
275
4
Handleiding Supra 4-1. BEDIENING
BEDIENING
1
Led
2 Opberggebied
Plaats de mobiele telefoon in het mid-
den van het vak met het display naar
boven gericht.
De mobiele telefoon mag niet groter zijn dan
ongeveer 154,5 x 80 x 18 mm.Als de auto is voorzien van de waar-
schuwingsfunctie “telefoon vergeten”,
kan een waarschuwing worden weer-
gegeven als een mobiele telefoon met
Qi-mogelijkheid bij het verlaten van de
auto is achtergelaten in het draadloze
oplaadstation.
De waarschuwing “telefoon vergeten”
wordt weergegeven op het instrumen-
tenpaneel.
Via Toyota Supra Command:
1 “My Vehicle” (mijn auto)
2 “System settings” (systeeminstellin-
gen)
3 “Wireless charging tray” (draadloos
oplaadvak)
Bediening
Overzicht
Plaatsen van de mobiele telefoon
Led-displays
KleurBetekenis
Blauw
De mobiele telefoon wordt
opgeladen.
Afhankelijk van het model en de
auto brandt de blauwe led niet
meer als de geplaatste Qi-com-
patibele mobiele telefoon volle-
dig opgeladen is.
Oranje
De mobiele telefoon wordt niet
opgeladen.
De mobiele telefoon wordt
mogelijk blootgesteld aan uit-
zonderlijk hoge temperaturen of
er bevinden zich vreemde
objecten in het oplaadstation.
Rood
De mobiele telefoon wordt niet
opgeladen.
Neem contact op met een servi-
cepartner van de fabrikant of
een andere gekwalificeerde ser-
vicepartner of gespecialiseerde
werkplaats.
Waarschuwing “telefoon
vergeten”
Algemeen
Inschakelen
KleurBetekenis
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 275 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM

5
281
Handleiding Supra
5
AANWIJZINGEN VOOR HET RIJDEN
AANWIJZINGEN VOORHET RIJDEN
.5-1. AANWIJZINGEN VOOR
HET RIJDEN
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden ..................... 282
Brandstof besparen ............... 288
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 281 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM

286
Handleiding Supra5-1. AANWIJZINGEN VOOR HET RIJDEN
wordt en niet meer goed reageert op
remmen.
Houd u aan de volgende punten bij het
rijden door water:
Rijd alleen door stilstaand water.
Rijd alleen door water dat maximaal
25 cm diep is.
Rijd stapvoets door water met een
maximale snelheid van 5 km/h.
De auto is standaard uitgerust met een
antiblokkeersysteem (ABS).
Rem voluit in situat ies die dit vereisen.
De auto blijft best uurbaar. Eventuele
obstakels kunnen worden ontweken
door zo soepel mogelijk te sturen.
Een pulserende beweging van het rem-
pedaal en geluiden van het hydrauli-
sche systeem duiden erop dat het
antiblokkeersysteem (ABS) in werking
is. Onder bepaalde omstandigheden hoort
u het geluid van de geperforeerde rem-
schijven die in werking zijn. Dergelijke
geluiden hebben geen effect op de wer-
king en veiligheid van de remmen.
Rem om de paar kilometer licht bij
vochtig weer, op grindwegen en bij
zware regenval.
Zorg ervoor dat u hierbij andere wegge-
bruikers niet hindert.
De warmte die door het remmen wordt
gegenereerd, zorgt ervoor dat de rem-
schijven en -blokken droog worden en
beschermt ze tegen corrosie.
Zo is er onmiddellijk remvermogen
beschikbaar als dat nodig is.
Rijden door water
Algemeen
Veiligheidsaanwijzing
OPMERKING
Als u met een te hoge snelheid door te
diep water rijdt, kan water doordringen in
de motorruimte, het elektrische systeem
en de transmissie. Er bestaat een kans op
schade. Overschrijd de maximale water-
diepte en de maximumsnelheid, zoals
hierboven gespecificeerd, niet bij het rijden
door water.
Veilig remmen
Algemeen
Voorwerpen die de bediening van de
pedalen belemmeren
WAARSCHUWING
Voorwerpen in de voetenruimte van de
bestuurder kunnen ervoor zorgen dat een
pedaal niet volledig kan worden ingetrapt
of dat een ingetrapt pedaal niet kan opko-
men. Er bestaat een kans op ongevallen.
Berg voorwerpen in de auto zodanig op
dat ze niet los kunnen raken en in de voe-
tenruimte van de bestuurder terecht kun-
nen komen. Gebruik alleen vloermatten
die geschikt zijn voor de auto en goed kun-
nen worden vastgezet aan de vloer.
Gebruik geen losse vloermatten en plaats
niet meerdere matten boven op elkaar.
Zorg ervoor dat er voldoende ruimte over-
blijft bij de pedalen. Zorg ervoor dat vloer-
matten nadat ze zijn verwijderd,
bijvoorbeeld om ze schoon te maken,
weer goed worden vastgezet.
Natte wegen
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 286 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM

288
Handleiding Supra5-1. AANWIJZINGEN VOOR HET RIJDEN
Dit hoofdstuk beschrijft alle standaard,
landspecifieke en speciale uitrusting
die beschikbaar is voor de modelserie.
Daardoor worden mogelijk uitrusting en
functies beschreven die niet in uw auto
aanwezig zijn, bijvoorbeeld als gevolg
van de geselecteerde optionele uitrus-
ting of de landenspecificatie. Dit geldt
ook voor functies en systemen met
betrekking tot veiligheid. Houd u bij het
gebruik van de bijbehorende functies
en systemen aan de desbetreffende
wet- en regelgeving.
De auto beschikt over diverse technolo-
gieën voor het beperken van het brand-
stofverbruik en de emissie.
Het brandstofverbruik is afhankelijk van
verschillende factoren.
Een aantal maatregelen, zoals een
gematigde rijstijl en regelmatig onder-
houd, kunnen het brandstofverbruik
verlagen en de belasting van het milieu
verminderen.
Extra gewicht verhoogt het brandstof-
verbruik.
Op de auto geplaatste onderdelen heb-
ben een nadelige invloed op de stroom-
lijn en verhogen het brandstofverbruik.
Geopende ruiten verhogen de lucht-
weerstand en daarmee het brandstof-
verbruik.
Banden kunnen op een aantal manier
invloed hebben op het brandstofver-
bruik. Zo heeft bijvoorbeeld de banden-
maat gevolgen voor het verbruik.
Controleer de bandenspanning min-
stens tweemaal per maand en voordat
u een lange rit maakt en corrigeer de
bandenspanning indien nodig.
Een te lage bandenspanning verhoogt
de rolweerstand en daarmee het brand-
stofverbruik en de slijtage van de ban-
den.
Brandstof besparen
Uitrusting
Beperken van het
brandstofverbruik
Algemeen
Verwijder onnodige lading
Verwijder op de auto geplaatste
onderdelen na gebruik
Sluit de ruiten
Banden
Algemeen
Regelmatig controleren van de ban-
denspanning
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 288 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM

289
5
Handleiding Supra 5-1. AANWIJZINGEN VOOR HET RIJDEN
AANWIJZINGEN VOOR HET RIJDEN
Breng de motor niet op temperatuur
door deze stationair te laten draaien,
maar rijd bij voorkeur meteen weg en
houd daarbij gematigde motortoerental-
len aan.
Op deze manier wordt de koude motor
zo snel mogelijk op bedrijfstemperatuur
gebracht.
Door te anticiperen op de wegsituatie
en een soepele rijstijl aan te houden
wordt het brandstofverbruik beperkt.
Vermijd onnodig accelereren en rem-
men.
Houd voldoende afstand tot uw voorlig-
ger.
Rijden met lage motortoerentallen zorgt
voor een lager brandstofverbruik en
minder slijtage.
Let op de schakelstandindicator, zie
blz. 170, indien de auto hiermee is uit-
gerust.
Haal uw voet van het gaspedaal en laat
de auto uitrollen als u een verkeerslicht
nadert dat op rood staat.
Haal uw voet van het gaspedaal en laat
de auto uitrollen als u helling af rijdt.
Tijdens het uitrollen wordt de brandstof-
toevoer onderbroken.
Zet de motor UIT als u langere tijd stil-
staat, bijvoorbeeld voor een verkeers-
licht, bij een spoorwegovergang of in
een file.
Het Stop & Start-
systeem van de auto
zet de motor automatisch uit tijdens stil-
staan.
Het brandstofverbruik en de emissies
zijn lager als de motor wordt uitgezet en
vervolgens weer wordt gestart dan als
de motor voortdurend draait. Er wordt al
brandstof bespaard als de motor
slechts enkele seconden wordt uitge-
zet.
Het brandstofverbruik is ook afhankelijk
van andere factoren, bijvoorbeeld de
rijstijl, de toestand van de weg, het
onderhoud en omgevingsfactoren.
Functies als de stoelverwarming of ach-
terruitverwarming ve rbruiken veel ener-
gie en verhogen het brandstofverbruik,
met name in stadsverk eer en bij filerij-
den.
Schakel deze functies uit als u ze niet
nodig hebt.
Rijd onmiddellijk weg
Rijd anticiperend
Vermijd hoge motortoerentallen
Laat de auto uitrollen
Zet de motor UIT als u langere
tijd stilstaat
Uitzetten van de motor
Stop & Start-systeem
Schakel functies uit die niet
gebruikt worden
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 289 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM

327
6
Handleiding Supra 6-1. MOBILITEIT
MOBILITEIT
1
Open de motorkap, zie blz. 322.
2 Draai de dop linksom om hem te
openen.
3 Vul motorolie bij.
4 Draai de dop vast.
De kwaliteit van de motorolie is cruciaal
voor de levensduur van de motor.
Vul alleen bij met een motoroliesoort
die in de lijst is vermeld.
Sommige motoroliesoorten zijn moge-
lijk niet in alle landen beschikbaar. Vul bij met een motorolie die aan de
volgende specificaties voldoet.
Als er geen geschikte motorolie
beschikbaar is, kunt u tot maximaal 1
liter olie van de volgende specificatie
gebruiken om bij te vullen:
■ACEA-uitvoering
■API-uitvoering
Oliën uit viscositeitsklassen met een
hoge viscositeit kunnen het brandstof-
verbruik verhogen.
Voor meer informatie over de specifica-
ties van geschikte oliën en viscositeits-
klassen kunt u terecht bij een erkende
Motorolie bijvullen
Voor het bijvullen te gebruiken
motoroliesoorten
Algemeen
Veiligheidsaanwijzingen
OPMERKING
Olieadditieven kunnen de motor beschadi-
gen. Er bestaat een kans op schade.
Gebruik geen olieadditieven.
OPMERKING
Het gebruik van een verkeerde motorolie
kan leiden tot storingen in en schade aan
de motor. Er bestaat een kans op schade.
Let er bij het kiezen van de motorolie op of
de motorolie voldoet aan de oliespecifica-
ties.
Geschikte motoroliesoorten
Benzinemotor
Originele Toyota-motorolie SN 0W-20 C5 voor GR Toyota Supra
Alternatieve motoroliesoorten
ACEA C2.
ACEA C3.
SAE 0W-20.
SAE 5W-20.
SAE 0W-30.
SAE 5W-30.
SAE 0W-40.
SAE 5W-40.
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 327 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM

329
6
Handleiding Supra 6-1. MOBILITEIT
MOBILITEIT
1
Laat de motor afkoelen.
2 Open de motorkap, zie blz. 322.
3 Draai de dop op het koelvloeistofre-
servoir iets linksom en laat de druk
ontsnappen.
4 Draai de dop van het koelvloeistof-
reservoir.
5 Het koelvloeistofniveau is in orde
als het iets onder het Max.-merkte-
ken op de vulpijp staat.
6 Draai de dop vast.
1 Laat de motor afkoelen.
2 Open de motorkap, zie blz. 322.
3 Draai de dop op het koelvloeistofre-
servoir iets linksom en laat de druk
ontsnappen.
4 Draai de dop van het koelvloeistof-
reservoir.
5 Vul indien nodig langzaam bij tot het
juiste niveau is bereikt; vul niet te
veel bij.
6 Draai de dop vast.
7 Laat zo snel mogelijk de bron van
het koelvloeistofverlies in orde
maken.
■Afvoeren
Houd u bij het afvoeren van koelvloei-
stof en koelvloeistofadditieven aan de
ter plaatse geldende milieuregels.
Alle sproeierkoppen worden vanuit één
reservoir van vloei stof voorzien.
Gebruik voor het sproeiersysteem een
mengsel van kraanwater en geconcen-
treerde ruitensproeiervloeistof, indien
nodig aangevuld met antivries.
Aanbevolen minimaal vulniveau: 1 liter.
Controle van het koelvloeistofniveau
Bijvullen
Ruitensproeiervloeistof
Algemeen
Veiligheidsaanwijzingen
WAARSCHUWING
Sommige antivriesproducten kunnen gif-
tige stoffen bevatten en licht ontvlambaar
zijn. Er is een kans op brand en ernstig let-
sel. Volg de instructies op de verpakkin-
gen. Houd antivries uit de buurt van
verbrandingsbronnen. Schenk onder-
houdsproducten niet over in andere fles-
sen of flacons. Houd
onderhoudsproducten buiten het bereik
van kinderen.
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page
329 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM

330
Handleiding Supra6-1. MOBILITEIT
Het ruitensproeiervloeistofreservoir
bevindt zich in de motorruimte.
Het gebruik van onverdunde geconcen-
treerde ruitensproeiervloeistof of anti-
vries op alcoholbasis kan leiden tot
onjuiste meldingen bij temperaturen
lager dan -15°C.
WAARSCHUWING
Ruitensproeiervloeistof kan ontsteken en
tot ontbranding komen bij contact met hete
motoronderdelen. Er bestaat een kans op
letsel of schade. Vul alleen ruitensproeier-
vloeistof bij als de motor is afgekoeld. Sluit
vervolgens de dop van het sproeierreser-
voir volledig.
OPMERKING
Aan de ruitensproeiervloeistof toege-
voegde additieven met siliconen, die
ervoor zorgen dat het water over de ruiten
parelt, kunnen het sproeiersysteem
beschadigen. Er bestaat een kans op
schade. Voeg geen additieven met silico-
nen toe aan de ruitensproeiervloeistof.
OPMERKING
Het mengen van verschillende geconcen-
treerde ruitensproeiervloeistoffen of anti-
vriesproducten kan schade aan het
sproeiersysteem tot gevolg hebben. Er
bestaat een kans op schade. Meng geen
verschillende geconcentreerde ruiten-
sproeiervloeistoffen of antivriesproducten
met elkaar. Volg de instructies en meng-
verhoudingen die op de verpakkingen zijn
aangegeven.
Overzicht
Storing
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page
330 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM