
til de motorkap helemaal op: de
handeling wordt vergemakkelijkt door de
aanwezigheid van twee
gasschokabsorbeerders die hem in de
volledig open stand houden.
Kom nooit aan deze gasveren en begeleid
de motorkap tijdens het openen.
SLUITEN
22) 24)
Om dichterbij te komen verlaag de
motorkap tot op ongeveer 40 centimeter
van de motorruimte em laat het
vervolgens vallen. Controleer of de
motorkap volledig gesloten is en niet
alleen met de beveiliging is vergrendeld
door te proberen hem op te tillen. Als de
motorkap niet perfect gesloten is,
probeer dan niet erop te drukken maar
open hem opnieuw en herhaal de
handeling.
BELANGRIJK Controleer altijd of de
motorkap goed vergrendeld is om te
voorkomen dat deze tijdens het rijden
open gaat. Aangezien de motorkap
voorzien is van een dubbel
vergrendelingssysteem, aan elke kant
een, moet gecontroleerd worden of hij
aan beide kanten gesloten is.
BELANGRIJK
22)Verricht deze handelingen uitsluitend bij
stilstaande auto.
23)Gebruik beide handen om de motorkap
op te tillen. Controleer voordat de motorkap
wordt opgetild, of de armen van de
ruitenwissers wel tegen de ruit liggen en niet
in werking zijn, het voertuig stilstaat en de
handrem is aangetrokken.
24)Om veiligheidsredenen moet de
achterklep tijdens het rijden altijd goed
gesloten zijn. Controleer dus altijd of de
motorkap goed gesloten en vergrendeld is.
Mocht u tijdens het rijden merken dat de
motorkap niet goed vergrendeld is, stop dan
onmiddellijk en sluit de motorkap op de
correcte manier.
BAGAGERUIMTE
De ontgrendeling van de bagageruimte
gebeurt elektrisch en is uitgeschakeld
wanneer de auto rijdt.
In de bagageruimte bevindt zich op de
binnenbekleding van de kofferbak de
gevarendriehoek 1 fig. 42 .
OPENEN
Openen van buitenaf
Indien ontgrendeld kan de achterklep van
buitenaf geopend worden met de
elektrische openingsknop fig. 40 tussen
de plaatverlichting, tot de klik van het
ontgrendelen wordt gehoord of door het
tweemaal snel indrukken van de knop
op de afstandsbediening.
3904196S0002EM
4004056S0005EM
38
KENNISMAKING MET DE AUTO

Symbool Wat betekent dat?
STORING BUITENVERLICHTING
Het symbool gaat branden om een storing in een van de volgende verlichting aan te geven: dagverlichting (DRL's) / parkeerlichten
/ richtingaanwijzers aanhanger (indien aanwezig) / verlichting aanhanger (indien aanwezig); stadslichten / richtingaanwijzers /
mistlamp / achteruitrijlicht / remlichten / kentekenplaatverlichting.
De storing kan veroorzaakt zijn door een doorgebrande lamp, zekering, of een onderbroken elektrische verbinding.
Vervang de lamp of de betrokken zekering. Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING KEYLESS START-SYSTEEM
Het symbool gaat branden in geval van een storing van het Keyless Start-systeem.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING AFSLUITER VAN DE BRANDSTOFTOEVOER
Het symbool gaat branden in geval van een storing van de afsluiter van de brandstoftoevoer.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING LANE DEPARTURE WARNING-SYSTEEM (LDW)
Het symbool gaat branden als er zich een storing van het Lane Departure Warning-systeem voordoet.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
SLIJTAGE OP REMBLOKKEN
Gaat branden wanneer de remblokken hun slijtagegrens hebben bereikt.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
BELANGRIJK Gebruik altijd originele of gelijkwaardige onderdelen omdat het Integrated Brake System (IBS) storingen kan
detecteren.
STORING AUTOMATISCHE INSCHAKELING GROOTLICHT (Automatic High Beam)
(indien aanwezig)
Het symbool gaat branden om een storing van de automatische inschakeling van het grootlicht aan te geven.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de storing op te lossen.
INWERKINGTREDING BRANDSTOFAFSLUITSYSTEEM
Het symbool gaat branden in geval van de activering van de afsluiter van de brandstoftoevoer.
Zie, om het brandstofafsluitsysteem weer in te schakelen, de beschrijving in het deel "Brandstofafsluitsysteem" in het hoofdstuk
"Noodgevallen". Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk als de brandstoftoevoer nog niet hersteld kan worden.
STORING PARKEERSENSOREN
Gaat branden wanneer het systeem is uitgevallen of niet beschikbaar is.
Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de installatie te laten controleren.
64
KENNISMAKING MET HET INSTRUMENTENPANEEL

Symbool Wat betekent dat?
STORING REGELEENHEID LICHTEN AANHANGER
Het symbool gaat branden om de storing van de regeleenheid, die de verlichting van de aanhanger regelt weer te geven.
Controleer of de stekker van de lichten van de aanhanger correct is aangesloten. Als bij de volgende start van de motor de storing
blijft aanhouden, wend u dan zo snel mogelijk tot het Alfa Romeo Servicenetwerk om de installatie te laten controleren.
STORING AUDIOSYSTEEM
Het symbool gaat branden om een storing van het audiosysteem aan te geven.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de storing op te lossen.
KOPPELINGSPEDAAL
(indien aanwezig)
Gaat branden om de bestuurder erop te wijzen dat deze het koppelingspedaal moet intrappen om de motor te starten.
Het koppelingspedaal intrappen.
RUITENSPROEIERVLOEISTOFPEIL
Het wordt enkele seconden weergegeven om aan te geven dat het ruitensproeiervloeistofpeil van de voorruit en koplampen
sproeiers (indien aanwezig) laag is.
Vul de vloeistof bij: om dit te doen, raadpleeg het gedeelte "Peilcontrole" in het hoofdstuk "Onderhoud en verzorging". Gebruik
uitsluitend de vloeistoffen met de voorgeschreven eigenschappen aangeduid in "vloeistoffen en smeermiddelen" in het
hoofdstuk "Technische gegevens".
65

Symbool Wat betekent dat?
DOP BRANDSTOFTANK
(indien aanwezig)
Gaat branden als de brandstoftankdop open of niet goed afgesloten is.
Draai de benzinetankdop goed aan.
STORING ELEKTRISCHE PARKEERREM
Het inschakelen van het symbool, samen met een bericht op het beeldscherm, geeft een storing weer in het elektrische
parkeerremsysteem.
Deze storing kan de auto gedeeltelijk of compleet blokkeren omdat de parkeerrem ingeschakeld zou kunnen blijven, ook al zijn
deze automatisch of handmatig uitgeschakeld met de betreffende bedieningen. In deze omstandigheden kunt u de parkeerrem
uitschakelen volgens de nooduitschakelprocedure beschreven in het hoofdstuk "In een Noodgeval".
Als u nog in de auto kunt rijden (parkeerrem is niet ingeschakeld), rijd dan naar het dichtstbijzijnde Alfa Romeo Servicenetwerk en
denk eraan bij het uitvoeren van manoeuvres en bedieningen, dat de elektrische parkeerrem niet operationeel is.
30)
STORING ACTIVE CRUISE CONTROL-SYSTEEM
Als tijdens het rijden het waarschuwingslampje gaat branden, duidt dit op een storing in het Active Cruise Control-systeem.
Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de installatie te laten controleren.
BELANGRIJK
30)Indien zich een storing voordoet bij hard remmen kunnen de achterwielen blokkeren en kan het voertuig gaan slippen.
Symbool Wat betekent dat?
ALGEMENE INDICATIE
Signaleert informatie en storingen.
De begeleidende berichten beschrijven de storing.
STORING VIERWIELAANDRIJVING
Dit symbool wordt ingeschakeld om een storing van het vierwielaandrijvingssysteem aan te geven.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de storing op te lossen.
STORING AFS-SYSTEEM
Het symbool verschijnt om storing in het systeem van automatische richtingverlichting aan te geven.
Laat het systeem onmiddellijk controleren door een Alfa Romeo Servicenetwerk.
67

BELANGRIJK
88)Breng geen stickers of andere
voorwerpen op het stuurwiel, op het
dashboard in de zone van de
passagiersairbag, op de zijkant van de
dakbekleding en op de stoelen aan. Plaats
nooit voorwerpen (bijv. mobiele telefoons)
op het dashboard aan passagierszijde,
omdat deze het correct openen van de
passagiersairbag kunnen hinderen en tevens
de inzittenden ernstig kunnen verwonden.
89)Rijd altijd met de handen op de rand van
het stuurwiel zodat de airbag indien nodig
ongehinderd opgeblazen kan worden. Rijd
niet met het lichaam naar voren gebogen,
maar houd de rugleuning in een rechte stand
en steun er goed tegen met uw rug.
90)De passagiersairbag kan buiten werking
worden gesteld via het Connectsysteem
door het selecteren van de volgende functies
in volgorde op het hoofdmenu: ‘Instellingen’;
‘Veiligheid’; ‘Air Bag passagier’ en
‘uitschakeling’.
91)Hang geen harde voorwerpen aan de
kledinghaken of de steunhandgrepen.
92)Steun niet met het hoofd, de armen of de
ellebogen tegen het portier, de ruiten of in
het gebied van de Hoofdairbag om mogelijke
verwondingen tijdens het opblazen te
voorkomen.
93)Steek nooit het hoofd, de armen of
ellebogen uit het raam.94)Als het startsysteem op ON wordt gezet
en het
lampje niet gaat branden of tijdens
het rijden blijft branden, dan is er mogelijk
een storing in de veiligheidssystemen; in dat
geval kunnen de airbags of gordelspanners
niet in werking treden bij een ongeval of, in
een zeer beperkt aantal gevallen, onbedoeld
in werking treden. Neem onmiddellijk
contact op met het Alfa Romeo
Servicenetwerk om het systeem te laten
controleren alvorens verder te rijden.
95)In het geval van een storing van de led
OFF(bevindt zich op de instapverlichting
voor), verschijnt het
waarschuwingslampje op het
instrumentenpaneel.
96)Bedek bij voertuigen met zijairbags de
rugleuning van de voorstoelen niet met extra
hoezen.
97)Reis niet met voorwerpen op schoot of
voor de borst en houd niets in de mond (pijp,
pen, enz.): deze kunnen ernstig letsel
veroorzaken als de airbag in werking treedt.
98)Laat bij diefstal of poging tot diefstal,
vandalisme of overstromingen het
airbagsysteem door een Alfa Romeo
Servicepunt controleren.
99)Een storing van het airbaglampje wordt
aangegeven door het aangaan van het
symbool "storing airbag" en een speciaal
bericht op het display van het
instrumentenpaneel. De pyrotechnische
ladingen zijn niet uitgeschakeld. Neem
onmiddellijk contact op met het Alfa Romeo
Servicenetwerk om het systeem te laten
controleren alvorens verder te rijden.
100)De activeringsdrempel van de airbag is
hoger dan die van de gordelspanners. Bij
aanrijdingen die tussen deze twee
drempelwaarden liggen, treden alleen de
gordelspanners in werking.101)De airbag vervangt niet de
veiligheidsgordels, maar verhoogt hun
doeltreffendheid. Omdat de frontairbags
niet worden geactiveerd bij frontale
botsingen bij lage snelheden, zijdelingse
botsingen, botsingen achterop en over de
kop slaan, worden in deze gevallen de
inzittenden uitsluitend door de zijairbags en
de veiligheidsgordels beschermd, die dus
altijd gedragen moeten worden.
108
VEILIGHEID

Lampen Type VermogenReferentieafbeelding
(1) Grootlicht, voorkant lichten/ daglicht looplicht (DRL) H15 55/15W D
(1) Dimlicht H7 55
WD
(1) Richtingaanwijzers voor PY24W 24W B
(1) Mistlampen H11 55 W E
Koplampen grootlicht/dimlicht (Xenon gasontladingslampen) D5S 25 W F
Koplampen grootlicht/dimlicht (Xenon gasontladingslampen) D3S 35 W F
Verlichting zonneklep 1.5CP 2.1W C
Dashboardkastverlichting W5W 4 W A
Bagageruimteverlichting W5W 5 W A
Puddle lichten (onder deurpaneel) W5W 5 W A
(1) Alleen voor de basisversie koplampen met halogeen- grootlicht/dimlichten
144
NOODGEVALLEN

LAMP BUITENVERLICHTING
VERVANGEN
BELANGRIJK Vervang de lamp alleen
wanneer de motor uit is. Controleer ook
of de motor koud is, om het risico op
brandwonden te voorkomen.
Voorste lichtunit met halogeen
koplampen grootlicht/dimlicht
Dimlicht
Ga als volgt te werk om de lamp van deze
verlichting te vervangen:
verwijder de bovenste afdekking van
de wielkast door de twee
bevestigingsschroeven fig. 134 los te
draaien;
verwijder de afdekking fig. 135;
verwijder de lamp/lamphouder van de
zitting fig. 136;
verwijder de lamp door deze van de
lamphouder af te schuiven;
plaats de nieuwe lamp, controleer of
hij goed vergrendeld is in de lamphouder;
plaats vervolgens de lamp en de
lamphouder in zijn zitting en verzeker u
ervan dat hij goed vergrendeld is;
hermonteer het deksel en de kap en
draai de bevestigingsbouten aan.
Grootlicht
Ga als volgt te werk om de lamp van deze
verlichting te vervangen:
werk in de motorruimte fig. 137;
verwijder de afdekking fig. 138;
draai de lamp, lamphouder en
connector linksom en schuif hem dan van
de zitting fig. 139;
13408026S0001EM
13508026S0002EM
13608026S0003EM
13708026S0023EM
13808026S0004EM
145

verwijder de lamp door deze van de
lamphouder af te schuiven;
plaats de nieuwe lamp en controleer of
hij goed vergrendeld is in de lamphouder;
plaats vervolgens de lamp en de
lamphouder in zijn zitting op het
koplamphuis en draai hem linksom.
Verzeker u ervan dat hij goed vergrendeld
is;
hermonteer het beschermdeksel.
Richtingaanwijzers
Ga als volgt te werk om de lamp van deze
verlichting te vervangen:
werk in de motorruimte fig. 140;
verwijder de afdekking door eraan te
draaien fig. 141;
draai de lamp, lamphouder en lamphuis
en schuif hem dan van de zitting fig. 142;
verwijder de lamp door deze van de
lamphouder af te schuiven;
plaats de nieuwe lamp en controleer of
hij goed vergrendeld is in de lamphouder;
plaats vervolgens de lamp en de
lamphouder in zijn zitting op het
koplamphuis en draai hem linksom.
Verzeker u ervan dat hij goed vergrendeld
is;
hermonteer het beschermdeksel.
Mistlampen voor
Ga als volgt te werk om de lampen te
vervangen:
verwijder de onderste afdekking van
de wielkast door de twee
bevestigingsschroeven fig. 143 los te
draaien;
13908026S0005EM14008026S0023EM
14108026S0006EM
14208026S0007EM
146
NOODGEVALLEN