
465
Kenmerken van uw auto
Welkomstfunctie koplampen
(indien van toepassing)
Als u waneer de koplampen zijn
ingeschakeld of in de stand AUTO staan
en alle portieren (en de achterklep) zijn
gesloten op de ontgrendeltoets van de
afstandsbediening (of de Smart Key)
drukt, gaat het parkeerlicht gedurende
ongeveer 15 seconden branden. Als u op
de vergrendel- of ontgrendeltoets van de
afstandsbediening (of de Smart Key)
drukt, dooft het parkeerlicht direct.D190400AUN
Bediening verlichting
De lichtschakelaar heeft een stand voor
het dimlicht en het parkeerlicht.
Draai, om de verlichting te bedienen, de
knop op het uiteinde van de
combischakelaar naar een van de
volgende standen: (1) Stand O / OFF
(2) Stand parkeerlicht(3) Stand dimlicht
(4) Stand automatische verlichting(indien van toepassing) D190401ABH
Stand parkeerlicht ( )
Als de lichtschakelaar in de stand
parkeerlicht staat (1e stand), branden de
achterlichten, de kenteken
-plaatverlichting. de dashboardverlichting
en het controlelampje van het achterlicht,
(indien van toepassing)
OBK049046N
OAM049041
Type B Type A
OBK049045N
OBK049045
Type B Type A

Kenmerken van uw auto
74
4
D210000AEN
D210100ABK
Kaartleeslampje
Druk het lampglas van het
kaartleeslampje in om het lampje in of uit
te schakelen. Dit lampje heeft een
gerichte lichtbundel waarmee de
bestuurder en de voorpassagier in het
donker een kaart of iets anders kunnen
lezen. : De verlichting gaat branden
als er een portier (of de
achterklep) wordt geopend,
ongeacht de stand van het
contact. Als de portieren
worden ontgrendeld met deafstandsbediening (of de
Smart Key) blijft de verlichting
gedurende ongeveer 30
seconden branden als er geen
portier wordt geopend. De
verlichting gaat ongeveer 30
seconden na het sluiten van
het portier langzaam uit.
Als het contact in stand ON
staat of alle portieren worden
vergrendeld, zal de
interieurverlichting echter
onmiddellijk uitgaan. Als er
een portier wordt geopendterwijl het contact in stand
ACC of LOCK staat, blijft de
verlichting nog ongeveer 20
minuten branden. Als er echter
een portier wordt geopendterwijl het contact in stand ON
staat, blijft de verlichting
continu branden.
INTERIEURVERLICHTING
OPMERKING
Laat de interieurverlichting niet te
lang branden als de motor nietdraait.
Hierdoor kan de accu ontladenraken.
WAARSCHUWING
Gebruik de interieurverlichting niet wanneer u in het donker rijdt.
Doordat de interieurverlichting het
zicht kan beperken, kunnen
ongevallen ontstaan OBK049055N

511
Rijden met uw auto
E040100ABK
1. Zorg ervoor dat u de Smart Key bij uhebt of laat deze in de auto.
2. Controleer of de parkeerrem goed is geactiveerd.
3. Handgeschakelde transmissie - Tr a p
het koppelingspedaal volledig in en zet
de versnellingspook in de vrijstand.
Houd het koppelingspedaal en het
rempedaal ingetrapt terwijl u de motor
start.
Automatische transmissie - Zet de
selectiehendel in stand P. Trap het
rempedaal volledig in.
De motor kan ook worden gestart met de selectiehendel in stand N.
4. Druk de toets ENGINE START/STOP in.
5. Laat bij extreme kou (lager dan -18ºC) of wanneer de auto een aantal dagen
niet is gebruikt, de motor warmdraaien
zonder het gaspedaal in te trappen.
Of de motor nu warm is of koud, hij
dient gestart te worden zonder het
gaspedaal in te trappen. Zelfs als de Smart Key zich in de auto
bevindt, maar op enige afstand van u,zal de motor mogelijk niet aanslaan.
Als het contact in de stand ACC of ON staat terwijl een portier geopend is,
controleert het systeem of de Smart
Key aanwezig is. Als de Smart Key niet
in de auto aanwezig is en alle portierenzijn gesloten, zal de
waarschuwingszoemer gedurende
ongeveer 5 seconden klinken. Zorg dat
de Smart Key in de auto is wanneer
stand ACC is ingeschakeld of de motor
draait.
WAARSCHUWING
De motor zal starten wanneer u op
de startknop drukt, maar alleen
wanneer de Smart Key zich in de
auto bevindt. Laat kinderen enmensen die niet bekend zijn met de
auto de startknop en aanverwante
onderdelen niet aanraken.OPMERKING
Probeer de selectiehendel niet in stand P te zetten wanneer de motor
tijdens het rijden afslaat. Als deverkeersomstandigheden hettoelaten kunt u de selectiehendel in stand N (vrijstand) zetten terwijl de
auto nog rijdt en vervolgens de toetsENGINE START/STOP indrukken omte proberen de motor opnieuw te
starten.

Onderhoud
54
7
Dashboard (zekeringkast bestuurderszijde)
Omschrijving Stroomsterkte
Beveiligd onderdeel
zekering
ABS 7.5A ESP-schakelaar & schakelaar mistachterlicht, regelmodule ESP, regelmodule ABS,
multifunctionele servicestekker
CLUSTER/ESCL 7.5A Regelmodule Smart Key, PDM, toets sportstand, BCM, instrumentenpaneel (controlelampje),
multifunctionele schakelaar (Afstandsbediening)
ESCL 10A PDM, regelmodule Smart Key
ESCL SW 10A Sleutelhangerhouder, Start/Stoptoets
START 10A PDM, verbindingsblok E/R (startrelais), contact, contactslot, ICM-relaiskast (relais claxon alarmsysteem)
P/OUTLET(FR) 15A 12V-aansluiting voor
P/OUTLET 15A 12V-aansluiting achterste deel middenconsole
AUDIO/ESCL 7.5A Audiosysteem, multifunctionele monitor, schakelaar elektrisch verstelbare en inklapbare buitenspiegels, BCM,
PDM, regelmodule Smart Key
A/BAG 15A Airbagmodule
T/SIG 10A Schakelaar alarmknipperlichten
B/UP LP 10A Schakelaar achteruitrijlicht (MT), verbindingsblok E/R links (relais achteruitrijlicht)
HAZARD 10A Schakelaar alarmknipperlichten, ICM-relaiskast (relais alarmknipperlichten)
STOP LP 15A Remlichtschakelaar
AUTO SHIFT LOCK 7.5A Verbindingsblok E/R links (multifunctionele servicestekker), diagnosestekker, toets sportstand, sleutelsolen oid
FOG LP(RR) 10A ICM-relaiskast (relais mistachterlicht)
P/SEAT(LH) 30A Schakelaar elektrisch verstelbare bestuurdersstoel
DR LOCK 10A Relais VERGRENDELEN/ONTGRENDELEN PORTIER
A/BAG IND 7.5A Instrumentenpaneel (controlelampje airbag)
ECU 10A Motor-ECU, TCM, remlichtschakelaar, startrelais (AT (G4KF)), koppelingsschakelaar cruise control
A/CON 7.5A BCM, module klimaatregeling, sensor temperatuur in auto, aanjagerrelais

I7
Index
Parkeerhulp ····································································4-61
Parkeerrem·····························································5-26,7-27
Portiervergrendeling met afstandsbediening ·················4-10
Rembekrachtiging ··························································5-24
Remsysteem ···································································5-24
Antiblokkeersysteem (ABS) ·····································5-27
Parkeerrem ································································5-26
Rembekrachtiging ·····················································5-24
Voertuigstabiliteitsregeling (ESP) ·····························5-29
Remvloeistof ··································································7-17Reservewiel Verwijderen en opbergen van het reservewiel ············6-9
Richtingaanwijzers·························································4-68
Rijden in de regen··························································5-43
Rijden in de winter ························································5-45 Sneeuwkettingen ·······················································5-45
Winterbanden ····························································5-46
Rijden in het donker ······················································5-42
Rijden met een aanhanger ·············································5-51
Rijden met hoge snelheden············································5-44
Rijden onder moeilijke omstandigheden ·······················5-41
Rijden onder speciale rijomstandigheden······················5-41 Doorwaden van water ···············································5-43 Op eigen kracht lostrekken van de auto····················5-41
Rijden in de regen ·····················································5-43
Rijden in het donker ··················································5-42
Rijden met hoge snelheden ·······································5-44
Rijden onder moeilijke omstandigheden ··················5-41
Vloeiend nemen van bochten ····································5-42
Ruiten ·············································································4-22
Automatische ruitbediening ······································4-24
Ruitensproeiervloeistof ··················································7-24
Ruitenwisserbladen ························································7-31
Ruitenwissers en ruitensproeiers ···································4-72
Ruitantenne ··································································4-108
Schakelaar portiervergrendeling ····································4-18
Schakelblokkeersysteem ················································5-21
Slepen·············································································6-16
Afneembare trekhaak ················································6-17
Slepen in een noodgeval ···········································6-18
Sleutelblokkeersysteem ·················································5-22
Sleutels ·············································································4-3
Sloten ·············································································4-16 Schakelaar portiervergrendeling ·······························4-18
Smart key ········································································4-6
Smeermiddelen en hoeveelheden ····································8-4
Sneeuwkettingen ····························································5-46
Snelheidsmeter ·······························································4-44
P
R
S