
autobezitter worden ingezien. Daarnaast kan
een Service Partner van de fabrikant of een an‐
dere gekwalificeerde Service Partner of speci‐
alist de in de elektronische onderhoudsge‐
schiedenis opgeslagen gegevens inzien.
De autobezitter kan bij een Service Partner van
de fabrikant of een andere gekwalificeerde
Service Partner of specialist bezwaar maken
tegen de invoer in de elektronische onder‐
houdsgeschiedenis met de daarmee gepaard
gaande opslag van de gegevens in de auto en
de gegevensoverdracht aan de autofabrikant
gedurende de tijd dat de auto in zijn bezit is. Er
vindt dan geen invoer in de elektronische on‐
derhoudsgeschiedenis van de auto plaats.
Aansluiting voor On-Board
Diagnose OBD
Opmerking ATTENTIE
Ondeskundig gebruik van de contact‐
doos voor de On-Board-Diagnose kan tot sto‐
ringen aan de auto leiden. Er bestaat gevaar
voor schade. Service- en onderhoudswerk‐
zaamheden via de contactdoos voor de On-
Board-Diagnose alleen door een Service Part‐
ner van de fabrikant, een andere
gekwalificeerde Service Partner, een gespecia‐
liseerde werkplaats of door andere geautori‐
seerde personen laten uitvoeren. Alleen appa‐
raten aansluiten, waarvan het gebruik aan de
contactdoos voor On-Board-Diagnose gecon‐
troleerd en geen problemen oplevert.◀Positie
Aan bestuurderszijde bevindt zich een OBD-
aansluiting voor het testen van onderdelen die
voor de emissiesamenstelling bepalend zijn.
Emissiewaarden
▷Het waarschuwingslampje knip‐
pert:
Motorstoring die tot beschadiging
van de katalysator kan leiden. Auto
onmiddellijk laten controleren.▷Het waarschuwingslampje brandt:
Verslechtering van de emissiewaarden.
Auto zo spoedig mogelijk laten controle‐
ren.
Terugname van de auto
De fabrikant van uw auto adviseert de auto aan
het eind van zijn levenscyclus in te leveren bij
een door de fabrikant aangeduid terugname‐
punt. Voor de terugname zijn de betreffende
nationale wettelijke voorschriften van toepas‐
sing. Meer informatie is bij een Service Partner
van de fabrikant of een andere gekwalificeerde
Service Partner of specialist verkrijgbaar.
Seite 267OnderhoudMobiliteit267
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16

3.De houder openklappen.4.Wisserblad langs de wisserarm afnemen.5.Nieuwe wisser bevestigen en naar bene‐
den drukken totdat deze vastklikt in de
houder.6.Wissers inklappen.
Achterste wisserblad vervangen
1.Wisserarm uitklappen.2.Wisserblad tot de aanslag naar achteren
draaien.3.Wisserblad tegen de aanslag verder
draaien en daarmee uit de bevestiging
drukken.4.Nieuw wisserblad tot hoorbaar vastklikken
in de bevestiging drukken.5.Ruitenwisser inklappen.
Vervangen van lampen
Algemeen
Lampen en verlichting dragen in hoge mate bij
aan de verkeersveiligheid.
De fabrikant van de auto raadt aan om werk‐
zaamheden waarmee u niet vertrouwd bent of
die niet in deze handleiding beschreven staan,
door een Service Partner van de fabrikant of
een andere gekwalificeerde Service Partner of
specialist te laten uitvoeren.
Een doos met reservelampen is verkrijgbaar bij
een Service Partner van de fabrikant of een an‐
dere gekwalificeerde Service Partner of speci‐
alist.
Aanwijzingen
Lampen en verlichtingen WAARSCHUWING
Ingeschakelde lampen kunnen heet wor‐
den. De lampen niet aanraken om verbrandin‐
gen te voorkomen. Er bestaat kans op letsel.
Lampen alleen vervangen als ze zijn afge‐
koeld.◀
WAARSCHUWING
Bij werkzaamheden aan ingeschakelde
verlichting kan er kortsluiting ontstaan. Er be‐
staat kans op letsel of schade. Bij werkzaam‐
heden aan de verlichting de betreffende lam‐
pen uitschakelen. De eventueel bijgevoegde gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de
lamp in acht nemen.◀
ATTENTIE
Verontreinigde lampen hebben een kor‐
tere levensduur. Er bestaat gevaar voor
schade. Het glas van nieuwe lampen niet met
Seite 269Vervangen van onderdelenMobiliteit269
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16

de blote hand vastpakken. Een schone doek of
iets dergelijke gebruiken of de lamp bij de fit‐
ting vastpakken.◀
Xenonlicht GEVAAR
Bij de verlichting kunnen hoge spannin‐
gen aanwezig zijn. Er bestaat levensgevaar.
Werkzaamheden aan de verlichtingsinstallatie,
inclusief het vervangen van lampjes, door een
Service Partner van de fabrikant of een andere
gekwalificeerde Service Partner of specialist
laten uitvoeren.◀
LED-lampen
Sommige uitrustingsvarianten hebben achter
een afdekking LED-lampen als lichtbron.
Deze zijn verwant met de gewone lasers en
worden als lichtemitterende diode van klasse 1
gekenmerkt.
WAARSCHUWING
Te intensieve helderheid kan het netvlies
van de ogen irriteren of beschadigen. Er be‐
staat kans op letsel. Niet rechtstreeks in de
koplamp of andere lichtbronnen kijken. Afdek‐
kingen van LED's niet verwijderen.◀
Koplampglazen Bij koel of vochtig weer kunnen de voertuigver‐
lichtingsunits aan de binnenzijde beslaan. Bij
rijden met ingeschakeld licht verdwijnt de
wasem na korte tijd. Het koplampglas hoeft
niet te worden vervangen.
Als zich ondanks ingeschakelde koplampen in
toenemende mate vocht vormt, bijv. in de vorm
van waterdruppels in de lamp, adviseert de fa‐
brikant van uw auto de koplampen door een
Service Partner van de fabrikant of een andere
gekwalificeerde Service Partner of specialist te
laten controleren.Koplampinstelling
De instellingen van de koplampen kunnen wor‐
den beïnvloed door het vervangen van lampen.
Na het vervangen de koplampinstelling door
een Service Partner van de fabrikant of een an‐
dere gekwalificeerde Service Partner of speci‐
alist laten controleren en eventueel corrigeren.
Frontlampen, lamp vervangen
Halogeenkoplampen
Overzicht1Grootlicht/lichtsignaal2Dimlicht3Richtingaanwijzers4Dagrijlicht/Stadslicht
Dimlicht
Opmerking
Algemene aanwijzingen in acht nemen, zie pa‐
gina 269.
Seite 270MobiliteitVervangen van onderdelen270
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16

Vervangen
Lamp 55 watt, H7.1.Motorkap openen, zie pagina 258.2.Draai de afdekking tegen de klok in en
neem hem weg.3.De stekker voorzichtig uittrekken.4.Trek de lamp uit de stekker en plaats een
nieuwe lamp.5.Voor het plaatsen van de nieuwe lamp en
het aanbrengen van de afdekking omge‐
keerd te werk gaan.
Grootlicht/lichtsignaal en stadslicht
Opmerking
Algemene aanwijzingen in acht nemen, zie pa‐
gina 269.
Vervangen
Grootlicht/lichtsignaal: gloeilampje 55 watt,
H7.
Stadslicht: gloeilamp 5 watt, W5W.1.Motorkap openen, zie pagina 258.2.Draai de afdekking tegen de klok in en
neem hem weg.3.Lampenhouder wegnemen.
De onderste lamp is het stadslicht, de bo‐
venste lamp is het grootlicht en het licht‐
signaal.4.Lamp verwijderen.5.Voor het plaatsen van de nieuwe lamp en
het aanbrengen van de afdekking omge‐
keerd te werk gaan.
Xenon-koplamp
Aanwijzingen GEVAAR
Bij de verlichting kunnen hoge spannin‐
gen aanwezig zijn. Er bestaat levensgevaar.
Werkzaamheden aan de verlichtingsinstallatie,
inclusief het vervangen van lampjes, door een
Service Partner van de fabrikant of een andere
gekwalificeerde Service Partner of specialist
laten uitvoeren.◀
Op grond van de hoge levensduur van de lam‐
pen is de waarschijnlijkheid van een uitval zeer
gering. Vaak in- en uitschakelen verkort de le‐
vensduur.
Als een lamp uitvalt, kan voorzichtig verder
worden gereden met gebruik van de mistlam‐
pen als verlichting. Neem de voor het land spe‐
cifieke wetten in acht.
Seite 271Vervangen van onderdelenMobiliteit271
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16

Overzicht1Hoekverlichting2Stadslicht / Dagrijlicht3Dimlicht / Grootlicht / Lichtsignaal4Richtingaanwijzers
Xenonlicht
Dimlicht en grootlicht zijn uitgevoerd met xe‐
nontechnologie.
Stadslicht en dagrijlicht zijn uitgevoerd met
LED-technologie.
Bij een defect contact opnemen met de Ser‐
vice Partner van de fabrikant of een andere ge‐
kwalificeerde Service Partner of specialist.
Hoekverlichting op de Xenon-koplamp
Opmerking
Algemene aanwijzingen in acht nemen, zie pa‐
gina 269.
Vervangen
Lamp 55 watt, H7.1.Motorkap openen, zie pagina 258.2.Draai de afdekking tegen de klok in en
neem hem weg.3.Lampenhouder wegnemen.4.Lamp verwijderen.5.Voor het plaatsen van de nieuwe lamp en
het aanbrengen van de afdekking omge‐
keerd te werk gaan.
LED-koplampen
Bij LED-koplampen zijn alle lampen alsmede
de zijdelingse richtingaanwijzers met LED-lam‐
pen uitgerust.
Als er LED-lampen uitvallen, kan voorzichtig
verder worden gereden met gebruik van de
mistlampen als verlichting. Neem de voor het
land specifieke wetten in acht.
Bij een defect contact opnemen met de Ser‐
vice Partner van de fabrikant of een andere ge‐
kwalificeerde Service Partner of specialist.
Richtingaanwijzers Opmerking
Algemene aanwijzingen in acht nemen, zie pa‐
gina 269.
Seite 272MobiliteitVervangen van onderdelen272
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16

Vervangen
Gloeilamp 21 watt, PY 21W.1.Motorkap openen, zie pagina 2582.Draai de afdekking tegen de klok in en
neem hem voorzichtig weg.
De lamp is op de afdekking bevestigd.3.Draai de lamp met de klok mee om hem te
verwijderen.4.Voor het plaatsen van de nieuwe lamp en
het aanbrengen van de afdekking omge‐
keerd te werk gaan.
Knipperlicht in de buitenspiegel
De knipperlichten in de buitenspiegels maken
gebruik van LED-techniek. Bij een defect con‐
tact opnemen met de Service Partner van de
fabrikant of een andere gekwalificeerde Ser‐
vice Partner of specialist.
Mistlamp
Opmerking
Algemene aanwijzingen in acht nemen, zie pa‐
gina 269.
Vervangen
Gloeilamp 35 watt, H8.1.Schroevendraaier uit het boordgereed‐
schap met de vlakke zijde op de klem ge‐
leiden, pijl 1.2.Draai de schroevendraaier 90°, zie pijl 2.3.Mistlamp naar voren wegnemen.4.Stekker losmaken.5.Lamphouder draaien en verwijderen.6.Lamp verwijderen en vervangen.7.Ga in omgekeerde volgorde te werk voor
het plaatsen van de mistlamp. Let daarbij
op de geleiderails.Seite 273Vervangen van onderdelenMobiliteit273
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16

LED-mistlamp
De mistlampen zijn van LED-techniek voor‐
zien. Bij een defect contact opnemen met de
Service Partner van de fabrikant of een andere
gekwalificeerde Service Partner of specialist.
Dynamic Light Spot
De lampen maken gebruik van LED-techniek.
Bij een defect contact opnemen met de Ser‐
vice Partner van de fabrikant of een andere ge‐
kwalificeerde Service Partner of specialist.
Achterlichten, lamp vervangen
LED-achterlichten De achterlichten maken gebruik van LED-tech‐
niek. Bij een defect contact opnemen met de
Service Partner van de fabrikant of een andere
gekwalificeerde Service Partner of specialist.
Wielen vervangen
Algemeen
Bij runflat-banden of het gebruik van plakmid‐
delen is het niet noodzakelijk om het wiel direct
te wisselen bij spanningsverlies in het geval
van pech.
Zo nodig vindt u het juiste gereedschap voor
het verwisselen van wielen als toebehoren bij
een Service Partner van de fabrikant of een an‐
dere gekwalificeerde Service Partner of speci‐
alist.Kriksteunpunten
De kriksteunpunten bevinden zich op de aan‐
gegeven posities.
Reservewiel
Veiligheidsmaatregelen
▷De auto zo ver mogelijk uit de buurt van de
verkeersstroom en op een vaste onder‐
grond parkeren. Alarmknipperlichten in‐
schakelen.▷Parkeerrem bedienen en de keuzehendel‐
stand P inschakelen.▷Alle inzittenden laten uitstappen en buiten
het gevarengebied brengen, bijv. achter de
vangrails.▷Eventueel gevarendriehoek of waarschu‐
wingsknipperlichten op de betreffende af‐
stand neerzetten.▷Het wiel alleen verwisselen op een effen,
vaste en slipvrije ondergrond. Op een
zachte of gladde ondergrond, bijv. sneeuw,
ijs, tegels enz. kan de auto of de autokrik
naar de zijkant wegglijden.▷Geen houtblokken e.d. onder de autokrik
leggen, anders kan de krik haar draagver‐
mogen niet bereiken wegens de beperkte
hoogte.▷Wanneer de auto opgetild is, niet hieronder
gaan liggen en de motor niet starten, an‐
ders bestaat er levensgevaar.Seite 274MobiliteitVervangen van onderdelen274
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16

Na het verwisselen van een wiel1.De wielbouten kruiselings vastdraaien. Het
aanhaalmoment bedraagt 140 Nm.2.Het defecte wiel opbergen in de bagage‐
ruimte.
Het defecte wiel is te groot om bewaard te
kunnen worden onder de bagageruimtebo‐
dem.3.De bandenspanning bij de volgende gele‐
genheid controleren en zo nodig corrige‐
ren.4.Bandenpechwaarschuwing opnieuw initia‐
liseren.
Reset van de bandenspanningscontrole
uitvoeren.5.Het vastzitten van de wielbouten laten con‐
troleren met een gekalibreerde moments‐
leutel.6.De beschadigde banden zo snel mogelijk
vervangen.
Rijden met reservewiel
WAARSCHUWING
Het reservewiel heeft speciale afmetin‐
gen. Bij het rijden met een reservewiel kunnen
bij hogere snelheden gewijzigde rij-eigen‐
schappen optreden zoals verminderde koers‐
stabiliteit bij het remmen, langere remweg en
verandering van het stuurgedrag in het grens‐
bereik. Er bestaat gevaar voor ongevallen.
Rustig rijden en een snelheid van max. 80 km/h
niet overschrijden.◀
Wielbouten met slot De adapter van de wielbouten met slot bevindt
zich in het boordgereedschap of in een op‐
bergvak bij het boordgereedschap.
▷Wielbout, pijl 1.▷Adapter, pijl 2.
Verwijderen
1.Adapter op de wielbout plaatsen.2.Wielbout losschroeven.
Na het vastschroeven de adapter weer verwij‐
deren.
Accu Onderhoud De accu is onderhoudsvrij.
Het zuur waarmee de accu gevuld is volstaat
voor de volledige levensduur van de accu.
Specifieke informatie over de accu kan bij een
Service Partner van de fabrikant of een andere
gekwalificeerde Service Partner of specialist
worden opgevraagd.
Vervangen van de accu ATTENTIE
Accu's die als ongeschikt zijn bevonden
kunnen systemen beschadigen of ertoe leiden
dat functies niet meer kunnen worden uitge‐ voerd. Er bestaat gevaar voor schade. Alleen
accu's gebruiken die door de fabrikant van de
auto als geschikt zijn aangemerkt.◀
De fabrikant van uw auto adviseert om de voer‐
tuigaccu na het vervangen door een Service
Partner van de fabrikant of een andere gekwa‐
lificeerde Service Partner of specialist bij de
Seite 276MobiliteitVervangen van onderdelen276
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16