
415
Kenmerken van uw auto
Ontgrendelen van de achterklep
1. Zorg ervoor dat u de Smart Key bij uheeft.
2. Druk de schakelaar op de handgreep van de achterklep in.
3. De achterklep zal worden ontgrendeld.
✽AANWIJZING
• Als de achterklep eenmaal geopend en gesloten wordt, zal hij automatisch
vergrendeld worden.
• De toets werkt alleen als de Smart Key zich binnen een afstand van 0,7 m van
de handgreep op de achterklep
bevindt.
Voorzorgsmaatregelen voor de
Smart Key
✽AANWIJZING
• Als u de Smart Key verliest, kunt u de motor niet starten. Voor het indien
nodig wegslepen van uw auto
adviseren we u contact op te nemen
met een officiële HYUNDAI-dealer.
• Er kunnen per auto maximaal 2 Smart Keys worden geregistreerd. Als
u een Smart Key verloren bent,
adviseren we u contact op te nemen
met een officiële HYUNDAI-dealer.
• Onder de volgende omstandigheden werkt de Smart Key niet:
- Als de Smart Key zich in de buurt
van een andere zender (bijvoorbeeld
van een radiostation of een
luchthaven) bevindt, waardoor de
normale werking van de Smart Key
verstoord wordt.
- De Smart Key bevindt zich in de buurt van een radio met zend- en
ontvangstinstallatie of een mobiele
telefoon.
- Dicht bij uw auto wordt de Smart Key van een andere auto gebruikt.
Vergrendel en ontgrendel de portieren
met de contactsleutel wanneer de
Smart Key niet correct werkt. (Vervolg)(Vervolg)
Als u een probleem hebt met de Smart
Key, adviseren we u contact op te
nemen met een officiële HYUNDAI-
dealer.
• Wanneer de Smart Key zich erg dicht bij uw mobiele telefoon of smartphone
bevindt, kan het signaal van de Smart
Key worden verstoord door het
gebruik van uw mobiele telefoon of
smartphone. Dit geldt met name
tijdens het voeren van een
telefoongesprek, het ontvangen van
een oproep, het versturen van sms-
berichten en/of het versturen en
ontvangen van e-mailberichten.
Bewaar de Smart Key daarom niet in
dezelfde broek- of jaszak als uw
mobiele telefoon of smartphone; zorg
dat er voldoende afstand is tussen
beide apparaten.
OPMERKING
Houd de Smart Key uit de buurt van
water en andere vloeistoffen en van
vuur. Als het binnenste van de Smart Key vochtig wordt (doorvloeistof of damp) of te heet wordt,
kan er een defect ontstaan in hetinterne circuit. Dit wordt niet gedekt
door de garantie op de auto.

Kenmerken van uw auto
16
4
Vergrendeling/ontgrendeling van
de portieren in een noodsituatie
Als de Smart Key niet normaal werkt,
kunnen de portieren met de mecha-
nische sleutel vergrendeld of
ontgrendeld worden. 1. Houd de sleutelontgrendelknop (1)
ingedrukt en verwijder de mecha-nische sleutel (2).
2. Steek de sleutel in de opening in de buitenportiergreep. Draai de sleutel in
de richting van de achterzijde van de
auto om het portier te ontgrendelen en
in de richting van de voorzijde om het
portier te vergrendelen.
3. Om de sleutel terug te plaatsen moet de sleutel in de opening worden
gestoken tot een klikgeluid hoorbaar is.
ODMECO2029
OPMERKING
Houd de Smart Key uit de buurt van
elektromagnetische materialen diede elektromagnetische golven naarde sleutel tegenhouden.

417
Kenmerken van uw auto
Op auto's die zijn uitgerust met een
antidiefstalsysteem is een sticker
aangebracht met de volgende tekst:
1. WARNING (WAARSCHUWING)
2. SECURITY SYSTEM(VEILIGHEIDSSYSTEEM) Dit systeem is ontworpen om inbraak in
de auto te voorkomen. Het systeem heeft
drie standen: in de eerste is het alarm
ingeschakeld, in de tweede stand klinkt
het alarm en in de derde stand is het
alarm uitgeschakeld. Als het systeem
wordt geactiveerd, klinkt er een alarm en
knipperen de alarmknipperlichten. Alarm ingeschakeld
Met de Smart Key
Parkeer de auto en zet de motor uit.
Schakel het alarm in zoals hieronder
beschreven is.
1. Zet de motor uit.
2. Controleer of alle portieren, de
motorkap en de achterklep goed gesloten zijn.
3. • Vergrendel de portieren door de toets van de portiergreep aan de
buitenzijde van het voorportier in te
drukken met de Smart Key in uwbezit.
Na het voltooien van bovenstaandestappen knipperen de
alarmknipperlichten eenmaal om aan
te geven dat het alarm is
ingeschakeld.
Als de achterklep of de motorkap
open is, werken de
alarmknipperlichten niet en wordt hetantidiefstalsysteem niet
ingeschakeld.
Als hierna de achterklep en de
motorkap zijn gesloten, knipperen de
alarmknipperlichten eenmaal.
ANTIDIEFSTALSYSTEEM (INDIEN VAN TOEPASSING)Antidiefstal
systeem
ingescha
-keld
Alarm
geacti-veerd
Alarm
uitgescha-keld
OJC040170

Kenmerken van uw auto
18
4
• Vergrendel de portieren door op de
vergrendeltoets van de Smart Key te
drukken.
Na het voltooien van bovenstaande stappen knipperen de
alarmknipperlichten eenmaal om aan
te geven dat het alarm is
ingeschakeld.
Als een portier, de achterklep of de
motorkap is geopend, werken de
alarmknipperlichten niet en wordt hetantidiefstalsysteem niet
ingeschakeld. Als vervolgens alle
portieren, de achterklep en de
motorkap gesloten zijn, zullen de
alarmknipperlichten eenmaalknipperen.Met de afstandsbediening
Parkeer de auto en zet de motor uit.
Schakel het alarm in zoals hieronder
beschreven is.
1. Zet de motor uit en verwijder de contactsleutel uit het contactslot.
2. Controleer of alle portieren, de motorkap en de achterklep goed gesloten zijn.
3. Vergrendel de portieren door op de vergrendeltoets van de
afstandsbediening te drukken.
Na het voltooien van bovenstaande stappen knipperen de
alarmknipperlichten eenmaal om aan
te geven dat het alarm is ingeschakeld.
Als een portier, de achterklep of de
motorkap is geopend, werken de
alarmknipperlichten niet en wordt het
antidiefstalsysteem niet ingeschakeld.
Als vervolgens alle portieren, de
achterklep en de motorkap gesloten
zijn, zullen de alarmknipperlichteneenmaal knipperen. •
Schakel het alarm pas in als alle
passagiers de auto verlaten hebben.
Als het alarm wordt ingeschakeldterwijl er nog iemand in de auto zit,
wordt het alarm geactiveerd als
diegene de auto verlaat. Als binnen
30 seconden na het inschakelen van
het alarm een portier, de achterklep
of de motorkap wordt geopend,
wordt het systeem uitgeschakeld
om onnodig activeren van het alarm
te voorkomen.

419
Kenmerken van uw auto
Alarm geactiveerd
Het alarm wordt geactiveerd als een van
de volgende situaties zich voordoet
terwijl het alarm is ingeschakeld.
• Een van de voor- of achterportierenwordt geopend zonder de afstands-
bediening of Smart Key.
• De achterklep wordt zonder de afstandsbediening of de Smart Keygeopend.
• De motorkap wordt geopend.
Het alarm klinkt en de alarm-
knipperlichten knipperen gedurende 27
seconden, tenzij het systeem wordt
uitgeschakeld. Het alarm kan worden
uitgeschakeld door de portieren te
ontgrendelen met de afstandsbediening
of Smart Key. Alarm uitgeschakeld
Het systeem wordt in de volgende
situaties uitgeschakeld:
Afstandsbediening
- De toets voor portier ontgrendelen
wordt ingedrukt.
- De motor wordt gestart.
- Het contact staat gedurende ten minste 30 seconden in stand ON.
Smart Key
- De toets voor portier ontgrendelenwordt ingedrukt.
- De toets van het voorportier wordt ingedrukt terwijl u de Smart Key bij u heeft.
- De motor wordt gestart.
- De toets ENGINE START/STOP staat in stand ON.
Nadat de portieren zijn ontgrendeld,
knipperen de alarmknipperlichten
tweemaal om aan te geven dat het alarm
is uitgeschakeld.
Als er op de ontgrendeltoets van de
afstandsbediening wordt gedrukt en er
binnen 30 seconden geen portier (of
achterklep) wordt geopend, wordt het
alarm weer ingeschakeld.
✽AANWIJZING
• Zonder Smart Key-systeem Steek, als het systeem niet uitgescha-
keld is met de afstandsbediening. De
contactsleutel in contactslot en start
de motor. Daarna zal het alarm
worden uitgeschakeld.
• Met Smart Key- Systeem Steek, als het systeem niet uitgescha-
keld is met de Smart Key- Systeem
Open het portier met de mechanische
sleutel en start de motor als het
systeem niet is uitgeschakeld met de
Smart Key. Hierdoor wordt het
systeem uitgeschakeld.
• Als u uw sleutels verloren bent, adviseren we u contact op te nemen
met een officiële HYUNDAI-dealer.
OPMERKING
Breng geen wijzigingen aan in het
antidiefstalsysteem. Hierdoor kanhet systeem defect raken. We
adviseren u het systeem te latenrepareren door een officiëleHYUNDAI-dealer.
Storingen veroorzaakt dooronjuiste afstelling of eigenhandigeaanpassingen van het
antidiefstalsysteem vallen nietonder de fabrieksgarantie.

Kenmerken van uw auto
20
4
Portiersloten van buitenaf
vergrendelen/ontgrendelen
Mechanische sleutel
• Draai de sleutel richting de achterzijde
van de auto om te vergrendelen en
richting de voorzijde van de auto om te
ontgrendelen. • Als het bestuurdersportier met de
sleutel wordt vergrendeld/ontgrendeld,
zal alleen het bestuurdersportier
vergrendeld/ontgrendeld worden.
• Trek de portiergreep na het ontgrendelen omhoog om het portier teopenen.
• Druk het portier met de hand dicht om het te sluiten. Zorg ervoor dat de
portieren goed dicht zitten.
Afstandsbediening/Smart Key
• De portieren kunnen wordenvergrendeld en ontgrendeld met de
afstandsbediening of de Smart Key.
• De portieren kunnen worden vergrendeld en ontgrendeld door de
toets van de portiergreep aan de
buitenzijde in te drukken terwijl u de
Smart Key bij u draagt. (auto's
uitgerust met Smart Key-systeem)
• Nadat de portieren zijn ontgrendeld, kunnen ze worden geopend door aan
de portiergrepen te trekken.
• Duw het portier met de hand dicht om het te sluiten. Zorg ervoor dat de
portieren goed gesloten worden.
SLOTEN
ONC045012C
VergrendeldVergrendeld
OntgrendelenOntgrendelen

421
Kenmerken van uw auto
✽AANWIJZING
• In een koud en nat klimaat werken de portiervergrendeling en portier-
mechanismen mogelijk niet door
bevriezingsverschijnselen.
• Als het portier een aantal keren snel achter elkaar wordt vergrendeld en
weer ontgrendeld, ofwel met de sleutel
ofwel met de schakelaar portier-
vergrendeling, zal de werking van het
systeem tijdelijk worden onderbroken
om beschadiging van de onderdelen te
voorkomen. Portiersloten van binnenuit
vergrendelen/ontgrendelen
Met de vergrendelknop
• Zet de vergrendelknop (1) in stand ONTGRENDELD om het portier te
ontgrendelen. Het rode merkteken (2)
op de knop zal zichtbaar worden.
• Zet de vergrendelknop (1) in stand VERGRENDELD om het portier te
vergrendelen. Als het portier juist
vergrendeld is, zal het rode merkteken(2) op de knop niet zichtbaar zijn.
• Trek aan de portiergreep (3) om het portier te openen. • Als aan de binnenportiergreep van het
voorportier wordt getrokken terwijl de
vergrendelknop van het portier in de
stand VERGRENDELD staat, wordt
het portier ontgrendeld en kan het
geopend worden.
• Als tweemaal aan de portiergreep aan de binnenzijde wordt getrokken, gaat
het portier open. (Europa)
• De portieren kunnen niet worden vergrendeld als de sleutel in het
contact zit en een portier geopend is.(Europa)
• Als de Smart Key zich in de auto bevindt en een portier is geopend,
kunnen de portieren niet vergrendeld
worden.
WAARSCHUWING
• Als u het portier niet goed sluit, kan het portier weer opengaan.
• Wees voorzichtig bij het sluiten van het portier en let erop dat er
geen lichaamsdelen bekneldkunnen raken.ODM042013
Vergrendeld
Ontgrendelen

Kenmerken van uw auto
22
4
Met schakelaar portiervergrendeling
Schakel deze in door de toets
portiervergrendeling in te drukken.
• Als op het voorste deel (1) van de
schakelaar portiervergrendeling wordt
gedrukt, worden alle portieren
vergrendeld.
• Als op het achterste deel (2) van de schakelaar portiervergrendeling wordt
gedrukt, worden alle portieren
ontgrendeld. • Als de sleutel nog in het contact zit en
een portier geopend is, kunnen de
portieren niet worden vergrendeld door
op het voorste deel (1) van de
schakelaar van de centrale
vergrendeling te drukken. (Europa)
• Als de Smart Key zich in de auto bevindt en een portier is geopend,
kunnen de portieren niet worden
vergrendeld door het voorste gedeelte
(1) van de toets van de centrale
vergrendeling in te drukken.
✽AANWIJZING
Als de portieren eenmaal zijn
vergrendeld met de afstandsbediening
of Smart Key, kunnen de portieren niet
worden ontgrendeld met de schakelaar
voor de centrale portiervergrendeling/-
ontgrendeling.ODM042014
BestuurdersportierWAARSCHUWING
- Portieren
• De portieren moeten tijdens het rijden altijd volledig gesloten en
vergrendeld blijven om het
onverwachts openen van de
portieren te voorkomen.
Vergrendelde portieren schrikken
ook mogelijke indringers afwanneer de auto langzaam rijdtof stopt.
• Let bij het openen van portieren goed op of er geen ander verkeer
aankomt. Anders kan er schadeof letsel ontstaan.