Page 41 of 120

Functies van instrumenten en bed ienin gselementen
3-27
3
TCS uit- of inschakelen
Als de machine wordt ingeschakeld, wordt
de tractieregeling automatisch ingescha-
keld.
Zet om de tractieregeling uit te schakelen
de machine stil en houd de toets van de
tractieregeling 2 seconden lang ingedrukt.
Het controlelampje TCS gaat aan.
Om de tractieregeling weer in te schakelen,
drukt u opnieuw op de TCS-toets. Het con-
trolelampje TCS gaat uit.
OPMERKING
Schakel de tractieregeling uit om het ach-
terwiel beter te kunnen vrijmaken als de
machine vastzit in modder, zand etc.
Opmerkin gen bij het g eb ruik
De tractieregeling wordt uitgeschakeld als: een van de wielen loskomt van de
grond.
overmatige slip van het achterwiel
wordt gedetecteerd.
een van de wielen handmatig wordt
rondgedraaid (bijvoorbeeld bij onder-
houd).
OPMERKING
Als de tractieregeling wordt uitgeschakeld,
gaan zowel het controlelampje TCS als het
waarschuwingslampje motorstoring bran-
den.
LET OP
DCA16801
Gebruik uitsluiten d d e voor geschreven
b an den. (Zie pa gina 6-21.) Bij geb ruik
van ban den met een an dere maat zal d e
tractiere gelin g d e wielrotatie niet nauw-
keuri g kunnen re gelen.
De tractieregeling terugstellen
1. Schakel de machine uit en wacht en-
kele seconden.
2. Schakel de machine in en start de mo- tor.
3. Als een rijsnelheid van minimaal
20 km/h (12 mph) wordt bereikt, moet
het controlelampje TCS uitgaan en
moet het systeem worden ingescha-
keld.
4. Laat een Yamaha dealer de machine nakijken en het waarschuwingslampje
motorstoring uitschakelen.
OPMERKING
Als het controlelampje TCS of het waar-
schuwingslampje motorstoring na terug-
stellen blijven branden, rijd dan voorzichtig
en laat de machine zo snel mogelijk nakij-
ken door een Yamaha dealer.
1. “TCS”-toets
2. Waarschuwingslampje motorstoring “ ”
3. Controlelampje tractieregeling “ ”
132
UB96D2D0.book Page 27 Friday, September 6, 2019 4:19 PM
Page 42 of 120

Functies van instrumenten en bed iening selementen
3-28
3
DAU13077
Tankdop
Openen van de tankd op
Open het slotplaatje op de tankdop, steek
de sleutel in en draai deze dan 1/4 slag
rechtsom. Het slot wordt ontgrendeld en de
tankdop kan worden verwijderd.
Sluiten van d e tankdop
Duw de brandstoftankdop omlaag met de
sleutel nog ingestoken. Draai de sleutel 1/4
slag linksom, neem de sleutel uit en sluit
dan het slotplaatje.
OPMERKING
De tankdop kan alleen worden gesloten
met de sleutel in het slot. Bovendien kan de
sleutel niet worden uitgenomen als de tank-
dop niet correct gesloten en vergrendeld is.
WAARSCHUWING
DWA11092
Na het tanken moet d e tankdop goe d
wor den aan ged raai d. Door bran dstof-
lekka ge ontstaat bran dgevaar.
DAU13222
Bran dstof
Controleer of er voldoende brandstof in de
brandstoftank aanwezig is.
WAARSCHUWING
DWA10882
Benzine en benzined ampen zijn zeer
b ran dbaar. Vol g de on derstaan de in-
structies om bran d en ontploffin g te
voorkomen en het letselrisico tij dens het
tanken te verla gen.
1. Zet alvorens te tanken de motor af en
zorg dat er niemand op de machine
zit. Rook nooit tijdens het tanken en
tank nooit in de nabijheid van vonken,
open vuur of andere ontstekingsbron-
nen zoals de waakvlammen van gei-
sers en kledingdrogers.
2. Maak de brandstoftank niet te vol. Steek bij het tanken het vulpistool
goed in de vulopening van de brand-
stoftank. Stop met vullen zodra de
brandstof de onderkant van de vulhals
heeft bereikt. Omdat brandstof uitzet
als deze warm wordt, kan de warmte
van de motor of de zon ervoor zorgen
dat brandstof uit de brandstoftank
stroomt.
3. Veeg uitgestroomde brandstof onmid- dellijk af. LET OP: Vee g g emorste
b ran dstof onmi ddellijk af met een
schone, dro ge, zachte doek, aan ge-1. Slotplaatje tankdop
2. Ontgrendelen.
1
2
1. Vulpijp brandstoftank
2. Maximaal brandstofniveau
21
UB96D2D0.book Page 28 Friday, September 6, 2019 4:19 PM
Page 43 of 120
![YAMAHA FJR1300AE 2020 Betriebsanleitungen (in German) Functies van instrumenten en bed ienin gselementen
3-29
3
zien de bran dstof de gelakte opper-
vlakken en kunststof d elen kan
aantasten.
[DCA10072]
4. Draai de tankdop stevig vast.
WAARSCHUWING
YAMAHA FJR1300AE 2020 Betriebsanleitungen (in German) Functies van instrumenten en bed ienin gselementen
3-29
3
zien de bran dstof de gelakte opper-
vlakken en kunststof d elen kan
aantasten.
[DCA10072]
4. Draai de tankdop stevig vast.
WAARSCHUWING](/manual-img/51/49603/w960_49603-42.png)
Functies van instrumenten en bed ienin gselementen
3-29
3
zien de bran dstof de gelakte opper-
vlakken en kunststof d elen kan
aantasten.
[DCA10072]
4. Draai de tankdop stevig vast.
WAARSCHUWING
DWA15152
Benzine is gifti g en kan letsel of overlij-
d en veroorzaken. Sprin g zor gvul dig om
met benzine. Pro beer nooit om b enzine
via de mon d over te hevelen. Roep on-
mi ddellijk med ische hulp in na dat u b en-
zine heeft ing eslikt, veel benzined amp
heeft in gead emd of b enzine in uw o gen
heeft gekre gen. Als b enzine op uw hui d
terechtkomt, was deze dan af met water
en zeep. Als u benzine op uw kle din g
morst, trek dan an dere kled ing aan.
DAU86072
Uw Yamaha motorblok is gebouwd op het
gebruik van normale loodvrije benzine met
een octaangetal van 90 of hoger. Als de
motor gaat kloppen (pingelen), gebruik dan
benzine van een ander merk of met een ho-
ger octaangetal.
OPMERKING
Deze markering geeft de aanbevolen
brandstof voor dit voertuig aan zoals
gespecificeerd in de Europese voor-
schriften (EN228).
Controleer of het vulpistool van de
brandstofpomp dezelfde markering
heeft.
Gasohol
Er bestaan twee typen gasohol: gasohol
met ethanol en gasohol met methanol.
Gasohol met ethanol kan worden gebruikt,
mits het ethanolgehalte niet hoger is dan
10% (E10). Gasohol met methanol wordt
niet aangeraden door Yamaha aangezien
deze schade kan toebrengen aan het
brandstofsysteem of problemen kan ople-
veren met de voertuigprestaties.
LET OP
DCA11401
Gebruik uitsluiten d loo dvrije benzine.
Loo dhou den de benzine veroorzaakt
ernsti ge schad e aan inwen dig e motor-
on der delen als kleppen en zui gerveren
en ook aan het uitlaatsysteem.
Aan bevolen bran dstof:
Loodvrije benzine (E10 acceptabel)
Octaan getal (RON):
90
Inhou d b ran dstoftank:
25 L (6.6 US gal, 5.5 Imp. gal)
Bran dstofreserve:
5.5 L (1.45 US gal, 1.21 Imp.gal)
E5E10
UB96D2D0.book Page 29 Friday, September 6, 2019 4:19 PM
Page 44 of 120

Functies van instrumenten en bed iening selementen
3-30
3
DAU86160
Overloopslan g b ran dstoftank
De overloopslang voert overtollige brand-
stof af en leidt deze veilig weg van de ma-
chine.
Voordat u de machine gaat gebruiken:
Controleer de aansluiting van de over-
loopslang van de brandstoftank.
Controleer de overloopslang van de
brandstoftank op scheuren of bescha-
diging en vervang deze indien nodig.
Controleer of de overloopslang van de
brandstoftank niet verstopt is en reinig
deze indien nodig.
Controleer of het uiteinde van de over-
loopslang van de brandstoftank is ge-
plaatst zoals afgebeeld.
OPMERKING
Zie pagina 6-12 voor informatie over de fil-
terbus.
DAU13435
Uitlaatkatalysator
Het uitlaatsysteem bevat een of meer uit-
laatkatalysatoren om schadelijke uitlaate-
missies te verminderen.
WAARSCHUWING
DWA10863
Het uitlaatsysteem is heet na dat de mo-
tor heeft g ed raai d. Let op het vol gen de
om bran dgevaar of bran dwon den te
voorkomen: Parkeer de machine nooit na bij
b ran dgevaarlijke stoffen, zoals op
g ras of op an der materiaal dat ge-
makkelijk vlam vat.
Parkeer de machine op een plek
waar voet gan gers of kin deren niet
g emakkelijk met het hete uitlaatsy-
steem in aanrakin g kunnen komen.
Controleer of het uitlaatsysteem is
afgekoel d alvorens on derhou ds-
werkzaamhe den uit te voeren.
Laat de motor niet lan ger dan enke-
le minuten stationair draaien. Lan g
stationair draaien kan lei den tot
oververhittin g.
1. Overloopslang brandstoftank
2. Klem
2
1
UB96D2D0.book Page 30 Friday, September 6, 2019 4:19 PM
Page 45 of 120

Functies van instrumenten en bed ienin gselementen
3-31
3
DAU39496
Za dels
Duoza del
Verwijderen van het duozadel
1. Steek de sleutel in het zadelslot en draai linksom.
2. Trek de voorzijde van het duozadel omhoog en trek het zadel naar voren.
Aanbrengen van het duozadel
1. Steek de uitsteeksels aan de achterzij- de van het duozadel in de zadelbeves-
tiging zoals afgebeeld, en druk dan de
voorzijde van het zadel omlaag om het
duozadel te vergrendelen.
2. Neem de sleutel uit. Bestuur
dersza del
Verwijderen van het bestuurderszadel
1. Verwijder het duozadel.
2. Druk de hendel van het bestuurders- zadel onder de achterzijde van het be-
stuurderszadel naar links zoals
getoond en verwijder dan het zadel.
Aanbrengen van het bestuurderszadel
1. Steek het uitsteeksel aan de voorzijde van het bestuurderszadel in de zadel-
bevestiging zoals getoond, en druk
dan de achterzijde van het zadel om-
laag om te vergrendelen.
2. Installeer het duozadel.
OPMERKING
Controleer of de zadels stevig zijn ver-
grendeld alvorens te gaan rijden.
1. Zadelslot
2. Ontgrendelen.
1. Uitsteeksel
2. Zadelbevestiging
1
2
1. Vergrendelingshendel bestuurderszadel
2. Bestuurderszadel
1. Uitsteeksel
2. Zadelbevestiging
UB96D2D0.book Page 31 Friday, September 6, 2019 4:19 PM
Page 46 of 120
Functies van instrumenten en bed iening selementen
3-32
3
De hoogte van het bestuurderszadel
kan worden versteld om de rijpositie
aan te passen. (Zie het gedeelte hier-
na.)DAU39633
De hoo gte van het bestuur ders-
za del verstellen
Het bestuurderszadel kan in twee verschil-
lende standen worden gezet, al naar gelang
de voorkeur van de bestuurder.
Bij aflevering staat het bestuurderszadel in
de lage stand.
Het bestuur dersza del in de ho ge stan d
zetten
1. Verwijder het bestuurderszadel. (Zie pagina 3-31.)
2. Verwijder de afsteller voor de zadel-
hoogte door deze omhoog te trekken.
3. Beweeg de afdekking van de houder van het bestuurderszadel naar de lage
stand zoals getoond.
1. Lage stand
2. Hoge stand
1. Afsteller hoogte bestuurderszadel
UB96D2D0.book Page 32 Friday, September 6, 2019 4:19 PM
Page 47 of 120

Functies van instrumenten en bed ienin gselementen
3-33
3
4. Plaats de afsteller voor de zadelhoog-
te zo dat het merk teken “H” is uitge-
lijnd met het referentiemerkteken.
5. Steek het uitsteeksel aan de voorzijde van het bestuurderszadel in zadelbe-
vestiging B zoals getoond. 6. Lijn het uitsteeksel aan de onderzijde
van het bestuurderszadel uit met sleuf
“H” en druk dan zoals getoond de
achterzijde van het zadel omlaag om
te vergrendelen.
7. Installeer het duozadel.
Het bestuur dersza del in de la ge stan d
zetten 1. Verwijder het bestuurderszadel. (Zie
pagina 3-31.)
2. Verwijder de afsteller voor de zadel- hoogte door deze omhoog te trekken.
3. Beweeg de afdekking van de houder van het bestuurderszadel naar de
hoge stand.
4. Plaats de afsteller voor de zadelhoog- te zo dat het merkteken “L” is uitge-
lijnd met het refe rentiemerkteken.
1. Afdekpaneel zadelbevestiging
1. Afsteller hoogte bestuurderszadel
2. Merkteken “H”
3. Referentiemerkteken
1. Uitsteeksel
2. Zadelbevestiging B (voor hoge stand)
3. Afdekpaneel zadelbevestiging
1
1. Sleuf “H”
1. Afsteller hoogte bestuurderszadel
2. Merkteken “L”
3. Referentiemerkteken
UB96D2D0.book Page 33 Friday, September 6, 2019 4:19 PM
Page 48 of 120

Functies van instrumenten en bed iening selementen
3-34
3
5. Steek het uitsteeksel aan de voorzijde
van het bestuurderszadel in zadelbe-
vestiging A zoals getoond.
6. Lijn het uitsteeksel aan de onderzijde van het bestuurderszadel uit met sleuf
“L” en druk dan zoals getoond de ach-
terzijde van het zadel omlaag om te
vergrendelen.
7. Installeer het duozadel.
OPMERKING
Controleer of de zadels stevig zijn vergren-
deld alvorens te gaan rijden.
DAU73350
Op ber gcompartimenten
Deze machine is voorzien van twee op-
bergcompartimenten.
Opbergcompartiment A bevindt zich onder
het bestuurderszadel. (Zie pagina 3-31.)
Opbergcompartiment B bevindt zich onder
het duozadel. (Zie pagina 3-31.)
LET OP
DCA23290
De IMU b evat geen on der delen die door
d e geb ruiker kunnen wor den on derhou-
d en en is zeer gevoeli g. Het wor dt daar-
om af gerad en om de beschermkap te
verwij deren, vreem de materialen bij de
IMU te plaatsen of de IMU rechtstreeks
te hanteren.
Verplaats de IMU niet en monteer
d eze niet op een an dere plaats.
1. Uitsteeksel
2. Afdekpaneel zadelbevestiging
3. Zadelbevestiging A (voor lage stand)
1. Sleuf “L”
12
3
1. Opbergcompartiment A
1. Opbergcompartiment B
2. Beschermkap
3. Inertiële meeteenheid (IMU)
1
1
2
23
UB96D2D0.book Page 34 Friday, September 6, 2019 4:19 PM