
6
EENVOUDIG ONDERHOUD
5ALGEMENE CONTROLES
SG020A1-FX
Motorruimte
onderstaande punten moeten regelmatig worden gecontroleerd:
o Motoroliepeil en -conditie
o Transmissie-oliepeil en -conditie
o Remvloeistofpeil
o Koelvloeistofpeil
o Peil in sproeierreservoir
o Toestand van V-riem
o Toestand van koelvloeistofslangen
o Toestand van luchtfilterelement
o Toestand van uitlaatsysteem
o Vloeistoflekkage (op of onder componenten)
o Peil en conditie van
stuurbekrachtiging-svloeistof o Werking van de claxon
o Werking van de aanjager (en
airconditioning, indien gemonteerd)
o Werking en toestand van de stuurinrichting
o Werking en toestand van de spiegels
o Werking van de richtingaanwijzers
o Werking van het gaspedaal
o Werking van de remmen, incl. de handrem
o Werking van de handgeschakelde versnellingsbak, incl. de koppeling
o Werking van de automatische transmissie, incl. het parkeermechanisme
o Toestand en werking van de stoelverstelling
o Toestand en werking van de veiligheidsgordels
o Bediening van de zonnekleppen Als bij deze controles onregelmatigheden of onjuisthedenworden aangetroffen, moet zonodig de hulp van een Hyundai dealer worden ingeroepen.
SG020B1-FX
Buitenzijde
onderstaande punten moeten
maandelijks worden gecontroleerd:
o Uiterlijk van de wagen
o Toestand van de velgen en
bevestiging van de wielmoeren
o Toestand van het uitlaatsysteem
o Toestand en werking van de verlichting
o Toestand van de voorruit
o Conditie van de ruitewissers
o Conditie van de lak en eventuele corrosie
o Vloeistoflekkage
o Toestand van portier en motorkapscharnieren
o Bandenspanning en conditie van de banden (incl. reservewiel)
SG020C1-FX
Interieur
De volgende punten moeten worden
gecontroleerd voordat met de wagen wordt gereden:
o Werking van de verlichting
o Werking van de ruitewissers

6EENVOUDIG ONDERHOUD
28ZEKERINGEN CONTROLEREN EN VERVANGEN
SG200A1-FX
Een zekering vervangen
Een zekering smelt zodra het circuit
vanaf de accu overbelast raakt, waardoor schade aan de bedrading wordt voorkomen (dit kan worden veroorzaakt door een kortsluiting inhet systeem). In dit geval moet de storing door een Hyundai dealer worden opgespoord, het systeem wordengerepareerd en de zekering worden vervangen. De zekeringen bevinden zich in een houder naast de accu. Goed
Doorgebrand
G200B01E-AXT
Zekeringen vervangen
HFC4010
LET OP:
Gebruik bij het vervangen van een zekering altijd een nieuwe zekering met hetzelfde amperage. Gebruiknooit een stuk draad of een zekering met een hoger amperage. Dit kan ernstige schade en brand tot gevolghebben.
!
G200A01FC
G190B01A
Poelie wisselstroom-dynamo
Compressorpoelie
Krukaspoelie
Waterpomppoelie
G190B01TB-GXT Aandrijfriemen controleren (Dieselmotor)
Bij het geplande onderhoud moeten de
riemen gecontroleerd worden op scheurtjes, slijtage, rafels of anderesporen van slijtage. Indien nodig moeten ze worden vervangen.
De uitlijning van de riemen moet ook
worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat de riemen en andereonderdelen van de motor elkaar niet raken.
De zekeringhouder voor de verlichting
en de elektrische verbruikers bevindt zich aan de achterzijde van de multibox aan de linkerzijde van de bestuurder.

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
29
In de zekeringhouder zijn het amper- age en de beveiligde circuitsaangegeven. Als de verlichting of andere elektrische accessoires uitvallen, moet de zekering wordengecontroleerd. De zekering is doorgebrand wanneer de metalen strip in de zekering is gesmolten. Ga in ditgeval als volgt te werk:
1. Zet de ontsteking en alle andere
verbruikers uit.
2. Open de zekeringhouder en controleer de zekering. Verwijder elke zekering door hem naar u toe te trekken. In de zekeringhouderbevindt zich een "zekeringtrekker" om het verwijderen te vergemakkelijken.
3. Na het vinden van de doorgebrande
zekering moeten ook de overigezekeringen worden gecontroleerd. Goed
G200B03Y
Doorgebrand
LET OP:
Een doorgebrande zekering is een indicatie van een storing in een elektrisch circuit. Als de zekering na het vervangen direct weer doorbrandt,moet de storing door een Hyundaidealer worden opgespoord enverholpen. Een zekering mag nooitdoor een zekering met een hoger amperage worden vervangen. De mon- tage van een zwaardere zekering kanbeschadigingen of brand tot gevolg hebben. N.B.: Zie bladzijde 6-38 voor de beschrijving van de zekeringhouder.
!
G200B01FC
4. Druk de nieuwe zekering met hetzelfde amperage op zijn plaats. De zekering moet goed worden aangebracht. Is die niet het geval, laat dan de zekeringklem door een Hyundai dealer repareren ofvervangen. Als u niet in het bezit bent van een extra zekering, gebruik dan een zekering van hetzelfde ofeen lager amperage van een verbruiker die u tijdelijk buiten werking kunt stellen. Bijvoorbeeldde radio of de sigarettenaansteker. Vergeet niet deze zekering te vervangen.

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
37VERMOGEN
G280A02FC-GXT
G280A02FC
Knipperlicht Rem- /achterlicht Achteruitrijlicht
Onderdeelnaam
Stadslicht, voor Koplamp (Grootlicht/Dimlicht)
Mistlampen voor (indien gemonteerd)
Knipperlicht, voor ZijknipperlichtInterieur Vistapverlichting Nr.
8 9
101112
Vermogen
5
60/55
55215
10 10 5
Nr. 1 2 3 45 6 7Vermogen 215
21 5
21
21/5 21
Onderdeelnaam
Derde remlicht Kentekenplaatverlichting MistachterlichtKofferruimteverlichting AchterlichtunitMoftype
W2.1 x 9.5D P43t-38PK22s
BA 15s
W2.1 x 9.5D W2.1 x 9.5D
S8.5/8.5
W2.1 x 4.6D Moftype
BA 15s
W2.1 x 9.5D
BA 15s
S8.5/8.5 BA 15s
BAY 15d BA 15s
Leeslamp Interieurverlichting

6EENVOUDIG ONDERHOUD
38BESCHRIJVING ZEKERINGHOUDER
G200C03FC-GXT Motorruimte (Benzinemotor)
G200C03FC
N.B.: Mogelijk zijn niet alle vermelde zekeringen in de zekeringhouder voor uw auto van toepassing. De gegevens zijn correct ten tijde van druk. Raadpleeg daarom de sticker op de zekeringhouder bij het controleren van de zekeringen. BESCHRIJVING
ALTB+
ECU RAD
IGN
BLR
P/WIN COND ABSABS
F/PUMP INJ
SNSR
ROOM LP DRL
HORN
A/CON
FR FOG ECU
LP
TAIL LH
TAIL RH H/LP LH
H/LP RH
ZEKERING-
WAARDE 120A40A 30A20A40A 40A 30A20A40A40A10A 15A 10A 10A 15A10A10A 15A 10A20A 10A 10A 15A 15A BEVEILIGD SYSTEEM
Dynamo(A/CON, RR HTD, STOP, D/LOCK, HAZARD) zekeringDynamo, relais motorregeling, ECMRelais koelventilatorStartrelais, contactslotRelais aanjager Relais ruitbediening Relais condensorventilateur #1ABS-computer, ABS-ontluchtaansluiting, ESPABS-computer, ABS-ontluchtaansluiting, ESPRelais brandstofpompVerstuivers, bobine MAP-sensor, lambdasonde, CP-sensor, pingelsensor, gaskleppositiesensorAudiosysteem, interieurverlichting, instrumentenpaneelDRL-computerClaxonrelaisA/C-relais Relais mistlampen, voor ECM, TCMRelais achterlichtenLichtunit linksachter, linker stadslicht,linker kentekenplaatverlichtingLichtunit rechtsachter, rechter stadslicht, rechter kentekenplaatverlichting Linker koplampRechter koplamp (H/LP IND) zekering

6EENVOUDIG ONDERHOUD
40
ALTB+
ECU RAD IGN
BLR
P/WIN
COND ABSABS
F/PUMP ECU ECU
SNSR
ROOM LP DRL
HORN
A/CON
FR FOG
ECULP
TAIL LH
TAIL RH H/LP LH
H/LP RH
PTC HTR 1 GLOW
PTC HTR 2 FFHS
PTC HTR 3 BEVEILIGD SYSTEEM
Dynamo(A/CON, RR HTD, STOP, D/LOCK, HAZARD) zekering, OntdooifunctieDynamo, relais motorregeling, ECMRelais koelventilator Startrelais, contactslot Relais aanjagerRelais ruitbedieningRelais condensorventilateur #1ABS-computer, ABS-ontluchtaansluiting, ESPABS-computer, ABS-ontluchtaansluiting, ESP Relais brandstofpomp ECM nr.5 (Accu+)ECM nr.4 (Accu+), Remlichtschakelaar, PTC verwarmingstelais #1Relais gloeibougies, Relais extra verwarming 1/2 , Remlichtschakelaar, TDC-sensor, EGR-klep, Gasklepstelmotor, VGT vacuümAudiosysteem, interieurverlichting, instrumentenpaneel, ETACM, Verlichting bagageruimte DRL-computerDRL - Compnter Claxonrelais A/C-relaisRelais mistlampen, voorECM, TCMRelais achterlichtenLichtunit linksachter, linker stadslicht, linker kentekenplaatverlichting Lichtunit rechtsachter, rechter stadslicht, rechter kentekenplaatverlichting Linker koplampRechter koplamp (H/LP IND) zekeringPTC verwarmingstelais #1GLOW relaisPTC verwarmingstelais #2 FFHS relais PTC verwarmingstelais #3
ZEKERING-
WAARDE
140A40A30A30A40A 40A 30A30A40A40A10A 30A 10A15A10A15A10A 10A 15A10A20A10A10A 15A 15A40A80A40A30A 40A
FUSE
FUSIBLE LINK
BESCHRIJVING

10
INHOUD
3
G GELUIDSSIGNAAL MISTACHTERLICHT .................1-50
GLOEILAMPEN VERVANGEN .................................6-35
GRIP OP HET WEGDEK .......................................... 8-5
H
HANDELINGEN BIJ EEN LEKKE BAND ................... 3-7
HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK ... 2-7 ~ 2-8
HANDREM ................................................................. 1-65
HANDREMWAARSCHUWING ...................................1-50
HET GEBRUIK VAN DE VERLICHTING ..................2-24
HET REMSYSTEEM CONTROLEREN .....................6-22
HET RIJDEN MET HOGE SNELHEDEN .................2-23
HET STARTEN VAN DE MOTOR ............................. 2-5
HOEDENPLANK ........................................................ 1-79
I
IN HOOGTE VERSTELBAREVEILIGHEIDSGORDELS, VOOR ..............................1-23
INRIJDEN VAN UW NIEUWE HYUNDAI ................... 1-3
INSTRUMENTENPANEEL EN CONTROLELAMPEN ............................................. 1-42
INTERIEURVERLICHTING . .......................................1-69
K
KATALYSATOR .......................................................... 7-3
KILOMETERTELLER /DAGTELLER .........................1-53
KINDERSLOTEN ALLEEN ACHTER PORTIEREN .... 1-8KOELVLOEISTOF CONTROLEREN EN VERVERSEN ........................................................ 6-13KOELVLOEISTOFTEMPERATUURMETER
..............1-51
KOPLAMPAFSTELLING ............................................ 1-61
KOPLAMPAFSTELLING CONTROLEREN ................6-34
L
LUCHTFILTER ........................................................... 1-98
LUCHTFILTER VERVANGEN ...................................6-16
LUCHTVERDELING ................................................... 1-84
M
MOTORKAPONTGRENDELING ................................1-74
MOTOROLIE VERVERSEN EN OLIEFILTER VERVANGEN .............................................................. 6-9
MOTORRUIMTE ................................................ 6-2 ~ 6-4
MULTISCHAKELAAR ................................................ 1-56
MULTIBOX ................................................................ 1-70
N
NADAT EEN WIEL IS VERWISSELD ......................3-12
NORMALE STARTPROCEDURE ................................ 2-6
O
OLIEPEIL CONTROLERE N ........................................ 6-6
OLIEPEIL IN VERSNELLINGSBAK CONTROLEREN .................................................... 6-19
ONDERHOUD AIRCONDITIONING ...........................6-25
ONDERHOUD ONDER EXTREME
BEDRIJFSOMSTANDIGHEDEN .............................. 5-7
ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE .................... 4-4
ONDERHOUD .............................................................. 5-2