
201
5
Handleiding_Europa_M62060_nl
5-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Rijden
• Als geregeld en herhaaldelijk over stij-
gende en dalende wegen wordt gereden,
of over wegen met een slecht of oneffen
wegdek (zoals klinkerwegen, grindwegen,
enz.)
• Als geregeld en herhaaldelijk over boch- tige wegen wordt gereden.
• Als er zich een st erk spiegelend voorwerp,
zoals een verkeersbord of spiegel, voor de
auto bevindt
• Als de achterzijde van een voorligger sterk spiegelend is, zoals een container op een
truck
• Als de koplampen van de auto beschadigd of vuil zijn, of niet correct zijn afgesteld
• Als de auto naar één kant overhelt door bij- voorbeeld een lekke band, of aan de ach-
terzijde wat lager ligt doordat een aan-
hangwagen is aangekoppeld, enz.
• Als herhaaldelijk op een abnormale manier wordt geschakeld tussen grootlicht en dim-
licht
• Als de bestuurder meent dat het grootlicht mogelijk knippert of voetgangers of andere
bestuurders verblindt
• Als de auto wordt gebruikt in een gebied waar men aan de andere kant van de weg
rijdt. Bijvoorbeeld, een auto bestemd voor
rechtsrijdend verkeer in een gebied voor
linksrijdend verkeer of vice versa
■Persoonlijke voorkeursinstellingen
Bepaalde functies kunnen worden aangepast
aan de persoonlijke voorkeur. ( →Blz. 472)
■Grootlicht inschakelen
Duw de hendel van u af.
Het controlelampje van het AHS dooft en het
controlelampje van het grootlicht gaat bran-
den.
Trek de hendel in de oorspronkelijke stand
om het Adaptive High Beam-systeem te acti-
veren.
■Dimlicht inschakelen
Druk op de schakelaar van het Adap-
tive High Beam-systeem.
Het controlelampje van het AHS dooft.
Druk op de schakelaar om het Adaptive High
Beam-systeem weer in te schakelen.
Handmatig in- en uitschakelen
van het grootlicht
MIRAI_OM_Europe_OM62060E.book Page 201 Thursday, July 15, 2021 1:59 PM

202
Handleiding_Europa_M62060_nl
5-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
■Tijdelijk inschakelen van het dim-
licht
Trek de hendel naar u toe en laat hem
vervolgens terugkeren in de oorspron-
kelijke stand.
Het grootlicht blijft ingeschakeld terwijl de
hendel naar u toe is getrokken. Nadat de
hendel echter weer in de oorspronkelijke
stand is teruggekeerd, blijft het dimlicht
gedurende enige tijd branden. Vervolgens
wordt het Adaptive High Beam-systeem
weer geactiveerd.
■Tijdelijk inschakelen van het dimlicht
Het verdient aanbeveling om het dimlicht in te
schakelen wanneer het grootlicht andere
bestuurders of voetgangers in de buurt hindert.
*: Indien aanwezig
1 Druk de Automatic High Beam-
schakelaar in.
2 Zet de lichtschakelaar in de stand
of .
AHB (Automatic High
Beam)*
Het Automatic High Beam-
systeem gebruikt een camera aan
de bovenzijde van de voorruit om
de helderheid va n de verlichting
van tegenliggers en voorliggers,
straatverlichting, enz. te beoorde-
len en schakelt, indien nodig, het
grootlicht automatisch in en uit.
WAARSCHUWING
■Beperkingen van het Automatic High
Beam-systeem
Vertrouw niet blindelings op het Automatic
High Beam-systeem. Rijd altijd voorzichtig
en houd hierbij de omgeving in de gaten
en schakel indien nodig handmatig het
grootlicht in of uit.
■Voorkomen van onjuiste werking van
het Automatic High Beam-systeem
Voorkom overbelading van uw auto.
Inschakelen van de Automatic
High Beam
MIRAI_OM_Europe_OM62060E.book Page 202 Thursday, July 15, 2021 1:59 PM

204
Handleiding_Europa_M62060_nl
5-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
• Als de koplampen of achterlichten van tegenliggers of voorli ggers zijn uitgescha-
keld, vuil zijn, een andere kleur hebben of
niet correct zijn afgesteld
• Als de auto wordt geraakt door water, sneeuw, stof, enz. van een voorligger
• In gebieden waar lichte en donkere stuk- ken elkaar afwisselen.
• Als geregeld en herhaal delijk over stij-
gende en dalende wegen wordt gereden,
of over wegen met een slecht of oneffen
wegdek (zoals klinkerwegen, grindwegen,
enz.)
• Als geregeld en herhaaldelijk over boch- tige wegen wordt gereden.
• Als er zich een st erk spiegelend voorwerp,
zoals een verkeersbord of spiegel, voor de
auto bevindt
• Als de achterzijde van een voorligger sterk spiegelend is, zoals een container op een
truck
• Als de koplampen van de auto beschadigd of vuil zijn, of niet correct zijn afgesteld
• Als de auto naar één kant overhelt door bij- voorbeeld een lekke band, of aan de ach-
terzijde wat lager ligt doordat een aan-
hangwagen is aangekoppeld, enz.
• Als herhaaldelijk op een abnormale manier wordt geschakeld tussen grootlicht en dim-
licht
• Als de bestuurder meent dat het grootlicht mogelijk knippert of voetgangers of andere
bestuurders verblindt
• Als de auto wordt gebruikt in een gebied waar men aan de andere kant van de weg
rijdt. Bijvoorbeeld, een auto bestemd voor
rechtsrijdend verkeer in een gebied voor
linksrijdend verkeer of vice versa
■Grootlicht inschakelen
Duw de hendel van u af.
Het controlelampje van de AHB dooft en het
controlelampje van het grootlicht gaat bran-
den.
Trek de hendel in de oorspronkelijke stand
om het Automatic High Beam-systeem te
activeren.
■Dimlicht inschakelen
Druk de Automatic High Beam-schake-
laar in.
Het controlelampje van de AHB dooft.
Druk de schakelaar in om het Automatic
High Beam-systeem weer in te schakelen.
■Tijdelijk inschakelen van het dim-
licht
Trek de hendel naar u toe en laat hem
vervolgens terugkeren in de oorspron-
kelijke stand.
Handmatig in- en uitschakelen
van het grootlicht
MIRAI_OM_Europe_OM62060E.book Page 204 Thursday, July 15, 2021 1:59 PM

205
5
Handleiding_Europa_M62060_nl
5-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Rijden
Het grootlicht blijft ingeschakeld terwijl de
hendel naar u toe is getrokken. Nadat de
hendel echter weer in de oorspronkelijke
stand is teruggekeerd, blijft het dimlicht
gedurende enige tijd branden. Vervolgens
wordt het Automatic High Beam-systeem
weer ingeschakeld.
■Tijdelijk inschakelen van het dimlicht
Het verdient aanbeveling om het dimlicht in te
schakelen wanneer het grootlicht andere
bestuurders of voetgangers in de buurt hindert.
Schakelt het mistachterlicht in
Als de schakelaarring wordt losgelaten,
keert de ring terug naar de stand .
Draai de schakelaarring nogmaals om
het mistachterlicht uit te schakelen.
■Voorwaarden voor werking van de ver-
lichting
De koplampen worden ingeschakeld.
■Gebruik van het mistachterlicht
Gebruik het mistachterlicht alleen wanneer
dit nodig is. Als het mistachterlicht wordt
gebruikt terwijl het zicht niet slecht is, kan het
licht het zicht van bestuurders achter u
belemmeren.
Mistachterlicht
Het mistachterlicht kan bij het rij-
den in slecht weer, bijvoorbeeld in
de regen of mist, worden gebruikt
om uw auto bete r zichtbaar te
maken voor auto's achter u.
Bedieningsinstructies
MIRAI_OM_Europe_OM62060E.book Page 205 Thursday, July 15, 2021 1:59 PM

213
5
Handleiding_Europa_M62060_nl
5-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Rijden
5-5.Gebruik van de ondersteunende systemen
■PCS (Pre-Crash Safety-systeem)
→Blz. 218
■LTA (Lane Tracing Assist)
→Blz. 229
■AHS (Adaptive High Beam-sys-
teem)
*
→Blz. 198
*: Indien aanwezig
■AHB (Automatic High Beam)*
→Blz. 202
*: Indien aanwezig
■RSA (Road Sign Assist)
→Blz. 239
■Dynamic Radar Cruise Control
met volledig snelheidsbereik
→Blz. 244
Twee soorten sensoren, die zich achter
de grille en de voorruit bevinden, signa-
leren informatie die nodig is voor de wer-
king van de ondersteunende systemen.
Radarsensor
Camera voor
Toyota Safety Sense
Toyota Safety Sense bestaat uit de
volgende ondersteunende
systemen en draagt bij aan een
veilige en comfortabele rijervaring:
Ondersteunend systeem
WAARSCHUWING
■Toyota Safety Sense
Toyota Safety Sense is ontworpen om te
werken met als uitgangspunt dat de
bestuurder voorzichtig rijdt om te helpen
de gevolgen van een aanrijding voor de
inzittenden en de auto te beperken of de
bestuurder te assisteren onder normale
rijomstandigheden.
Vertrouw niet blindelings op het systeem,
aangezien er een grens is aan de mate
van nauwkeurigheid bij de herkenning en
de ondersteunende mogelijkheden die dit
systeem kan bieden. Het is altijd de ver-
antwoordelijkheid van de bestuurder om
de omgeving van de auto in de gaten te
houden en veilig te rijden.
Sensoren
WAARSCHUWING
■Voorkomen van storingen in de
radarsensor
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen
in acht.
Als u dat niet doet, werkt de radarsensor
mogelijk niet goed, hetgeen kan leiden tot
een ongeval waarbij ernstig letsel kan ont-
staan.
MIRAI_OM_Europe_OM62060E.book Page 213 Thursday, July 15, 2021 1:59 PM

434
Handleiding_Europa_M62060_nl
8-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
■Als “Stop Vehicle in a Safe Place Push
P Switch” (Breng de auto op een veilige
plaats tot stilstand. Druk schakelaar
stand P in.) wordt weergegeven
Er is mogelijk een storing aanwezig in het
brandstofcelsysteem of de selectiehendel
heeft lange tijd in stand N gestaan. Breng de
auto onmiddellijk tot stilstand en neem contact
op met een erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
■Als “Shift Out of N Release Accelerator
Before Shifting” (Zet selectiehendel in
andere stand dan N. Laat vóór het scha-
kelen het gaspedaal los) wordt weerge-
geven
Het gaspedaal wordt ingetrapt terwijl de
selectiehendel in stand N staat.
Laat het gaspedaal los en zet de selectiehen-
del in stand D of R.
■Als “Press brake when vehicle is stop-
ped FCV system may overheat” (Trap
rempedaal in wanneer auto stilstaat.
Brandstofcelsysteem is mogelijk over-
verhit) wordt weergegeven
De melding wordt mogelijk weergegeven
wanneer het gaspedaal wordt ingetrapt om
de auto op een helling op zijn plaats te hou-
den, enz. Het brandstofcelsysteem kan over-
verhit raken. Laat het gaspedaal los en trap
het rempedaal in.
■Als “Auto Power OFF to Conserve Bat-
tery” (Auto power off-functie ingescha-
keld om accu te sparen) wordt weerge-
geven
Het contact is UIT gezet door de automati-
sche power off-functie. Bedien de volgende
keer dat u het brandstofcelsysteem start het
brandstofcelsysteem gedurende ongeveer 5
minuten om de 12V-accu op te laden.
■Als “Headlight System Malfunction Visit
Your Dealer” (Storing in koplampsys-
teem. Ga naar uw dealer) wordt weerge-
geven
Er is mogelijk een storing in de onderstaande
systemen aanwezig. Laat de auto onmiddellijk
nakijken door een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar beho-
ren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
●De led-koplampen
●De automatische verticale koplampverstel-
ling
●AHS (Adaptive High Beam-systeem)
(indien aanwezig)
●AHB (Automatic High Beam) (indien aan-
wezig)
■Als “Radar Cruise Control Temporarily
Unavailable See Owner’s Manual”
(Dynamic Radar Cruise Control-sys-
teem tijdelijk niet beschikbaar, zie hand-
leiding) wordt weergegeven
De Dynamic Radar Cruise Control met volle-
dig snelheidsbereik word t tijdelijk uitgescha-
keld of tot het in de melding aangegeven pro-
bleem is opgelost. (Oorzaken en oplossin-
gen: → Blz. 216)
■Als “Radar Cruise Control Unavailable”
(Dynamic Radar Cruise Control-systeem
niet beschikbaar) wordt weergegeven
De Dynamic Radar Cruise Control met volle-
dig snelheidsbereik kan ti jdelijk niet gebruikt
worden. Gebruik het systeem wanneer dit
weer beschikbaar is.
■Als er een melding wordt weergegeven
dat er een storing in de camera voor
aanwezig is
De onderstaande systemen worden mogelijk
tijdelijk uitgeschakeld tot het in de melding
aangegeven probleem is opgelost.
( → Blz. 216, 423)
●PCS (Pre-Crash Safety-systeem)
●LTA (Lane Tracing Assist)
●AHS (Adaptive High Beam-systeem)
(indien aanwezig)
●Automatic High Beam-systeem (indien
aanwezig)
●RSA (Road Sign Assist)
●Dynamic Radar Cruise Control met volle-
dig snelheidsbereik
■Als er een melding wordt weergegeven
dat er een storing in de radarsensor
aanwezig is
De onderstaande systemen worden mogelijk
tijdelijk uitgeschakeld tot het in de melding
aangegeven probleem is opgelost.
( → Blz. 216, 423)
●PCS (Pre-Crash Safety-systeem)
●LTA (Lane Tracing Assist)
●Dynamic Radar Cruise Control met volle-
dig snelheidsbereik
MIRAI_OM_Europe_OM62060E.book Page 434 Thursday, July 15, 2021 1:59 PM

479
9
Handleiding_Europa_M62060_nl
9-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
Voertuigspecificaties
■AHS (Adaptive High Beam-systeem)*1 (→Blz. 198)
*1: Indien aanwezig
*2: De koplampen werken onder de regeling v an het Automatic High Beam-systeem.
( → Blz. 202)
■PCS (Pre-Crash Sa fety-systeem) (→Blz. 218)
FunctieStandaard-
instellingPersoonlijke
voorkeursinstelling
Adaptive High Beam-systeemAanUit*2——O
Afstand tussen een voorligger
of tegenligger en het variabel
afgeschermde grootlicht
Breed
Smal
——OStandaard
Rijsnelheid waarbij de helder-
heid en de afstelling van het
verlichte deel van het grootlicht
van modus wijzigt
Ongeveer 15 km/h
of hoger
Ongeveer 30 km/h of hoger
——OOngeveer 60 km/h of hoger
Aanpassen van de intensiteit
van het grootlicht tijdens het
rijden in bochten (het gebied in
de richting waarin de auto
draait wordt helderder verlicht)
AanUit——O
Aanpassing van het stralings-
bereik van het dimlicht in over-
eenstemming met de afstand
tot een voorligger of tegenlig-
ger
AanUit——O
Regeling verspreiding groot-
licht bij regenAanUit——O
FunctieStandaard-instellingPersoonlijke
voorkeursinstelling
PCS (Pre-Crash Safety-
systeem)AanUit—O—
Afstellen timing waarschuwing—Vroeg/Gemiddeld/ Laat—O—
MIRAI_OM_Europe_OM62060E.book Page 479 Thursday, July 15, 2021 1:59 PM

491
Handleiding_Europa_M62060_nl
Alfabetische index
Alfabetische index
A
Aan audiosysteem gekoppelde weergave ....................... 116
Aan navigatiesysteem gekoppelde weergave ............... 116, 120
Aan/uit-schakelaar airbag...................... 49
ABS (antiblokkeersysteem) ................. 321 Waarschuwingslampje ...................... 425
ACA (Active Cornering Assist) ............ 322
ACC........................................................ 182
Accessoireaansluiting ......................... 363
Accu (12V-accu).................................... 382 Accu controleren ............................... 382
Als de 12V-accu is ontladen .............. 452
Voorbereidingen en controles bij rijden in de winter ....................... 328
Waarschuwingslampje ...................... 424
Achterlichten Lampen vervangen ........................... 410
Lichtschakelaar ................................. 196
Achterruitverwarming .......................... 335 Achterruit ........................................... 335
Buitenspiegels ................................... 335
Voorruit .............................................. 335
Achterstoelen Hoofdsteunen .................................... 150
Schoonmaken ................................... 369
Stoelventilatoren ............................... 343
Stoelverwarming ............................... 343
Achteruitrijlichten Lampen vervangen ........................... 410
Actieradius ............................................ 108
Actieve motorkap ................................... 46
Active Cornering Assist (ACA)............ 322
Active Sound Control (ASC)................ 194
Actueel brandstofverbruik................... 114
Adaptive High Beam-systeem ............. 198
Afdekkap brandstofcelpakket ............. 379
Afdekkap ruimte brandstofcelmodule .......................... 378
Afmetingen............................................ 466
Afstand .................................................. 117 Afstandsbediening............................... 131
Batterij vervangen ............................. 403
Energiebesparende functie ............... 142
Vergrendelen/ontgrendelen .............. 131
AHB (Automatic High Beam) .............. 202
AHS (Adaptive High Beam-systeem) ... 198
Airbags.................................................... 39
Aan/uit-schakelaar airbag ................... 49
Airbags................................................ 39
Algemene voorzorgsmaatregelen airbags ............................................. 44
De juiste houding achter het stuur ...... 33
Plaats van airbags .............................. 39
Voorwaarden voor activering curtain airbags .................................. 41
Voorwaarden voor activering side airbags ...................................... 41
Voorwaarden voor activering van airbags ....................................... 41
Voorwaarden voor activering van de
side airbags en curtain airbags ........ 41
Voorzorgsmaatregelen airbag voor kinderen ................................... 44
Voorzorgsmaatregelen curtain airbags .................................. 44
Voorzorgsmaatregelen side airbags ... 44
Voorzorgsmaatregelen side airbags en curtain airbags ............................. 44
Waarschuwingslampje SRS.............. 425
Wijzigingen aan en afvoeren van airbags ....................................... 46
Airco ...................................................... 333
Automatische airconditioning ............ 333
ECO-modus airconditioning .............. 335
Geconcentreerde luchtcirculatiemodus voorstoel
(S-FLOW-modus) ........................... 338
Interieurfilter ...................................... 398
Airconditioning .................................... 333 Automatische airconditioning ............ 333
ECO-modus airconditioning .............. 335
Geconcentreerde luchtcirculatiemodus voorstoel
(S-FLOW-modus) ........................... 338
Interieurfilter ...................................... 398
MIRAI_OM_Europe_OM62060E.book Page 491 Thursday, July 15, 2021 1:59 PM