VEILIGHEID VEILIG VERVOEREN
VAN KINDEREN ZICHT
146 Lichtschakelaar
149Ver lichting overdag
150Automatische verlichting
151 Automatische schakelinggrootlicht/dimlicht
154Koplampen verstellen
155 Meedraaiende koplampen
157 Ruitenwisserschakelaar
159 Automatische ruitenwissers
161Plafonniers
162Sfeerverlichting
166Kinderzitjes
172 ISOFIX-kinderzitjes
175Kinderbeveiliging
178Richtingaanwijzers
179 Urgence-oproep of Assistance-oproep
179 Claxon
180Bandenspanningscontrolesysteem
181ESP
184 Veili
gheidsgordels
187 Airbags
RIJDEN
120 Elektrisch bediendehandrem
128Hill Holder
129EGS 6-versnellingsbak
133 Lane Departure WarningSystem (LDWS)
134Head-up display
137Snelheidsbegrenzer
139 Snelheidsregelaar
141Parkeerhulp
143 Achteruitrijcamera
005005006006007007004004
9Eerste kennismaking
Zuinig en milieuvriendelijk rijden
Het brandstofverbruik
van een auto kan sterk variërenafhankelijk van:
- de rijstijl
van de bestuurder (rustig, spor tief, snel, ...),
- het type trajectdat wordt afgelegd (stad, buitenweg, autosnelweg, weinig verkeer, file, ...) en de snelheid.
Belangrijkste adviezen voor zuinig rijden
Keuzeschakelaar hybridesysteem
Zet voor een optimaal brandstofverbruik, ook in stadsverkeer, de keuzeschakelaar in de standAuto
(deze stand
wordt bij het star ten automatisch ingeschakeld).
In deze stand worden de energiebronnen (verbrandingsmotor en/of elektromotor) optimaal gebruikt. De andere standen zijn daarentegen voor een specifiek gebruik bedoeld.
Selectiehendel van de versnellingsbak
Gebruik zo veel mogelijk de automatische stand A
. In deze stand wordt altijd de op dat moment optimale versnelling ingeschakeld.
Oorzaken van een te hoog brandstofverbruik en controles
Net als bij andere auto's geldt ook in dit geval het volgende: belaad uw auto niet te zwaar, beperk zo veel mogelijk de luchtweerstand
van de auto (sneller dan 50 km/h rijden met geopende ruiten, aanwezigheid van beladen of onbeladen dakdragers, ...) en beperk zo veel mogelijk het gebruik van verbruikers (airconditioning, stoelver warming, achterruitver warming, ...). Controleer regelmatig de bandenspanning en houd u daarbij aan de door de fabrikant aanbevolen waarden. Laat uw
auto vol
gens de voorschriften van de fabrikant onderhouden.
Soepel rijden
Rijd zo veel mogelijk in de "eco"-zone
van de energiemeter: accelereer rustig, rijd waar mogelijk met eenconstante snelheid en gebruik daarbij de snelheidsregelaar of -begrenzer.Gebruik de "charge"-zone:
anticipeer op verkeersomstandigheden die een lagere snelheid vereisen door het gas
los te laten in plaats van te remmen. De naald van de energiemeter (in de "charge"-zone) geeft aan hoeveel energieer op deze manier wordt teruggewonnen.
Verbruiksgeschiedenis
Bekijk het effect van uw rijstijl en het type traject door de verbruiksgeschiedenis te raadplegen. Zie het hoofdstuk
"Multifunctionele displays".
13Eerste kennismaking
Interieur
Head-up display
Dit systeem projecteer t de informatie over de
wagensnelheid en de snelheidsbegrenzer/snelheidsregelaar op een getint scherm in het gezichtsveld van de bestuurder, zodat deze
de blik op de weg gericht kan houden.
Centraal opbergvak met uitrusting
Dit opbergvak, dat diverse compartimenten
bevat, is voorzien van verlichting en heeft een
koelfunctie. Het bevat verder ruimte voor eenflesje en is uitgerust met een USB-box.
Audio- en communicatiesystemen
Deze systemen zijn voorzien van de
nieuwste technologie: autoradio met MP3 -afspeelmogelijkheid, USB-aansluiting, Bluetooth-
handsfree kit, navigatiesysteem met kleurenscherm, AUX-aansluitingen, hifi-audiosysteem, ...eMyWay
134
106
309
255
Autoradi
o
Massagefunctie
Deze functie masseert uw lendenen gedurende circa 60 minuten. De massage
bestaat uit zes cyclussen van tien minuten.
98
Elektrisch bediende handrem
Deze handrem wordt automatisch aangetrokken wanneer de motor wordt afgezet,
en vrijgezet bij het wegrijden. Het blijft echter
mogelijk de handrem handmatig te bedienen.
120
14 . Schakelaars ruiten / elektrisch bediendekindersloten / centrale vergrendeling.
15. Bedieningspaneel van eMyWay.
16.Selectiehendel.
17. Keuzeschakelaar Hybrid4-systeem.
18
. Bedieningspaneel ver warming/
airconditioning.
19.Autoradio.
20.Alarmknipperlichten.21. Display.
22.Middelste verstelbare en afsluitbareventilatieroosters.
23.Klokje.
24.Starten met START/STOP-knop.
25. Lezer van de elektronische sleutel.
26. Schakelaar ruitenwissers/ruitensproeiers/boordcomputer.
Cockpit
1.
Hendel motorkapontgrendeling.2.
Koplampverstelling. 3.
Verstelbare en afsluitbarezijventilatieroosters. 4.
Ontwaseming van de voorportierruiten.
5.
Ontwaseming voorste zijruiten.
6.Head-up display.7. Voorruitontwaseming.8.Airbag passagier.9.
Dashboardkastje / Uitschakeling passagiersairbag. 10.12V-aansluiting.11.
Bediening ruiten achter.12.Middenarmsteun met opbergvakken
USB/Jack-aansluiting. 13.Elektrisch bediende handrem.
27. Bediening van de autoradio vanaf hetstuurwiel.28.
Airbag bestuurder.
Claxon.
29. Schakelaars snelheidsregelaar/-begrenzer.
30.
Schakelaarpaneel (zie vorige pagina). 31.Afstellen buitenspiegels.32.
Schakelaar verlichting enrichtingaanwijzers. 33.
Instrumentenpaneel.34.Controlelampjes veiligheidsgordels enairbags.35.Plafonnier.36.Bediening head-up display.37.
Bediening zonnescherm cockpit roof. 38.Oproep naar Citroën Urgence met
lokalisering - Oproep naar Citroën Assistance met lokalisering.
21Eerste kennismaking
Controle tijdens het rijden
Wanneer u het contact aanzet, slaan allemeters uit en keren ver volgens terug naar de '0"-stand.
A.Als het contact wordt aangezet, geven de
lichtblokjes het resterende brandstofniveau
weer.
Instrumentenpaneel
1.Als het contact wordt aangezet, gaan de oranjeen rode waarschuwingslampjes branden.2.Als het hybridesysteem is ingeschakeld, moeten deze lampjes weer uitgaan.
Raadpleeg de desbetreffende bladzijde als er
lampjes blijven branden.
Waarschuwingslampjes
55
B.
Als het contact wordt aangezet, wordt op
het display van het instrumentenpaneel het
motorolieniveau weer
gegeven.
Ga indien nodig tanken of vul olie bij.
54
29Hybridesysteem
Belangrijkste onderdelen van het Hybrid4-systeem
De voorin geplaatste HDi dieselmotor (1)
drijft de auto aan via de voor wielen en lever t onder normale omstandigheden het grootste deel van het vermogen om te kunnen rijden.
Deze motor is voorzien van het Stop & Start-systeem (5)
, dat het opladen van de tractiebatterij
regelt en indien nodig voor extra vermogen zorgt (stand 4x4).
Afhankelijk van de geselecteerde stand van het hybridesysteem zorgt de achterin geplaatste elektromotor (2)voor de aandrijving van alleen de achter wielen of vult deze de dieselmotor aan.
De elektromotor regelt de regeneratie van energie en het opladen van de tractiebatterij tijdens hetdecelereren en werkt tot 120 km/h.
E
en 200V-tractiebatterij (3)
(hoogspanningsaccu) van het type NI-MH bevat de energievoorraad
voor de achterin geplaatste elektromotor.
Het laadniveau wordt automatisch op peil gehouden wanneer de auto decelereer t.
De tractiebatterij bevindt zich in een compar timent van de bagageruimte dat alleen toegankelijk is
voor gekwalificeerde technici van de werkplaats.
H
et laadniveau
van de tractiebatterij wordt aangegeven door 8 horizontale of verticale streepjes (afhankelijk van het type display).
D
e normale 12V-accu
die zich in de motorruimte bevindt, zorgt voor de voeding van de elektrische
installatie van de auto. Deze accu wordt automatisch bijgeladen door het hoogspanningsnetwerk.
33Hybridesysteem
Diefstalbeveiliging
Elektronische startbeveiliging
In de sleutels is een chip aangebracht die over
een geheime code beschikt. Om te kunnen
starten, moet bij het aanzetten van het contact de code van de sleutel worden herkend door de
startbeveiliging.
Deze elektronische startbeveiliging blokkeerthet motormanagementsysteem zodra hetcontact wordt afgezet en voorkomt zo het
starten van de motor bij een inbraak. Bij een storing in het systeem wordt u gewaarschuwd door een melding op het display
van het instrumentenpaneel.
De auto kan dan niet gestart worden.
Raadplee
g zo snel mogelijk het CITROËN-netwerk.
Contact aan zonder starten
van
de motor
(accessoirestand)
Druk, met de elektronische sleutel van het
keyless entry and star t-systeem in de lezer of in het interieur van de auto, zonder een pedaal in
te trappen op de knop "START/STOP" om het
contact aan te zetten en zo de verschillende accessoires te activeren.
)
Druk op de knop "START/STOP":de verlichting en lampjes vanhet instrumentenpaneel gaanbranden zonder dat de motor
wordt gestar t.
) Druk nogmaals op de knop om
het contact af te zetten en deauto te kunnen vergrendelen.
Wanneer u de accessoirestandlangdurig gebruikt, loopt u het risico datde accu ontladen raakt.