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80 gordelverloop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
uitbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 82
Geluiden banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
interieurvoorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
motor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
parkeerrem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Geluidssignaal veiligheidsgordel niet omgegespt . . . . . . . . . . 62
Geluidssignalen controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . . 32
Generator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
Gevarendriehoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83, 137
Gewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 312
Gewicht van wagen/aanhangwagen . . . . . . . . . 255
Glas ijs verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 266
Gordelhoogteverstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67 Gordelspanner . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16, 68
onderhoud en ver wijdering . . . . . . . . . . . . . . . . 68
GRA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 229 zie snelheidsregelsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Greep van het binnenslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101
Grootlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
Gsm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
H
Haken voor tassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166
Handrem zie Parkeerrem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
Hefbrug . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 263
Het contact in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . 23
Hoofdsteun regelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15, 147
Hoofdsteunen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148 in- en uitbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
regelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15, 147
Hoofdsteunen regelen hoofdsteunen achterin . . . . . . . . . . . . . . . 15, 147
Hulp bij het starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52
Hulplading aanhangwagen beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
Hulpoproep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 112
Hulpsystemen aandrijfslipregeling bij het accelereren(ASR) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212, 214
achteruitrijcamera . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 225
antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
auto Hold . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 215
Bandenspanningscontrolesysteem . . . . . . . . . 243
bandenspanningsindicator . . . . . . . . . . . . . . . 245
bochtenlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Differentieel elektronisch vergrendelen (EDS) 213
dodehoekhulp (BSD) met uitparkeerhulp (RTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
325