Page 140 of 566

2-64
Veiligheidssysteem van uw auto
Waarom werd de airbag bij een
aanrijding niet geactiveerd?
Er zijn bepaalde soorten ongevallen
waarbij de airbag geen aanvullende
bescherming biedt. Voorbeelden
hiervoor zijn aanrijdingen van
achteren, tweede en volgende stoten
bij een kettingbotsing en aanrijdingen
bij lage snelheid. Schade aan de auto
duidt op het absorberen van
botsingsenergie, maar het is geen
indicator of een airbag opgeblazen
had moeten worden.
Airbagsensoren
Beperk de kans op ernstig letsel
door een zich onverwacht
opblazende airbag:
Let op dat u niet tegen plaatsen aanstoot waar de
airbags of airbagsensoren
zijn ingebouwd en voorkom
dat deze plaatsen door een
voorwerp worden geraakt.
Voer geen reparaties uit aan
of in de buurt van de
airbagsensoren. Als de
inbouwpositie of -hoek van de
airbagsensoren wordt
gewijzigd, kan dit ertoe leiden
dat de airbags worden
geactiveerd in situaties
waarin dit niet nodig is, of dat
de airbags niet worden
geactiveerd in situatieswaarin het wel nodig is.(Vervolg)
WAARSCHUWING
(Vervolg)
Monteer geen
bumperbeschermers en
vervang de bumpers niet door
niet-originele onderdelen. Dit
kan een nadelige invloed
hebben op de bescherming bijeen aanrijding en de
prestaties van de airbags.
Zet, als de auto moet worden
gesleept, de startknop in
stand OFF om te voorkomen
dat de airbag onnodig wordt
geactiveerd.
Laat alle reparaties aan
airbags door een officiële
HYUNDAI-dealer uitvoeren.
Page 141 of 566
2-65
Veiligheidssysteem van uw auto
2
1. Airbagmodule
2. Airbagsensor voor
3. Druksensor opzij (voor)
4. Zijairbagsensor (B-stijl)
OAEE036005L/OAE036044/OAEE036006/OAE036046/OAE036047
Page 142 of 566

2-66
Veiligheidssysteem van uw auto
Voorwaarden voor activerenairbags
Airbags voor
De frontairbags zijn ontworpen om
bij frontale aanrijdingen te worden
opgeblazen, afhankelijk van de
ernst, de snelheid of de hoek
waaronder de aanrijding plaatsvindt.
Zijairbags en curtain airbags
De zijairbags en curtain airbags zijn
ontworpen om te worden
geactiveerd als de zijairbagsensoren
een aanrijding van opzij detecteren,
waarbij rekening wordt gehouden
met de kracht van de botsing, de
snelheid en de hoek waaronder de
aanrijding plaatsvindt. De bestuurders- en
voorpassagiersairbag zijn weliswaar
ontworpen om bij frontale
aanrijdingen te worden opgeblazen,
ze kunnen ook bij andere
aanrijdingen, waarbij een bepaalde
vertraging in de lengterichting wordt
waargenomen door de sensoren
voor, worden opgeblazen. De
zijairbags en curtain airbags zijn
ontworpen voor zijdelingse
aanrijdingen, maar kunnen ook bij
andere aanrijdingen, waarbij een
bepaalde vertraging in de
dwarsrichting wordt waargenomen
door de sensoren opzij, worden
opgeblazen.
De airbags kunnen ook worden
geactiveerd als de auto zware stoten
ondervindt bij het rijden op zeer
slechte wegen. Rijd daarom
voorzichtig op slechte wegen.
OAEE036007
OAE036050
OAE036048
Page 144 of 566
2-68
Veiligheidssysteem van uw auto
Bij een aanrijding onder een hoek
kan de kracht van de aanrijding de
inzittenden in een richting
verplaatsen, waarin de airbags geen
extra bescherming zouden bieden,
een reden waarom de sensoren
mogelijk geen airbags activeren.Net voor een aanrijding remmen
bestuurders vaak sterk af. Door zo
sterk af te remmen, zakt de voorzijde
van de auto in, waardoor deze
gemakkelijker onder een voertuig
met een grotere grondspeling zoukunnen schieten.Als de auto over de kop slaat, bieden
de airbags voor geen extra
bescherming aan de inzittenden. Ze
worden dan ook niet geactiveerd.
Informatie
De airbags worden in een dergelijke
situatie soms niet geactiveerd omdat
de deceleratie die door de sensoren
wordt gemeten, lager is dan de
deceleratie die zou worden gemeten
als de auto niet onder de voorligger
zou schuiven.
i
OAE036061OAE036054OAE036055
Page 146 of 566

2-70
Veiligheidssysteem van uw auto
Aanvullende
voorzorgsmaatregelen metbetrekking tot de veiligheid
De inzittenden moeten tijdens het
rijden niet uit hun stoel komen of
van plaats wisselen.Een inzittende
die zijn veiligheidsgordel niet draagt,
kan tijdens een aanrijding of een
noodstop door de auto wordengeslingerd, tegen andere inzittenden
aan worden geslingerd of zelfs uit de
auto worden geslingerd.
Bevestig geen accessoires aan de
veiligheidsgordels. Accessoires die
claimen het comfort voor de
inzittenden te verbeteren of die degordel anders geleiden, kunnen de
beschermende werking van de
veiligheidsgordel in negatieve zin
beïnvloeden en de kans op ernstig
letsel bij een aanrijding vergroten.
Modificeer de voorstoelen niet.
Modificatie van de voorstoelen kan
de werking van de sensoren van het
aanvullend veiligheidssysteem of
van de zijairbags in negatieve zin
beïnvloeden. Plaats niets onder de voorstoelen.
Het plaatsen van voorwerpen onder
de voorstoelen kan de werking van
de sensoren van het aanvullend
veiligheidssysteem of van de
bedrading in negatieve zin
beïnvloeden.
Voorkom dat portieren hard
worden geraakt.
Voorkom dat de
portieren hard worden geraakt als de
startknop in stand ON staat: dit kan
tot gevolg hebben dat de airbags
worden geactiveerd.
(Vervolg)
Reinig de afdekkappen van de
airbags met een zachte doek
die vochtig is gemaakt met
schoon water. Oplos- en
reinigingsmiddelen kunnen
het materiaal van deafdekkappen aantasten en de
werking van het systeem in
negatieve zin beïnvloeden.
Laat geactiveerde airbags
vervangen door een officiële
HYUNDAI-dealer.
Als onderdelen van het
airbagsysteem moeten worden
afgevoerd of als de auto in zijn
geheel moet worden
afgevoerd, moeten bepaalde
voorzorgsmaatregelen metbetrekking tot de veiligheid in
acht worden genomen. Neem
voor de benodigde informatiecontact op met een officiële
HYUNDAI-dealer. Het niet
opvolgen van deze
voorzorgsmaatregelen
vergroot de kans op letsel.
Page 170 of 566

3-23
Handige voorzieningen in uw auto
3
Elektrochromatische spiegel(ECM) (indien van toepassing)
De elektrochromatische
binnenspiegel voorkomt 's nachts of
als er weinig licht is automatisch
verblinding door de koplampen van
achteropkomend verkeer. Als het contact in stand ON staat,
worden de lichtreflectiesautomatisch gedimd door de sensor
in de binnenspiegel. De sensor
registreert het lichtniveau rond deauto en dimt automatisch de
reflecties van de koplampen van
achteropkomende auto's.
Als de transmissie in stand R
(achteruit) wordt gezet, wordt debinnenspiegel automatisch in de
helderste stand gezet om het zicht
naar achteren zo duidelijk mogelijk te
maken.
Bedienen van elektrochromatische
binnenspiegel :
Druk op de AAN/UIT-knop (1) om de automatische dimfunctie uit te
schakelen. Hetspiegelcontrolelampje dooft.
Druk op de AAN/UIT-knop (1) om de automatische dimfunctie in te
schakelen. Hetspiegelcontrolelampje gaat
branden.
De spiegel is standaard AAN als de startknop in stand ON staat.
Buitenspiegel
Stel de spiegels af voordat u gaat
rijden.
Uw auto is uitgerust met zowel een
linker als een rechter buitenspiegel.
De spiegels kunnen elektrisch
versteld worden met de schakelaar.
De spiegels kunnen worden ingeklapt om beschadigingen in een
automatische wasserette of bij het
rijden door een smalle straat te
voorkomen.
OAD045010
Indicatore
OAE046013
Page 195 of 566

3-48
Handige voorzieningen in uw auto
Waarschuwings- en
controlelampjes
Informatie
Controleer nadat de auto gestart is of
alle waarschuwingslampjes uit zijn.
Eventuele lampjes die nog branden,
kunnen op een storing duiden.
Controlelampje READY
Dit controlelampje gaat branden:
Als de auto gereed is om weg te
rijden.
- AAN: Normaal rijden is mogelijk.
- UIT: Normaal rijden is niet mogelijk of er is een storing opgetreden.
- Knipperen: Rijden in noodgeval. Als het controlelampje Ready UIT gaat of gaat knipperen, is er een
probleem aanwezig in het systeem.
In dat geval adviseren we u de autote laten controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.
Waarschuwingslampje voor onderhoud
Dit waarschuwingslampje gaat
branden:
Als de startknop in stand ON staat.
- Het lampje blijft ongeveer 3seconden branden en gaat dan uit.
Als zich een probleem voordoet met het hybrideregelsysteem,
zoals sensoren, enz.
Als het waarschuwingslampje tijdens
het rijden gaat branden of na het
starten van de auto niet uitgaat,
adviseren we u de auto te latencontroleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.
i
Page 206 of 566

3-59
Handige voorzieningen in uw auto
3
Controlelampje SET
Dit controlelampje gaat branden :
Als er een snelheid is ingesteldvoor de cruise control.
Zie "Cruise control-systeem" in
hoofdstuk 5 voor meer informatie.
Controlelampje snelheidsbegrenzer(indien van toepassing)
Dit controlelampje gaat branden :
Als de snelheidsbegrenzer is ingeschakeld.
Zie voor meer informatie "Snelheidsbegrenzingssysteem"in deel 5.
Controlelampje SPORT- modus
Dit controlelampje gaat branden :
Wanneer de SPORT-modus wordt geselecteerd als rijmodus.
Zie "Rijmodusregelsysteem" in
hoofdstuk 5 voor meer informatie.
Controlelampje ECO- modus (indien van toepassing)
Dit controlelampje gaat branden :
Wanneer de ECO-modus wordt geselecteerd als rijmodus.
Zie "Rijmodusregelsysteem" in
hoofdstuk 5 voor meer informatie.
Waarschuwingslampje Autonomous
Emergency Braking(AEB) (indien van toepassing)
Dit waarschuwingslampje gaat
branden :
Als de startknop in stand ON staat.
- Het lampje blijft ongeveer 3seconden branden en gaat dan uit.
Als het AEB-systeem is uitgeschakeld.
Als de radarsensor of de kap bedekt is met vuil of sneeuw.Controleer de sensor en de kap en
reinig ze met een zachte doek.
In het geval van een storing in de AEB. In dat geval adviseren we uuw auto te laten controleren door
een officiële HYUNDAI-dealer.
Zie "Autonomous EmergencyBraking (AEB)" in hoofdstuk 5
voor meer informatie.