
Druk op knop 3 fig. 37symbool: op
het dak volledig te openen.
Druk op knop 3
symbool: om het dak
volledig te openen.
De automatische beweging kan in elke
stand onderbroken worden door
nogmaals op knop 3 te drukken.
KNELBEVEILIGING
Het schuifdak is uitgerust met een
knelbeveiliging die tijdens het sluiten van
het dak een eventueel obstakel kan
herkennen: wanneer dit gebeurt,
onderbreekt het systeem de beweging en
wordt de beweging van het dak
onmiddellijk omgedraaid.
INITIALISATIEPROCEDURE
Automatische bediening van het
schuifdak moet opnieuw geinitialiseerd
worden in geval van foutieve bediening
van het schuifdak.
Ga als volgt te werk:
druk op knop 1 naast hetsymbool
om het dak in volledig gesloten stand te
zetten;
zet de startinrichting op STOP en
wacht minstens 10 seconden;
draai de startinrichting naar AVV;
houd knop 1 minstens 10 seconden
ingedrukt, daarna zou het mechanisch
stoppen van de motor van het dak
hoorbaar moeten zijn;
druk knop 1 binnen 5 seconden in: het
dak zal een volledige openings- en
sluitingscyclus uitvoeren (om aan te
geven dat de initialisatieprocedure
correct is uitgevoerd). Als dit niet
gebeurt, moet de procedure vanaf het
begin herhaald worden.
BELANGRIJK
21)Zorg ervoor dat u de sleutel meeneemt
als u het voertuig verlaat, om te voorkomen
dat onverwachtse bediening van het
schuifdak gevaar oplevert voor de
achtergebleven passagiers. Oneigenlijk
gebruik van het schuifdak kan gevaarlijk zijn.
Controleer voor en tijdens het bedienen
altijd of iemand kan worden verwond door
het bewegende schuifdak of door
voorwerpen die door het mechanisme
worden meegesleept of geraakt.
BELANGRIJK
11)Open het schuifdak niet als er een
imperiaal of dwarsstangen gemonteerd zijn.
Open het schuifdak niet als er sneeuw of ijs
op ligt: risico op beschadiging.
MOTORKAP
OPENEN
22) 23)
Ga als volgt te werk:
trek aan de ontgrendelingshendel in
het interieur, fig. 38;
ga naar de buitenkant van het voertuig
en plaats uzelf tegenover het rooster;
Til de motorkap lichtjes op van rechts
naar links als aangeduid op de pijl op de
ontgrendelingsinrichting, fig. 39;
3804196S0001EM
37
ELEKTRISCHE BEDIENING
DAKSCHERM VOOR
Het dakscherm voor wordt elektrisch
bediend.

til de motorkap helemaal op: de
handeling wordt vergemakkelijkt door de
aanwezigheid van twee
gasschokabsorbeerders die hem in de
volledig open stand houden.
Kom nooit aan deze gasveren en begeleid
de motorkap tijdens het openen.
SLUITEN
22) 24)
Om dichterbij te komen verlaag de
motorkap tot op ongeveer 40 centimeter
van de motorruimte em laat het
vervolgens vallen. Controleer of de
motorkap volledig gesloten is en niet
alleen met de beveiliging is vergrendeld
door te proberen hem op te tillen. Als de
motorkap niet perfect gesloten is,
probeer dan niet erop te drukken maar
open hem opnieuw en herhaal de
handeling.
BELANGRIJK Controleer altijd of de
motorkap goed vergrendeld is om te
voorkomen dat deze tijdens het rijden
open gaat. Aangezien de motorkap
voorzien is van een dubbel
vergrendelingssysteem, aan elke kant
een, moet gecontroleerd worden of hij
aan beide kanten gesloten is.
BELANGRIJK
22)Verricht deze handelingen uitsluitend bij
stilstaande auto.
23)Gebruik beide handen om de motorkap
op te tillen. Controleer voordat de motorkap
wordt opgetild, of de armen van de
ruitenwissers wel tegen de ruit liggen en niet
in werking zijn, het voertuig stilstaat en de
handrem is aangetrokken.
24)Om veiligheidsredenen moet de
achterklep tijdens het rijden altijd goed
gesloten zijn. Controleer dus altijd of de
motorkap goed gesloten en vergrendeld is.
Mocht u tijdens het rijden merken dat de
motorkap niet goed vergrendeld is, stop dan
onmiddellijk en sluit de motorkap op de
correcte manier.
BAGAGERUIMTE
De ontgrendeling van de bagageruimte
gebeurt elektrisch en is uitgeschakeld
wanneer de auto rijdt.
In de bagageruimte bevindt zich op de
binnenbekleding van de kofferbak de
gevarendriehoek 1 fig. 42 .
OPENEN
Openen van buitenaf
Indien ontgrendeld kan de achterklep van
buitenaf geopend worden met de
elektrische openingsknop fig. 40 tussen
de plaatverlichting, tot de klik van het
ontgrendelen wordt gehoord of door het
tweemaal snel indrukken van de knop
op de afstandsbediening.
3904196S0002EM
4004056S0005EM
38
KENNISMAKING MET DE AUTO

DISPLAY
BESCHRIJVING
Het voertuig kan uitgerust zijn met een 3,5" of 7" TFT Display.
HERCONFIGUREERBAAR TFT DISPLAY
Tijdens de werkzaamheden wordt het display verdeeld in meerdere secties die rijgegevens, waarschuwingen en storingsindicaties
tonen. fig. 46 toont het display-layout en identificeert de verschillende secties.
4605036S0001EM
44
KENNISMAKING MET HET INSTRUMENTENPANEEL

1 Informatie over versnellingsbak
Automatische versnellingsbak
Geeft de volgende informatie weer over
de bediening van de versnellingsbak:
versnellingsbak schakelstanden (M, P,
R, N, D). Tijdens het gebruik van de
flippers aan het stuurwiel (indien
aanwezig) in de stand D, en handmatige
schakelen in de stand M wordt de
ingeschakelde versnelling op het
instrumenten display weergegeven. In de
M modus wordt bovendien met een pijl
aangegeven dat door- of
teruggeschakeld moet worden.
Handgeschakelde versnellingsbak
Geeft de volgende informatie weer over
de bediening van de versnellingsbak:
de ingeschakelde versnelling (1, 2, 3, 4,
5, 6, N of R) en geeft met een pijl aan dat
door- of teruggeschakeld moet worden.
2 Antibotssystemen, Voorzijde, zijkant,
Cruise Control
Geeft de bediening van de volgende
functie weer:
Forward Collision Warning (FCW);
Lane Departure Warning (LDW);
Cruise Control (CC) of Active Cruise
Control (ACC) (voor bepaalde
versies/markten).
Zie voor meer informatie de betreffende
hoofdstukken.3 Waarschuwingslampje
snelheidslimiet
Toont informatie over de Speed Limiter
functie.
Zie voor meer informatie de betreffende
hoofdstuk.
4 Hoofdmenu instelbaar
Kan de volgende schermen weergeven:
Start.
Trip A.
Trip B (kan worden ingeschakeld/
uitgeschakeld op het Connect-systeem)
Prestaties.
De schermen kunnen worden
geselecteerd, door rotatie, door te
drukken op de knop getoond in fig. 47.
Afhankelijk van de gekozen rijmodus
(Dynamic, Normal, Advanced Efficiency
en RACE), die geselecteerd kan worden
via het “Alfa DNA™ Pro”-systeem, kunnen
de schermen er grafisch anders uitzien.Navigatie-instructies en
oproepinformatie kunnen worden
herhaald, bovendien kunnen deze
functies worden ingesteld op het
Connectsysteem.
Start
De parameters weergegeven op het
display voor de functie: Dynamic, Normal
en Advanced Efficiency zijn:
Tijd fig. 48 of fig. 49 (op het 3.5" FT
display alleen getoond als de
Telefoonfunctie fig. 50 herhaalmodus
niet eerder ingeschakeld werd).
Buitentemperatuur (op het 3.5" FT
display alleen getoond als de
Telefoonfunctie herhaal functie niet
eerder ingeschakeld werd).
Huidige snelheid (getoond als de
herhaal functie van de Telefoon en
Navigatiefuncties niet eerder
geactiveerd werden).
Bereik (op het 3.5" FT display getoond
als de Radio en Media functies
herhaalmodi niet eerder ingeschakeld
werden).
4705036S0002EM
45

3,5” TFT DISPLAY
7” TFT DISPLAYIn RACE-modus (voor bepaalde
versies/markten) is de verbruiksmeter
indicatie niet actief en wordt een
sportschakelindicator weergegeven. De
sportschakelindicator wordt
weergegeven door drie gele segmenten;
als de derde indicator, gekenmerkt door
de woorden "SHIFT" aan is, betekent dat,
dat de versnelling geschakeld dient te
worden.
7” TFT DISPLAYTripAenB
De "Trip computer" kan worden gebruikt
om, voor alle rijmodi (Dynamic, Normal,
Advanced Efficiency and RACE) en met
de startinrichting AAN, de maten weer te
geven betreffende de werkingsstatus
van het voertuig. Met deze functie
kunnen twee afzonderlijke ritten worden
aangemaakt, “Trip A” en Trip B” genaamd
(deze laatste kan worden uitgeschakeld
door Connect-systeem), waarmee "
volledige ritten" van de auto worden vast
gelegd. Beide functies werken
onafhankelijk van elkaar.
“Trip A” en “Trip B” worden gebruikt om
informatie weer te geven over:
Afgelegde weg
Gemiddeld brandstofverbruik
Gemiddelde snelheid
Actieve trip
Brandstofverbruikindicator (enkel 7"
TFT Display)
4805036S0003EM
4905036S0104EM
5005036S0030EM
5105036S0005EM
46
KENNISMAKING MET HET INSTRUMENTENPANEEL

7” TFT DISPLAY
De drie middelste pictogrammen op het
scherm geven de doeltreffendheid van de
rijstijl weer, gekoppeld aan de volgende
parameters: acceleratie, deceleratie en
versnellingen, met als doel
verbruiksvermindering. De balk onder de
pictogrammen toont het huidige verbruik
en de groene lijn staat voor het optimale
gebied. De wereldbol (7" TFT-display)
gaat geleidelijk aan branden afhankelijk
van de vermindering van het verbruik.
Dynamic,3,5” TFT DISPLAY
7” TFT DISPLAY
De weergegeven parameters zijn
gekoppeld aan de voertuigstabiliteit, de
grafieken illustreren de trend van de
G-krachten (G-meter informatie), en
beschouwen zwaartekrachtacceleratie
als een referentie-unit.Laterale acceleratiepieken worden ook
aangegeven.
Race (voor bepaalde versies/markten),
7” TFT DISPLAY
De weergegeven parameters zijn
gekoppeld aan de voertuigstabiliteit, de
grafieken illustreren de trend van de
G-krachten (G-meter informatie), en
beschouwen zwaartekrachtacceleratie
als een referentie-unit.
Laterale en longitudinale
acceleratiepieken worden ook
aangegeven fig. 61.
5 Kompas
Geeft de richting weer van de
bestemming.
6 Kilometerteller
Geeft het totaal aantal gereden
kilometers(of mijl) aan.
5805036S0111EM5905036S0012EM
6005036S0113EM
6105036S0014EM
48
KENNISMAKING MET HET INSTRUMENTENPANEEL

7 Storing waarschuwingslampjes
Zone aangeduid voor de weergave van
storingen, de volgende symbolen zouden
bij draaien kunnen worden weergegeven:
Waarschuwingslampjes met een lage
prioriteit (geel).
Symbolen hoge prioriteit (rood).
8 Actieradius voertuig (enkel 7” TFT
Display)
Duidt op de kilometers (of mijlen) die nog
gereden kunnen worden voordat de
brandstoftank leeg is.
9 Controlelampjes (enkel 7” TFT
Display)
Geeft de waarschuwingslampjes weer
gekoppeld aan de actieve functies
waaronder de volgende:
dimlicht;
grootlicht;
Automatisch dimlicht;
Automatisch grootlicht.PARAMETERS INGESTELD DOOR
GEBRUIKER
Door de gebruiker kunnen een aantal
programmeerbare functies worden
ingesteld in het Connect-systeem, in dit
hoofdstuk worden alleen de
basisinstellingen beschreven, zoals:
Eenheden & Taal;
Tijd en datum.
Instrumentenpaneel
Om toegang te krijgen tot de lijst met de
bovengenoemde items, ga als volgt te
werk: selecteer in het hoofdmenu,
ingeschakeld door te drukken op de
MENU-knop fig. 63, de functie
"Instellingen", door de Rotary Pad te
draaien en in te drukken.
Draai aan de Rotary Pad om de gewenste
optie te kiezen en druk erop om deze in te
schakelen.Eenheden & Taal
De volgende instellingen kunnen worden
gewijzigd wanneer deze modus is
geselecteerd fig. 64:
Meeteenheid (als dit menu item wordt
geselecteerd kunt u kiezen tussen de
metrieke, uitgebreide, of de
gepersonaliseerd systemen, deze laatste
keuze staat u toe om de meeteenheid in
te stellen al naar gelang de door u
6205036S0015EM
6305036S0040EM
6405036S0016EM
49

gewenste grootte).
Taal (door het selecteren van dit item
kunt u de taal voor het systeem kiezen).
Instellingen herstellen (wist de huidige
instellingen en herstelt de
fabrieksinstellingen).
Om bij de instellingen van de
afzonderlijke functies te kunnen en deze
af te stellen, aan de Rotary Pad draaien
en indrukken, zowel om te selecteren als
om de selectie te bevestigen.
Tijd en datum
De volgende instellingen kunnen worden
gewijzigd wanneer deze modus is
geselecteerd fig. 65:
Synchronisatie met GPS-tijd
(activeert/deactiveert de
kloksynchronisatie via de GPS; als deze
functie is uitgeschakeld zijn de opties Tijd
en Datum instellen ingeschakeld).
Tijd instellen(maakt handmatig
instellen van de tijd mogelijk).
Formaat tijd (hiermee kan het formaat
tijd worden gekozen tussen een 12-uurs
klok en een 24-uurs klok).
Datum instellen (maakt handmatig
instellen van de datum mogelijk).
Instellingen herstellen (wist de huidige
instellingen en herstelt de
fabrieksinstellingen).
Om bij de instellingen van de
afzonderlijke functies te kunnen en deze
af te stellen, aan de Rotary Pad draaien
en indrukken, zowel om te selecteren als
om de selectie te bevestigen.
InstrumentenpaneelDe volgende instellingen kunnen worden
gewijzigd wanneer deze modus is
geselecteerd fig. 66:
Volume waarschuwingszoemer
(hiermee kunt u het volume instellen van
de waarschuwingszoemer op zeven
verschillende niveaus).
Trip B (hiermee kunt u de functie
inschakelen/uitschakelen).
Herhaling telefoon (hiermee kan de
herhaling van de
telefoonfunctieschermen op het
instrumentenpaneeldisplay ook worden
ingeschakeld/uitgeschakeld).
Herhaling audio (hiermee kan de
herhaling van de audiofunctieschermen
(Radio en Media) op het
instrumentenpaneeldisplay ook worden
ingeschakeld/uitgeschakeld).
Herhaling navigatie (hiermee kan de
herhaling van de audiofunctieschermen
(Radio en Media) op het
instrumentenpaneeldisplay ook worden
ingeschakeld/uitgeschakeld).
Instellingen herstellen (wist de huidige
instellingen en herstelt de
fabrieksinstellingen).
Om bij de instellingen van de
afzonderlijke functies te kunnen en deze
af te stellen, aan de Rotary Pad draaien
en indrukken, zowel om te selecteren als
om de selectie te bevestigen.
6505036S0017EM
6605036S0018EM
50
KENNISMAKING MET HET INSTRUMENTENPANEEL