Page 77 of 150
92
Mobiele telefoon met handsfree-functie
Opbellen door een nummer te kiezen Gesprek beëindigen
Lang indrukken. Inkomende oproep
Als de contactpersoon
is opgeslagen in de
index, wordt zijn naam
weergegeven.
"Dial"\
Spreek het nummer karakter voor
karakter (+, #, *) en cijfer voor
cijfer (0 t/m 9) uit\
Het systeem geeft het
herkende nummer weer en
spreekt het uit.
Zeg "Call" als het nummer correct is.
of
"Cancel" om het kiezen van het nummer te
annuleren.
"Start over" om het nummer te wissen en
een nieuw nummer te kiezen.
"Repeat" om het nummer opnieuw te
horen. Indrukken om de oproep te
accepteren.
Lang indrukken om de oproep te
weigeren.
Indrukken om de oproep te
negeren, waarbij de oproep wordt
opgeslagen in de lijst laatste
inkomende oproepen.
In het geval van een nieuwe oproep
tijdens een gesprek. Indrukken, om het gesprek te
wisselen en de andere persoon in
de wacht te zetten.
Alleen met gesproken commando's
Page 78 of 150

93
4
TECHNOLOGIE AAN BOORD
Mobiele telefoon met handsfree-functie
Overdracht van een lopend gesprek
2 mogelijkheden:
1 - Van de mobiele telefoon naar het
handsfree-systeem
Als het contact in de stand MAR staat,
probeert het systeem verbinding te
maken tussen de mobiele telefoon en het
audiosysteem van de auto.
Bevestig deze verbinding met de toetsen
van de mobiele telefoon.
Vervolgens is de overdracht van een lopend
gesprek mogelijk. In de wacht zetten van een gesprek Laatste oproepen
Met behulp van deze functie kunt u naar het nummer
van
een van de laatste 10 ontvangen oproepen, naar een
van de laatste 10 gekozen nummers of naar het numme r
van een van de laatste 5 gemiste oproepen bellen.
2 - Van het handsfree-systeem naar de
mobiele telefoon
Indrukken: de gesproken
commando's van het systeem
blijven actief. Indrukken: de microfoon wordt
uitgeschakeld en uw gesprekspartner
wordt in de wacht gezet.
Nogmaals indrukken: het gesprek
wordt hervat.
Activeer het hoofdmenu.
Selecteer CALL REGISTER.
Bevestig.
Selecteer het te bellen nummer.
Bevestig.
"Callback" voor de laatste
persoon die u gebeld heeft, of
"Redial" voor de laatste persoon
die u zelf hebt gebeld.
Page 79 of 150

94
Draagbare audiospeler
Het systeem kan audiobestanden in het
formaat .mp3, .wma en .wav en speellijsten
(mediabibliotheek) in het formaat .wpl, .m3u
afspelen.Selecteren van bestanden
DRAAGBARE AUDIOSPELER
Automatisch afspelen
USB-aansluiting Sluit het apparaat rechtstreeks of met
een geschikte kabel (niet bijgeleverd)
aan op de USB-aansluiting.
Als het contact in de stand MAR wordt
gezet:
- maakt het systeem verbinding met de speler en wordt automatisch een
mediabibliotheek opgestart,
- of begint het systeem automatisch met afspelen als het hierop is ingesteld.
Selecteer anders een af te spelen
bestand via MENU.
Raadpleeg voor meer informatie over
de stand MAR van het contact het
gedeelte "Starten en stoppen" in rubriek 2. Activeer het hoofdmenu.
Selecteer achtereenvolgens
SETTINGS, MEDIA PLAYER en
AUTOPLAY.
Bevestig.
Selecteer ON of OFF.
Bevestig.
Activeer het hoofdmenu.
Selecteer MEDIA PLAYER.
Bevestig.
Selecteer een van de volgende
selectiecriteria:
FOLDERS, ARTISTS, GENRES,
ALBUMS, PLAYLISTS, PLAY
ANYTHING (willekeurig afspelen van de
bestanden in de mediabibliotheek).
"Folders", "Artists", ...
Met de functie PLAY ALL kan
de volledige inhoud van een
selectiecriterium (folders, artists, ...) worden
afgespeeld.
Page 80 of 150
95
4
TECHNOLOGIE AAN BOORD
Draagbare audiospeler
Weergeven van informatie over het bestand Vorige bestandBevestig.
Onderbreken/hervatten van het afspelen
Indrukken om het afspelen te
onderbreken of te hervatten.
Bevestig.
Volgende bestand Stoppen met afspelen
Alleen met gesproken commando's
Wijzigen van de geluidsbron
Selecteer het bestand.
Begin met afspelen.
Activeer het hoofdmenu.
Selecteer MEDIA PLAYER.
Bevestig.
Selecteer NOW PLAYING.
"Now playing".
Indrukken:
- binnen 3 seconden na het begin van het afspelen: om het vorige bestand af te spelen.
- na 3 seconden: om terug te gaan naar het begin van het huidige bestand.
"Previous".
Indrukken om naar het volgende
bestand te gaan.
"Next". "Stop".
Indrukken om de radio of CD-
speler te selecteren of terug te
keren naar de audiospeler.
Page 83 of 150

102
ANTISPINREGELING
(ASR) EN ELEKTRONISCH
STABILITEITSPROGRAMMA (ESP)
Deze systemen staan in verbinding met het
ABS en zijn hier een aanvulling op.
De ASR zorgt voor een optimale
overbrenging van de aandrijfkracht op de
weg, zodat wordt voorkomen dat u tijdens
het accelereren de controle over de auto
verliest.
Het systeem past de aandrijfkracht aan om
het doorspinnen van de wielen te voorkomen
via de remmen van de aangedreven wielen
en de motor. De ASR zorgt ook voor meer
koersstabiliteit bij het accelereren.
Houd als het ESP is ingeschakeld in een
bocht het stuurwiel altijd in de gewenste
richting en stuur niet tegen.Het ESP-systeem grijpt automatisch in
via het remsysteem en de motor als de
koers van de auto afwijkt van de door de
bestuurder gewenste richting.
UITSCHAKELEN VAN DE ASR
In bijzondere omstandigheden (als de auto
vastzit in de modder, sneeuw, in mulle
grond, ...) kan het nuttig zijn het ASR uit te
schakelen, zodat de wielen kunnen slippen
en weer grip kunnen krijgen.
Werking van het ASR- en
ESP-systeem Het lampje knippert tijdens een
ingreep van de ASR of het ESP. Druk op deze toets.
Het lampje van de toets gaat branden: de
ASR heeft geen invloed meer op de werking
van de motor, maar blijft wel actief via het
remsysteem.
Storing Bij een storing in de ASR
zal dit verklikkerlampje gaan
branden in combinatie met een
geluidssignaal en een melding op
het display.
Veiligheid tijdens het rijden
Page 84 of 150

103
5
VEILIGHEID
VASTE SNELHEIDSBEGRENZER
De vaste snelheidsbegrenzer (volgens
uitvoering) begrenst de maximumsnelheid
van de auto op 90 of 100 km/h. Deze
maximumsnelheid kan niet worden gewijzigd.
Deze maximumsnelheid staat aangegeven
op een sticker in het interieur.
Deze vaste snelheidsbegrenzer werkt
niet volgens het principe van een
snelheidsregelaar. De functie kan niet tijdens
het rijden worden in- en uitgeschakeld.
Bij een storing in het ESP zal dit
verklikkerlampje gaan branden in
combinatie met een geluidssignaal
en een melding op het display.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk om het
systeem na te laten kijken.
Gebruiksvoorschrift
Het ASR-/ESP-systeem zorgt voor meer
veiligheid tijdens het rijden. De bestuurder
mag zich echter nooit laten verleiden tot
het nemen van meer risico's en het te hard
rijden.
De goede werking van het systeem wordt
verzekerd onder voorwaarde dat de
voorschriften van de constructeur op het
gebied van wielen (banden en velgen),
onderdelen van het remsysteem en
elektronische onderdelen worden nageleefd
en dat de procedures voor montage en het
uitvoeren van werkzaamheden door het
PEUGEOT-netwerk worden opgevolgd.
Laat deze systemen na een aanrijding
controleren door het PEUGEOT-netwerk. Veiligheid tijdens het rijden
Page 85 of 150

103
5
VEILIGHEID
VASTE SNELHEIDSBEGRENZER
De vaste snelheidsbegrenzer (volgens
uitvoering) begrenst de maximumsnelheid
van de auto op 90 of 100 km/h. Deze
maximumsnelheid kan niet worden gewijzigd.
Deze maximumsnelheid staat aangegeven
op een sticker in het interieur.
Deze vaste snelheidsbegrenzer werkt
niet volgens het principe van een
snelheidsregelaar. De functie kan niet tijdens
het rijden worden in- en uitgeschakeld.
Bij een storing in het ESP zal dit
verklikkerlampje gaan branden in
combinatie met een geluidssignaal
en een melding op het display.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk om het
systeem na te laten kijken.
Gebruiksvoorschrift
Het ASR-/ESP-systeem zorgt voor meer
veiligheid tijdens het rijden. De bestuurder
mag zich echter nooit laten verleiden tot
het nemen van meer risico's en het te hard
rijden.
De goede werking van het systeem wordt
verzekerd onder voorwaarde dat de
voorschriften van de constructeur op het
gebied van wielen (banden en velgen),
onderdelen van het remsysteem en
elektronische onderdelen worden nageleefd
en dat de procedures voor montage en het
uitvoeren van werkzaamheden door het
PEUGEOT-netwerk worden opgevolgd.
Laat deze systemen na een aanrijding
controleren door het PEUGEOT-netwerk. Veiligheid tijdens het rijden
Page 86 of 150

104
Veiligheidsgordels
VEILIGHEIDSGORDELS
VEILIGHEIDSGORDELS CABINE
De voorstoelen zijn voorzien van
veiligheidsgordels met pyrotechnische
gordelspanners en gordelkrachtbegrenzers.
VEILIGHEIDSGORDELS
ACHTERZITPLAATSEN
De stoelen/banken zijn voorzien van
driepunts veiligheidsgordels met
oprolautomaat.
De middelste zitplaats is voorzien van een
gordelgeleider en een oprolautomaat die zijn
bevestigd aan de rugleuning.
Hoogteverstelling
Knijp de knop van de geleider in en schuif
deze omhoog of omlaag (veiligheidsgordel
aan de zijde van de bestuurdersstoel en
de zijde van de zitplaats van de buitenste
voorpassagier).
De veiligheidsgordel van de middelste
zitplaats is niet in hoogte verstelbaar. Vastmaken
Trek de gordel met een gelijkmatige
beweging voor u langs en verzeker u ervan
dat deze niet gedraaid is.
Steek de gesp in de gordelsluiting.
Trek kort en snel aan de gordel om de
automatische blokkering van de gesp te
controleren.
Losmaken
Druk op de rode knop van de gordelsluiting.
Uit veiligheidsoverwegingen mag deze
handeling niet tijdens het rijden worden
uitgevoerd. Verklikkerlampje
veiligheidsgordel bestuurder
Als de bestuurder zijn
veiligheidsgordel niet heeft
vastgemaakt, gaat bij het starten
van de motor het verklikkerlampje
branden.