
❒"Statische werkwijze in- en
uitschakeling": bij stilstaand voertuig
kan de elektrische parkeerrem worden
ingeschakeld door de schakelaar
éénmaal te bedienen. Druk
daarentegen op de schakelaar en trap
tegelijkertijd het rempedaal in om de
rem uit te schakelen;
❒"Drive Away Release": de elektrische
parkeerrem zal automatisch
uitgeschakeld worden als de
veiligheidsgordel van de bestuurder is
omgelegd en als er een door de
bestuurder uitgevoerde handeling wordt
gedetecteerd om het voertuig te
verplaatsen (vooruit-
achteruitversnelling);
❒"Safe Hold": wanneer de
voertuigsnelheid lager is dan 3 km/h, de
versnellingspook niet in P (Parkeren)
staat bij versies met automatische
versnellingsbak en de intentie van de
bestuurder om het voertuig te verlaten
wordt gedetecteerd, wordt de
elektrische parkeerrem automatisch
ingeschakeld zodat het voertuig in
veilige omstandigheden verkeert.❒"Auto Apply": als de voertuigsnelheid
lager is dan 3 km/h, wordt de
elektrische parkeerrem automatisch
ingeschakeld als de versnellingspook
naar stand P (Parkeren) wordt gezet
(versies met automatische
versnellingsbak), of met de
startinrichting op STOP (versies met
handgeschakelde versnellingsbak). De
led op de schakelaar gaat tegelijk
branden met het lampje
op het
instrumentenpaneel wanneer de
parkeerrem is ingeschakeld en op de
wielen is toegepast. Elke automatische
inschakeling van de parkeerrem kan
geannuleerd worden door de
schakelaar op de tunnelconsole in te
drukken en tegelijkertijd de
versnellingspook voor de automatische
versnellingsbak naar stand P (Parkeren)
te zetten of de startinrichting naar
STOP te zetten (versies met
handgeschakelde versnellingsbak).
SAFE HOLD
Dit is een veiligheidsfunctie die
automatisch de elektrische parkeerrem
inschakelt in het geval van een
omstandigheid die gevaarlijk is voor het
voertuig.
Als:
❒de voertuigsnelheid lager is dan 3
km/h;❒de versnellingspook niet in P
(Parkeren) staat (versies met
automatische versnellingsbak);
❒de veiligheidsgordel van de
bestuurder niet is omgelegd;
❒het bestuurdersportier open staat;
❒er zijn geen pogingen waargenomen
om het rempedaal of het gaspedaal,
of, op versies met een handmatige
versnellingsbak, de koppeling te
bedienen.
de elektrische parkeerrem wordt
automatisch ingeschakeld om
beweging van het voertuig te
voorkomen.
De functie Safe Hold kan tijdelijk
worden uitgeschakeld door de
schakelaar op de tunnelconsole in te
drukken en tegelijkertijd het rempedaal
in te trappen, als het voertuig stilstaat
en het bestuurdersportier geopend is.
Eenmaal uitgeschakeld zal de functie
weer ingeschakeld worden zodra de
voertuigsnelheid 20 km/h bereikt of
wanneer de startinrichting naar STOP
en daarna naar MAR wordt gezet.
119

BELANGRIJK
112)Trap het koppelingspedaal helemaal
in om op juiste wijze te schakelen. Om
die reden mag er niets op de vloer onder
het pedaalsamenstel liggen. Zorg dat
de vloerbekleding steeds vlak is en dat hij
de slag van de pedalen niet hindert.
BELANGRIJK
35)Rijd niet met de hand op de pookknop
doordat de uitgeoefende druk, hoe licht
ook, na verloop van tijd slijtage aan de
interne onderdelen van de versnellingsbak
kan veroorzaken.
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK
VERSNELLINGSPOOK
De fig. 93 pook heeft de volgende
standen:
❒P= Parkeren
❒R= Achteruitversnelling
❒N= Vrijstand
❒D= Drive, (automatische
vooruitversneling)
❒AutoStick: + naar een hogere
versnelling schakelen in sequentiële
rijmodus; – naar een lagere versnelling
schakelen in sequentiële rijmodus.
113) 114) 115) 116)
36) 37) 38) 39)
De ingeschakelde versnelling wordt op
het display weergegeven.Om een versnelling te kiezen, de pook
naar voren of naar achteren
verplaatsen.
Om de "sequentiële" modus te
selecteren, de pook van stand D (Drive)
naar links verplaatsen: de stand +
(hogere versnelling) of – (lagere
versnelling) kan bereikt worden; dit zijn
onstabiele standen, hetgeen betekent
dat de pook altijd terugkeert naar de
middelste stand.
Het rempedaal moet worden ingetrapt
en knop A fig. 93 op de knop moet
worden ingedrukt om de pook uit de
stand P (Parkeren) te kunnen zetten.
Om van stand N (Vrijstand) naar stand
D (Vooruit) of R (Achteruit) te schakelen,
moet u het rempedaal intrappen.
BELANGRIJK GEEF GEEN gas bij het
schakelen van stand P (of N) naar
een andere stand.
BELANGRIJK Wacht na het selecteren
van een versnelling enkele seconden
alvorens gas te geven. Deze
voorzorgsmaatregel is bijzonder
belangrijk als de motor koud is.
93F1B0137C
121

BEDIENINGSTOETSEN
OP STUURWIEL
(waar aanwezig)
40)Bij sommige versies kan het schakelen
sequentieel plaatsvinden via de peddels
op het stuurwiel fig. 94.
Om de peddels op het stuurwiel te
kunnen gebruiken, moet de
versnellingspook in stand D (Vooruit)
tussen (+) en (–) staan:
❒schakelpeddel (+) (door de peddel
naar de bestuurder te trekken ):
inschakelen van hogere
overbrengingsverhouding;
❒schakelpeddel (-) (door de peddel
naar de bestuurder te trekken):
inschakelen van lagere
overbrengingsverhouding.
De inschakeling van een lagere (of
hogere) versnelling gebeurt alleen als
het motortoerental dit toestaat.
DE MOTOR STARTEN
De motor mag alleen gestart worden
als de versnellingspook in stand P of N
staat. Op die manier staat het systeem
op N of P, als de motor gestart wordt
(de eerstgenoemde betekent neutraal,
maar met mechanische geblokkeerde
wielen).
WEGRIJDEN MET DE
AUTO
Trap, om weg te rijden met de auto,
vanuit P het rempedaal in, en druk op
de knop op de versnellingspook om
deze in de gewenste stand (D, R of
sequentieel) te plaatsen. Op het display
verschijnt de ingeschakelde versnelling.
Wanneer het rempedaal wordt
losgelaten, beweegt de auto voor- of
achteruit zodra de manoeuvre is
ingeschakeld ("creeping" effect). In dit
geval hoeft het gaspedaal niet ingedrukt
te worden.
BELANGRIJK Als de ingeschakelde
versnelling (weergegeven op het
display) niet overeenstemt met de stand
van de versnellingspook, wordt dit
gemeld door het knipperen van
de betreffende letter op de sierlijst van
versnellingsbak (er wordt ook een
geluidsignaal afgegeven).Deze toestand moet niet beschouwd
worden als een werkingsfout, maar
eenvoudigweg als een verzoek van het
systeem om de manoeuvre te herhalen.
BELANGRIJK Wees uiterst voorzichtig
met een uitgeschakelde elektrische
parkeerrem en losgelaten rempedaal,
stationair draaiende motor en
versnellingspook in de stand D, R of
sequentieel, want de auto kan ook
voortbewegen zonder dat het
gaspedaal wordt bediend. Deze
toestand kan worden benut met de
auto op een vlakke ondergrond tijdens
scherpe parkeermanoeuvres waarbij
alleen het rempedaal wordt gebruikt.
BLOKKERING
INSCHAKELING
VERSNELLING
Dit systeem maakt het onmogelijk de
versnellingspook uit de stand P
(Parkeren) of N (Vrijstand) te zetten als
het rempedaal niet eerst is ingetrapt.
Als de startinrichting op MAR staat
(motor aan of uit):
❒moet om van P (Parkeren) naar een
andere versnelling of van N naar R
te schakelen, het rempedaal worden
ingetrapt en moet knop A fig. 93 op de
versnellingspook worden ingedrukt;
94F1B0508C
123

❒moet om de versnellingspook van
stand N in stand D te zetten, het
rempedaal worden ingetrapt.
In geval van storing of als de accu leeg
is, blijft de versnellingspook vergrendeld
in stand P. Raadpleeg paragraaf
"Automatische versnellingsbak
- versnellingspook ontgrendelen" in het
hoofdstuk "Noodgevallen", om de
versnellingspook handmatig te
ontgrendelen.
UITSCHAKELING
VOERTUIG
Versies uitgerust met het Keyless
Go-systeem: voor deze functie moet
de versnellingspook in stand P
(Parkeren) gezet worden voordat de
startinrichting naar STOP gedraaid
wordt.
Versies uitgerust met sleutel met
afstandsbediening: voor deze functie
moet de versnellingspook in stand P
(Parkeren) gezet worden voordat de
sleutel uit de startinrichting wordt
genomen.
Als de accu van het voertuig leeg is en
de contactsleutel is ingebracht, is de
sleutel in het contactslot geblokkeerd.
Zie de paragraaf "Automatische
versnellingsbak - contactsleutel
verwijderen" in het hoofdstuk
"Noodgevallen", om de sleutel
handmatig te verwijderen.
WERKING "RECOVERY"(waar aanwezig)
De werking van de versnellingsbak
wordt continu bewaakt om elke
eventuele storing te detecteren. Als er
een omstandigheid wordt gedetecteerd
die tot schade aan de versnellingsbak
zou kunnen leiden, wordt de functie
"recovery" geactiveerd.
In deze toestand blijft de
versnellingsbak in de 4e versnelling
staan, onafhankelijk van de
geselecteerde versnelling.
Standen P (Parkeren), R
(Achteruitversnelling) en N (Vrijstand)
werken nog. Symbool
kan op het
display gaan branden.
In het geval van "recovery" werking
onmiddellijk contact opnemen met de
dichtstbijzijnde werkplaats van de
Fiat Servicenetwerk.
Tijdelijke storing
In het geval van een tijdelijke storing,
kan de correcte werking van de
versnellingsbak voor alle
vooruitversnellingen hersteld worden
door als volgt te werk te gaan:
❒breng het voertuig tot stilstand;
❒zet de versnellingspook in P
(Parkeren).
❒zet de startinrichting in STOP;❒wacht ongeveer 10 seconden, start
daarna de motor weer;
❒selecteer de gewenste versnelling: de
correcte werking van de
versnellingsbak zou hersteld moeten
zijn.
BELANGRIJK In het geval van een
tijdelijke storing wordt toch geadviseerd
zo spoedig mogelijk contact op te
nemen met het Fiat Servicenetwerk.
BELANGRIJK
113)Gebruik de stand P (Parkeren) nooit in
plaats van de elektrische parkeerrem.
Schakel de elektrische parkeerrem altijd in
als het voertuig geparkeerd wordt, om
onverwachte beweging van het voertuig te
voorkomen.
114)Als de stand P (Parkeren) niet is
ingeschakeld, zou het voertuig kunnen
bewegen en letsel kunnen veroorzaken.
Zorg ervoor dat de versnellingspook in
stand P staat en dat de elektrische
parkeerrem is ingeschakeld, voordat u het
voertuig verlaat.
115)Schakel de versnellingspook niet naar
N (Vrijstand) en zet de motor niet af
wanneer heuvelafwaarts wordt gereden.
Deze manier van rijden is gevaarlijk en
beperkt de mogelijkheid om in te grijpen in
geval van wijziging van de verkeerssituatie
of het wegdek. U loopt het risico de
controle over het voertuig te verliezen en
ongevallen te veroorzaken.
124
STARTEN EN RIJDEN

116)Laat kinderen nooit zonder toezicht in
de auto achter; zorg ervoor dat wanneer
u het voertuig verlaat, u de contactsleutel
bij u hebt.
BELANGRIJK
36)Zet de startinrichting in de stand MAR
en trap het rempedaal in, voordat u de
versnellingspook uit stand P (parkeren) zet.
Anders kan de versnellingspook
beschadigen.
37)Schakel de achteruitversnelling
uitsluitend in als de auto stil staat, de motor
op stationair toerental draait en het
gaspedaal volledig losgelaten is.
38)Schakel altijd de handrem in als de
auto op een helling staat, VOORDAT u de
versnellingspook in P zet.
39)Schakel de achteruitversnelling
uitsluitend in als de auto stilstaat, de motor
op stationair toerental draait en het
gaspedaal volledig losgelaten is.
40)Door onjuist gebruik van de peddels
(peddels naar het dashboard geduwd)
kunnen de peddels afbreken.
VERSNELLINGSBAK
MET DUBBELE
KOPPELING
VERSNELLINGSPOOK
De fig. 95 pook heeft de volgende
standen:
❒P= Parkeren
❒R= Achteruitversnelling
❒N= Vrijstand
❒D= Drive, (automatische
vooruitversneling)
❒"AutoStick": + naar een hogere
versnelling schakelen in sequentiële
rijmodus; – naar een lagere versnelling
schakelen in sequentiële rijmodus.
120) 118) 119) 120)
41) 42) 43)
Verplaats de pook van D (Vooruit) naar
links, om de "sequentiële" modus in
te schakelen. De haalbare standen zijn
+ (hogere versnelling) of - (lagere
versnelling). Deze standen zijn
onstabiel: de pook keert altijd terug
naar de centrale stand.
De pook is voorzien van een knop A fig.
95, die ingedrukt moet worden om de
pook van P naar R te verplaatsen.
Schakelen van stand P naar elke
andere stand van de keuzehendel, met
contactsleutel op stand MAR, moet
gedaan worden met ingetrapt
rempedaal en met behulp van knop A
fig. 95.
Druk om van R naar P te schakelen
knop A in, fig. 95 als de motor stationair
draait.
Om van stand N naar D of R te
schakelen, moet het rempedaal worden
ingetrapt. Aanbevolen wordt geen gas
te geven en ervoor te zorgen dat de
motor stabiel stationair draait.
De overgang van D naar N is vrij, terwijl
voor de overgang van D naar R of P
op knop A gedrukt moet worden.
fig. 95.
95F1B0137C
125

BEDIENINGEN OP HET
STUURWIEL
(waar aanwezig)
44)
Bij sommige versies kan worden
geschakeld met de schakelpeddels op
het stuurwiel fig. 96.
Om de schakelpeddels op het stuurwiel
te gebruiken, moet de keuzehendel in
de sequentiële stand of stand D staan:
❒schakelpeddel (+) (door de peddel
naar de bestuurder te trekken ):
inschakelen van hogere versnelling;
❒schakelpeddel (−) (door de peddel
naar de bestuurder te trekken ):
inschakelen van lagere versnelling.
De inschakeling van een lagere (of
hogere) versnelling gebeurt alleen als
het motortoerental dit toestaat.
MOTOR STARTEN
De motor mag alleen gestart worden
als de versnellingspook in stand P of N
staat. Op die manier staat het systeem
op N of P, als de motor gestart wordt
(de eerstgenoemde betekent neutraal,
maar met mechanische geblokkeerde
wielen).
WEGRIJDEN MET DE
AUTO
Trap, om weg te rijden met de auto,
vanuit P het rempedaal in, en druk op
de knop op de keuzehendel om deze in
de gewenste stand (D, R of sequentieel)
te plaatsen. Op het display verschijnt
de ingeschakelde versnelling.
Wanneer het rempedaal wordt
losgelaten, beweegt de auto voor- of
achteruit zodra de manoeuvre is
ingeschakeld ("creeping" effect). In dit
geval hoeft het gaspedaal niet ingedrukt
te worden.
BELANGRIJK Als de ingeschakelde
versnelling (weergegeven op het
display) niet overeenstemt met de stand
van de versnellingspook, wordt dit
gemeld door het knipperen van
de betreffende letter op de sierlijst van
versnellingsbak (er wordt ook een
geluidssignaal afgegeven).Deze toestand moet niet beschouwd
worden als een werkingsfout, maar
eenvoudigweg als een verzoek van het
systeem om de manoeuvre te herhalen.
BLOKKERING
INSCHAKELING
VERSNELLING
Dit systeem maakt het onmogelijk de
versnellingspook uit de stand P
(Parkeren) of N (Vrijstand) te zetten als
het rempedaal niet eerst is ingetrapt.
Als de startinrichting op MAR staat
(motor aan of uit):
❒moet om van P (Parkeren) naar een
andere versnelling of van N naar R
te schakelen, het rempedaal worden
ingetrapt en moet knop A fig. 95 op de
versnellingspook worden ingedrukt;
❒moet om de versnellingspook van
stand N in stand D te zetten, het
rempedaal worden ingetrapt.
In geval van storing of als de accu leeg
is, blijft de versnellingspook vergrendeld
in stand P. Raadpleeg de paragraaf
"Automatische versnellingsbak met
dubbele koppeling - versnellingspook
ontgrendelen" in het hoofdstuk
"Noodgevallen", om de
versnellingspook handmatig te
ontgrendelen.
96F1B0508C
127

UITSCHAKELING
VOERTUIG
Versies uitgerust met het Keyless
Go-systeem: voor deze functie moet
de versnellingspook in stand P
(Parkeren) gezet worden voordat de
startinrichting naar STOP gedraaid
wordt.
Versies uitgerust met sleutel zonder
afstandsbediening: voor deze functie
moet de versnellingspook in stand P
(Parkeren) gezet worden voordat de
sleutel uit de startinrichting wordt
genomen.
Als de accu van het voertuig leeg is en
de contactsleutel is ingebracht, is de
sleutel in het contactslot geblokkeerd.
Zie de paragraaf "Automatische
versnellingsbak met dubbele koppeling
- contactsleutel verwijderen" in het
hoofdstuk "Noodgevallen", om de
sleutel handmatig te verwijderen.
"HERSTELFUNCTIES"
In geval van een defecte
versnellingspook, zou het display van
het instrumentenpaneel een
bijbehorend bericht weer kunnen
geven, waarin de bestuurder wordt
aanbevolen te blijven rijden zonder de
pook in stand P te zetten.In dit geval blijft de versnellingsbak zelfs
in de vooruitversnelling staan (met
beperkte prestaties), als de hendel op R
of N wordt gezet.
Als de hendel eenmaal op P is gezet, of
het voertuig is uitgeschakeld, is het
niet meer mogelijk R of de
vooruitversnellingen te selecteren.
Neem in dat geval contact op met het
Fiat Servicenetwerk.
BELANGRIJK
117)Gebruik de stand P (Parkeren) nooit in
plaats van de elektrische parkeerrem.
Schakel de elektrische parkeerrem altijd in
als het voertuig geparkeerd wordt, om
onverwachte beweging van het voertuig te
voorkomen.
118)Als de stand P (Parkeren) niet is
ingeschakeld, zou het voertuig kunnen
bewegen en letsel kunnen veroorzaken.
Zorg ervoor dat de versnellingspook in
stand P staat en dat de elektrische
parkeerrem is ingeschakeld, voordat u het
voertuig verlaat.
119)Schakel de versnellingspook niet naar
N (Vrijstand) en zet de motor niet af
wanneer heuvelafwaarts wordt gereden.
Deze manier van rijden is gevaarlijk en
beperkt de mogelijkheid om in te grijpen in
geval van wijziging van de verkeerssituatie
of het wegdek. U loopt het risico de
controle over het voertuig te verliezen en
ongevallen te veroorzaken.120)Laat kinderen nooit zonder toezicht in
de auto achter. Verwijder altijd de
contactsleutel als de auto wordt verlaten
en neem de sleutel mee.
BELANGRIJK
41)Zet de startinrichting in de stand MAR
en trap het rempedaal in, voordat u de
versnellingspook uit stand P (parkeren) zet.
Anders kan de versnellingspook
beschadigen.
42)Schakel altijd de handrem in als de
auto op een helling staat, VOORDAT u de
versnellingspook in P zet.
43)Schakel de achteruitversnelling
uitsluitend in als de auto stilstaat, de motor
op stationair toerental draait en het
gaspedaal volledig losgelaten is.
44)Door onjuist gebruik van de peddels
(peddels naar het dashboard geduwd)
kunnen de peddels afbreken.
128
STARTEN EN RIJDEN

START&STOP
SYSTEEM
Het Start&Stop-systeem zet
automatisch de motor af wanneer het
voertuig stilstaat en start de motor
zodra de bestuurder weer wil gaan
rijden.
Dit verhoogt de efficiency van het
voertuig dankzij een beperking van het
brandstofverbruik, de uitstoot van
schadelijke uitlaatgassen en de
geluidsoverlast.
121)
45)
BEDIENINGSWIJZE
Uitschakelmodus van de motor
Versies met handgeschakelde
versnellingsbak
Bij stilstaand voertuig, wordt de motor
afgezet als de versnellingspook in de
vrijstand staat en het koppelingspedaal
niet is ingetrapt.
Versies met automatische
versnellingsbak
Bij stilstaand voertuig en ingetrapt
rempedaal, wordt de motor
uitgeschakeld als de versnellingspook
in een andere stand dan R staat.Als het voertuig heuvelopwaarts tot
stilstand wordt gebracht, dan wordt het
uitschakelen van de motor verhindert
om de "Hill Hold Control" functie
beschikbaar te houden (die alleen bij
draaiende motor werkt).
Het lampje
op het
instrumentenpaneel gaat branden om
aan te geven dat de motor werd
uitgeschakeld.
Herstartmodus van de motor
Versies met handgeschakelde
versnellingsbak
Trap het koppelingspedaal in om de
motor weer te starten. Als het voertuig
niet start door het intrappen van het
koppelingspedaal, de versnellingspook
in de vrijstand zetten en de procedure
herhalen. Neem, als het probleem
aanhoudt, contact op met het
Fiat Servicenetwerk.
Versies met automatische
versnellingsbak
Laat het rempedaal los om de motor
weer te starten.
Met ingetrapt rempedaal, als de
versnellingspook in automatische
modus - D (Drive) staat - kan de motor
weer gestart worden door de pook naar
R (Achteruit) of N (Vrijstand) of
"AutoStick" te verplaatsen.Met ingetrapt rempedaal, als de
versnellingspook in "AutoStick"-modus
staat - kan de motor weer gestart
worden door de pook naar "+" of "–", of
R (Achteruit) of N (Vrijstand) te
verplaatsen.
Wanneer de motor automatisch is
afgezet kan, door het rempedaal
ingetrapt te houden, de rem gelost
worden terwijl de motor uit blijft, door
de versnellingspook snel naar P
(Parkeren) te zetten.
Om de motor weer te starten, de pook
uit stand P halen.
SYSTEEM HANDMATIG
INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Druk op de knop fig. 97 op het
dashboard, om het systeem handmatig
in of uit te schakelen.
4x4-versies: iedere keer als de
"Tractie" modus met gebruik van de
MOOD Selector wordt ingesteld, wordt
het Start&Stop-systeem uitgeschakeld.
Druk nogmaals op de knop fig. 97
om het systeem weer in te schakelen.
Bij het afsluiten van de "Tractie" modus,
keert het Start/Stop-systeem terug
naar de eerder ingestelde status.
129