
Overzicht
1Veiligheid en be-
veiliging
2Instrumentenpa-
neel
3Bediening van elk
onderdeel
4Rijden
5Voorzieningen in
het interieur
6Onderhoud en
verzorging
7Bij problemen
8SPECIFICATIES
Index
Zoeken op afbeelding
Zorg ervoor dat u dit leest
(Belangrijkste onderwerpen: kinderzitje, antidiefstalsysteem)
Lezen van rijgerelateerde informatie(Belangrijkste onderwerpen: tellers, multi-informatiedisplay)
Openen en sluiten van de portieren en ruiten, afstellen
vóór het rijden
Handelingen en adviezen die voor het rijden moeten
worden opgevolgd
Gebruik van de voorzieningen in het interieur
De zorg voor uw auto en onderhoudsprocedures
Informatie over wat u moet doen bij een
storing en noodgeval
Voertuigspecificaties, systemen met mogelijkheden voor
persoonlijke voorkeursinstellingen
Zoeken op symptoom
Alfabetisch zoeken
PRIUS
PZ49X-47F32-NL
L/O 09/09/2022

Ter informatie....................5
Over deze handleiding...............7
Zoekmethoden....................8
Overzicht.......................9
1.Veiligheid en beveiliging
1.1 Voor een veilig gebruik............22
1.1.1 Voordat u gaat rijden.........22
1.1.2 Veilig rijden..............23
1.1.3 Veiligheidsgordels..........24
1.1.4 Airbags.................27
1.1.5 Belangrijke voorzorgsmaatregelen in
verband met uitlaatgassen.....34
1.2 Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen . 35
1.2.1 Aan/uit-schakelaar airbag......35
1.2.2 Rijden met kinderen in de auto . . . 36
1.2.3 Baby- en kinderzitjes.........37
1.3 Noodoproep..................49
1.3.1 ERA-GLONASS/EVAK
*1, 2, 3.....49
1.4 Hybridesysteem................52
1.4.1 Kenmerken hybridesysteem....52
1.4.2 Voorzorgsmaatregelen
hybridesysteem............55
1.5 Antidiefstalsysteem.............59
1.5.1Startblokkering ............59
1.5.2 Supervergrendeling
*.........60
1.5.3 Alarm*.................60
2. Instrumentenpaneel
2.1 Instrumentenpaneel.............66
2.1.1 Instrumentenpaneel.........66
2.1.2 Waarschuwingslampjes en
controlelampjes............72
2.1.3 Hoofdscherm.............79
2.1.4 Multi-informatiedisplay.......84
2.1.5 Head-up display
*..........105
2.1.6 Energiemonitor/
verbruiksscherm..........109
3. Bediening van elk onderdeel
3.1 Gebruik van de sleutel...........114
3.1.1Sleutels ................114
3.2 Openen, sluiten en vergrendelen van
deportieren .................117
3.2.1Portieren ...............117
3.2.2 Achterklep..............1203.2.3 Smart entry-systeem met
startknop...............124
3.3Verstellenvandestoelen .........129
3.3.1Voorstoelen .............129
3.3.2 Achterstoelen............129
3.3.3 Hoofdsteunen............131
3.4 Verstellen van het stuurwiel en de
buitenspiegels................133
3.4.1 Stuurwiel...............133
3.4.2 Binnenspiegel............134
3.4.3 Buitenspiegels............135
3.5 Openen en sluiten van de ruiten en het
schuifdak...................136
3.5.1 Elektrisch bedienbare ruiten . . . 136
3.5.2 Schuifdak
*..............139
4. Rijden
4.1 Voordat u gaat rijden............144
4.1.1Rijdenmetdeauto .........144
4.1.2 Lading en bagage..........150
4.1.3 Rijden met een aanhangwagen
(2WD-uitvoeringen)........151
4.1.4 Rijden met een aanhangwagen
(AWD-uitvoeringen)........157
4.2 Rijprocedures................157
4.2.1 Startknop...............157
4.2.2 EV-modus..............161
4.2.3 Hybridetransmissie.........162
4.2.4 Richtingaanwijzerschakelaar . . . 166
4.2.5Parkeerrem ..............167
4.3 Bedienen van verlichting en
ruitenwissers................167
4.3.1 Lichtschakelaar...........167
4.3.2 AHB (Automatic High Beam)
*...170
4.3.3 Schakelaar mistlampen......172
4.3.4 Ruitenwissers en -sproeiers....173
4.3.5 Achterruitenwisser en -sproeier . 176
4.4Tanken ....................176
4.4.1 Openen van de tankdop......176
4.5 Gebruik van de ondersteunende
systemen...................178
4.5.1 Toyota Safety Sense
*........178
4.5.2 PCS
(Pre-Crash Safety-systeem)
*...189
4.5.3 LTA (Lane Tracing Assist)*.....196
4.5.4 RSA (Road Sign Assist)*......206
4.5.5 Dynamic Radar Cruise Control met
volledig snelheidsbereik
*.....210
4.5.6 Cruise control*............220
4.5.7 Rijmodusselectieschakelaar....223
2

Schakelaars (auto's met linkse besturing)
1Bedieningsschakelaar verlichting
instrumentenpaneel blz. 66
2Schakelaar S-IPA (Simple Intelligent
Parking Assist System)*1blz. 261
3Schakelaar VSC OFF blz. 287
4Automatic High
Beam-schakelaar*1blz. 170
5Toets HUD (head-up display)*1blz. 105
6Cameraschakelaar*1, 2
7Rijmodusselectieschakelaar blz. 223
8EV-modusschakelaar blz. 161
9Stoelverwarmingsschakelaars*1
blz. 302
10Blokkeerschakelaar ruitbediening
blz. 136
11Schakelaars buitenspiegels blz. 135
12Schakelaars centrale vergrendeling
blz. 118
13Schakelaars ruitbediening blz. 136
Overzicht
12

1Toets TRIP blz. 67
2Afstandsbediening audiosysteem*2
3Bedieningstoetsen
instrumentenpaneel blz. 66
4Afstandsschakelaar*1blz. 210
5Toets LTA (Lane Tracing
Assist)*1blz. 196
6Cruise control-schakelaar
Cruise control*1blz. 220
Dynamic Radar Cruise Control met
volledig snelheidsbereik
*1blz. 210
7Schakelaar
snelheidsbegrenzer*1blz. 224
8Spraaktoets*2
9Telefoontoetsen*2
*1: Indien aanwezig
*2: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
Overzicht
13
Overzicht

1Toets TRIP blz. 67
2Afstandsbediening audiosysteem*2
3Bedieningstoetsen
instrumentenpaneel blz. 66
4Afstandsschakelaar*1blz. 210
5Toets LTA (Lane Tracing
Assist)*1blz. 196
6Cruise control-schakelaar
Cruise control*1blz. 220
Dynamic Radar Cruise Control met
volledig snelheidsbereik
*1blz. 210
7Schakelaar
snelheidsbegrenzer*1blz. 224
8Spraaktoets*2
9Telefoontoetsen*2
*1: Indien aanwezig
*2: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
Overzicht
18

WAARSCHUWING!(Vervolg)
• De bestuurdersairbag wordt met een
aanzienlijke kracht geactiveerd,
waardoor dodelijk of ernstig letsel
kan ontstaan, vooral wanneer de
bestuurder zich erg dicht bij de
airbag bevindt.
Het gevaarlijkst bij de activering van
de airbag zijn de eerste 50 - 75 mm;
door een afstand van minimaal
250 mm tot het stuurwiel aan te
houden, hanteert u een veilige
marge. Dit is de afstand gemeten
vanaf het midden van het stuurwiel
tot aan uw borstbeen. Als u nu
minder dan 250 mm van de airbag
zit, kunt u uw zitpositie op
verschillende manieren wijzigen:
– Plaats uw stoel zo ver mogelijk naar
achteren terwijl de pedalen nog
goed kunnen worden bediend.
– Zet de rugleuning iets achterover.
Hoewel auto's verschillen,
verkrijgen veel bestuurders, zelfs
met de bestuurdersstoel helemaal
naar voren, de afstand van 250 mm
door simpelweg de rugleuning iets
achterover te zetten. Als u door het
achterover zetten van uw stoel de
weg niet goed meer kunt zien, kunt
u een stevig, niet-glad kussen
gebruiken om hoger te zitten, of uw
stoel hoger zetten wanneer uw auto
deze mogelijkheid biedt.
–
Als het stuurwiel verstelbaar is, kantel
het dan naar beneden. Hierdoor wijst
de airbag naar uw borst in plaats van
naar uw hoofd en nek.
De stoel dient te worden afgesteld zoals
hierboven aanbevolen, terwijl de
pedalen en het stuurwiel nog steeds
goed bediend kunnen worden en u het
instrumentenpaneel nog goed kunt zien.
• De voorpassagiersairbag wordt ook
met een aanzienlijke kracht
geactiveerd wat dodelijk of ernstig
letsel tot gevolg kan hebben, vooral
wanneer de voorpassagier zich erg
dicht bij de airbag bevindt. De
WAARSCHUWING!(Vervolg)
voorpassagiersstoel dient zo ver
mogelijk van de airbag af te staan, met
de rugleuning rechtop.
• Kinderen die niet goed op de stoel
zitten en/of niet goed vastzitten,
kunnen dodelijk of ernstig letsel
oplopen door een geactiveerde
airbag. Gebruik de veiligheidsgordels
nooit voor baby's of kleine kinderen,
maar zet hen goed vast in een baby-
of kinderzitje. Toyota beveelt ten
zeerste aan dat alle kinderen op de
achterstoelen plaatsnemen en op de
juiste wijze vastzitten. Achterin zitten
kinderen veiliger dan op de
voorpassagiersstoel. (→Blz. 37)
WAARSCHUWING!
Voorzorgsmaatregelen airbags
• Ga niet op het puntje van de stoel
zitten en leun niet op het dashboard.
• Laat een kind niet op de
voorpassagiersstoel staan of bij een
voorpassagier op schoot zitten.
• Sta niet toe dat voorpassagiers
voorwerpen op hun knieën
vasthouden.
1 .1 Voor een veilig gebruik
29
1
Veiligheid en beveiliging

WAARSCHUWING!
Voorzorgsmaatregelen airbags
• Als u na het activeren van de airbags
moeilijkheden met de ademhaling
ondervindt, open dan een portier of
zijruit om frisse lucht binnen te laten
of verlaat de auto als u dat op een
veilige manier kunt doen. Als er
poederdeeltjes op uw huid zijn
terechtgekomen, was deze er dan zo
snel mogelijk af om huidirritatie te
voorkomen.
• Als de delen van de auto waarin
airbags ondergebracht zijn, zoals het
stuurwielkussen en de bekleding van
de voor- en achterstijlen,
beschadigd of gescheurd zijn, laat
deze dan vervangen door een
erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige.
Wijzigingen aan en afvoeren van
onderdelen van het airbagsysteem
Voer uw auto niet af en voer geen van
onderstaande veranderingen uit
zonder eerst een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur
of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige te raadplegen. De airbags
kunnen defect raken of per ongeluk
worden geactiveerd, wat dodelijk of
ernstig letsel tot gevolg kan hebben.
• Plaatsen, verwijderen, demonteren
en repareren van de airbags
• Reparatie, aanpassing, verwijdering
of vervanging van stuurwiel,
instrumentenpaneel, dashboard,
stoelen of stoelbekleding, voor-,
midden- en achterstijlen, dakzijrails,
voorportierpanelen,
voorportierbekleding of luidsprekers
in de voorportieren
• Aanpassing van het
voorportierpaneel (bijvoorbeeld een
gat erin maken)
WAARSCHUWING!(Vervolg)
• Reparaties of wijzigingen aan het
voorspatbord, de voorbumper of de
zijkant van het
passagierscompartiment
• Plaatsen van een bullbar,
sneeuwploeg of lier
• Wijzigingen aan de wielophanging
van de auto
• Plaatsen van elektronische
apparatuur als een mobiele
tweewegradio (zend-/
ontvanginstallatie) of CD-speler
Als de SRS-airbags worden geactiveerd
• U kunt lichte schaafplekken,
brandwonden, kneuzingen, e.d.
oplopen als gevolg van de zeer hoge
snelheid waarmee de airbags worden
geactiveerd door hete gassen.
• Er is een luide knal hoorbaar en er
komt wit poeder vrij.
• Gedurende enkele minuten na het
activeren van de airbags kunnen de
onderdelen van de airbagmodule
(stuurwielnaaf, afdekkap airbag en
ontstekingsmechanisme) evenals de
voorstoelen, delen van de voor- en
achterstijlen en de daklijstbekleding
nog heet zijn. De airbag zelf kan ook
heet zijn.
• De voorruit kan barsten.
• Het hybridesysteem wordt uitgezet en
de brandstoftoevoer naar de motor
wordt gestopt. (→Blz. 56)
• De alarmknipperlichten worden
automatisch ingeschakeld.
(→Blz. 364)
• Auto's met ERA-GLONASS/EVAK: Als
een van de volgende situaties zich
voordoet, verstuurt het systeem
automatisch een noodoproep
*naar
het controlecentrum van
ERA-GLONASS/EVAK. De locatie van
de auto wordt doorgegeven (zonder
dat de toets SOS hoeft te worden
ingedrukt) en een medewerker zal
1 .1 Voor een veilig gebruik
31
1
Veiligheid en beveiliging

• De voorzijde van de auto is
beschadigd of vervormd of de auto
was betrokken bij een ongeval dat niet
van zodanige aard was dat de airbags
vóór werden geactiveerd.
• Bij beschadiging of vervorming van
een gedeelte van een portier of het
omliggende gebied, wanneer er een
gat in is gemaakt of bij een ongeval
dat niet van zodanige aard was dat de
side airbags en curtain airbags werden
geactiveerd.
•
Bij krassen, scheuren of andere
beschadigingen aan het
stuurwielkussen of het dashboard bij de
voorpassagiersairbag of het onderste
gedeelte van het instrumentenpaneel
aan bestuurderszijde.
• Bij krassen, scheuren of andere
beschadigingen aan de zijkant van de
leuning van een voorstoel met een
side airbag.
•
Bij krassen, scheuren of andere
beschadigingen in het deel van de voor-
en achterstijl en de daklijstbekleding
met de curtain airbags.
1.1.5 Belangrijke
voorzorgsmaatregelen in verband
met uitlaatgassen
Uitlaatgassen bevatten stoffen die
schadelijk zijn bij inademing.
WAARSCHUWING!
Uitlaatgassen bevatten het schadelijke
koolmonoxide (CO). Dit is een kleurloos
en reukloos gas. Neem de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht. Als u
deze voorzorgsmaatregelen niet in acht
neemt, kunnen er uitlaatgassen in de
auto terechtkomen waardoor de
bestuurder duizelig kan worden en een
ongeval kan veroorzaken, of wat kan
1 .1 Voor een veilig gebruik
34