
Kenmerken van uw auto
16
4
D050100ABK
Portiersloten van buitenaf
vergrendelen/ontgrendelen
Draai de sleutel naar de achterzijde
van de auto om het portier te
ontgrendelen en naar de voorzijde om
het portier te vergrendelen. Als het bestuurdersportier met de
sleutel wordt vergrendeld/ontgrendeld,
zullen alle overige portieren en de
achterklep gelijktijdig vergrendeld/
ontgrendeld worden.
De portieren kunnen ook met de afstandsbediening (indien van
toepassing) worden vergrendeld en
ontgrendeld.
Als de Smart Key niet normaal werkt, kunt u de portieren met de
mechanische sleutel vergrendelen of
ontgrendelen. Houd de
ontgrendelknop (1) ingedrukt en
verwijder de mechanische sleutel (2).
Trek de portiergreep na het ontgrendelen omhoog om het portier teopenen.
Druk het portier met de hand dicht om het te sluiten. Zorg ervoor dat de
portieren goed dicht zitten.
✽✽ AANWIJZING

417
Kenmerken van uw auto
Druk om een portier zonder sleutel tevergrendelen de vergrendelknop (1)
aan de binnenzijde in of zet de
schakelaar portiervergrendeling (2) in
stand Vergrendeld en sluit het portier(3).
Als het voorportier met de centrale vergrendelknop (2) wordt vergrendeld,
worden alle overige portieren
gelijktijdig vergrendeld.
✽✽ AANWIJZING
Verwijder altijd de contactsleutel,
bedien de parkeerrem, sluit alle ruiten
en vergrendel alle portieren als u uwauto onbeheerd achterlaat.
Portiersloten van binnenuit
vergrendelen/ontgrendelen D050201ABK-EE
Met de vergrendelknop
Zet de vergrendelknop (1) in stand ONTGRENDELD om het portier te
ontgrendelen. Het rode merkteken (2)
op de knop zal zichtbaar worden.
Zet de vergrendelknop (1) in stand VERGRENDELD om het portier te
vergrendelen. Als het portier juist
vergrendeld is, zal het rode merkteken(2) op de knop niet zichtbaar zijn.
Trek aan de portiergreep (3) om het portier te openen. Als aan de binnenste portiergreep van
het bestuurdersportier (of het
passagiersportier voor) wordt getrokken
terwijl de vergrendelknop in de
vergrendelde stand staat, wordt het
portier ontgrendeld en kan het geopend
worden. (indien van toepassing)
Als de contactsleutel in het contactslot zit (of de Smart Key zich in de auto
bevindt) en een portier is geopend,
kunnen de portieren niet worden
vergrendeld.
WAARSCHUWING -
Storing portiervergrendeling
Als de portierontgrendeling niet werkt terwijl u in de auto zit,
probeer dan een van onderstaande
mogelijkheden:
Ontgrendel de portieren herhaaldelijk (zowel elektronisch als handmatig) en trek
tegelijkertijd aan de portiergreep.
Ontgrendel de overige portieren en trek aan de grepen, voor en
achter.
Open een portierruit en gebruik de sleutel om het portier vanaf de
buitenzijde te ontgrendelen.
OBK049004OBK049005
Vergrendeld
Ontgrendelen

Kenmerken van uw auto
18
4
D050202ABK
Met schakelaar portiervergrendeling
Schakel deze in door de toets
portiervergrendeling in te drukken.
Als op het rechter deel (1) van de
schakelaar wordt gedrukt, worden alle
portieren vergrendeld.
Als op het linker deel (2) van de schakelaar wordt gedrukt, worden alle
portieren ontgrendeld.
Als de contactsleutel in het contactslot zit (of de Smart Key zich in de auto
bevindt) en een portier is geopend,
kunnen de portieren niet worden
vergrendeld met het rechter deel (1)
van de schakelaar centrale
vergrendeling.
WAARSCHUWING -
Portieren
De portieren moeten tijdens het rijden altijd volledig gesloten en
vergrendeld blijven om het
onverwachts openen van de
portieren te voorkomen.
Vergrendelde portieren schrikken
ook mogelijke indringers afwanneer de auto langzaam rijdtof stopt.
Let bij het openen van portieren goed op of er geen ander verkeer
aankomt. Anders kan er schadeof letsel ontstaan.
OBK049006
Bestuurdersportier
WAARSCHUWING -
Ontgrendelde auto
Als u de auto niet vergrendeld
achterlaat, geeft u gelegenheid tot
diefstal. Verwijder altijd de
contactsleutel, bedien de
parkeerrem, sluit alle ruiten en
vergrendel alle portieren als u uw
auto onbeheerd achterlaat.
WAARSCHUWING -
Kinderen alleen achterlaten
Een afgesloten auto kan binnenin
erg warm worden, waardoor
achtergelaten kinderen ofhuisdieren die niet uit de auto
kunnen komen, letsel kunnen
oplopen. Bovendien kunnen
kinderen ernstig gewond raken
door het bedienen van bepaalde
systemen in de auto. Laat kinderen
en huisdieren nooit zonder toezicht
achter in de auto.

Kenmerken van uw auto
20
4
D070100ABK-EE
Openen van de achterklep
Druk gedurende ten minste 1 seconde
op de achterklepontgrendelknop van
de afstandsbediening (of de Smart
Key) om de achterklep te openen.
Trek aan de ontgrendelhendel in de auto om de achterklep van binnenuit teopenen.
Als de achterklep is ontgrendeld, kan deze worden geopend door de hendel
omhoog te trekken.
Als de achterklep wordt geopend en gesloten, zal hij automatisch worden
vergrendeld.
✽✽ AANWIJZING
In een koud en nat klimaat werken de
portiervergrendeling enportiermechanismen mogelijk niet doorbevriezingsverschijnselen.D070200ABH
Sluiten van de achterklep
Laat de achterklep, om hem te sluiten,
zakken en druk hem vervolgens aan
totdat hij wordt vergrendeld. Probeer de
achterklep omhoog te trekken om tecontroleren of hij goed dichtzit.
ACHTERKLEP
WAARSCHUWING
De achterklep klapt naar boven
open. Zorg dat er zich geen
voorwerpen of personen bij de
achterzijde van de auto bevinden
als u de achterklep opent.
OPMERKING
Controleer of de achterklep is gesloten voordat u met de auto gaatrijden. Er kan schade ontstaan aande gasdempers van de achterklep
en de bevestigingsmaterialen, als ude achterklep niet sluit voordat ugaat rijden.
OPMERKING
Wanneer de auto rijdt, dient de
achterklep altijd volledig gesloten te zijn. Als met een (half) geopendeachterklep wordt gereden, kunnen schadelijke uitlaatgassen in het
interieur binnendringen.
OBK049007

Kenmerken van uw auto
56
4
D150315AHD
Waarschuwingslampje
open achterklep
Dit waarschuwingslampje gaat branden
als de achterklep niet goed is gesloten
(in alle standen van het contact).
D150316AUN
Waarschuwingslampjeopen portier
Dit waarschuwingslampje gaat branden
als een portier niet goed gesloten is (in
alle standen van het contact). D150317ABH
Controlelampje
startblokkeersysteem
(indien van toepassing)
Zonder Smart Key-systeem
Dit lampje gaat branden als de sleutel in
het contact gestoken wordt en naar
stand ON wordt gedraaid.
Op dat moment kunt u de motor starten. Het lampje dooft nadat de motor isaangeslagen. Laat het systeem controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer wanneer hetlampje gaat knipperen als het contact instand ON staat en de motor nog niet is
gestart. Met Smart Key-systeem
Als een van de volgende situaties zich
voordoet bij uitvoeringen met de Smart
Key, gaat het controlelampje van het
startblokkeersysteem branden, knipperenof uit.
Wanneer de Smart Key zich in de auto
bevindt, als de toets ENGINE START/
STOP in stand ACC of ON staat, zal
het lampje ongeveer 30 seconden
branden om aan te geven dat u de
motor kunt starten. Wanneer de Smart
Key zich echter niet in de auto bevindt,
knippert het lampje een paarseconden als u op de toets ENGINE
START/STOP drukt, om aan te geven
dat u de motor niet kunt starten.
Laat het systeem nakijken door een officiële HYUNDAI-dealer als hetcontrolelampje slechts 2 seconden
brandt en daarna uitgaat wanneer u de
toets ENGINE START/STOP in de stand
ON zet en de Smart Key zich in de auto
bevindt.
Wanneer de accu bijna leeg is, en als de toets ENGINE START/STOP wordt
ingedrukt, knippert het lampje en kunt u
de motor niet starten. U kunt de motor
echter wel starten door de Smart Key in
de Smart Key-houder te plaatsen. Als er
een storing zit in onderdelen van het
Smart Key-systeem, knippert het
controlelampje.

459
Kenmerken van uw auto
Controlelampje SET
Het controlelampje gaat branden als de functie
(SET- of RES+)van de cruise
control is ingeschakeld. Het controlelampje SET in het
instrumentenpaneel gaat branden als de
cruise control-schakelaar
(SET- of RES+)wordt ingedrukt.
Het controlelampje SET brandt niet als
de cruise control-schakelaar (CANCEL)
is ingedrukt of als het systeem is
uitgeschakeld. D150327ABH
Waarschuwingszoemer "sleutel in
contactslot" (indien van toepassing)
Zonder Smart Key-systeem
Als het bestuurdersportier wordt geopend en de contactsleutel zich nog in
het contactslot bevindt (stand ACC of
LOCK), zal de waarschuwingszoemer
"sleutel in contactslot" klinken. Dit om te
voorkomen dat u de auto afsluit en de
sleutel in het contactslot laat zitten. De
zoemer klinkt totdat de sleutel wordt
verwijderd, het contact in stand ON wordt
gezet of het bestuurdersportier wordtgesloten. Met Smart Key-systeem
Als het bestuurdersportier wordt
geopend en de Smart Key zich nog in de
auto bevindt terwijl de startknop in de
stand ACC staat of nog in de Smart Key-
houder is geplaatst terwijl de startknop inde stand OFF staat, zal de
waarschuwingszoemer "sleutel in
contactslot" klinken. De zoemer klinkt
totdat de Smart Key uit de houder wordt
verwijderd of het bestuurdersportier
wordt gesloten. D150330AEN
Waarschuwing te hoge
snelheid (indien van
toepassing)
Waarschuwingslampje te hoge snelheid
Als u harder dan 120 km/h rijdt, gaat het
waarschuwingslampje voor een te hoge
snelheid knipperen. Dit dient om te
voorkomen dat u te hard rijdt.
Waarschuwingszoemer te hoge snelheid
Als u harder dan 120 km/h rijdt, klinkt
gedurende ongeveer 5 seconden de
waarschuwingszoemer voor een te hoge
snelheid. Dit dient om te voorkomen dat
u te hard rijdt.
SET120km/h

Kenmerken van uw auto
60
4
D150338BEN
Controlelampje KEY OUT
(indien van toepassing)
Wanneer de toets ENGINE START/
STOP in stand ACC of ON staat, wordtdoor het systeem gecontroleerd of de
Smart Key aanwezig is als een portier
open is. Als de Smart Key zich niet in de
auto bevindt, gaat het lampje knipperen
en als alle portieren zijn gesloten, klinkt
de zoemer ook gedurende ongeveer 5
seconden. Het lampje gaat uit terwijl de
auto rijdt. Houd de Smart Key in de auto.
KEY
OUT

Kenmerken van uw auto
64
4
D180000AUN
De alarmknipperlichten moeten worden
gebruikt als u door omstandigheden
gedwongen bent de auto op een
gevaarlijke plaats tot stilstand te
brengen. Zet, als u de auto innoodsituaties tot stilstand moet brengen,
de auto zo ver mogelijk naast de rijbaan.
De alarmknipperlichten worden
ingeschakeld door de schakelaar voor de
alarmknipperlichten in te drukken.
Hierdoor gaan alle richtingaanwijzers
tegelijk knipperen. De
alarmknipperlichten werken ook als desleutel niet in het contactslot zit.
Druk nogmaals op de schakelaar voor de
alarmknipperlichten om ze uit te
schakelen. D190100ABH
Energiebesparingsfunctie
Deze functie voorkomt dat de accu
ontladen raakt. Het systeem schakelt
automatisch de parkeerlichten uit
wanneer de contactsleutel verwijderd
wordt of wanneer het portier aan
bestuurderszijde wordt geopend.
De parkeerlichten worden automatisch uitgeschakeld als de auto in het donker
langs de kant van de weg geparkeerd
wordt.
Volg onderstaande procedure als de
parkeerlichten moeten blijven branden
wanneer de contactsleutel is
verwijderd:
1) Open het portier aan
bestuurderszijde.
2) Schakel de parkeerlichten UIT en AAN met de lichtschakelaar op de
stuurkolom. Follow me home koplampen
(indien van toepassing)
Als u het contact in de stand ACC of OFF
zet met ingeschakelde koplampen,
blijven de koplampen gedurende
ongeveer 20 minuten branden. De
koplampen worden echter 30 seconden
nadat het bestuurdersportier is geopend
of gesloten uitgeschakeld.
De koplampen kunnen worden
uitgeschakeld door tweemaal op de
vergrendeltoets van de
afstandsbediening (of Smart Key) te
drukken of door de lichtschakelaar in de
stand UIT te zetten.
Neem voor het uit- of inschakelen van
deze functie contact op met een officiële
Hyundai-dealer.
ALARMKNIPPERLICHTEN
OBK049044
VERLICHTING
OPMERKING
Wanneer de bestuurder het voertuig
via een ander portier dan het bestuurdersportier verlaat, werkt deenergiebesparingsfunctie niet en doven de follow me home-
koplampen niet automatisch. Hierdoor kan de accu ontladenraken. Schakel in dit geval delampen uit voordat u het voertuig
verlaat.