7-41
7
Onderhoud
Zekeringkast dashboard
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
Module 2MODULE210AVerbindingsblok motorruimte, draadloze-laderunit, SBW-schakelaar (Shift-by-wire),
BCM, USB-laadstekker, Smart Key-module, audiosysteem, hoofdunit audio-,
video- en navigatiesysteem, schakelaar elektrisch verstelbare buitenspiegels, AMP
Startknop 337,5ASmart Key-module
Memory 1MEMORY
110AInstrumentenpaneel, IMS-module bestuurder, BCM, module klimaatregeling,
automatische verlichting en lichtsensor, module bestuurdersportier, module
passagiersportier, relaiskast interieur (relais buitenspiegel inklappen/uitklappen)
Multi MediaMULTI
MEDIA10AAudiosysteem, hoofdunit audio-, video- en navigatiesysteem
Ontsteking 3 310ACCM-unit
Ontsteking 3 110ARelaiskast interieur
Elektrische
stuurbekrachtiging117,5AEPS-unit
Achterklep10AAchterkleprelais, Laadschakelaar hoogspanningsbatterij, laadstekker,
servo portiervergrendeling/-ontgrendeling
Startknop 1115ASmart Key-module
Module 7MODULE 77,5AModule stoelverwarming voor, module stoelventilatiesysteem voor,
module stoelverwarming achter
Stuurwielverwarming15ABCM
Schuifdak20ASchuifdakmotor
7-64
OnderhoudV
V EERR ZZOO RRGG IINN GG VV AA NN UU WW AA UU TTOO
Verzorging exterieur
Onderhoud exterieur - Algemeen
Het is van groot belang bij gebruik
van chemische reinigingsmiddelen of
polish de aanwijzingen op het etiket
van het desbetreffende product op te
volgen. Lees de waarschuwingen en
opmerkingen op het etiket.
Wassen met een
hogedrukreiniger
Houd bij het gebruik van een hogedrukreiniger voldoende
afstand tot de auto.
Wanneer u onvoldoende afstand
houdt of de druk te hoog is, kunnen
onderdelen beschadigd raken of
kan er water in de auto
terechtkomen.
Spuit niet met een hogedrukreiniger direct op de
camera, de sensoren of de
omgeving ervan. Door de kracht
van de waterstralen werkt het
apparaat mogelijk niet goed meer. Houd de spuitmond uit de buurt
van stofhoezen (rubberen of
kunststof afdekkapjes) of stekkers,
aangezien deze beschadigd
kunnen raken wanneer deze in
aanraking komen met waterstralen
uit de hogedrukreiniger.
Onderhoud van de lak
Wassen
Was uw auto minimaal eenmaal per
maand grondig met lauw of koud
water om de lak tegen roest en
veroudering te beschermen.
Was, nadat u op een stoffige of
modderige weg gereden hebt, de
auto zo snel mogelijk. Besteed hierbij
de nodige zorg aan het verwijderen
van opeengehoopt zout, vuil of
modder. Controleer of de
afvoeropeningen aan de onderzijde
van de portieren en de dorpels open
en schoon blijven.
Insecten, teer, sap van bomen,
uitwerpselen van vogels, industrieel
vuil en dergelijke kunnen de lak van
uw auto aantasten als ze niet direct
verwijderd worden. Zelfs bij het direct verwijderen kan
blijken dat water alleen niet
toereikend is. Gebruik in dat geval
een speciale autoshampoo.
Spoel de auto na het wassen grondig
af met lauw of koud water. Laat deshampoo niet op de lak opdrogen.
Test na het wassen bij lage
snelheid de remmen van uw auto
om te controleren of deremwerking door
binnengedrongen water
verminderd is. Droog de remmen
door het rempedaal bij lage
snelheid licht in te trappenwanneer de remprestaties
verminderd zijn.
WAARSCHUWING
I-2Aanbevolen smeermiddelen en hoeveelheden ...............8-6
Accu (12 V) ..................................................................7-20
Accu opladen .............................................................7-22
Accucapaciteitsticker .................................................7-21
Te resetten onderdelen ...............................................7-23
Voor een optimale werking van de accu....................7-21
Achterruitverwarming .................................................3-111 Achterruitverwarming ..............................................3-111
Advanced smart cruise control-systeem .......................5-79 Afstand tot voorligger Smart Cruise Control ............5-88
Beperkingen van het systeem ....................................5-92
Instellen van de gevoeligheid van de
Smart Cruise Control .................................................5-81
Overschakelen naar de cruise control - modus..........5-82
Sensor om de afstand tot de voorligger te signaleren... 5-90
Snelheid Smart Cruise Control ..................................5-82
Afmetingen .....................................................................8-2
Airbag - aanvullend veiligheidssysteem.......................2-50 Aanvullende voorzorgsmaatregelen met
betrekking tot de veiligheid .......................................2-70
Hoe werkt het airbagsysteem? ...................................2-58
Onderhoud aanvullend veiligheidssysteem ...............2-69
Waar zitten de airbags? ..............................................2-52
Waarom werd de airbag bij een aanrijding
niet geactiveerd? ........................................................2-64
Waarschuwingslabels airbags ....................................2-71
Wat gebeurt er als een airbag geactiveerd wordt? .....2-62 Aircocompressorlabel .....................................................8-8
Airconditioningssysteem ................................................8-5
Alarmknipperlichten .......................................................6-2
Als de auto niet gestart kan worden ...............................6-3
Als de motor niet of langzaam ronddraait ...................6-3
Als uw auto een lekke band heeft ................................6-14 Met Tire Mobility Kit (TMK) ...................................6-14
Antidiefstalsysteem.......................................................3-15
Audio (Met Touchscreen) ...............................................4-9 Kenmerken van uw audiosysteem .............................4-10
Media .........................................................................4-21
Radio .........................................................................4-19
Setup (instellen) .........................................................4-50
Telefoon .....................................................................4-41
Automatisch verwarmings - en ventilatiesysteem ......3-112
Automatische verwarming en airconditioning.........3-113
Handmatig bediende verwarming
en airconditioning ....................................................3-114
Onderhoud van het systeem.....................................3-124
Werking systeem ......................................................3-122
Autonomous emergency braking (AEB) ......................5-50 AEB-radarsensor vóór ...............................................5-55
AEB-waarschuwingsmelding en systeemregeling ....5-52
Beperkingen van het systeem ....................................5-58
Storing in het systeem................................................5-56
Systeeminstelling en -activering ................................5-50
Index
A